Categorieën
2022 Stories

Talentvolle kunstenaars: de winnaars van de Van Vlissingen Art Foundation

Kunstenaars Marie Reintjes en Floris Felix van Velsen zijn de winnaars van de Van Vlissingen Art Foundation. De prijs – waaronder een reis naar keuze – is bedoeld om hun kunstenaarschap verder te ontwikkelen.

De Van Vlissingen Art Foundation – in 2008 opgericht door kunstliefhebbers John en Marine Fentener van Vlissingen-Comtesse de Pourtalès – ondersteunt elk jaar een talentvolle Nederlandse kunstenaar om nieuwe stappen te zetten in zijn kunstenaarschap. Het geeft de kunstenaar de mogelijkheid naar een vrij te kiezen bestemming te reizen voor inspiratie. Het werk dat uit deze reis voortkomt – en de weg ernaartoe – wordt vastgelegd in een boek in de reeks ‘Inspiratie’. Ook komt er een expositie met het nieuwe werk. Om het verloren coronajaar in te halen werden dit jaar twee kunstenaars uitverkoren: Marie Reintjes (1990) en Floris Felix van Velsen (1989). Hun werk is van 29 november tot en met 8 januari te zien in Singer Laren.

MARIE REINTJES

Het is een soort heilige twee-eenheid: Marie Reintjes en haar telefoon. Met haar telefoon legt de in Arnhem wonende en werkende kunstenaar de wereld om zich heen vast. Het zijn vaak alledaagse dingen, niet per se mooie dingen die ze kiest. Juist daarin ziet Reintjes schoonheid. Die schoonheid vangt zij in vorm, kleur en compositie. Haar acrylschilderijen zijn geen een-op-een reproductie van de foto’s, ze geeft er een persoonlijke draai aan. Reintjes neemt graag kennis en informatie tot zich. Ze laat zich inspireren door de kunstgeschiedenis, verslindt kunstboeken en bezoekt graag musea. Toch wil ze zich niet al te veel laten leiden door deze onderdompeling in de kunst. Alle informatie die ze tot zich neemt, mag haar eigen visie op kunst niet vertroebelen.

Het landschap is een belangrijk onderwerp in de kunst van Reintjes. Dus toen de Van Vlissingen Art Foundation haar de kans gaf om een reis te maken, wist ze meteen wat de bestemming zou zijn: IJsland.‘IJslandiseengeniaallandenstondallange tijd op mijn lijstje. Ik wilde er heel graag heen. De vele vulkanen leveren een uniek landschap op. En de kleuren daar zijn ongelooflijk. Je kunt je bijna niet voorstellen dat het echt is, dat het de kleuren van de aarde zijn. Het is bijna buitenaards.’

Verder lezen over Marie Reintjes? Bestel een losse editie van Tableau. Lees onder de foto meer over het werk van Floris Felix van Velsen.

Van Vlissingen Art Foundation Floris Felix van Velsen Tableau Magazine
Floris Felix, De Vergrijping, 2020

FLORIS FELIX VAN VELSEN

Floris Felix, zoals Van Velsen zich als kunstenaar noemt, droomt graag groots en meeslepend. Omdat Nederland te klein voelt, stapt hij in 2015 op de trein naar Parijs. Daar, in modestad numero uno, wil hij zijn droom najagen: de allerbeste mode-illustrator en kunstenaar worden. De jaren dat hij in Parijs woont, worden gekenmerkt door hoge pie- ken, maar ook diepe dalen. Aan de ene kant dompelt hij zich onder in de high fashion en de exorbitante wereld die daarbij hoort. Hij maakt illustraties in samenwerking met Viktor & Rolf, Thierry Mugler en L‘Oreal. Maar er zijn ook periodes dat hij nauwelijks iets verdient en al blij is als hij een baguette kan kopen.

Met pijn in zijn hart besluit hij in 2019 terug te gaan naar Nederland. Het onbestemde gevoel – waarom is het niet gelukt in Parijs – verandert als sneeuw voor de zon als hij in Haarlem een groot leegstaand winkelpand tot zijn beschikking krijgt. Hij hervindt de lol in het tekenen en schilderen. Zijn illustraties van de catwalk, zijn modellen hebben veelal ultralange benen, zijn populair en gaan als zoete broodjes over de toonbank. Naast zijn mode-illustraties schildert Floris Felix. Deze schilderijen lijken vanuit zijn diepste wezen te komen en zijn veel persoonlijker.

Na een impulsieve ‘tussenstop’ in Barcelona heeft hij inmiddels Haarlem verruild voor Amsterdam. Hij voelt zich er thuis, maar de onrust zit nog steeds in zijn lijf. ‘Vooral omdat ik geen eigen atelier hebt. Dat geeft onrust.’ De prijs is voor hem een stimulans – zelfs een stok achter de deur, zegt hij zelf – om zijn carrière te professionaliseren. Floris Felix wil nu eindelijk eens een eigen atelier, zodat hij niet meer hoeft te hoppen en te slepen met zijn werk. ‘Ik ben nu echt heel dedicated om hiermee aan de slag te gaan. Ik wil weer aarden in Nederland.’

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Stories

Royal Delft Museum breidt uit

Opgericht in 1653 is De Porceleyne Fles de enige van de oorspronkelijk 32 aardewerkfabrieken in Delft die nog operationeel is. Het Royal Delft Museum laat de geschiedenis zien en maakt nog steeds nieuw Delfts blauw, ook in samenwerking met bekende onderwerpers.

Sinds januari is Jolanda van den Berg directeur van Royal Delft Museum, in de volksmond nog altijd bekend als De Porceleyne Fles. Van den Berg heeft grote plannen met Royal Delft Museum. Naast het museum kunnen bezoekers ook de fabriek bezoeken om te zien hoe het beroemde Delfts blauw wordt geproduceerd. Momenteel worden de huidige museumzalen gerenoveerd. ‘Dat was nodig’, zegt Van den Berg. ‘Het gebouw is een prachtig monumentaal pand. In combinatie met het feit dat we officieel de museumstatus kregen lag een renovatie voor de hand. Na de renovatie kunnen we met onze collectie op een interessante manier ons verhaal vertellen. Ook zullen we de komende jaren meer inzoomen op inhoud en diepgang. Met audiovisuele middelen willen we onze collectie nog beter ontsluiten.’

Daarnaast wordt een deel van de opslagruimten van het monumentale gebouw getransformeerd tot fonkelnieuwe tentoonstellingszalen, naar een ontwerp van het Amsterdamse architectenbureau KossmanndeJong. ‘Dat geeft de mogelijkheid om wisselende tentoonstellingen te organiseren. We zijn van plan om elk jaar, in samenwerking met nationale- en internationale musea, twee tentoonstellingen te maken.’ Dat is vooral interessant voor de Nederlandse bezoeker, omdat Royal Delft Museum sinds vorig jaar is aangehaakt bij de Museumkaart. ‘Een buitenlandse bezoeker komt meestal maar een keer, maar we willen graag dat Nederlandse bezoekers vaker terugkomen.’ In het pre-coronatijdperk waren het vooral buitenlandse toeristen die het museum bezochten. Voor hen is Delfts blauw en een molen toch nog steeds de meest geliefde combinatie in Nederland. ‘Buitenlandse bezoekers zijn na corona gelukkig in groten getale terug gekomen. Daar ben ik echt erg blij mee. Ze komen vooral uit Amerika, Frankrijk, Duitsland en Engeland. De Aziatische markt moet nog op stoom komen. Maar we zien dat, mede door de Museumkaart, de Nederlandse markt groeit.’

Royal Delft Museum Tableau Magazine
Henk Schiffmacher, Memento Mori, tegeltableau uit de serie Schiffmacher Royal Blue Tattoo

VAN BIER NAAR PORSELEIN

De Porceleyne Fles is opgericht in 1653 door David Antonisz van de Pieth in Delft. De stad telde in de 17e eeuw maar liefst 32 aardewerkfabrieken. Dat had alles te maken met de bierbrouwerijen die er zaten. Delft stond bekend als de stad van de bierbrouwers. Maar door het vervuilde water – iedereen loosde alles gewoon in de grachten – trokken de bierbrouwerijen de stad uit. In die tijd maakte Nederland via de VOC kennis met het porselein uit China, dat werd razend populair. Van den Berg lacht: ‘Ik zeg soms: wij waren de Chinezen van Europa. We kopieerden alles als er geld mee te verdienen viel. Dat deden we bijvoorbeeld ook met sitsen, de handbeschilderde stof uit Indië. Amsterdam had sitsenfabrieken die stoffen maakten voor de klederdrachten. En in het geval van het gewilde Chinese porselein deden we het ook: we maakten het gewoon zelf. Dus toen de bierbrouwerijen uit de stad vertrokken, namen de aardewerkfabrieken die gebouwen over, er stond immers al een oven. Het bier verdween en de pottenbakkers kwamen er voor terug.’

Vandaag de dag is De Porceleyne Fles de enige van die oorspronkelijk 32 aardewerkfabrieken die nog bestaat en nog steeds operationeel is. De bezoeker ziet er – zoals het eeuwen geleden ook al ging – hoe het aardewerk wordt gemaakt. Alles gebeurt in het gebouw, de objecten worden hier ontworpen, gebakken en beschilderd.

Het beschilderen van het zogeheten ‘biscuit’ – de onbeschilderde klei zoals die uit de mal komt – is een vak apart. De kunstenaar schildert met zwarte verf de decoratie. Daarna wordt het object gebakken, geglazuurd, opnieuw gebakken en dan verandert het zwart in blauw. Van den Berg: ‘Ik noem dat altijd de magie van ons museum. De verf bestaat uit kobaltoxide pigmenten verdund met water. Naar gelang de hoeveel water wordt de kleur lichter of donkerder. Dit is de enige plek waar Delfts blauw gemaakt wordt en waar je als bezoeker het hele maakproces ziet. Daarin zijn we echt uniek als museum.’

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2021 Highlights Uncategorized

Once Upon a Time

In een statige villa aan het museumplein voegt zich deze zomer een tijdelijk museum met vuurvergulde pendules. Hier stap je een andere wereld in. Een uitbundig sprookje vol goud en verhalen. Te zien is een bijzondere collectie van tachtig pendules uit de laat 18e en begin 19e eeuw. Het zijn uitbundige sculpturen uit de tijd van rococo tot empire. Klokken waren in die tijd een pronkstuk voor het interieur. De techniek van het vuurvergulden was op een hoogtepunt en de scènes om de klok heen vertellen verhalen van de goden, verre reizen en soms ook politiek. Tableau sprak met curator Caroline Rhodius.

Tijdloos

In een majestueuze villa aan het Museumplein in Amsterdam, met het Van Gogh Museum en Moco Museum als directe buren, wordt getimmerd, gezaagd en geverfd. Werklieden zijn druk in de weer om de voormalige bibliotheek van het Van Gogh Museum om te toveren tot een elegant klokkenpaleis. Tachtig Franse klokken uit de hoogtijdagen van de vuurverguld bronzen pendules zijn er tot eind oktober te bewonderen in de tentoonstelling ‘Once Upon a Time’.

Jean-Joseph de Saint- Germain, De Ganda (Pantserneushoorn) 
naar Albrecht Dürer, ca. 1743-1749, vuurverguld en gepatineerd brons,
76×54,5×37,5cm (inclusief muziekbox). Foto © R. Gerritsen

De klokken – gemaakt tussen het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw – behoren tot de Parnassia Collectie. De eigenaar wil graag anoniem blijven. Zijn passie voor al dit moois mag wél aan de grote klok gehangen worden. Graag zelfs, want hij wil de schoonheid van de pendules met iedereen delen. Het gaat hem vooral om ‘de kast’: het vaak imposante beeldhouwwerk dat het uurwerk omlijst. De verzamelaar is gecharmeerd door de combinatie van de vergulde beelden, het gepatineerd zwart brons en het witte emaille van de wijzerplaat.
Curator van de tentoonstelling is Caroline Rhodius, zij is gespecialiseerd in het beheren van particuliere kunstcollecties. Ze legt uit waarom de klokken zo onovertroffen zijn. ‘In de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw was Frankrijk, en dan met name Parijs, toonaangevend op het gebied van smaak. Aan alle Europese hoven wilde men meubels en spullen uit Frankrijk. Daarmee liet je zien dat je stijl had, het stond voor luxe en exclusiviteit.’ Dat de kwaliteit van de Franse toegepaste kunst zo hoog was, heeft een duidelijke verklaring, zegt Rhodius. ‘In Frankrijk gold een heel streng gildesysteem. Als vakman mocht je alleen datgene doen waarvoor je was opgeleid. Zo’n opleiding kostte jaren voordat je meester was. De gilden waren strikt gescheiden; een bronsgieter mocht alleen bronsgieten, een vergulder alleen vergulden. Dat had als voordeel dat wat er door het gilde geproduceerd werd van extreem hoge kwaliteit was, maar aan de andere kant bemoeilijkte het het maken van een klok, omdat daar meerdere ambachten voor nodig zijn.

…verder lezen over vuurvergulde pendules? Bestel de nieuwe editie hier

Kijk voor meer informatie op: www.once-upon-a-time.amsterdam