‘Migratie gaat uiteindelijk altijd over jezelf’
Na zes jaar voorbereiding opende in 2025 Museum Fenix. Een museum waarin geschiedenis, persoonlijke verhalen en kunst samenkomen rond een centraal thema: migratie. Directeur Anne Kremers blikt terug en vooruit.
Vanuit haar werkkamer kijkt Anne Kremers uit over de tentoonstellingsvloer van Fenix, het kunstmuseum over migratie. Het raam biedt een blik op de zesduizend vierkante meter die zes jaar lang het middelpunt vormden van haar professionele leven. Even verderop, aan de andere kant van de ruimte, ontvouwt zich door een tweede raam het panorama van Rotterdam: de haven, de skyline van de Kop van Zuid, de Erasmusbrug, cruiseschepen die af en aan varen, en Hotel New York als centrum van vertrek en aankomst. Hier ligt geschiedenis opgeslagen in baksteen en staal. En hier begon de Fenix-reis van museumdirecteur Kremers, vanaf het allereerste begin.
Beter leven
Fenix opende in mei vorig jaar zijn deuren als het eerste kunstmuseum ter wereld met migratie als centraal thema. Het is gevestigd in een gerestaureerde havenloods uit 1923, ooit eigendom van de Holland-Amerika Lijn. Vanaf deze plek vertrokken miljoenen mensen richting Amerika, op zoek naar een beter leven. ‘Het gebouw draagt dat verhaal in zich’, zegt Kremers. ‘Je voelt hier dat het niet zomaar een museum is waar je kunst komt bekijken. Deze plek heeft zelf bewogen.’
Fenix is een initiatief van Stichting Droom en Daad, het Rotterdamse filantropische fonds dat zich ten doel stelt de stad te verrijken met kunst en cultuur. Samen met fondsdirecteur Wim Pijbes bouwde Kremers aan de collectie en het concept. Dat de loods ooit een vertrekpunt was voor migranten, onder wie Albert Einstein, verklaart de iconische foto van de Nobelprijswinnaar die bezoekers op de eerste etage verwelkomt. ‘Dat soort verbanden maken deze plek zo krachtig’, zegt Kremers. ‘Geschiedenis, kunst en persoonlijke verhalen vallen hier samen.’

Statement en landmark
Wie Fenix binnenkomt, kan er niet omheen: de Tornado. Deze monumentale trap- en sculptuurconstructie slingert zich glanzend omhoog door het hart van het gebouw, tot aan het uitkijkpunt op het dak. Het futuristische ontwerp is van Ma Yansong van het Chinese bureau MAD Architects. Aan het project werkten zo’n tweeduizend mensen. De spiraal van staal en hout fungeert niet alleen als route, maar ook als metafoor. ‘Migratie verloopt zelden rechtlijnig’, zegt Kremers. ‘Je neemt afslagen, je wordt teruggeworpen, je verandert koers. Dat idee zit in deze trap.’
De Tornado is tegelijk kunstwerk en architectonisch statement. Een landmark voor Katendrecht, maar vooral een fysieke vertaling van het thema van het museum: beweging, verandering en perspectief. ‘Je ervaart het met je lichaam’, zegt Kremers. ‘Je kijkt anders, je loopt anders. Dat is precies wat kunst ook kan doen.’
Lichtgevende migratieroutes
Voor de samenstelling van de collectie verdiepte Kremers zich intensief in kunstenaars die zich bezighouden met migratie, identiteit en ontheemding. Het eerste werk dat werd aangekocht was Kindness of Strangers van Alfredo Jaar, een neoninstallatie in het zogeheten Kofferdoolhof, waarin migratieroutes lichtgevend worden verbeeld. ‘Van daaruit zijn we gaan werken met subthema’s’ vertelt Kremers. ‘Identiteit, grenzen, thuis, vlucht, geluk. Migratie is zo oud als de mensheid. Zolang we bestaan, bewegen we. En dat zal altijd zo blijven.’
Die brede benadering betekent dat niet elk kunstwerk letterlijk over migratie hoeft te gaan. ‘Sommige werken raken aan het thema via emotie, herinnering of verlies’, zegt ze. ‘Juist die verschillende invalshoeken maken het interessant. Migratie is geen eenduidig verhaal.’
Aangrijpend en persoonlijk
Het afgelopen jaar noemt Kremers overweldigend. De opening, de internationale aandacht, de grote bezoekersaantallen: het museum trok inmiddels meer dan 300.000 bezoekers, die het gemiddeld beoordelen met een 9. ‘Een museum opzetten is jarenlang iets van jezelf en je team. Maar pas als je het deelt, als bezoekers het ervaren, komt het echt tot leven. Dat is magisch.’
Dat Fenix herkenning oproept, is geen toeval. ‘Ons idee is dat bezoekers naar buiten lopen met het gevoel: dit museum gaat ook over mij.’ Dat kan via grote, aangrijpende werken, maar net zo goed via kleine, persoonlijke verhalen. Zoals de kleiportretten die kunstenaar Efrat Zehavi in opdracht van Fenix maakte. Ze sprak mensen op straat in Rotterdam aan met één vraag: waar ga je naartoe? ‘Vaak vertel je dan automatisch ook waar je vandaan komt’, zegt Kremers. ‘Tijdens dat gesprek maakte zij een portret. Het is zo eenvoudig, en tegelijk zo veelzeggend.’
Historische objecten
Een ander werk dat haar persoonlijk raakte is Space Refugee van Omar Imam: een enorme skippybal waarop de kunstenaar met zijn dochter zit. Het werk vertelt het verhaal van hun vlucht uit Syrië. ‘Hij heeft een universum gecreëerd waarin hij en zijn dochter superhelden zijn. Om die verschrikkelijke reis draaglijk te maken. Wie wil er geen beter leven voor zijn kinderen?’
Naast autonome kunst toont Fenix ook persoonlijke en historische objecten. Daarmee vervaagt de grens tussen kunst, erfgoed en getuigenis. ‘We wilden niet alleen de grote verhalen vertellen’, zegt Kremers. ‘Ook de kleine geschiedenissen doen ertoe.’ Die objecten zijn daarom geïntegreerd in de hoofdtentoonstelling. ‘We vroegen ons af: blijft dat overeind naast een Willem de Kooning? En het antwoord is ja. Het versterkt elkaar.’
Liefde en geluk
De combinatie kan schuren. Een fragiel suikerwerk naast een hek dat met geweld tegen de wand knalt. Of een plattegrond van een Engels slavenschip. ‘Dat ongemak hoort erbij’, zegt Kremers. Een museum mag best confronteren. Het moet ergens over gaan. Juist door ongemakkelijke dingen te tonen, ga je vragen stellen. Over geschiedenis en het heden. Over uitsluiting en liefde. Over geluk.’
Esthetische kwaliteit blijft daarbij essentieel, benadrukt ze. ‘Urgentie en kwaliteit sluiten elkaar niet uit. De kunst die we tonen is open en toegankelijk, nodigt uit om dichterbij te komen. Dat raakt je. Alles staat in relatie tot elkaar, dat noem ik positionele coherentie.’
Universeel en tijdloos
Fenix is volgens Kremers nog lang niet af. ‘We zijn operationeel, maar we blijven bouwen.’ De collectie groeit, nieuwe kunstenaars melden zich, samenwerkingen dienen zich aan. ‘Je weet niet welke kunst er nog gemaakt gaat worden. Welke actualiteiten zich aandienen. Het museum moet universeel en tijdloos blijven.’
Dat Fenix wereldwijd in de belangstelling staat als eerste kunstmuseum over migratie, voelt als een verantwoordelijkheid. ‘Kunst hoeft niet ingewikkeld te zijn’, zegt Kremers. ‘Het gaat over emotie. Kunstenaars hebben de gave om je anders naar de wereld te laten kijken. Mijn rol is om hen een podium te geven en ervoor te zorgen dat mensen geraakt worden.’ Die betrokkenheid is voor haar persoonlijk. ‘Bij elk kunstwerk denk ik aan de gesprekken die ik met de maker heb gevoerd. Aan hun verhalen. Dit is voor mij geen abstract thema. Het is een heel persoonlijk museum.’ Een van haar favorieten is een video van Adrian Paci. Je ziet mensen op een luchthaven een trap oplopen. Het lijkt alsof ze aan boord gaan van een vliegtuig. Pas als de camera uitzoomt, wordt duidelijk dat er geen vliegtuig is. ‘Zolang je beweegt, is er hoop’, zegt Kremers. ‘Maar als je wordt stilgezet, ontstaat hopeloosheid. Dat beeld maakt iedereen stil.’
Ook privé verzamelt Kremers kunst. Haar eerste aankoop was een foto van Michael Wolf uit Hongkong. ‘Toen was ik daar nog nooit geweest’, zegt ze. ‘Een half jaar later werkte ik er ineens. Ik ben hem toen ook thuis gaan opzoeken.’ Het typeert haar loopbaan: bewegen, vertrekken, aankomen. In Rotterdam, tussen de verhalen van migratie en transitie, voelt alles samen als thuis. Misschien is dat wel de kern van Fenix, zegt Kremers: ‘Migratie gaat uiteindelijk altijd over jezelf.’



