150 jaar impressionisme: het begin van het moderne

Door

impressionisme Monet Sterre Overmars Tableau Magazine
Berthe Morisot, La Lecture, 1873 © The Cleveland Museum of Art – nr. 105 in de Eerste Impressionistische Tentoonstelling

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de Eerste Impressionistische Tentoonstelling haar deuren opende in Parijs. Een hoogtepunt in de moderne kunstgeschiedenis, dat vanaf maart groots gevierd wordt met de terugblik ‘Paris 1874: Inventing Impressionism’ (‘Het impressionisme uitgevonden‘) in Musée d’Orsay.

Wat een vrijheid, wat een gemakzucht! De voorstudies van een behangpatroon zijn zelfs meer voltooid dan dit zeegezicht!’ Het waren harde woorden die kunstcriticus Louis Leroy schreef over Claude Monets schilderij Impression, Soleil Levant (1872). Het werk hing in 1874 in de eerste tentoonstelling van de ‘Société Anonyme des artistes peintres, sculpteurs, graveurs, etc.’, inmiddels bekend als de Impressionisten. De expositie was financieel een fiasco en menig Parijse kunstcriticus bespotte de kunstenaars en hun werken in publicaties, artikelen en karikaturen. Ondanks het onbegrip van velen was de tentoonstelling een iconische gebeurtenis, die – na de opening van de Salon des Refusés in 1863 – kan worden gezien als het startsein van de moderne kunst in Europa.

Op zoek naar erkenning

Het idee voor een dergelijke tentoonstelling ontstond al in 1867, toen een jonge generatie kunstenaars zich verzamelde in het Café Guerbois, aan de Rue des Batignolles in Parijs. De groep, gecentreerd rond schilder Édouard Manet, noemde zich de ‘Groupe des Batignolles’ en rekende Frédéric Bazille, Paul Cézanne, Edgar Degas, Claude Monet, Berthe Morisot, Camille Pissarro, Pierre-Auguste Renoir en Alfred Sisley tot haar oprichters. De groep hield levendige debatten over de ontwikkeling van kunst en besprak haar afkeer tegen de verregaande invloed van de door de staat gereguleerde Salon. Erkenning tijdens de Salon gaf bijna zeker garantie op een succesvolle carrière, maar de strikte houding van de jury belette de progressieve kustenaars hun werk tentoon te stellen. Alle leden van de Batignolles werden meermaals uitgesloten van deelname, wat hun gezamenlijke roep tot verandering aanwakkerde.

impressionisme Monet Sterre Overmars Tableau Magazine
Edgar Degas (1834-1917), The Dancing Class, ca. 1870, The Metropolitan Museum of Arts, New York – nr. 55 in de Eerste Impressionistische
Tentoonstelling

De onvrede van de kunstenaars in Café Guerbois werd onderbroken door de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871), die eindigde in een pijnlijke nederlaag voor Frankrijk en in de Duitse eenwording; met als doornenkrans de kroning van de Duitse keizer Wilhelm I in de Spiegelzaal van Versailles. Verschillende kunstenaars, onder wie Pisarro en Monet, vluchtten naar Londen, anderen, zoals Degas, Manet en Bazille, meldden zich voor het Franse leger. De jonge Bazille overleefde de oorlog niet en sneuvelde tijdens de slag om Beaune-la-Rolande. Terwijl Frankrijk haar wonden likte en het zwaar gehavende Parijs werd heropgebouwd, was de zoektocht naar een nieuw soort kunst urgenter dan ooit. Toen de genadeloos strenge jury van de Salon in 1873 het overgrote deel van de inzendingen afwees, was voor de leden van de Groupe des Batignolles de maat vol. Op 27 december 1873 werd de ‘Société Anonyme des artistes peintres, sculpteurs, graveurs, etc.’ opgericht, met als doel het organiseren van een eigen tentoonstelling en zich zo los te maken van het conservatieve juk van de Académie en de Salon.

Dertig rebellen

De zestien oprichters van de Société zagen zich genoodzaakt om hun groep uit te breiden, om zo met meer deelnemers de kosten te kunnen dragen. Degas wilde dat zij hiervoor mensen benaderden die eerder succesvol waren geweest op de Salon, om zo het ‘rebelse’ randje van de Société af te halen. Maar zijn voorstel bleek lastiger dan gedacht: het merendeel van de Parijse kunstenaars durfde zich niet te keren tegen de traditionele Salon. En hoewel de opstandige Manet de opvattingen van de Société deelde, deed ook hij niet mee. Juist omdat hij zich op de Salon wilde verzetten tegen de overheersende Académie en niet op de ongereguleerde tentoonstelling van de groep rebellerende ‘anonieme’ kunstenaars. Manet in het hol van de leeuw, dat was de gedachte. Na vijf maanden onvermoeibare werving, hadden uiteindelijk toch dertig kunstenaars hun werken toegezegd aan de eerste tentoonstelling van de Société.

De tentoonstelling werd geopend op 15 april 1874 in de voormalige studio van fotograaf Nadar aan de Boulevard des Capucines nr. 35, strategisch gelegen aan een van de drukste kruispunten van Parijs. De Société had de tactische keuze gemaakt om twee weken voor de Salon te openen en zo, in ieder geval de eerste weken, niet te hoeven wijken voor de populariteit van haar grootste rivaal. Voor 1 franc mocht men naar binnen en voor 50 centimes kocht men er een catalogus bij. Aan de roodbruine wanden hingen 165 schilderijen, tekeningen en etsen, afgewisseld met sculpturen. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Lees meer ...