Loodzware kleurvlakken: de krachtige lichaamstaal in het werk van Beatriz González.
Felle kleuren en intense emoties kenmerken het werk van de Colombiaanse Maestra Beatriz González (1932). De kleuren en onderwerpen geven de grote verbondenheid van Gonzalez met haar land weer. De Pont toont deze winter een overzicht van haar werk. Naast de vaak loodzware emoties vangen we ook een glimp op van haar speelse, maar kritische zoektocht naar haar plek in de kunstgeschiedenis.
De wand is bedekt met een twaalfmeter lang, meer dan manshoog gordijn waarop een grote groep figuren lachend en zingend het glas heft. De golvende vlakken in mat donkerbruin, blauwgroen en okergeel blijken zich bij nadere inspectie steeds opnieuw ter herhalen. Veel van het werk van Beatriz González is gebaseerd op krantenfoto’s. Zo ook dit Decoración de interiores (1981). Hier heeft de kunstenaar de toenmalige president Turbay met zijn in feestjurken en maatpakken gehulde gezelschap afgebeeld als een front van probleemloosheid en voorspoed, terwijl achter deze façade het land geregeerd wordt door geweld van militairen, guerrillastrijders en drugskartels.

Beatriz González in 2016 (foto Martijn van Nieuwenhuyzen)
Buiten de Westerse kaders
In Tilburg wordt het gordijn vergezeld van een zeefdruk van anderhalve meter lang met dezelfde, repeterende, vlakmatige voorstelling, door de kunstenaar geschonken aan De Pont. Als ik Martijn van Nieuwenhuyzen spreek, heeft hij net zijn vijfjarig jubileum als directeur van het museum achter de rug. Door de reizen die hij in de jaren daarvoor door Latijns-Amerika maakte, nam Van Nieuwenhuyzen een aantal interessante tentoonstellingsvoorstellen mee naar De Pont, waaronder de González solo. ‘De Pont heeft een grote collectie West-Europese en Amerikaanse schilderkunst, maar het is ook belangrijk om buiten deze kaders te kijken. González past daarom heel mooi.’ Hij bezocht en fotografeerde de kunstenaar in 2016 en vijf jaar later verwierf De Pont een groep van negen werken. ‘We hebben samen met de kunstenaar onderzocht wat er beschikbaar was en in al haar lades gekeken om werken die elkaar versterken te vinden en aan te kopen.’ Er is zelfs een werk van de muur boven haar eettafel mee naar Tilburg gegaan.
Een solo maken met een klein team en een kunstenaar op leeftijd en afstand is echter niet eenvoudig. Gelukkig kon De Pont aanhaken bij de expositieplannevan het Universitair Museum in Mexico-Stad, met als invalshoek het menselijke gebaar. ‘Toen ik van curator Cuauhtémoc Medina hoorde over hun concept, kon ik hem vertellen dat wij een mooie serie werken hebben die daar goed in past, omdat de collectie van De Pont vooral draait om de fase waarin González zich expliciet bezighoudt met het geweld in de Colombiaanse samenleving.’
Vanaf de jaren 80 krijgt het werk van González een meer politiek karakter
De tragedies van Colombia
Nadat González in de jaren 60 en 70 de klassieke schilderkunst verkende door het zich het werk van klassieke meesters toe te eigenen aan de hand van kwalitatief armoedige reproducties en het samenvoegen van in Colombia vervaardigde meubels met haar eigen schilderijen, krijgt haar werk vanaf de jaren 80 een meer politiek karakter. Met name de gewelddadige bezetting van het Paleis van Justitie in november 1985 door de grootste guerrillabeweging en het daaropvolgende militair ingrijpen, maakt dat González niet langer met een wat cynische afstandelijkheid het politieke onvermogen gadeslaat. Ze legt alle buitenissige materialen naast zich neer en grijpt terug naar papier, doek en olieverf. Als voorbeeld uit De Pont-collectie noemt Van Nieuwenhuyzen Cargueros de Bucaramanga (2006), een meer dan acht meter lang doek, waarop González in zwarte en witte olieverf een reeks dragers schilderde, steeds twee figuren onderweg, met tussen hen in een stok met ballast. In de 19e eeuw waren ‘cargueros’ mannen die reizigers door Colombia droegen en hen zo toegang verschaften tot al het moois dat het land te bieden had. González baseerde haar cargueros echter op haar grote verzameling krantenknipsels van mensen die hun doden met zich meedragen. ‘Ik ontdekte dat er heel veel dode lichamen gedragen moesten worden in de oorlog. Ik wilde van de dragers iconen maken.’ Deze silhouetten, gebukt onder een ondraaglijke last, bedekken nu met de tekeningen Auras anónimas (2009-2018) het Columbarium op de centrale begraafplaats in Bogotá.
Ook Ceremonia de la caja (2010) is een werk uit een serie waarin mensen de overblijfselen van hun geliefden dragen. Gonzalez vond in de krant een foto van drie vrouwen in de bus met op hun schoot deze compacte kisten met loodzware inhoud. Sin fin, noemde González deze serie, zonder einde. Curator Medina benoemt in de catalogus War and Peace: A Poetics of Gesture ‘the never-ending, impossible task of personal en collective mourning’, waarmee hij treffend de dwingende en voortdurende aanwezigheid van het rouwen omvat in een land waarin geweld aan de orde van de dag is.
De kracht van het gebaar
Ook met gebaren van verdriet en rouw zoekt González de openbare ruimte op. In 2018 maakte ze Zocálo del duelo (2018), Fries van rouw, bestaande uit twee grafische afbeeldingen in wit en rood van een zittende vrouw, haar hand deels voor haar gezicht, verloren in verdriet. De twee werken worden als posters om en om in de openbare ruimte van Bogotá geplakt. Tijdens een artist talk in Houston in 2019 – waarin overigens opvallend veel wordt gelachen om de uitspraken van de kunstenaar – gaat ze in op haar verbeelding van rouw. Ze vertelt dat ze …
Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.
Beatriz González, War and Peace: A Poetics of Gesture
De Pont museum, Tilburg, t/m 9 maart 2025
Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus Beatriz González | War and Peace: A Poetics of Gesture, uitgeverij MUAC, Mexico-Stad €29,95



