Categorieën
2024 Highlights

Dinah Kohnstamm en haar vriendenalbum in het Noord-Veluws Museum

Bij vriendenboekjes denken we toch al gauw aan jonge meiden, die van elkaar willen weten wat hun favoriete band is. Maar dat het concept heel wat diepere lagen kan hebben, zien we als we kennis maken met Dinah Kohnstamm (Amsterdam, 1869 – Auschwitz, 1942).

Deze diepgelovige, Joodse vrouw trad in 1938 toe tot de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, wat haar helaas niet redde van deportatie naar een concentratiekamp. Ze werd zelf niet opgeroepen, maar toen haar zus en huisgenoten gedeporteerd werden, koos ze ervoor met hen mee te gaan.

Kohnstamm schilderde, tekende, etste en lithografeerde stillevens en figuurvoorstellingen en maakte daarnaast ook borduurwerk en bedrukte stoffen met linoleumsnedes. Ze bracht vaak en graag tijd door op de Veluwe, zo vierde ze er in 1939 nog haar zeventigste verjaardag in het zomerhuis van haar familie in Ermelo. De ideale plek dus, voor een expositie van haar werk.

Ze had als kunstenaar een voorkeur voor wat ze in de natuur om zich heen zag. De expositie toont, naast dit werk, haar ‘album amicorum’; een boek waarin familieleden en bevriende kunstenaars een tekening, schilderijtje, tekst of compositie achterlieten. Zo komen we bijvoorbeeld Jozef Israëls en zijn zoon Isaac tegen, net als August Allebé, Jan Veth, Henriëtte Ronner en Martin Monnickendam, die haar leraar was en van wie tegelijk ook een tentoonsteling te zien is.

Dinah Kohnstamm en haar album amicorum
Noord-Veluws Museum
t/m 14 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Columns

Column Kunstjacht: van boterhandelaar tot kunstschilder

Afgelopen zomer was ik weer te gast bij een Amsterdamse verzamelaar. Deze heer heeft een imposante collectie schilderijen en tekeningen; van Amsterdamse impressionisten en Vlaamse oude meesters tot internationale avant-garde. Er is een wonderlijke dynamiek tussen ons waarbij hij mij elke maand uitnodigt om een deel van zijn collectie te laten zien. Ik heb dan de keuze werken direct te kopen of in consignatie te nemen. Telkens komt hij met een andere map, doos of schilderij aan de muur waarvan hij vermoedt dat ik daar interesse in heb. Een ritueel dat intussen al zo’n twee jaar bestaat.

Ditmaal toonde hij een schilderij waar ik niet gelijk op aansloeg. Totdat ik het werk van dichtbij bekeek. Op het olieverfschilderij van een naïef geschilderd straatje in Parijs doemde op een van de uithangborden een naam op van een oude bekende: André Lhote.

Le peintre Hollandais

Dit speelse straatje is vervaardigd door Berend Groeneveld (1866-1941). Zijn loopbaan begon in het Groningse Bedum als handelaar in boter en kaas, maar eenmaal de veertig gepasseerd, gooide hij het roer om en legde hij zich volledig toe op de schilderkunst. Hij verhuisde naar Amsterdam waar hij schilderlessen genoot van zowel Martin Monnickendam als zijn mentor Simon Maris, en hij werd een gewaardeerd lid van Arti et Amicitiae. Vanaf 1929 tot aan zijn dood bracht Groeneveld elke zomer, van begin juni tot medio september, door in de culturele hoofdstad van Europa: Parijs. Daar laafde hij zich aan het bourgondische leven en kreeg hij de bijnaam ‘le peintre Hollandais’.

Dankzij Simon Maris maakte Groeneveld kennis met Piet Mondriaan, van wie hij in de jaren 30 schilderlessen kreeg. Hieruit ontstond een vriendschap, waarbij Groeneveld om de week een les volgde die werd afgesloten met culinaire hoogstandjes in een van hun favoriete restaurants. De voormalige boter- en kaashandelaar mengde zich in het culturele leven en ontmoette opmerkelijke figuren zoals Ernest Hemingway en de schilder Salvador Mundi. Groenevelds artistieke focus lag voornamelijk op het schilderen van Parijse stadsgezichten, waarbij hij flanerende dames en karakteristieke straten in een naïeve stijl vastlegde, spelend met perspectief en kleur.

De Amsterdamse verzamelaar had dit werk natuurlijk niet zonder reden aan de muur gehangen

Het schilderij in kwestie is hier een goed voorbeeld van en moet zijn vervaardigd na 1929 en voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het werk biedt een blik op Rue d’Odessa in Montparnasse. Rond 1900 werd Montparnasse het internationale centrum voor avant-gardekunstenaars, als opvolger van de wijk Montmartre.

Het uithangbord van Académie André Lhote

Een opmerkelijke kunstenaar in deze straat was de beroemde kubist en theoreticus André Lhote (1885-1962). In 1925 richtte hij zijn eigen kunstenaarsopleiding op, de Académie André Lhote op nr. 18 in de Rue d’Odessa. Gedurende zijn carrière zou hij vele honderden kunstenaars van over de wereld onderwijzen en inspireren. Lhote schreef theoretische verhandelingen over de schilderkunst, zoals Traite du Paysage in 1939, organiseerde buitenlandse lezingen en wist daardoor een grote groep internationale kunstenaars van Turkse, Zweedse, Egyptische en zelfs Japanse origine te overtuigen lessen te volgen. Hij was vooral populair bij vrouwen, omdat zij geweerd werden bij reguliere opleidingen zoals de nationale kunstacademie de École des Beaux-Arts. Nederlandse leerlingen van André Lhote zijn Charlotte van Pallandt, Sárika Góth Sierk Schröder en Anne Marie Blaupot ten Cate. Groeneveld schilderde waarschijnlijk toevallig Lhote’s uithangbord. Het is niet bekend of de twee kunstenaars elkaar persoonlijk hebben gekend.

De Amsterdamse verzamelaar had dit werk natuurlijk niet zonder reden aan de muur gehangen. Hij wist dat ik een bijzondere band heb met André Lhote door de vondst van een olieverfschilderij van Lhote in de zomer van 2020 en mijn academische onderzoek naar André Lhote en zijn relatie met Nederland. Het vooropgezette plan van de Amsterdammer was geslaagd. Hij was een schilderij lichter en ik een pakket bubbeltjesplastic onder mijn arm rijker. De volgende afspraak staat gepland en het blijft altijd weer een feest om te zien waar ik dit keer mee thuis zal komen.

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e- tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Tableau Portret: Sietske van Zanten

Sietske van Zanten staat aan het roer van het eerste food art museum ter wereld, het LAM museum. Sinds vijf jaar bevindt dit private museum zich op de monumentale buitenplaats van Kasteel Keukenhof in Lisse.

Een banaan met ducttape in de museum-wc, is dat geen Maurizio Cattelan? En daar, de Venus van Botticelli… of toch een sculptuur van Folkert de Jong, gemaakt van plastic flesjes? En is dat werkelijk de op schaal nagemaakte gouden maag van Itamar Gilboa? Verrassend, om niet te zeggen: verbluffend! Adjectieven schieten tekort om te beschrijven wat je ziet in het LAM museum.

Sietske van Zanten LAM Museum Tableau Magazine
Sietske van Zanten voor de installatie Food Chain Project van Itamar Gilboa. Foto: Bibi Veth.

Daglichtmuseum

Verscholen tussen eeuwenoude beuken doemt het bijzondere gebouw op uit de winterse mistflarden. Dit is geen gesloten museum met naamloze muren, maar een esthetisch verantwoord daglichtmuseum waar kunst en park elkaar versterken. Onverwachte kunstwerketalages verrassen argeloze wandelaars met een inkijk in het ingetogen gebouw. Wie naar binnen gaat ontdekt een collectie meesterwerken zonder het contact te verliezen met de alom aanwezige natuur. Door het open karakter, de routing en de natuurlijke materialen gaat het museum een relatie aan met het omringende park. Dat klinkt innovatief en dat was ook de bedoeling van de oprichter Jan van den Broek die bekend is van supermarktconcern Dirk en met zijn stichting, de VandenBroek Foundation, cultuur stimuleert. Hem stond een persoonlijk museum voor ogen dat bezoekers uitnodigt om anders naar alledaagse dingen en kunst te kijken. En dat is goed gelukt. Met een toegankelijke collectie voor een breed publiek. En met als gemeenschappelijke deler: elk kunstwerk heeft iets te maken met voedsel of consumptie.

Verliefd worden op kunst

Vanaf het prille begin is Sietske van Zanten betrokken bij het LAM museum. Inmiddels heeft zij met haar team een fraaie collectie opgebouwd met kunstwerken die de belangstelling van jong en oud weten te prikkelen. Plezier beleven aan kunst is hier een doel op zich, zonder in te boeten aan kunsthistorische waarde. ‘Vanaf de stichting van het LAM is er verzameld met een duidelijk omschreven thema. Aangezien wij gingen verzamelen met een publiek doel hebben we ons met het aankoopcriterium een beperking opgelegd, vooral omdat de markt zo breed is. Voedsel en consumptie, daar draait het om. Dus niet het kunsthistorische verhaal van de rol van de appel in de schilderkunst. We zijn een instapmuseum waar bezoekers zich vrij tot kunst kunnen verhouden. Al onze aankopen hebben iets met eten te maken.We hopen dat bezoekers verliefd worden op die kunst. Het voordeel van ons thema is dat we er allemaal wat mee hebben. Dan je krijgt altijd contact.’

Sietske van Zanten LAM Museum Tableau Magazine
Kathleen Ryan, Bad Grapes, 2020, collectie LAM museum, onderdeel van de VandenBroek Foundation. Foto: Corine Zijerveld.

Nieuwe kijkpatronen

Met deze visie wordt doelbewust de bekende vraag omzeild: wat is kunst? Daar lopen mensen toch vaak in vast, stelt
Van Zanten: ‘Zo kun je direct de inhoud in en groeit de rest vanzelf. Elk kunstwerk ontpopt zich zo als een conversation piece. Ons primaire doel is om een ander publiek te bereiken dan de typische museumganger. Alhoewel het ook voor publiek met veel museummeters in de benen verfrissend kan zijn om eens op een andere manier naar kunst te kijken. Zo zei Taco Dibbits dat hij hier zijn oude kijkpatroon moest loslaten. Het voelde voor hem alsof hij met vakantie was in een vreemd land. Dat betekende onbevangen en ongeconditioneerd kijken en op jezelf vertrouwen zonder de tekstbordjes te bestuderen. Want die hebben we hier niet. In plaats daarvan werken we met Kijkcoaches die klaarstaan om in gesprek te gaan. Dat werkt geweldig, zeker voor mensen die niet vaak een museum binnenstappen en hier ontdekken dat kunst je leven verrijkt. Museumclubjes die voor rondleidingen komen hebben we overigens liever niet. Die gedragen zich relatief passief terwijl wij van bezoekers verwachten dat ze zelf ontdekken wat er te zien is. Die groepsdynamiek doorbreken we met onze vaste starttijden waardoor er nooit meer dan tien mensen tegelijk naar binnen gaan. Het concept werkt ideaal als je iemand meeneemt die nooit naar een museum gaat, een kleinkind of een collega.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Columns

Column Kunst & Keuring: Alle armi, oftewel alarm, naar de wapens!!

‘Alle armi, oftewel alarm, naar de wapens!!’ Dat was de kreet die gebruikt werd wanneer de noodklokken gingen luiden. De mannen grepen hun wapens en stonden paraat. Het geeft aan hoe onze taal en ons leven gekleurd wordt door rampspoed en verdediging, door de eeuwen heen.

Interessant genoeg komen er veel creatieve ideeën voort uit ons destructieve brein. De grootste vernieuwingen en uitvindingen werden gedaan bij oorlogsvoeringen. Vervolgens werden deze toegepast in ons dagelijks leven. De uitvinding van voedsel in blik in de Napoleontische tijd bijvoorbeeld, zodat het lang houdbaar bleef en meegenomen kon worden tijdens de oorlogen. Zo ook de plastische chirurgie die ontwikkeld werd tijdens de Eerste Wereldoorlog om verminkingen te cacheren. De eerste ‘drones’ waren ballonnen waarvan het prototype al in de 19e eeuw ontwikkeld was voor militair gebruik.

De klokkentoren was een van de eerste radar- en waarschuwingssystemen. In de middeleeuwen luidden klokken zowel als tijdsaanduiding, als bij onraad of ceremoniële bijeenkomsten. Het nam een centrale rol in de samenleving in en bepaalde het dagelijks ritme. Ook vandaag de dag nog geven de klanken regelmaat en kleur aan ons straatbeeld. De klokkengieterijen produceerden naast klokken en bellen ook vijzels en kanonnen. Het gieten was een hele kunst. Er moest een mal gemaakt worden waarin het vloeibare brons werd gegoten. Het proces verliep volgens de zogenaamde Cire Perdu methode. Het model in was werd door een contramal van leem omgeven en verstevigd. Vervolgens werd de gietvorm verhit zodat de was eruit kon lopen. De ontstane holte werd daarna met brons opgevuld. Het brons bestond uit een legering van 76-80% koper en 20-24% tin, ook wel klokspijs genoemd. Een ideale legering die niet onderhevig was aan corrosie. Na het gieten moest het object rustig afkoelen zodat er geen scheuren konden ontstaan. Daarna volgde de polijsting. Belangrijke klokken kregen ook een eigen naam, net zoals belangrijke kanonnen. De Dulle Griet in Gent is daar een beroemd voorbeeld van.

De Gloeyende Oven

Nederland kent een rijke historie van klokken- en kanonnengieters. Een beroemd geslacht was de familie Ouderogge, werkzaam te Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. Drie generaties lang vervaardigden zij klokken, kanonnen en ander klein bronswerk. Cornelius Ouderogge (1599-1672) en zijn broer Dirk (1600-1649) zetten de gieterij van hun vader Jan Cornelisz Ouderogge (1573-1625) voort. Jan Cornelisz was aanvankelijk begonnen in Amsterdam waar hij de Admiraliteit voorzag van kanonnen. Al snel werd hij gevraagd om naar Rotterdam te komen naar de Admiraliteit op de Maze.

Hij richtte zijn atelier op in het pand van de ‘Gloeyende Oven’ van waaruit hij de Admiraliteit voorzag van kanonnen en ander gietwerk. Ook de grote klok van de Laurenskerk en het beeld van Erasmus komen uit zijn atelier. Met enige regelmaat kom ik bij mijn taxatiebezoeken kanonnen, al dan niet op affuit, of lantaka’s (kleine scheepskanonnen) tegen. Ze staan dan als decoratie opgesteld en gaan meestal van generatie naar generatie. Een staaltje van imposant en tijdloos bronswerk met een prachtig ongeëvenaard patina.

Nederland kent een rijke historie van klokken- en kanonnengieters, waaronder drie generaties van de beroemde familie Ouderogge

Saluutschoten

Tijdens mijn bezoek aan Londen tijdens de Classic Week werd ik getroffen door de fraaie etalage van Peter Finer, gespecialiseerd in wapens en wapenuitrustingen. Er was een paar prachtige saluutkanonnen opgesteld van Cornelius Oudenrogge uit 1649. Dit type kanon behoorde toe aan de Commandanten van de Marine, in dit geval Johan van Gennep uit Den Haag en Gorinchem. Het familiewapen in de vorm van een tulp is meegegoten. Dergelijke kanonnen zijn een zeldzaamheid. De signatuur is aangebracht op de kulasband, een smalle richel aan het begin van de loop. De datering is groots te zien in een banier. Een fraai staaltje gietwerk met verfijnde detaillering zoals het acanthusblad en de dolfijngrepen. Een vergelijkbaar paar bevindt zich in het Rijkmuseum en behoorde toe aan de Friese familie Van Haersma. Deze kanonnen werden gebruikt voor saluutschoten en bij feestelijke gelegenheden. Bij saluutschoten wordt dan ook alleen kruit afgevuurd en geen munitie. Tevens is er een protocol opgesteld omtrent het afvuren. We zagen het uitgebreid terug aan het Britse hof bij de begrafenis van Queen Elisabeth en de kroning van Charles. Über Geld redet man nicht bij de aanschaf van een dergelijk prachtig stel. Maar ach, om met de schrijver Oliver Wendell Holmes (1809-1984) te spreken: The Sound of a kiss is not so loud as that of a cannon, but its echo lasts a deal longer.

Edel van Utenhove is oprichter van Noble House Valuation, een onafhankelijk taxatie- en adviesbureau voor kunst, antiek en inboedel. Sinds 2008 biedt ze taxaties aan voor verzekering, successie of onderlinge verdeling. Tevens geeft ze advies bij aan- en verkoop van kunst en antiek. 

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

Studio DRIFT in het TextielMuseum

Lonneke Gordijn, kunstenaar en mede-oprichter van Studio DRIFT: ‘Als je heel goed en van dichtbij kijkt naar alles om ons heen, hoe de dingen in de natuur in elkaar zitten, dan zie je hoe gecompliceerd en logisch tegelijk het allemaal werkt. Het doet je denken: is de natuur niet eigenlijk juist het meest high-tech onderdeel van onze wereld?’

Die gedachten neemt DRIFT, samen met collega’s Iris van Herpen en Philip Beesley, mee in ‘Is it Alive?’. Allerlei vormen en interpretaties komen daarin samen: innovatie, textiel, technologie en kunst, geïnspireerd door ‘het leven’ en de wereld om ons heen. Wat maakt iets in onze mening als kunstliefhebbers nu een levendig, beweeglijk werk? En wat doen kunstenaars om dat effect voor elkaar te krijgen?

Studio DRIFT TextielMuseum Tableau Magazine
Studio DRIFT, I am storm, 2023. Foto: Josefina Eikenaar, TextielMuseum

De kern van de expo is het werk I Am Storm, van Gordijn en mede-DRIFTer Ralph Nauta. Deze nog niet eerder vertoonde installatie bestaat uit twintigtal enorme grassprieten, bewegend op een denkbeeldige wind. Dit stuk, en de andere werken die getoond worden, laten niet alleen het eindresultaat zien: je wordt ook meegenomen in het maakproces. Interessant én leerzaam, want hoe vaak lopen we niet rond in musea, ons afvragend hoe kunstenaars tot een bepaald ontwerp zijn gekomen en wat daaraan vooraf ging?

Voor alle fans van DRIFT is er nog meer goed nieuws, want er komt een speciaal museum aan. We moeten wel nog even geduld hebben, de opening staat nu gepland voor begin 2025. Maar dan heb je ook wat, want de Van Gendthallen in Amsterdam worden op dit moment getransformeerd tot een groot opgezet, interactief museum.

Is it alive?
TextielMuseum
t/m 7 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Schetsen in de ruimte: Auke de Vries te gast in het atelier van André Volten

Beeldhouwer Auke de Vries is te gast in het atelier van André Volten. Aan de hand van werkschetsen op papier en twaalf sculpturen – ‘schetsen in de ruimte’ – geeft hij inzicht in zijn werkproces.

De tentoonstelling in Atelier Volten laat verschillende kanten zien van de denk- en werkwijze van Auke de Vries (1937). De nadruk op het werkproces van De Vries sluit nauw aan bij de geschiedenis van Atelier Volten, het voormalige atelier en woonhuis van beeldhouwer André Volten (1925-2002) in Amsterdam-Noord. Net als André Volten werkt Auke de vries voornamelijk met metaal, maar in de hantering en ruimtelijkheid van het materiaal verschilt hun werk sterk van elkaar. Auke de Vries is vooral bekend als beeldhouwer, maar begon als schilder, tekenaar en graficus. Vanaf de jaren 70 werkt hij met metaal. Hij begon fragiele bouwsels te maken als een stilleven om naar te etsen, vaak op het formaat van de etsplaat. De bouwsels hadden aanvankelijk een lineair karakter en kregen pas later volume en andere vormen, hoewel het lijnenspel voor De Vries altijd belangrijk is gebleven. Inmiddels vervaardigt hij al decennia immense sculpturen, vaak voor de publieke ruimte.

Auke de Vries Atelier Volten André Volten Tableau Magazine
Auke de Vries, Zonder titel, 2022 | Zonder titel, 2023. Foto: Ivo Jeukens.

Dynamische beelden

Auke de Vries maakt abstracte constructies met geometrische vormen als kegels, cilinders, lijnen, kubussen en vlakken.
Zijn beelden beschildert hij in heldere kleuren, wat een levendig en dynamisch resultaat oplevert. Kleur is een belangrijk aspect voor De Vries: ‘[…] een beeld in staal is altijd een geheel, zodra je kleur erin aanbrengt valt het uit elkaar. Daar was ik, jaren geleden toen ik begon met beelden maken, nog niet op uit en ik had er niet op gerekend. Maar dat uit elkaar vallen van de vormen door middel van kleur kan ik inmiddels juist goed gebruiken, haast als gereedschap, alsof mijn idioom zich uitgebreid heeft.’ Zijn werk is ruimtelijk en groots, maar tegelijkertijd ook subtiel en elegant. Hangende of staande beelden, waarin vormen willekeurig lijken samengevoegd, creëren een speelse ‘getekende’ beeldtaal. Het werk is vaak licht en lijkt haast te zweven, als het ware dansend in de ruimte.

Auke de Vries Atelier Volten André Volten Tableau Magazine
Auke de Vries, Zonder titel, 2011. Foto: Ivo Jeukens.

Op veel plekken in binnen- en buitenland zijn werken van Auke de Vries in de openbare ruimte te zien. Bekende voorbeelden in Nederland zijn het Maasbeeld, deinend boven de rivier bij de Willemsbrug in Rotterdam, en het beeld voor de ingang van het voormalige Ministerie van Buitenlandse Zaken, sinds 2021 de tijdelijke Tweede Kamer. De Vries zoekt voor zijn sculpturen in de buitenruimte altijd naar verbinding met de plek, de natuur en de architectuur. Licht en geluid, verkeersstromen, voetgangersroutes en stedenbouwkundige aspecten zijn maar een aantal factoren waar De Vries uitgebreid onderzoek naar doet om de omgeving onderdeel te kunnen maken van de beleving van het werk. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Auke de Vries. Gast in het atelier van André Volten
Atelier Volten
t/m 14 april 2024

Categorieën
2024 Columns

Textielmania: textiel is helemaal terug

Textieldesign is terug, of eigenlijk nooit weggeweest. Vast staat dat een hele generatie jonge ontwerpers en kunstenaars zich de afgelopen tijd weer op het medium heeft gestort. Op de verschillende afstudeerpresentaties werd de toepassing van textiel het afgelopen jaar breed omarmd. Van hele conceptuele en experimentele onderzoeken tot vakkundige meesterwerken.

Opvallend is de schaal waarop wordt gewerkt. Vaak durven de makers het monumentale formaat aan en creëren wand­ tapijten die in een kerk of kasteel niet zouden misstaan. De allegorische werken van Jeroen van den Bogaert bijvoorbeeld vormen een intrigerende combinatie van symbolen en gebaren uit heden en verleden. Voor historische beelden gebruikt hij verschillende archieven, hedendaagse foto’s verzamelt Jeroen online, beide categoriseert hij vervolgens opnieuw per thema. Zo’n thema, bijvoorbeeld ‘de val’, wordt vervolgens uitvergroot in een textiele compositie. De beelden uit verschillende tijden verweeft hij letterlijk, waarbij je ziet dat er nog steeds veel overeenkomsten zijn ook al is de leefwereld van de mens door de tijd heen ingrijpend veranderd.

High tech experiment

Niet zelden zijn deze kunstenaars en ontwerpers in het Textiellab in Tilburg te vinden. Naast traditionele technieken als breien en tuften biedt dit maaklab ook de mogelijkheid om te experimenteren met high tech machines, 3D­-geweven constructies, vernieuwende borduurmethoden en lasersnijden. Waar ooit spin­- en weef­getouwen werden aangedreven door een stoommachine, vind je hier nu computergestuurde apparatuur gericht op innovatieve maakprocessen. Zie het Textiellab als een ultramoderne werkplaats in een voormalige textiel­ fabriek waar eeuwenoude ambachten heruitgevonden worden. En dit zorgt voor een heuse revival.

Terwijl Van den Bogaert nadrukkelijk historische referenties in zijn ontwerpen verwerkt, zijn de abstracte werken van de Italiaanse Francesca Franceschi bijna futuristisch te noemen. Ze specialiseerde zich in pattern design en illustratie en dat is aan haar werk af te lezen. Evenals haar jarenlange ervaring in de mode en de textielindustrie, waar ze onder andere voor het kleurrijke label Vlisco werkte. De optische kleden van Franceschi zijn geïnspireerd op eigentijdse elektronische muziek en de emoties die deze klanken bij de luisteraar op kunnen roepen. De fluorescerende kleuren komen niet in de buurt van de tapijten van weleer net als de materialen (acryl en lurex) die ze regelmatig toegepast. Het resultaat is licht, speels en kleurrijk, en eveneens vervaardigd in het TextielLab in Tilburg.

Waar spin- en weefgetouwen ooit werden aangedreven door een stoommachine, vind je hier nu computergestuurde apparatuur

Uniek of in oplage

Vaak zijn deze stukken uniek of alleen in beperkte oplage te krijgen. Maar ook via merken is er veel moois te vinden. Familiebedrijf EE Exclusives in Heeze ontwikkelt met high tech weefmachines duurzame jacquardstoffen voor speciale projecten op het gebied van mode en interieur. Rond 1900 begonnen als textielfabriek Van Engelen & Evers werkt de onderneming vandaag de dag samen met topontwerpers als Walter van Beirendonck, Inside Outside, Viktor & Rolf en Hella Jongerius. Het bedrijf staat bekend als hofleverancier, maar als kunstenaar, designer of architect kun je hier ook je eigen stoffen laten produceren. Via online kunstgalerie WEEEF is een fijnzinnige selectie textiele werken te koop van onder andere Kiki van Eijk, A + N Studio en fotografenduo Scheltens & Abbenes. Een meer dan indrukwekkende lijst Nederlandse designers heeft zich ook aan Moooi Carpets verbon­ den. Naast Marcel Wanders en Studio Job vind je onder andere Celia Hadeler, Studio Rens, Mae Engelgeer en Ruben de Haas in hun collectie. Onder de titel Your Own Design werden op OBJECT in Rotterdam begin dit jaar twee nieuwe creaties van Nynke Koster, bekend van haar rubberen afgietsels van historische ornamenten, en de jonge illustrator Samira Charroud gelanceerd. Moooi Carpets begeleidt de designers bij het ontwerptraject en de productie van de kleden, vaak vinden ze vervolgens hun weg naar internationale beurzen en klanten.

Toch een voorkeur voor het verleden? Op de TEFAF worden elk jaar verschillende historische tapijten getoond, zoals bij De Wit Fine Tapestries oftewel De Koninklijke Manufactuur De Wit uit Mechelen. Al meer dan een eeuw specialiseren zij zich in het verhandelen en restaureren van antieke maar soms ook klassiek moderne wand­ tapijten, met een groot team van onder andere kunsthistorici. Ze hebben al meerdere grote tentoonstellingen over het onderwerp samengesteld en regelmatig worden hun werken aangekocht door toonaangevende musea wereldwijd.

Anne van der Zwaag is curator, publicist en eigenaar/directeur van designbeurs OBJECT en kunstplatform BIG ART. Ze maakt tentoonstellingen, schrijft boeken en columns, adviseert bedrijven en zit in allerlei besturen en adviescommissies. Daarnaast verzamelt ze kunst en design.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

De levende schilderijen van Refik Anadol in de Kunsthal

Digitale kunst is niet alleen een steeds belangrijk onderdeel van het gemiddelde museum, het is ook een medium dat zich bij uitstek leent voor innovatie en uitingen die je volledig meeslepen in hun concept. Zo ook het visuele spektakel van de Turks-Amerikaanse Refik Anadol (1985), dit voorjaar te zien in Rotterdam.

Refik Anadol is geïntrigeerd door de relatie tussen mens en machine, iets wat hij voortdurend uitpluist in zijn immense installaties. Hiervoor gebruikt hij allerlei geavanceerde technieken, van kunstmatige intelligentie en gegevensvisualisatie tot algoritmen. Het levert kleurrijke composities op, zien we in ‘Living Paintings’. Neem de Immersive Room: een driedimensionale architectonische ruimte, versterkt door licht en geluid, die je het gevoel geeft in een andere wereld te bivakkeren.

Afbeeldingen en gegevens tovert Refik Anadol om tot hypnotiserende kunst

Refik Anadol Kunsthal Rotterdam Tableau Magazine
De tentoonstelling ‘Living Paintings: Nature’ van Refik Anadol in Kunsthal Rotterdam. Foto: Bas Czerwinski

Ook intrigerend zijn de dataschilderijen, waarin Refik Anadol miljoenen openbare afbeeldingen en gegevens van landschappen omtovert tot hypnotiserende kunst. Anadol is de ideale kunstenaar voor iedereen die zich regelmatig afvraagt waar het eindigt, qua technologie en innovatie, en welke rol machines in de toekomst in zullen nemen. Maar ook als je daar minder mee bezig bent is het de moeite waard, vanwege de beelden die hij op je netvlies achterlaat. Niet voor niets bracht zijn Machine Hallucination vorig jaar 5 miljoen dollar op bij een veiling in Hong Kong; de duurste digitale kunst van een solo-artiest verkocht in Azië ooit.

Refik Anadol – Living Paintings: Nature
Kunsthal Rotterdam
t/m 1 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Veilingnieuws: van Rembrandt tot The Crown

Nieuws uit de veilingwereld. Met selectieve verzamelaars, items die worden ingetrokken en het duurste veilingitem van het jaar: een werk van Pablo Picasso. Daarnaast enkele bijzondere stukken van Rembrandt en de kunstveiling van items uit de serie The Crown.

‘Respectabele resultaten’, concludeerde men in New York na afloop van de avondveilingen moderne kunst van de drie grote veilinghuizen. De champagnekurken ten huize van Sotheby’s, Christie’s en Phillips knalden even goed, maar echt vuurwerk ontbrak. Een verklaring voor het middle-­of-­the-­road resultaat in de twee weken durende veilingmarathon kan het terugtrekken van belangrijke kavels uit de lopende veiling zijn, een betrekkelijk nieuw fenomeen, dat de drie veilinghuizen in december plaagde.

De toch al bescheiden moderne kunst avondveiling van bijvoorbeeld Sotheby’s begon met 41 lots (waar concurrent Christie’s er 65 presenteerde), maar dat aantal zou gedurende de avond slinken toen er in totaal 8 items werden terugge­ trokken. De reeks geannuleerde items – goed voor 20 procent – omvatte werk van Pablo Picasso, Richard Diebenkorn, René Magritte, Fernand Léger en Diego Rivera. Het duurste item dat uit de kunstveiling werd verwijderd, was een schilderij van Philip Guston met een lage schatting van $ 6 miljoen. Annuleringen – al dan niet te elfder ure – zijn niet goed voor de uitstraling van een veiling; ze veroorzaken onrust onder de kopers en zijn daarmee bijzonder vervelend voor het veiling­huis.

Selectieve verzamelaar

Een andere reden voor de stroperigheid van de december­veilingen kan zijn dat de koper steeds kieskeuriger wordt als het gaat om de blue­-chip kunstenaars. Selectiviteit is een tendens en men ziet dat de verzamelaar steeds vaker gaat voor een werk dat exemplarisch is voor de kunstenaar, dat de maker het best typeert. Voor veel kopers is het niet langer alleen de naam van de kunstenaar die tot bieden prikkelt. Evenwel waren er eind 2023 verschillende bijzondere veilin­gen. De white­-glove veiling van de collectie van wijlen Emily Fisher Landau bij Sotheby’s met een opbrengst van een slordige $406.4 miljoen (bij een schatting van $344,5­-$430,1 miljoen), zal de veilinggeschiedenis ingaan als de duurste veiling uit de categorie ‘vrouwelijke verzamelaar’.

Het onderdeel van de avond waar het meest van werd ver­wacht was Pablo Picasso’s Femme à la montre, een canoniek kubistisch portret van zijn muze Marie­-Thérèse Walter uit 1932, het annus mirabilis van de kunstenaar. Men hoopte dat dit schilderij misschien wel het duurste werk van Picasso zou worden dat ooit op een veiling werd verkocht, maar kwam daar met $139 miljoen, $40 miljoen tekort. Hierdoor werd het het op een na duurste stuk van de modernistische meester dat ooit via het rostrum aan de man is gebracht (het huidige record staat nog steeds op $ 179 miljoen). Dat laat onverlet dat Femme à la montre het duurste veilingitem van het jaar 2023 werd.

Kunstveiling Tableau Magazine
Canaletto, Giovanni Antonio Canal, called Canaletto (1697-1768), Venetië: de monding van het Canale Grande, vanuit het oosten; De Molo van Bacino, met het Piazzetta San Marco en het Dogenpaleis © Christie’s £9,7 miljoen (schatting £8 – £12 miljoen)

Oude meesters

Tegen de achtergrond van de door kunsthandelaren geïnitieerde London Art Week, ter promotie van historische kunst in de Britse hoofdstad, hoopten de veilinghuizen in Londen met hun winterse Old Master veilingen tezamen £60 miljoen aan omzet te genereren. Daarin is men goeddeels geslaagd. Sotheby’s kwam met het paraplubegrip Masters Week voor hun veilingen van oude meester- en 19e-eeuwse schilderijen, oude beeldhouwkunst en decoratieve kunst. Deze werken werden in een week aangeboden, anders dan voorheen toen al deze categorieën in afzonderlijke gespecialiseerde veilingen onder de hamer kwamen. Christie’s heeft de afgelopen jaren de term Classic Week gebruikt om de categorie Oude Meesters een bredere aantrekkingskracht te geven.

De evenementen van deze winter omvatten onder andere de single owner sale, de Christian Levett-collectie antiquiteiten en hedendaagse kunst, en een groot deel van de begerenswaardige Samuel Josefowitz collectie van prenten van Rembrandt waaronder De schelp, het enige geëtste stilleven van van Rembrandt dat bekend is en een door verzamelaars veel gezocht zelfportret.

De kunstveiling van Sotheby’s opende sterk, met een 16e eeuws altaarstuk van de hand van Ambrosius Francken de Oude, dat met het dubbele van de schatting werd verkocht voor £152.400. De showstopper in de Old Master & 19th Century Paintings Evening Auction was echter een klein donker paneel van de hand van Rembrandt Harmensz van Rijn, De aanbidding der koningen, dat, in 2021 door Christie’s in Amsterdam nog werd aangeboden als een werk uit de ‘Kring van Rembrandt’, en van eigenaar wisselde bij een hamerprijs van €850.000 en een schatting van €10.000–€15.000. Intussen kon het paneel na 18 maanden research worden toegeschreven aan Rembrandt, te dateren circa 1628 aan het eind van de Leidse tijd van de meester. Mogelijk gaat het vooraf aan een ets met dezelfde voorstelling. Het werk werd opnieuw ter veiling aangeboden. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Michiel Vliegenthart (1966) werkt voor een internationaal veilinghuis als expert 19e-eeuwse schilderijen, prenten, tekeningen en aquarellen.

Categorieën
2024 Highlights

Marina Abramović in het Stedelijk Museum

De bijnaam ‘godmother of performance art’ krijg je niet voor niets, en in het geval van Marina Abramović is deze lofzang volledig terecht. The Life and Death, waarmee ze in 2012 het Holland Festival omver blies, het ontroerende werk dat ze maakte met (ex-)partner Ulay, waaronder zijn cameo bij het onvergetelijke The Artist is Present; en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Marina Abramović werd geboren in 1946 (te Belgrado, in Servië) maar in haar seventies heeft ze nog niets aan relevantie ingeboet. Het is daarom des te onbegrijpelijker dat er nu pas een eerste grote solotentoonstelling in Nederland aankomt van deze grande dame. In 1975 begon ze haar carrière min of meer in Amsterdam, als straatarme kunstenaar in spe. Kunstcentrum De Appel gaf haar een plek, vanaf daar kreeg ze haar leven op de rit. En hoé. Kunstlief- hebbers die haar naam niet kennen, moet je met een vergrootglas zoeken. Haar vijf decennia als artiest laten zien hoe ze de performance als kunstvorm van experiment naar de mainstream bracht, al blijft ze altijd verrassen.

Marina Abramović is uitermate sterk en baanbrekend in het gebruik van haar eigen lichaam

Marina Abramović Stedelijk Museum Tableau Magazine
Marina Abramović, Four Crosses: The Good (positive), 2019. Met dank aan de Marina Abramović Archives © Marina Abramović

In het Stedelijk Museum zien we de vroege werken die ze in voormalig Joegoslavië en Nederland maakte, maar ook het effect van haar latere, beroemde stukken. Een retrospectief van performance art kan best ingewikkeld zijn, zeker bij een kunstenaar wier werk uitnodigt tot interactie met het publiek. Maar ook in documentair (film)materiaal komt haar boodschap van spiritualiteit, natuur en de vergankelijkheid van het lichaam haarscherp over. Marina Abramović is uitermate sterk en baanbrekend in het gebruik van haar eigen lichaam, en schrikt er niet voor terug om hierbij over haar eigen fysieke en mentale grenzen heen te gaan. Inmiddels combineert ze al die ervaringen en wijsheden in een opleidingsinstituut voor performancekunst, met projecten over de hele wereld.

Marina Abramović
Stedelijk Museum
t/m 14 juli 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

100 jaar surrealisme in België: grenzeloosheid van de geest

De musea in Brussel grijpen dit voorjaar het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie aan om het surrealisme te vieren. Dat André Bretons Manifest van het surrealisme precies 100 jaar geleden verscheen, maakt het dubbel feest. Maar dat was in Parijs. Wat gebeurde er ondertussen in België?

Spiegels die niet naar behoren werken, stadsgezichten waar het tegelijkertijd dag én nacht is en natuurlijk de pijp die volgens het bijschrift geen pijp ís. De combinatie surrealisme en België zal als vanzelf het beeldend werk van René Magritte (1898-1967) oproepen. Maar ook in Brussel stond het geschreven woord aan de basis van het surrealisme. Vrijwel tegelijk met Bretons manifest, bracht dichter en filosoof Paul Nougé (1895-1967) in 1924 zijn eerste surrealistische magazine uit. In het Brusselse Bozar staat Nougé als leider van het surrealisme centraal en is de titel afgeleid van de publicatie Histoire de ne pas rire, waarin essays zijn verzameld die hij tussen 1924 en 1954 schreef over zijn geloof in de transformatieve kracht van taal.

Max Ernst, Attirement of the Bride, 1940, collectie Peggy Guggenheim, Venetië (Fondazione Solomon R. Guggenheim, New York)

Nougé thuis bij Magritte

Magritte en Nougé leerden elkaar in 1924 kennen. Het is dan zeven jaar geleden dat de dichter Guillaume Apollinaire de term surréalisme voor het eerst noteerde en er is bijna 25 jaar verstreken sinds het verschijnen van Sigmund Freuds boek Die Traumdeutung. Magritte verdiende zijn geld als reclametekenaar en omringde zich ondertussen met abstract werkende kunstenaars, werd betrokken bij dada-initiatieven, exposeerde met Lissitzky en Moholy Nagy en was onder de indruk van de bevreemdende, lege landschappen van de Italiaan Giorgio de Chirico. Nougé en Magritte werden goede vrienden. Magritte schilderde hem in 1927 als ranke jongeman, met grote, ronde bril; uiterst formeel en statig, in rokkostuum, zijn rechterhand op zijn rug, zijn linkerhand aan de klink van een deur, waarachter een identieke Nougé schuilgaat.

Er waren geen Belgische surrealisten, er zijn wel surrealisten in België geweest

Tijdens de bijeenkomsten van de Brusselse groep surrealisten in het huis van Magritte, waar hij zijn schilderijen in de keuken maakte (strikt gescheiden van zijn reclametekenwerk in de schuur) dachten ze samen na over de titels, waarbij Nougé meer dan eens de beslissende woorden vond. Als theoreticus maakte Nougé zelf geen beeldend werk, op de intrigerende fotoserie La Subversion des images (1929-1930) na, gemaakt in de beslotenheid van een gewone woonkamer waarin zich wonderlijke scènes afspelen: vijf volwassenen – Magritte en zijn vrouw Georgette zijn te herkennen – concentreren zich gezamenlijk en schijnbaar zonder reden op een zwarte wand naast de schouw. Het is typerend voor het surrealisme dat mensen zonder beeldende training worden aangemoedigd iets te maken. Zoals ook bij de surrealistische vinding cadavre exquis, waarbij deelnemers ongezien de tekening van hun voorganger aanvullen op een gevouwen blad. Iedereen kan meedoen, kunstenaar of niet. Tijdens de ondenkbare verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog is de ratio hard van zijn voetstuk gevallen: het gebrek aan controle en aan intellectuele onderbouwing wordt gezocht en gevierd.

100 jaar Surrealisme Belgie René Magritte Tableau Magazine
René Magritte, Portrait de Paul Nougé, 1927

Surrealisme verovert de wereld

Al lijkt Magritte een smal burgermanleven te leiden in zijn kleine huis, in zijn nette pak, de uitwisseling van ideeën tussen het Brussels surrealisme en de wereld is evident. Magritte exposeert internationaal en Nougé is betrokken bij het schrijven van de manifesten van Breton. ‘Er waren geen Belgische surrealisten, zoals er ook geen Chinese surrealisten zijn. Er zijn surrealisten in België geweest,’ aldus E.L.T. Mesen (1903-1971), de flamboyante Belgische duizendpoot die zijn hele leven promotor van het werk van Magritte was. Toch is er wel degelijk iets typisch Belgisch te ontwaren aan het surrealisme. Vrijwel tegelijk met Bozar is in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België de tentoonstelling ‘IMAGINE! 100 years of international surrealism’ te zien, waarin de internationale reikwijdte van het surrealisme aan de hand van thema’s als de droom, het labyrint, de metamorfose, het onbekende en het onderbewuste wordt onderzocht. In deze, in nauwe samenwerking met het Centre Pompidou samengestelde, reizende tentoonstelling zal elke locatie een andere focus leggen, passend bij de collectie. Opvallend bij het KMSKB is dat de nadruk wordt gelegd op de relatie tussen het surrealisme en symbolisme, met de duistere, droomachtige en vervreemdende sfeer in het werk van onder meer Fernand Khnopff (1858-1921) en Léon Spilliaert (1881-1946). Maar sporen van dada zijn er natuurlijk ook.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

‘Histoire de ne pas rire. Het surrealisme in België’, Bozar – Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, 21 februari t/m 16 juni. Met werk van o.a. Paul Nougé, René Magritte, Jane Graverol, Marcel Mariën, Rachel baes.

‘IMAGINE! 100 Years of International Surrealism’, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, 21 februari t/m 21 juli, i.s.m. Centre Pompidou, Parijs. Na Brussel en Parijs reist de tentoonstelling door naar Hamburger Kunsthalle, Fundación Mapfré in Madrid en Philadelphia Museum of Art. Met werk van o.a. Joan Miro, Dorothea Tanning, Man Ray, Leonor Fini, Dora Maar.

Categorieën
2024 Stories

Naer het leven: de wonderlijke wereld van Roelant Savery

Betoverende landschappen, fabelachtige dierstukken en adembenemende bloemstillevens. Je komt ze tegen in het oeuvre van Roelant Savery, een pionier in de Hollandse schilderkunst. Met zijn brede belangstelling voor flora en fauna, legde hij de basis voor nieuwe genres en maakte furore als hofschilder van keizer Rudolf II in Praag.

Roelant Savery (1578-1639) is geen onbekende in de wereldberoemde collectie van het Mauritshuis. In 2016 werd, net voor de opening van de TEFAF, zijn Vaas met bloemen in een stenen nis onder grote belangstelling aangekocht. De verwerving van dit grote bloemstilleven uit 1615 was een mooi eerbetoon aan Savery, die de allereerste schilder was van dit nieuwe genre in de Hollandse en Vlaamse schilderkunst. Conservator Ariane van Suchtelen licht toe waarom het hoog tijd werd voor een speciale tentoonstelling: ‘Savery verdient grotere bekendheid. Begin 17e eeuw was hij een heel belangrijke kunstenaar, een pionier van diverse onderwerpen die toen echt nieuw waren in Nederlandse schilderkunst.’ De tentoonstelling ‘Roelant Savery’s Wonderlijke Wereld’ in het Mauritshuis laat je kennismaken met deze ‘alleskunner in de kunst’ aan de hand van ruim veertig schilderijen en tekeningen.

Op de vlucht

De fascinerende levensreis van Roelant Savery begint in 1578 in het Vlaamse Kortrijk in de Zuidelijke Nederlanden, midden in de Tachtigjarige Oorlog. Er heerst grote politieke en religieuze onrust en de protestantse kunstenaarsfamilie Savery slaat op de vlucht voor de katholieke Spaanse troepen. Het gezin vindt in 1584 een veilig heenkomen in de creatieve broedplaats Haarlem. Roelant is dan zes jaar oud. Enkele jaren later gaat hij in de leer bij zijn tien jaar oudere broer Jaques, met wie hij rond 1590 naar Amsterdam verhuist. Hun schilderstalent en gedeelde interesse voor landschappen, planten en dieren valt op. Ook over de grenzen. Een uitnodiging van keizer Rudolf II om aan zijn hof in Praag te komen werken bereikt beide broers. In 1603 overlijdt Jaques echter plotseling aan de gevolgen van de pest. Roelant trekt alleen naar de Bohemen, een avontuur dat ruim tien jaar zal duren. Het wordt zijn meest creatieve periode.

Naar het hof

Als fervent verzamelaar van kunst, wetenschappelijke instrumenten, planten en dieren, liet Rudolf II zich graag omringen door kunstenaars en wetenschappers. Ariane van Suchtelen heeft wel een vermoeden waarom ook Savery welkom was aan zijn hof: ‘Waarschijnlijk zocht de keizer een goede Nederlandse landschapskunstenaar én een kunstenaar die in de voetsporen kon treden van de beroemde Pieter Bruegel de Oude, een meester die door Rudolf zeer werd bewonderd’.

Roelant Savery Mauritshuis Tableau Magazine
Roelant Savery (toegeschreven), Een dodo met enkele andere vogels, ca. 1630, collectie Natural History Museum Londen

Als schilder introduceerde Roelant Savery nieuwe onderwerpen

Het werk Dansende boeren voor een Boheemse herberg uit 1610 is ook uit deze tijd. Het toont een uitbundig dorpsfeest met een vrolijke massa mensen die drinken, eten, dansen en vrijen. Het is in een heel verfijnde techniek en met opvallende, levendige kleuren geschilderd. Roelant Savery volgde met zijn voorstelling het voorbeeld van zijn grote landgenoot Bruegel, maar de Boheemse herberg en het landschap ogen niet bijzonder Vlaams.

Vanuit de gedachte om het natuurschoon van zijn land te ‘verzamelen’ stuurt keizer Rudolf II zijn hofschilder in de warme maanden van 1606 en 1607 naar Tirol om daar het landschap van de Alpen in beeld te brengen. Savery moet er zijn ogen hebben uitgekeken. ‘Vooral de zichtbare wereld, de natuur, had Roelants belangstelling. Hij ontdekte nieuwe landschappen waaronder watervallen, nieuwe mensen, te veel om op te noemen’, vertelt Van Suchtelen. De landschappen van Savery zijn vaak sprookjesachtig, met felblauwe luchten, wonderlijke vergezichten en Romeinse ruïnes. Hij was nooit in Italië geweest, maar kende de antieke wereld van prenten. Tijdens zijn verblijf aan het hof legt Roelant Savery ook Praag en omgeving vast, de vroegste groep topografische tekeningen van de stad. Deze zijn zonder meer schilderachtig te noemen en geven een beeld van de Karelsbrug, de toegangspoort van het beroemde Strahovklooster en de Praagse burcht met het woonpaleis van Rudolf II.

Pionier van het bloemstilleven

Als ware pionier van het bloemenstilleven, kon Savery in Praag zijn hart ophalen. In de paleistuinen werden bloemen van over de hele wereld gekweekt, het perfecte speelveld voor zijn gedetailleerde natuurobservaties.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Roelant Savery’s Wonderlijke Wereld
Mauritshuis
t/m 20 mei 2024

Categorieën
2024 Columns

Column Collect: van privé naar publiek

De privéverzamelaar – en diens collectie – begeeft zich de laatste tijd steeds vaker en bewuster in het publieke domein. Waar traditiegetrouw privécollecties achter gesloten deuren bleven, en enkel toegankelijk waren voor de eigenaars en een selecte groep relaties, stapt de verzamelaar de laatste decennia nadrukkelijk uit de luwte.

Deze tendens is onder andere te zien aan de enorme groei aan privémusea wereldwijd, waarvan er ruim 440 zijn die toegankelijk zijn voor het algemene publiek én gewijd aan (met name hedendaagse) kunst. Opmerkelijk is dat 25% hiervan in de afgelopen tien jaar is geopend en met name in Duitsland, de Verenigde Staten en Zuid-Korea verzamelaars de deuren openzetten voor het publiek. Van bescheiden locaties tot door toparchitecten ontworpen gebouwen die state of the art zijn, ze tonen allen de keuze en smaak van de eigenaar. In verhouding met de duizenden musea die er over de hele wereld zijn, lijkt dit een druppel op een gloeiende plaat, maar de invloed van de verzamelaars achter deze private musea moet wel degelijk serieus worden genomen.

Nederlandse voorbeelden

In Nederland kennen we een wat bescheidener palet aan musea die ontstaan zijn vanuit een privécollectie, met als pionier hierin Museum De Pont, meer recent Museum MORE en de in 2016 geopende publiekslieveling Museum Voorlinden. Naast deze instituten die wortels in particuliere collecties hebben, is er ook vanuit de ‘reguliere’ musea een groeiende interesse in en ruimte voor niet-publieke verzamelingen. Zo bood de Kunsthal in Rotterdam een podium aan de KRC Collectie van Rattan Chadha, was de verzameling hedendaagse Afrikaanse kunst van Pieter en Carla Schulting te zien in Kunsthal KAdE in Amersfoort en toonden Martijn en Jeannette Sanders een deel van hun collectie in het Stedelijk Museum Amsterdam. Deze omvangrijke tentoonstellingen laten naast een inhoudelijk verhaal over de kunstwerken en onderlinge samenhang ook de betrokkenheid en het enthousiasme van de verzamelaars zien. Hun keuze is voor even van iedereen.

Met name in het internationale topsegment zijn aankopen van verzamelaars van grote invloed op de carrière van kunstenaars

De invloed van de collectioneur

Naast het ontsluiten van (delen van) collecties in musea leveren privéverzamelaars ook via andere manieren een bijdrage aan het kunstlandschap, bijvoorbeeld door het (langdurig) in bruikleen geven van kunstwerken voor een specifieke tentoonstelling of het doneren van werken aan musea. Deze genereuze gebaren maken mogelijk dat kunst die anders nooit te zien zou zijn zich – al dan niet tijdelijk – in het publieke domein begeeft.

Musea hebben te maken met beperkte budgetten, een doorwrocht collectiebeleid dat continue wordt aangescherpt en zorgvuldige aankoopprocessen: restricties waar de welvarende particuliere verzamelaar niet aan gebonden is. Hoewel een verkoop aan een museum nog altijd hoger op het verlanglijstje van de galerie staat, betekent dit ook dat privéverzamelaars sneller kunnen anticiperen in de kunstmarkt. Hun aankopen, met name in het internationale topsegment, zijn van grote invloed op de ontwikkeling van de carrière van kunstenaars. Samen met de tendens om deze aankopen ook met een breed publiek te delen wordt de stem van de verzamelaar steeds belangrijker en zichtbaarder. Dit uit zich ook in de aandacht voor de collectioneur in panels, debatten en conferenties die in het kunstveld worden georganiseerd. De verzamelaar wordt niet zelden uitgenodigd als expert of smaakmaker en lijkt hierin een vaste waarde te worden, zij aan zij met de museumconservatoren. De invloed van de collectioneur lijkt te groeien, wat zich op positieve wijze toont in het delen van talloze topstukken met het grote publiek.

Er is vanuit de kunstwereld echter ook een kritische noot op deze ontwikkeling: de verzamelaar kan de eigen collectie gebruiken om invloed uit te oefenen op het (tentoonstellings)beleid van de instellingen en zo voorbijgaan aan de zorgvuldigheid waarmee musea hun keuzes maken. Waar musea het grote plaatje – denk aan maatschappelijke tendensen, lacunes in de collectie en makers die nog niet gehoord en gezien worden – als leidraad voor hun aanwinsten en tentoonstellingen gebruiken, hoeft de privéverzamelaar niet binnen dergelijke kaders aan te kopen en is de eigen interesse, persoonlijke visie en voorkeur (terecht) leidend. Dit resulteert in een interessant spanningsveld waartoe de kunstwereld zich in toenemende mate zal moeten verhouden.

Nadine van den Bosch is kunsthistoricus en co-founder van Young Collectors Circle, hét platform voor startende kunstverzamelaars. Daarnaast werkt ze als curator en kunstadviseur voor diverse (bedrijfs)collecties en is ze columnist en tekstschrijver.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

ABN AMRO Kunstcollectie: ‘Talent signaleren op een goed moment’

Ruim 6000 unieke kunstwerken telt de ABN AMRO Kunstcollectie, voornamelijk van Nederlandse kunstenaars en buitenlandse kunstenaars met een Nederlandse binding. Een kerncollectie waarmee geleefd wordt, op bankkantoren en bij bruikleenkrijgers. Al bijna elf jaar is Danila Cahen als Curator Kunst verbonden aan deze omvangrijke bedrijfscollectie.

Als motor van de ABN AMRO Kunstprijs maakt Danila Cahen zich hard voor talent in Nederland. ‘De winnaar krijgt een jaar de tijd om te werken aan een museale tentoonstelling. Zo krijgt hij of zij een podium voor een veel breder publiek.’ De ABN Amro Kunstprijs is een jaarlijkse stimuleringsprijs en fungeert als aanmoediging voor verdere ontwikkeling van talent. Zo krijgen kunstenaars de kans om zich te ontwikkelen, te experimenteren en nieuw werk te maken. De winnaar krijgt een geldprijs, een publicatie, twee tentoonstellingen en er wordt werk aangekocht voor de collectie. Leidende criteria voor nominatie zijn kwaliteit en eigenheid, kwalificaties die eerder te beurt vielen aan laureaten als Melissa Gordon, Melvin Moti, Saskia Noor van Imhoff en Evelyn Taocheng Wang. De elfde ABN AMRO Kunstprijs werd uitgereikt aan de Libanese kunstenaar Mounira Al Solh. Zij staat nu vol in de schijnwerpers in H’ART Museum en met de solo ‘Pocket Rhythms’ in de ABN AMRO Kunstruimte in het hoofdkantoor op de Zuidas. In deze publiek toegankelijke ruimte biedt de bank een platform aan nieuwe ontwikkelingen in de kunst naast internationale topstukken van o.a. Willem de Kooning, Donald Judd, Sol Lewitt en Anish Kapoor.

ABN AMRO Kunstcollectie Danila Cohen Tableau Magazine
Danila Cahen bij het werk ‘Nasibak your destiny’ van Mounira Al Solh in de expositie in H’ART Museum. Foto: Janiek Dam.

Verleidelijk

Volgens het juryrapport is Al Solh (Libanon, 1978) ‘een talentvolle kunstenaar wier oeuvre zowel persoonlijk is als politiek en zowel verleidelijk als activistisch. De manier waarop ze, afwisselend verblijvend in Libanon en Nederland, vanuit deze posities culturen en ervaringen in haar werk verenigt én hoe ze daarin haar omgeving betrekt door samen te werken is van groot belang.’ Al Solh geldt als een verhalenverteller die haar eigen geschiedenis als vrouw en migrant verbindt met thema’s als identiteit, politiek en feminisme. Ze borduurt en schildert, werkt met taal en muziek en maakt tijdschriften, installaties en performances en werkt zowel alleen in haar studio als samen met anderen. Speciaal voor H’ART Museum maakte ze met ‘Nami Nami Noooom, Yalla Tnaaam’ een tentoonstelling waarin ze teruggrijpt op haar jeugd in een door burgeroorlog geteisterd Libanon. Al Solh was resident artist aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam, en had tentoonstellingen in onder meer Zeno X Gallery Antwerpen, Art Institute of Chicago, Documenta in Kassel en het Van Abbemuseum. In 2024 vertegenwoordigt ze Libanon op de Biënnale van Venetië.

Jong talent

Drijvende kracht achter de ABN AMRO Kunstruimte is Danila Cahen: ‘We vinden het belangrijk de Kunstcollectie te delen met een groot publiek. Vandaar dat iedereen hier tijdens kantooruren kan komen kijken. Verder lenen we regelmatig werken uit de collectie uit aan musea in binnen- en buitenland voor tentoonstellingen binnen en buiten de bank. Door de jaren heen hebben wij altijd speciale aandacht gehad voor jong talent, zeker tijdens de opbouw van een breed overzicht van de naoorlogse beeldende kunst in Nederland. Als bank die midden in de samenleving wil staan proberen wij zo bij te dragen aan de ondersteuning van de Nederlandse cultuur. Door verwerving, beheer en expositie van hedendaagse kunst kunnen wij unieke werken behouden voor komende generaties. Bovendien draagt de Kunstcollectie bij aan de uitstraling van de bank als eigentijds en innovatief, zowel naar cliënten als medewerkers.’

ABN AMRO Kunstcollectie Danila Cohen Tableau Magazine
Marlene Dumas, The Girlfriend, 1986, ABN AMRO Kunstcollectie

Hoogwaardig werk

Het startpunt van de ABN AMRO Kunstcollectie is niet eenvoudig aan te wijzen. Door fusies en overnames zijn er door de tijden heen allerlei collecties samengebracht en weer afgestoten. Voor de huidige collectie wordt meestal het jaar 1977 aangehouden. Cahen: ‘Dat is het moment dat er begonnen werd met een hedendaagse kunstcollectie. Met als doel het verfraaien van alle kantoren. Medewerkers in aanraking brengen met goede kunst was toen het ideaal. Rond 1999 werd tijdens de nieuwbouw hier op de Zuidas werk aangekocht van internationale namen uit kunststromingen die op elkaar reageerden als pop-art, abstract expressionisme, conceptuele kunst en minimalisme.’ 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

TEFAF: Maastricht ademt kunst en cultuur

Maastricht is een intieme metropool die geliefd is bij creatieve makers en levensgenieters. De stad aan de Maas kent een rijke geschiedenis, eeuwenoude tradities en circa 1.660 rijks- en 3500 gemeentelijke monumenten.

In Maastricht zijn gerenommeerde kunstopleidingen gevestigd zoals de toneelacademie en de Van Eyck academie maar ook gezelschappen zoals Philharmonie Zuidnederland, Opera Zuid en Toneelgroep Maastricht. Daarnaast telt Maastricht tal van musea zoals het Bonnefanten, galeries en is al decennia lang de thuishaven van de internationale kunstbeurs TEFAF. Maastricht draagt dus niet voor niets de titels ‘tweede cultuurstad van Nederland’ en ‘tweede monumentenstad van Nederland’.

TEFAF en Maastricht

TEFAF is ontstaan door het samengaan van twee kleinere kunstbeurzen Pictura Fine Art Fair en Antiqua, die sinds halverwege de jaren 70 in Zuid-Limburg werden georganiseerd. De eerste editie van TEFAF was in 1988 in het net geopende beursgebouw het MECC. De combinatie van de strategische ligging van de stad in Europa met haar rijke culturele en culinaire aanbod maakt Maastricht tot een logische stad voor deze door handelaren geïnitieerde en internationaal toonaangevende kunstbeurs. Vanaf die eerste editie groeide TEFAF elk jaar verder uit tot een van de meest prestigieuze kunstbeurzen ter wereld, waar 7000 jaar kunstgeschiedenis te bewonderen is. Dat betekent echter niet dat de beurs de stad ontgroeid is. De handelaren, curatoren, museumdirecteuren, particuliere verzamelaars en kunstliefhebbers komen elk jaar in maart nog met veel plezier naar de meest zuidelijk gelegen stad van Nederland.

Zowel TEFAF als Maastricht staan bekend om hun voorliefde voor kwaliteit en schoonheid. De kunst van wereldklasse op de beurs in combinatie met het culturele aanbod in de stad alsook de gastronomische restaurants, waarvan een aantal met Michelinsterren bekroond zijn, en vele hotels maken het een ‘match made in heaven’. TEFAF en Maastricht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en blijven elkaar versterken.

Maastricht TEFAF Tableau Magazine
Valentin Loellmann voor het voormalige Cokesfabriek-gebouw. Foto: Yves Banza

Creatieve maakindustrie

Een van de factoren die heeft bijgedragen aan de bruisende kunst- en cultuursector van Maastricht, is de creatieve maakindustrie van de stad. Zo worden in Maastricht bijvoorbeeld al eeuwenlang de mooiste glas-in-lood kunstwerken gemaakt die te bewonderen zijn in de diverse kerken en kloosters in de regio. Verder heeft de aardewerkindustrie die zo’n 200 jaar geleden ontstond in Maastricht de stad tot eerste industriestad van Nederland gemaakt. Petrus Regout, grondlegger van de Maastrichtse aardewerkindustrie, heeft een standbeeld gekregen. Dit staat in het Sphinxkwartier waar diverse voormalige fabriekspanden een culturele bestemming hebben gekregen. Neem bijvoorbeeld filmtheater Lumière, poppodium de Muziekgieterij en design- en architectuurplatform Bureau Europa. Door de eeuwen heen hebben vele kunstenaars en ontwerpers zich gevestigd in Maastricht: van Jan van Steffenswert, de laatgotisch Maaslandse beeldsnijder die werkte in de stad in de late middeleeuwen, tot Valentin Loellmann die na de kunstacademie te hebben doorlopen recent zijn atelier vestigde aan de rand van de stad in de voormalige cokesfabriek. Hier hebben zij de rust en ruimte gevonden om te creëren. Het groen van de heuvels die Maastricht omringen, de ligging aan weerszijden van de rivier de Maas, de architectuur én de rijke geschiedenis dienen als inspiratiebronnen.

Zowel TEFAF als Maastricht staan bekend om hun voorliefde voor kwaliteit en schoonheid

Internationaal karakter

Naast een creatieve stad is Maastricht ook een internationale stad. Die niet alleen haar naam te danken heeft aan André Rieu en TEFAF maar ook aan het verdrag van Maastricht (1992) ter oprichting van de Europese Unie. Tijdens de beurs in maart en de concerten in juli en december zijn er extra veel internationale bezoekers in Maastricht. Maar ook door het jaar heen hoor je op straat naast Nederlands andere talen. Dit komt onder andere door de internationale studenten en medewerkers van de Universiteit Maastricht en diverse kunstopleidingen in de stad. De ligging van Maastricht midden in de Euregio zorgt ook voor veel Frans- en Duitstalige bezoekers uit de naburige Belgische provincie Luik en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Ontdek de stad tijdens TEFAF

Verzamelaars en kunstliefhebbers die voor TEFAF naar Maas- tricht komen, kunnen voor of na een bezoek aan de beurs in het MECC, het culturele aanbod in de stad ontdekken. Zo zijn er diverse tentoonstellingen te bezoeken: ‘Isaac Julien: What Freedom Means to Me’ en ‘Shinkichi Tajiri: The Restless Wanderer’ in het Bonnefanten, de tentoonstelling met werken van de Peruaanse kunstenaar Arturo Kameya bij Marres, Huis voor Hedendaagse cultuur, ‘In Vitro – de vele levens van glas’ in Bureau Europa en ‘Humberto Tan: Morgen gaat het beter’ in het Fotomuseum aan het Vrijthof.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

TEFAF: de beste kunstbeurs ter wereld

Voor galeriehouder én TEFAF-voorzitter Hidde van Seggelen zijn het extra drukke tijden. Van 7 tot en met 14 maart strijkt de wereldberoemde kunstbeurs TEFAF voor de 37e keer neer in Maastricht.

Als Hidde van Seggelen praat over kunst, gaat dat in de hoogste versnelling. Of hij nu vertelt over de in Londen woonachtige kunstenaar Nadav Drukker die in zijn Hamburgse galerie exposeert of over zijn werk als voorzitter van TEFAF, het jongensachtige enthousiasme spat ervan af. Van Seggelen loopt door zijn galerie en laat de bijzondere objecten zien van Drukker, die zowel kunstenaar is als een leading wetenschapper op het gebied van de relativiteitstheorie. ‘Hij schrijft zijn formules en berekeningen op zijn aardewerk. Het heeft iets van archeologische beelden in zich, erg mooi.’ Hij knikt. ‘Ja, misschien dat ik er eentje meeneem naar TEFAF. Wat ik verder laat zien? Kunstenaars uit mijn stal, maar meer kan ik er nog niet over zeggen, ik werk nog aan een speciale presentatie.’

De beste kunstbeurs ter wereld

Als galeriehouder én TEFAF-voorzitter zijn het voor hem momenteel extra drukke tijden. Van 7 tot en met 14 maart strijkt de beroemdste kunstbeurs ter wereld weer neer in Maastricht, voor de 37ste editie. Met 270 handelaren en galeriehouders uit 22 landen belooft het wederom een groot kunstfeest te worden waar de hoogste kwaliteit voorop staat. Om die kwaliteit te waarborgen, moeten Van Seggelen en zijn team scherp blijven, zegt hij. ‘Voor ons is er alles aan gelegen, daar doen we alles aan, dat we de allerbeste kunstbeurs zijn van de wereld. En dat houdt in, ik zeg het heel vaak: we need to bring money to the floor. Wij zorgen dat er verzamelaars komen en dat de handelaren de beste kunst meenemen.’ Zoals het cliché luidt, is succes uit het verleden geen garantie voor de toekomst en dat weet Van Seggelen als geen ander. ‘Daarom is het heel belangrijk om te blijven onderzoeken wat ons DNA is, en om ons imago in de gaten te houden. Daartoe worden we ook gedwongen, want de kunstmarkt is onderhevig aan veranderingen. Dat zie je bijvoorbeeld bij de Oude Meesters en bij de sectie antiek. Wij moeten daar voortdurend op aanpassen. Dat gaat met kleine stapjes. TEFAF is als een groot schip: je kunt niet even aan het stuur trekken en zo de koers veranderen, dat willen we ook niet maar we stellen ons wel voortdurend de vraag: waar zit de vernieuwing?’

TEFAF
9 t/m 14 maart 2024
(7 en 8 maart alleen op uitnodiging)

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

TEFAF topstukken

Vier topstukken van Karel Appel, Cornelis Cornelisz. van Haarlem, Kees van Dongen en Gerhard Richter die te zien zullen zijn op de TEFAF.

Abstraktes Bild (456-2) van Gerhard Richter — Galerie von Vertes
Gerhard Richter, geboren in 1932 in Dresden, wordt alom beschouwd als een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars. Zijn werk is opgenomen in talloze museale en private collecties wereldwijd. Richters omvangrijke oeuvre is uiterst divers en hoewel hij zich niet makkelijk in een hokje laat plaatsen – vanaf het begin van zijn carrière heeft hij in verschillende stijlen en met verschillende materialen gewerkt – is hij vooral bekend geworden door zijn kleurrijke schilderijen waarvan hij de verf heeft afgeschraapt, zodat er een abstract beeld ontstaat.

Het hier getoonde Abstraktes Bild (456-2) uit 1980 wordt aangeboden door Galerie von Vertes. De galerie is in 1981 in München opgericht door Laszlo Vertes en gespecialiseerd in kunst uit de 20e en 21e eeuw. Vertes breidde uit naar locaties in St. Moritz en Salzburg voordat hij een moderne en hedendaagse galerie opende in Zürich. Met een expertise op het gebied van onder meer het Duits expressionisme, Pop Art en hedendaagse kunst toont Galerie von Vertes werken van moderne meesters als George Braque, Pablo Picasso, Paul Klee, Yayoi Kusama en dus ook Gerhard Richter. Volgens Quirine Verlinde van Galerie von Vertes is de Richter een spannend voorproefje van wat ze nog meer zullen tonen op TEFAF. ‘De abstracte schilderijen van Richter vormen een indrukwekkend keerpunt in het oeuvre van de kunstenaar en kondigen een nieuw tijdperk aan in zijn creatieve output. In plaats van monochrome kleuren schildert hij nu een polychroom vuurwerk. In plaats van de monotone penseelstreek dansen de rakel en penselen over het doek en in plaats van orde heerst er gecontroleerde chaos in de compositie van de meest gevarieerde en levendige kleurenpaletten binnen het oeuvre van de kunstenaar. De energieke penseelstreek en het gevarieerde palet komen samen in een spannende compositie die blijft boeien en waarin je telkens nieuwe dingen kunt ontdekken.’

TEFAF Tableau Magazine
Karel Appel, Zonder Titel, 1951, Jaski Gallery

Z.T. van Karel Appel — Jaski Gallery
Twee dierfiguren in onrealistische, maar aanlokkelijke kleuren. De katachtige aan de linkerzijde kijkt de beschouwer schalks, bijna spottend aan. De vacht van het dier aan de rechterzijde is zeer expressief geschilderd. De blauwe verfstreken geven het dier – is het een paard? – een dynamische uitstraling, alsof het hard wegrent. Het schilderij is onmiskenbaar van de hand van Karel Appel (1921-2006), een van de meest invloedrijke Nederlandse schilders uit de tweede helft van de 20e eeuw. In 1948 is Appel een van de oprichters van Cobra, een avant-gardistische kunstenaarsgroep die het experiment niet uit de weg gaat. De jonge kunstenaars streefden een totale artistieke vrijheid na. Als groep heeft Cobra slechts een paar jaar bestaan. Desondanks zijn generaties kunstenaars, zelfs vandaag de dag nog, beïnvloed door het werk van Cobra.

Het hier getoonde werk van Appel, zonder titel, is bijzonder omdat het uit de Cobra-periode komt. Appel, die outsiderkunst en primitieve kunst bewonderde, schilderde het in 1951. Het vroege werk maakte onder meer deel uit van de expositie ‘Het kind in Cobra’ in 2000 in het Cobra Museum in Amstelveen. Ook is het opgenomen in het boek Karel Appel, Schilderijen 1937-1957’ van Michel Ragon, de vier jaar geleden overleden Franse schrijver die in Cobra-kringen verkeerde. Het schilderij wordt aangeboden door Jaski Gallery. De galerie is al sinds 1988 gevestigd in het hart van de Amsterdamse kunst- & antiekwijk, het Spiegelkwartier. Jaski Gallery is gespecialiseerd in werk van de Cobra-beweging en hedendaagse kunst, organiseert regelmatig exposities en behoort sinds jaar en dag tot het deelnemersveld van TEFAF. Mede-eigenaar Robbert van Ham is trots dat hij deze Appel kan aanbieden: ‘Een doek van Appel uit de Cobra-periode is een zeldzaamheid. Zeker van deze kwaliteit. Het werk is afkomstig uit een privécollectie.’

TEFAF
9 t/m 14 maart 2024
 (7 en 8 maart alleen op uitnodiging)

De andere werken bekijken? Neem een abonnement op Tableau of koop een losse editie in de winkel.

Disclaimer: deze kunstwerken zijn nog niet gekeurd door TEFAF, dat gebeurt twee dagen voor de beurs.

Categorieën
2024 Stories

Kunstmarkt: gedeeld kunstbezit

Kunst kopen kan op verschillende manieren. Naast het aanschaffen van een werk voor je eigen collectie is het tegenwoordig ook mogelijk een aandeel te kopen in een werk dat ver buiten je financiële bereik ligt. 

Veel mensen die over een kunstbeurs lopen of een bezoek brengen aan een expositie, meten hun interesse in een werk af aan de hand van de vraag of ze het in huis zouden willen hebben. Begrijpelijk: houvast is altijd handig. zeker in een branche waarbij het aanbod en de diversiteit enorm is en de transparantie gering. Al zou een dergelijke afweging ook moeten gaan over een aantal intrinsieke belevingsaspecten. Zoals: hoe verhoudt het werk zich tot de tijdsgeest waarin het gemaakt is? En is het verhaal dat de kunstenaar wil vertellen voldoende interessant en uitdagend?

Maar los daarvan, terugkomend op die eerste vraag: het is begrijpelijk dat een kunstwerk als eerste een emotie oproept, en daarmee wellicht het verlangen een werk te bezitten. Alleen: stel nou dat je heel graag een werk van bijvoorbeeld Mondriaan zou willen bezitten, of een Picasso, dan wordt het lastig. Althans, dat lijkt zo. Tegenwoordig zijn er diverse mogelijkheden om via gedeeld eigendom toch een werk te bezitten dat anders onbereikbaar zou zijn.

Kunst delen

De reden om mee te doen aan een model voor gedeeld eigenaarschap kan divers zijn. Zo geven particuliere kunstliefhebbers al van oudsher werken uit hun collectie in bruikleen aan musea. Meestal gaat het dan om kunst met een hoge historische waarde, om zo een breder publiek ervan te laten genieten. Eigenlijk wordt het eigendom dan – al dan niet voor langere tijd – gedeeld met het museum, en daarmee met het publiek. Financiële redenen kunnen ook een motief zijn: verzekeringen voor museale stukken kunnen hoog oplopen, en zoiets waardevols in je huis hebben hangen kan ook een last zijn.

Zoals internet- en cryptokunstenaar Rafaël Rozendaal (1980) het verwoordt: ‘Eigendom is een gevangenis vol verplichtingen.’ Rozendaal introduceerde een radicaal nieuwe methode om zijn kunst te kunnen delen. Om de verhoudingen tussen kunstenaars, instituten en liefhebbers transparanter en democratischer te maken, gebruikt Rozendaal vanaf begin 2000 websites als canvas voor zijn kunstwerken, zodat deze voor iedereen met toegang tot het internet te bekijken zijn. Rozendaal verkoopt de domeinnaam van de website waar het werk op staat, met als bijkomende voorwaarde dat het werk altijd openbaar toegankelijk moet blijven. De kunstenaar creëerde daarvoor het Art Website Sales Contract, dat eveneens openbaar is en door iedereen te gebruiken.

Na aankoop wordt de naam van de eigenaar in de broncode en in de titel van de pagina gezet. Maar de website blijft voor iedereen te zien. Een voorbeeld is ifnoyes.com, een werk uit 2013 en inmiddels van eigenaar gewisseld, maar nog immer voor alle internetgebruikers waar ook ter wereld te bezoeken. Zo heeft Rozendaal inmiddels meer dan 50 miljoen kijkers naar zijn werken getrokken – meer dan het totale aantal bezoekers dat het Stedelijk Museum in haar hele bestaan heeft binnengehaald.

Jeannette ten Kate Jan Robert Leegte Tableau Magazine
Jan Robert Leegte, Compressed Landscapes, 2021, still van website, collectie Cultural Heritage Agency of the Netherlands in langdurige bruikleen aan Centraal Museum Utrecht, courtesy Upstream Gallery

Toch is er telkens maar één eigenaar. De koper deelt dus het kijkplezier, maar omarmt ondertussen meer dan iemand anders het creatieve proces van de kunstenaar en het specifieke werk. Dat is een nieuwe manier om te kunnen genieten van kunst, en in feite een gemoderniseerde versie van het in bruikleen geven van een werk.

Inmiddels omarmen musea deze vorm van gedeeld eigenaarschap ook. Zo toonde het Van Gogh Museum in 2021 een tentoonstelling met werk van internetkunstenaar Jan Robert Leegte (1973), te zien op vijf schermen. Leegte verbindt al vanaf 1997 kunsthistorische stromingen met het internet. Voor deze expositie gebruikte de kunstenaar een algoritme en vijf zoektermen (zonsopgang, landschap, maan, bos en bergen) om een reeks van veranderende beelden te creëren, die altijd doorgaat. De serie, getiteld Compressed Landscapes refereert aan de onderwerpen die voor de impressionisten aan het eind van de 19e eeuw belangrijk waren. De creatie van het werk is een continu proces, dat zich constant vernieuwt en ook voor de kunstenaar onvoorspelbaar is. Het kunstwerk is nog steeds te vinden op het internet, op de website compressedlandscapes.com. Tevens zijn ook alle vijf onderdelen via de site van het van Gogh Museum te vinden. Dus wie is er dan de eigenaar van dit werk? De kunstenaar, het museum of de kijkers?

Het gedeelde eigenaarschap van een kunstwerk heeft zich in de afgelopen tien jaar snel ontwikkeld. Een van de voornaamste redenen is om er geld mee te verdienen. Om kunst als belegging te gebruiken is overigens niets nieuws – alles wat een waarde vertegenwoordigt is immers aantrekkelijk om te verhandelen of in te investeren. Het is echter de vraag of dat bij kunst loont.

Jeannette ten Kate Picasso Tableau Magazine
Pablo Picasso, Family of Saltimbanques, 1905 © 2012 Estate of Pablo Picasso / Artists Rights Society (ARS), New York. Chester Dale Collection

Kunst als belegging

Het eerste kunstbeleggingsfonds werd in 1904 opgericht in Parijs door kunstverzamelaar en zakenman André Level. Onder de naam La Peau de l’Ours (naar het spreekwoord: gij zult de huid niet verkopen voordat de beer is geschoten), kocht Level samen met elf andere investeerders van het fonds werk aan van jonge opkomende kunstenaars van toen, zoals Picasso, Matisse, Gauguin, Van Gogh, Derain en Dufy. De werken werden tien jaar lang bewaard en uiteindelijk in maart 1914 geveild, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Deze veiling was een groot succes. Opvallend was dat ook de kunstenaars deelden in de winst: bovenop de aankoopprijs kregen zij 20% van de winst. Zo bracht het inmiddels wereldwijd beroemde schilderij La Famille de Saltimbanques, uit de Blauwe Periode van Picasso, 11.500 francs op, terwijl het negen jaar daarvoor was aangekocht voor maar 1.000 francs. De destijds nog jonge kunstenaars kregen hierdoor niet alleen meer aandacht; ook werd het nut van het Franse systeem van het droit de suite (volgrecht) bewezen, dat nu als Europese regel geldt.

Vervolgens werden in de loop van de eeuw meerdere kunstfondsen opgericht, maar die waren echter zelden succesvol. Dit had uiteenlopende redenen: kunst is in tegenstelling tot liquide middelen niet snel verhandelbaar, de looptijd tussen aan- en verkoop was vaak te lang, waardoor inflatie en lopende kosten de resultaten ondermijnden; of er werden verkeerde werken aangekocht (bijvoorbeeld door gebruik te maken van adviseurs die verschillende belangen vertegen- woordigden) of er werd in enkele gevallen ronduit gefraudeerd door de managers.

De kunstmarkt was en is weinig transparant. Dat maakt het een risicovolle onderneming om in kunst te investeren puur en alleen vanwege financieel gewin, zonder rekening te houden met de wezenlijke, intrinsieke waarde ervan. Maar aan het begin van de 21e eeuw was er sprake van een opleving van alternatieve beleggingsfondsen (als alternatief voor de financiële markt). Zo ook voor kunst. Doordat websites als ArtPrice en Artnet voor meer transparantie zorgden, werd het veel makkelijker om prijzen en opbrengsten te achterhalen en te volgen. Daarbij werd de markt voor hedendaagse kunst inmiddels omarmd door liefhebbers vanuit de hele wereld.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Jeannette ten Kate is kunstadviseur op de mondiale kunstmarkt, oprichter van The Art Connector en directeur van The Arts Club en International Arts Club. Ze werkte bij veilinghuizen Sotheby’s en Glerum Auctioneers. Sinds twintig jaar heeft ze haar eigen bedrijf.

Categorieën
2024 Highlights

Maria Roosen & Guests in Kasteel Het Nijenhuis

Beeldhouwer en kunstenaar Maria Roosen (1957) is van een heleboel markten thuis. Deels vanuit haar eigen creativiteit, deels door samenwerkingen met andere kunstenaars en disciplines.

Zo combineert Maria Roosen glas, aquarel, textiel, hout en andere materialen met elkaar, wat ze zelf de 1+1=3 formule noemt: samen wordt het altijd beter. Een mooie reden om tijdens een tentoonstelling te laten zien hoe kunstenaars niet alleen ons maar ook elkaar inspireren. In en rondom kasteel Het Nijenhuis, dat op zichzelf al een mooie plek is om te bezoeken, is er een heleboel te ontdekken.

Het tijdelijke kunstcollectief dat op deze manier ontstaat, in samenwerking met Museum De Fundatie in Zwolle, omvat zowel haar eigen generatiegenoten als nieuwe namen. Hiermee wil Maria Roosen ook een tegenwicht bieden aan de geïndividualiseerde maatschappij: als we samenwerken, is er juist zoveel moois mogelijk. Haar eigen werk focust op het vertalen van emoties: voorwerpen die gedachten los maken over onderwerpen als vruchtbaarheid, liefde en dood, waarbij het creatieve proces en vakmanschap voor Roosen net zo belangrijk is als het eindresultaat.

Roosen & Guests
Kasteel Het Nijenhuis
t/m 14 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Museum Dhondt-Dhaenens: ruimte veroveren

Tableau reist langs verborgen parels in binnen- en buitenland. Bijzondere villa’s, kastelen vol kunst of juist een rustig park. Deze keer Woning van Wassenhove en de Wunderkammer bij Museum Dhondt-Dhaenens. Tegelijk woning en kunstwerk.

Ergens net voorbij Gent ligt Sint-Martens-Latem, waar een klein particulier museum bijzondere dingen doet. Museum Dhondt-Dhaenens is opgericht in 1968 en een van de weinige musea in België die ook met die functie is gebouwd. Het is een strak, modern gebouw met een ruime hal. Aan de ene kant een grote zaal met een patio in het midden en aan de andere kant een kleinere zaal met minder ramen. Eromheen een groot grasveld met enkele sculpturen. Museum Dhondt-Dhaenens is een pareltje. Klein maar fijn. Inventief springen ze met de collectie om en zetten die in om verbinding te maken met hedendaagse kunst. Naast een biënnale met opkomende kunstenaars maken ze solo’s van kunstenaars die net toe zijn aan een volgende stap. Als ze al bekend zijn in de galeries, maken ze vaak hier hun eerste museale tentoonstelling. Daarbij krijgen ze de ruimte en maken daardoor vaak ook een nieuwe stap in hun ontwikkeling. De grote museumzaal wordt regelmatig intensief heringericht met nieuwe wanden, afgedekte ramen of anderszins rigoureus naar de hand van de kunstenaar gezet. Dat moet ook, want het is een mooie ruimte, maar lastig. Vanaf de ingang overzie je meteen alles en in die ruimtelijkheid kan een werk ook wat wegvallen.

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018. Foto: Marjolein Sponselee

Dat duet tussen de ruimte en de kunstenaar kan als een constante worden gezien in de activiteiten van het museum. Ook de tuin wordt benut voor evenementen en kunstenaarsinstallaties. Atelier Van Lieshout plaatste er een bar – die ook in gebruik werd genomen – en Rikrit Tiravanija bouwde er een theehuis midden in een labyrinth van stellingen, waar het museum vervolgens gratis theeceremonies organiseerde.

Wunderkammer

Naast de museumruimtes beschikt Museum Dhondt-Dhaenens over twee bijzondere villa’s. Die twee zijn totaal in contrast met elkaar. Naast het museum stond een villa die in gebruik was als opslag, een bouwval bijna, waarvan bij de renovatie alleen vier muren overgelaten werden. Kunstenaar Hans Op de Beeck ontwierp hier – in samenwerking met Studio MOTO – op uitnodiging van het museum een nieuwe residentie en permanente sculptuur. Zijn vertrekpunt was het idee van een privé- verzameling en hoe dat is ontstaan vanuit een klassieke ‘Wunderkammer’. De buitenkant van de villa omkleedde hij met zwarte EPDM dakbedekking om het vroegere gebouw als schaduwvorm van zichzelf te heropbouwen. Binnen is het alsof je een tekening van Op de Beeck binnenwandelt. Kleur ontbreekt in het interieur. Alles is zwart en grijs. Beneden vullen hoge boekenkasten de wanden. Daarin de silhouetten van boeken en sculpturen/scènes die je uit zijn oeuvre herkent: vanitas stillevens, een liggend naakt, een appartementencomplex van Le Corbusier, etcetera. En ook de trap naar de verdieping herken je uit meerdere tekeningen en werken. Boven biedt een groot raam uitzicht op de Leie.

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018 © Hans Op de Beeck, courtesy Museum Dhondt-Dhaenens. Foto: Tim Van de Velde

Het is een perfect decor. Maar waarvoor?

Als een kamerbreed schilderij vormt dit de enige kleur in de ruimte. Een zwarte tafel met zwarte stoelen staat ervoor. Aan weerszijden van de trap is een zuilvormige ruimte. De ene herbergt een keukentje, de andere een badkamer. Beide zijn wit, een verademing van licht in het verder grijze interieur. Op de Beecks dromerige ensceneringen in zachte grijstinten hebben een filmische sfeer. Zijn werk roept verhalen op, mijmeringen, als een geluidloze film. Zo ook hier. Maar het heeft ook iets unheimisch, die kleurloze wereld waarin alles precies geplaatst is. Een perfect decor. Maar waarvoor? Aanvankelijk was het idee van deze villa een residency te maken voor kunstenaars, maar het is zo totaal een werk van Op de Beeck dat er weinig beeldend kunstenaars zullen zijn die hier iets aan willen of kunnen toevoegen. Alleen voor een schrijver kan ik me wel voorstellen dat het verhalen oproept. Om hier te kunnen verblijven, moet een bijzondere ervaring zijn. Koffie te drinken en te werken in die bibliotheek, of juist boven met uitzicht op de Leie, het zou voelen alsof je in een film zit, waarin vanzelf verhalen opdoemen. Het alleen kunnen zijn in zo’n ruimte, het verblijven, is immers een totaal andere ervaring dan er doorheen lopen als bezoeker.

Maar het werk is kwetsbaar en het grijs op langere termijn wellicht wat beklemmend. Een echte residency kon deze Wunderkammer daardoor niet worden. Functies als verhuren als luxe bed and breakfast of kleinschalige horeca zijn om praktische reden niet mogelijk. Het blijft dus vooral een kunstwerk om kort te bezoeken, als een van de enige twee permanente werken van Op de Beeck in België (de andere is bij Abdij van Herkenrode in Hasselt).

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018, exterieur © Hans Op de Beeck, courtesy Museum Dhondt-Dhaenens. Foto: Tim Van de Velde

Moderne leegte

Meer ruimte biedt de Woning Van Wassenhove, een tiental minuten rijden van het museum. Althans zo lijkt het. Het huis is ontworpen door Juliaan Lampens, een architect die bouwde alsof hij een sculptuur maakte; met beton en grote, rechtlijnige vormen. Woning Van Wassenhove is een particulier woonhuis, in 1974 gebouwd voor één persoon, Albert Van Wassenhove. Als je het pad naar de woning oploopt lijkt het een bunker in het bos. Eenmaal binnen blijkt de architectuur verrassend warm. Het gebouw omarmt je. En de eenvoud geeft rust. Na een kleine entree leiden enkele treden de ruimte in en sta je midden in de woning, tegenover een woningbrede glaswand die uitzicht geeft op bos. De villa heeft een open plattegrond, nergens reikt een muur tot het plafond. Het is heel ruimtelijk en er is geen ander materiaal dan beton, hout en glas. Het dak golft als een gevouwen papiertje naar beneden en overwelft buiten het terras. Een smalle strook beton valt daaruit naar beneden en voert het hemelwater af naar een rond bassin. Op de begane grond is de living met een grote betonnen tafel, houten krukjes eromheen en een keuken. Een verdieping hoger een slaapruimte, gevormd door een houten cilinder, die als een cocon om het bed staat. Op de verdieping verder een toilet, een smalle inloop badkamer, bergruimte en in een hoek boven de keuken een kantoortje. Dat wil zeggen: een open ruimte met driehoekig bureaublad en twee planken erboven, die schuin uitsteekt boven de keuken.

Verder: leegte. Maar je mist niks. ‘Eten in de koelkast en een luie stoel is eigenlijk het enige wat je nog nodig hebt hier’, zegt Mark Manders die er afgelopen herfst exposeerde met ‘The Absence of Mark Manders’.

Lampens signeerde zijn sculptuur in het nog natte beton van de trapleuning. Ook zijn andere ontwerpen blinken uit in grote eenvoudige gebaren die toch warmte en intimiteit hebben.

• Museum Dhondt-Dhaenens, Sint Martens-Latem – de villa’s zijn onregelmatig te bezoeken, meer informatie en interviews met de kunstenaars vind je op museumdd.be.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

25 jaar Galerie Ron Mandos: ‘Het is geen baan, maar a way of life’

Het allerleukst blijven de momenten in het atelier wanneer je als eerste nieuw werk ziet van een kunstenaar. Na 25 jaar als galeriehouder geniet Ron Mandos daar nog steeds van.

Deze dag begon met zo’n atelierbezoek bij Katinka Lampe, een Nederlandse kunstenaar die portretten maakt. Op het eerste gezicht realistische werken, waar echter meer achter schuilt. Ze begint met het fotograferen van modellen in de studio en stelt uit die foto’s een portret samen dat niet gaat over herkenbaarheid maar iets zegt over maatschappelijke thema’s als identiteit, gender en kleur. Ron Mandos kon haar goed nieuws brengen: ‘We gaan haar een solo geven op de Armory Show in New York komend jaar. Dat verdient ze ook echt.’

Er zijn meer van dit soort mooie momenten. Vandaag nog een videocall met Maarten Baas. Morgen naar Museum Voorlinden waar een werk wordt geïnstalleerd en daarna een werk van Hans Op de Beeck ophangen bij iemand thuis. Never a dull moment.

Ron Mandos. Foto: Michèle Margot

Transformatie

Ron Mandos vindt het de mooiste baan die hij had kunnen bedenken. Maar dat was niet altijd zo. Hij begon met muziek, speelde trompet maar hoorde van docenten dat het niet waarschijnlijk was dat hij het concertgebouw zou halen. Hij begon een bloemenzaak, had daar succes mee en verkocht na tien jaar de vijf zaken die hij had opgebouwd, nam een pauze en ging op reis. Oog in oog met Picasso’s Guernica besefte hij dat het vervolg van zijn loopbaan de kunst moest worden. De tentoonstelling ‘Chambres d’Amis’ van Jan Hoet was een voorbeeld hoe. Bekende kunstenaars toonden hier werk in particuliere woningen in Gent. Kunst niet in een museale setting, maar bij mensen thuis, waar de kunstenaars een op de ruimte afgestemd werk maakten.

Ron Mandos startte zijn galerie in zijn eigen huis in Rotterdam, een oud pand uit de jaren 1920. De ruimtes die hij daarin vrij had gaf hij aan de kunstenaars. ‘Zij kregen gewoon de sleutel en konden de ruimte naar hun hand zetten.’ Die voorliefde voor transformatie zit nog steeds in de galerie. Het is niet altijd de standaard witte ruimte, maar iedere keer een andere omgeving. En niet zelden verandert de ruimte in een immersieve installatie. Omdat er nog geld uit de bloemenzaak was, was werk ver­ kopen niet meteen noodzakelijk. Toen het wel gebeurde was ook dat een eye opener vertelt Mandos. ‘De eerste die iets kocht was Joop van Caldenborgh. De kunstenaar en ik werden bij hem ontvangen en de hele middag zaten we over kunst te praten. Toen merkte ik dat ook zo’n grote onder­nemer als Van Caldenborgh echt een passie had voor het verzamelen van kunst. Het gaat niet alleen over geld.’

Isaac Julien, Encruzilhadas Crossroads (Lina Bo Bardi – A Marvellous Entanglement), 2019, courtesy Galerie Ron Mandos

De galerie liep goed, hij ging naar een beurs in Berlijn en naar FIAC en toen werd het toch tijd voor iets groters. Dat vond Ron Mandos in Amsterdam, ‘Want in Rotterdam wordt het geld verdiend maar in Amsterdam wordt het uitgegeven’, denkt Mandos. ’Ik vond deze ruimte en ik wil hier nooit meer weg. Het is groot, transparant en open. Bewust ook met een groot raam en iedereen kan binnenlopen. De toegankelijkheid van de galerie vind ik heel belangrijk.’

‘Al snel had ik ook wat bekendere kunstenaars in de galerie. Hans Op de Beeck en Isaac Julien bijvoorbeeld, zij hadden internationaal al aandacht. Dat gaf mij ook vleugels en daar­ door kwam ik verder. En ik ben nog lang niet klaar.’

Jonge kunstenaars

Galerie Ron Mandos is internationaal actief en te vinden op alle grote beurzen. Inmiddels vertegenwoordigt de galerie 33 kunstenaars, jong en oud en met verschillende achtergron­den en disciplines. Mandos: ’Het gaat heel goed met de galerie. De covid periode zijn we goed doorgekomen. We zijn toen begonnen met Sunday sessions: interviews die ook online te volgen zijn. Dat is door veel verzamelaars opgepikt. Wat jammer is: vroeger hadden we veel verzamelaars die trouw langskwamen en werk kochten van jonge kunstenaars, ook als ondersteuning. Dat zie je nu minder, er wordt meer op safe gespeeld.’ Terwijl het juist zo waardevol is jonge kunst aan te kopen. Je ondersteunt de kunstenaar daarmee echt in diens ontwik­keling. Voor Galerie Ron Mandos is dat echt een missie.

Galerie Ron Mandos Tableau Magazine
Hans Op de Beeck, Waves (3), 2023, courtesy Galerie Ron Mandos

Sinds 2008 presenteert de galerie Best of Graduates, een tentoonstelling waar het beste van de eindexamenpresentaties van de Nederlandse kunstacademies te zien is. Het team van de galerie bezoekt alle academies en maakt een selectie. Curator Radek Vana richt de show in. De expositie trekt altijd veel bezoekers. En met resultaat. In 2023 werden 100 werken uit Best of Graduates verkocht. Daarnaast is in 2018 de Young Blood Foundation opgericht en is een artist­-in-­residence programma gestart in Brutus in Rotterdam voor jonge kunstenaars.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

De levende schilderijen van Refik Anadol in de Kunsthal

Digitale kunst is niet alleen een steeds belangrijk onderdeel van het gemiddelde museum, het is ook een medium dat zich bij uitstek leent voor innovatie en uitingen die je volledig meeslepen in hun concept. Zo ook het visuele spektakel van de Turks-Amerikaanse Refik Anadol (1985), dit voorjaar te zien in Rotterdam.

Refik Anadol is geïntrigeerd door de relatie tussen mens en machine, iets wat hij voortdurend uitpluist in zijn immense installaties. Hiervoor gebruikt hij allerlei geavanceerde technieken, van kunstmatige intelligentie en gegevensvisualisatie tot algoritmen. Het levert kleurrijke composities op, zien we in ‘Living Paintings’. Neem de Immersive Room: een driedimensionale architectonische ruimte, versterkt door licht en geluid, die je het gevoel geeft in een andere wereld te bivakkeren. Ook intrigerend zijn de dataschilderijen, waarin Anadol miljoenen openbare afbeeldingen en gegevens van landschappen omtovert tot hypnotiserende kunst.

Afbeeldingen en gegevens tovert Anadol om tot hypnotiserende kunst

Refik Anadol is de ideale kunstenaar voor iedereen die zich regelmatig afvraagt waar het eindigt, qua technologie en innovatie, en welke rol machines in de toekomst in zullen nemen. Maar ook als je daar minder mee bezig bent is het de moeite waard, vanwege de beelden die hij op je netvlies achterlaat. Niet voor niets bracht zijn Machine Hallucination vorig jaar 5 miljoen dollar op bij een veiling in Hong Kong; de duurste digitale kunst van een solo-artiest verkocht in Azië ooit.

Living Paintings: Nature
Kunsthal Rotterdam
t/m 1 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

Mounira Al Solh: persoonlijk & politiek in het H’ART Museum in Amsterdam

Formerly known as de Hermitage, is het H’ART Museum in Amsterdam goed op weg om ook onder hun nieuwe naam aansprekende kunstenaars tentoon te stellen. Zo komt dit voorjaar Mounira Al Solh aan bod, die de ABN AMRO Kunstprijs won. Als onderdeel van die prijs maakte ze een tentoonstelling en gelijknamige installatie, waarin ze de aandacht vestigt op het door een burgeroorlog geteisterd Libanon.

Mounira Al Solh (1978), zelf geboren in Libanon, ontwikkelde zich tot een begenadigd verhalenverteller, die haar persoonlijke geschiedenis als vrouwelijke migrant mixt met het politieke. Ze borduurt en schildert, werkt met taal en muziek, en maakt tijdschriften, installaties en performances.

In ‘Nami Nami Noooom, Yalla Tnaam’ (twee Arabische slaapliedjes uit haar jeugd) toont ze bijvoorbeeld werk dat symbool staat voor hoe ze vroeger tijdens bombardementen werd afgeleid door haar moeder: ze knipte gaatjes in haar pyjama en naaide die vervolgens weer dicht. Deze meditatieve handeling herhaalde ze met een groep vrouwen, in Nederland en Libanon, waarvan het resultaat werd verwerkt in een installatie. Voor de schilderingen en tekeningen die ook te zien zijn haalde Al Solh inspiratie uit dromen en nachtmerries.

Mounira Al Solh H'ART Museum HART Museum Tableau Magazine
Nami Nami Noooom, Yalla Tnaaam, H’ART Museum Amsterdam

Tegelijkertijd met de tentoonstelling in H’ART is in de ABN AMRO Kunstruimte aan de Zuidas in Amsterdam ‘Pocket Rhythms’ te zien, eveneens van Al Solh. Deze serie schilderijen verwijst naar de populaire Arabische muziek van de jaren 70 en 80, inclusief het speciaal voor de expositie gemaakte monumentale schilderij From Beirut to Saida Ya my eyes.

In het rapport van de Kunstprijs schrijft de jury: ‘Mounira Al Solh is een talentvolle kunstenaar wier oeuvre zowel persoonlijk is als politiek en zowel verleidelijk als activistisch. De manier waarop ze, afwisselend verblijvend in Libanon en Nederland, vanuit deze posities culturen en ervaringen in haar werk verenigt én hoe ze daarin haar omgeving betrekt door samen te werken, is van groot belang.’

Nami Nami Noooom, Yalla Tnaaam
H’ART museum
t/m 15 mei
2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Mark Rothko in Parijs: een verbluffende ervaring

De Fondation Louis Vuitton exposeert in Parijs het werk van de 20e-eeuwse Amerikaanse kunstenaar Mark Rothko. Zijn complete oeuvre passeert de revue: van het vroege figuratieve werk tot de abstracte monumentale kleurexplosies waarmee hij wereldfaam verwierf. Alles is uit de kast getrokken om postuum recht te doen aan de uitgesproken wensen die de kunstenaar had over het tentoonstellen van zijn schilderijen.

Elke dag spat een veelkleurig schilderij van Mark Rothko van het scherm, vergezeld van een uit­ spraak van of over de kunstenaar. Het Instagram account @dailyrothko heeft meer dan 150 dui­zend volgers en dat aantal groeit rap. Zeker nu de blockbuster ‘Mark Rothko’ drommen bezoekers uit heel Europa naar de Franse hoofdstad trekt. Ook op de kunstmarkt is de schilder geliefd. In 2012 ging Orange, Red, Yellow (1961) onder de veilinghamer en bracht een record van 86,9 miljoen dollar op.

Fondation Louis Vuitton (FLV) zetelt in een futuristisch ogend tentoonstellingsgebouw van architect Frank Gehry, geopend in 2014 pal aan het Bois de Boulogne. Het is het privé­museum van Bernard Arnault, bestuursvoorzitter van een conglomeraat modemerken en naar verluidt `s werelds meest vermogende man. De Fondation heeft een imposante eigen collectie hedendaagse kunst, maar sinds medio oktober vorig jaar zijn vrijwel alle zalen ingeruimd voor Rothko. Er zijn 115 werken bijeengebracht die hij maakte vanaf 1932 tot aan zijn dood in 1970. Ze zijn in bruikleen gegeven door musea als de National Gallery of Art in Washington D.C., San Fran­ cisco Museum of Modern Art, The Art Institute of Chicago en het Tate in London. Ook particuliere collecties stelden schil­derijen beschikbaar voor de expositie en er is veel werk uit de collectie van Rothko’s dochter Kathe Rothko Prizel en zijn zoon Christopher Rothko. Die laatste is ook co-­curator van de tentoonstelling, samen met FLV’s artistiek directeur en curator Suzanne Pagé, die ook in 1999 een Rothko tentoonstelling in Parijs organiseerde. Pagé vindt dat iedereen – ook nieuwe generaties – de ervaring moet krijgen die de kunstenaar voor ogen had: ‘Voor Rothko kon abstracte kunst een onverwachte dimensie aanboren om fundamentele menselijke emoties tot uitdrukking te brengen. Dit is precies de reden waarom deze tentoonstelling wordt gehouden.’

Mark Rothko Fondation Louis Vuitton Parijs Tableau Magazine
Mark Rothko, No. 14, 1960, collectie SFMOMA Helen Crocker Russell Fund purchase © 1998 Kate Rothko Prizel & Christopher Rothko – Adagp, Paris, 2023

New Yorkse kunstscene

Markus Rotkovitch werd geboren in 1903 in het Russische Dvinsk (tegenwoordig Letland) als vierde kind in een joodse familie. Toen hij tien jaar was, emigreerde het gezin naar Portland aan de westkust van de Verenigde Staten. Met een beurs kwam hij een aantal jaar later op Yale terecht, waar hij verschillende vakken volgde, maar zich nooit echt thuis voelde. In 1923 vertrok hij zonder diploma naar New York waar zijn bezoek aan een bevriend kunstenaar een zodanige openbaring was dat hij zich direct voegde bij de Art Students League. Hij volgde tekenlessen bij George Bridgman en lessen stilleven bij Max Weber. Die laatste was een pupil geweest van Henri Matisse – wiens The Red Studio (1911) Rothko decennia later zou inspireren tot zijn abstracte werken. Ook de ontmoeting in 1928 met Milton Avery, die zijn mentor werd, had een diepgaande invloed op zijn werk.

In 1933 had Rotkovitch zijn eerste solo expositie in The Contemporary Arts Gallery in New York. Dat was het begin van een serie tentoonstellingen samen met een groep avant-garde kunstenaars genaamd ‘The Ten’. In 1938 kreeg de kunstenaar de Amerikaanse nationaliteit en twee jaar later veranderde hij zijn naam in Mark Rothko. Zijn carrière nam een vlucht en leidde in de jaren 60 tot grote opdrachten. Rothko worstelde echter ook met depressies, op 25 februari 1970 maakte hij in zijn atelier een eind aan zijn leven.

Ik ben niet geïnteresseerd in kleur

Het groots opgezette retrospectief ‘Mark Rothko’ in Parijs is chronologisch opgebouwd. Elke zaal representeert niet alleen een periode in zijn carrière, maar onthult door de samenhang van zijn doeken, een heel nieuw verhaal. De schilderijen communiceren met elkaar; zijn meer dan de optelsom van losse doeken. Het effect van de veelheid is met name bij de zalen met abstracte werken verbluffend. Je blik blijft heen en weer dansen tussen de schilderijen, zoekt naar houvast, patronen in vormen en kleuren, blijft steken in een poging iets te begrijpen, te focussen. Zoveel Rothko’s bij elkaar is hard werken, voelen, ervaren of zoals Rothko zelf zei: ‘Zonder de reis te hebben gemaakt, heeft de toeschouwer werkelijk de essentiële ervaring van het beeld gemist.’

Mark Rothko
Fondation Louis Vuitton
t/m 2 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

Kinderen van de Haagse School: spelen, werken, overleven

Van kinderarbeid tot spel, van leven tot overleven. Deze tentoonstelling in Museum Panorama Mesdag verbeeldt het kinderleven in Mesdags tijd vanuit verschillende perspectieven. Van lieflijke kinderportretten tot schrijnende taferelen als kinderarbeid.

De Haagse School schilders verwierven grote internationale bekendheid als meesters van het landschap en met hun schilderijen van de arme boeren- en vissersbevolking. Nu staan de schijnwerpers gericht op de kinderen in hun kunstwerken, een onderbelicht thema dat de volle aandacht verdient. Door de ogen van roemrijke Haagse School schilders zoals Hendrik Willem Mesdag, Suze Robertson, Jozef Israëls en Jacob Maris, en tijdgenoten als Thérèse Schwartze en Barbara van Houten krijg je een unieke inkijk in de leefwereld van kinderen tegen het einde van de 19e eeuw.

Jong aan het werk

Op de schilderijen van de Haagse Schoolschilders zie je kinderen eenvoudig of zelfs sjofel gekleed. Zij werkten met hun ouders op het land, bij het binnenhalen van de vis, of ze werkten als dienstmeisje of mandenvlechter. Kinderen kortom, die fysieke arbeid of handwerk verrichtten, vaak gericht op overleven. Dit waren populaire voorstellingen, die goede prijzen opbrachten in de kunsthandel. Ze werden geprezen om de ‘pure’ schoonheid van het eenvoudige leven.

Floris Arntzenius, Het lucifermeisje, 1890, olieverf op doek, collectie Haags Historisch Museum

Intieme portretten

De beelden van jonge werkende kinderen staan in groot contrast met de intieme portretten die de Haagse School schilders van hun eigen kinderen maakten. Zij leidden vaak een zorgeloos bestaan in tegenstelling tot hun werkende leeftijdsgenoten. Je ziet ze muziek maken, tekenen, of lezen. Je ziet dochters in een smetteloos witte jurk, of een zoontje dat met een speelgoedhondje speelt. Die portretten waren meestal voor persoonlijk gebruik bedoeld, al gebruikten sommige schilders hun kinderen ook als model voor hun commerciële werk.

Spel

Toch hadden al deze kinderen, waar hun wieg ook stond, iets gemeen: ze hielden allemaal van spelen. Aanstekelijk zijn de schilderijen en tekeningen van sleeënde kinderen, kleuters met bootjes aan het strand of spelend met een eenvoudige hoepel, die wordt voortgejaagd met een stokje.

Ode aan Klaasje Mesdag

Speciale aandacht is er in de tentoonstelling voor Klaasje, het enige kind van Hendrik Willem Mesdag en Sientje Mesdag-van Houten. Klaasje stierf op jonge leeftijd, hij werd niet ouder dan zeven jaar. In een van Mesdags schetsboeken zijn kindertekeningen van Klaasje bewaard gebleven. Deze bijzondere kindertekeningen zijn nu voor het eerst te zien, samen met familieportretten en persoonlijke fotoalbums van de Mesdags. Zo is er een brief te lezen van Klaasje die hij aan zijn grootvader schreef.

Jozef Israëls, Twee visserskinderen op het strand, particuliere collectie, voorheen Mark Smit Kunsthandel, Ommen

Trouwen of kunstenaar zijn?

Het portretteren van kinderen was een geliefd onderwerp onder vrouwelijke kunstenaars, zoals Wally Moes, Henriëtte de Vries, Froukje Wartena en Barbara van Houten. Waarom zijn er dan geen portretten van hun eigen kinderen te vinden? Het antwoord is even simpel als shockerend. De meesten kozen ervoor om ongetrouwd te blijven en geen kinderen te krijgen. Het was ongepast als getrouwde vrouwen hun eigen geld verdienden: dat mochten alleen mannen. Op de tentoonstelling is er ruime aandacht voor deze vrouwen en hun schilderijen en tekeningen van andermans kinderen.

Kinderwetje van Van Houten

In 2024 is het 150 jaar geleden dat het Kinderwetje van Van Houten tegen kinderarbeid is aangenomen. De wet die in 1874 werd geïnitieerd door Samuel van Houten, de broer van Sientje Mesdag-van Houten, verbood alleen fabrieksarbeid voor kinderen jonger dan twaalf jaar. De wet was niet van toepassing was op ’huiselijke en persoonlijke diensten en op veldarbeid’. De tentoonstelling toont een intiem portret van Samuel van Houten in zijn latere jaren, geschilderd door zijn dochter Barbara van Houten.

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde publicatie waarin alle aspecten van de tentoonstelling aan bod komen, aangevuld met achtergrondverhalen en ego-documenten. Auteurs zijn Adrienne Quarles van Ufford, hoofd museale zaken en conservator van de tentoonstelling, en Jeroen Kapelle, conservator 19e eeuw bij het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis (RKD). Het boek verschijnt bij Uitgeverij Waanders.

Kinderen van de Haagse School. Spelen, werken, overleven
Museum Panorama Mesdag
t/m 20 mei 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Columns

Column Romantiek: Ars longa, vita brevis, met dank aan Instagram

Iedereen weet het. Iedereen stelt zich er ook op in. Want vanaf half juli tot en met eind augustus ligt de kunstmarkt min of meer op zijn gat. Er gebeurt op ons gebied vrij weinig. Er zijn bijna geen belangrijke veilingen of toonaangevende beurzen. De verzamelaars zijn met vakantie en hebben hun gedachten bij booze, boot en buitenhuis. Aan kunst wordt nauwelijks gedacht. Alleen af en toe een verplicht museumbezoek. Dat is helemaal niet erg. Zo is het al jaren. De handel ligt hoe dan ook stil. En toch zijn er uitzonderingen (die de regel dus bevestigen).

In een grijs verleden had ik een collega bij Christie’s die beweerde dat juist deze maanden gunstig waren om bizz binnen te halen. De concurrentie sliep tenslotte, of was op reis naar verre streken. En soms slaag­ de hij er inderdaad in iets boeiends binnen te slepen, maar meestal niet want er was ook teveel plezierige afleiding bij de potentiële verkopers.

Schatgraven op het strand

Aan de koopkant is er, met dank aan bijvoorbeeld Instagram, soms nog wat te halen. In de zomer­ maanden kocht ik vanaf het strand in Cascais Portugal een bizar naakt uit 1890 van Jacobus van Looy (1855-­1930), terwijl ik daar toevallig zijn nieuwste biografie geschreven door Marco Daane las.

In de loeiende hitte op het pittoreske Piazza Umberto I op Capri, nippend aan een ristretto, liet mijn scherm een ongewone aquarel met een voorstelling van Friese doorlopers zien. Het werkje was van de relatief onbekende Dordrechts tekenaar Bartolomeus Bonket (1767­-1838). Ik viel meteen voor de grappige voorstelling en kocht het zonder na te denken: waar kleine meesters groot in zijn.

Ook hapte ik toe op een fraai abstract stilleven van de Italiaan Ermanno Besozzi (1912­-1986) uit 1958 dat mij op het sociale medium vanuit Biarritz werd aangeboden. En zo ging het maar door. Dagelijks werden mij naast rommel en rotzooi ook meer dan interessante zaken voorgelegd. Een buitensporige, academische tekening van alleen een oor vervaardigd door de Haagse petit maître Jacob Storm kon ik niet laten liggen. Het grote blad sprak mij op foto meteen aan. En ik sloeg ogenblikkelijk toe.

“In de loeiende hitte op het pittoreske Piazza Umberto I op Capri, nippend aan een ristretto, liet mijn scherm een ongewone aquarel met een voorstelling van Friese doorlopers zien.”

Evenmin kon ik de ver(f )leiding weerstaan een avantgardistisch werkje van een boom geschilderd in 1915 door kunstzinnige mafkees de late symbolist Janus van Zeegen (1881-­1966) aan te schaffen. Alles van foto’s. Inmiddels heb ik de werken thuis. In het echt vallen ze allerminst tegen. Sterker nog zij vervullen mij met grote blijdschap. Daarmee wil ik zeggen dat kopen online zo gek nog niet is. Wel is het van belang van te voren duidelijke (detail) foto’s van de voor­ en achterkant op te vragen, evenals een conditierapport. Ook de herkomst kan doorslaggevend zijn. Dan kan het onderhandelen over de prijs beginnen. Dit alles op basis van vertrouwen en met in het achterhoofd de continuïteitsgedachte. Het is een prettige vakantiebezigheid en de verkopende partijen verkeren in de vrijetijds mood met een hogere gunfactor dan tijdens het hoogseizoen.

Uiteindelijk is er niets avontuurlijker en opwindender dan te schatgraven naar verse kunstzinnige vondsten; trouvailles die vooral op grond van een ongewoon beeldmotief onderscheidend zijn binnen het oeuvre van een of andere kunstenaar. Wat een luxe om via Instagram vanaf strand, plein of terras op buitenissige schilderijen te stuiten. Zodoende maakt het niet veel uit of de kunstmarkt in juli en augustus stil valt. Het werk kan gewoon doorgaan. Een heerlijk gevoel.

Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotischeschilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen, sublimeren of afstoten van een collectie.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Surrealisme centraal tijdens 69e editie BRAFA in Brussel

Surrealisme: een typisch Belgisch fenomeen. Precies honderd jaar geleden gemunt als term voor een stroming in de moderne kunst. Om dat te vieren plaatst BRAFA Art Fair 2024, tot en met zondag 4 februari in Brussels Expo, een aantal nationale exponenten van deze stroming centraal.

Dat begint al in de voorhal met zwevende ogen van UFO-formaat uit het werk van René Magritte. Van deze surrealist zie je verderop in het feeëriek gedecoreerde middenpad zijn kenmerkende witte wolken opdoemen, geflankeerd door zwevende dames, gestileerde huizen als ook een ellenlange ladder die hoopvol hemelwaarts reikt. Dat belooft wat.

Delvaux in the picture
Evenzo heeft een aanzienlijk contingent van de exposanten hun presentatie een surrealistische accent gegeven. Bijvoorbeeld met werk van Paul Delvaux, de Belgische schilder die dertig jaar geleden ging hemelen. We ontdekten zeker dertig werken van zijn hand met de bekende thema’s als vrouwen, stations, skeletten en taferelen uit de oudheid. Vooral bij Guy Pieters vergaapten wij ons aan een viertal unieke tekeningen van Delvaux van absoluut historisch en esthetisch belang. Wat weet Pieters het elk jaar weer groots en meeslepend te brengen. De Stichting Paul Delvaux, eregast op deze BRAFA, biedt daarnaast een fraai overzicht van het leven van Delvaux aan de hand van een vijftiental werken. Een  museale eyecatcher van Delvaux prijkt bij Francis Maere Fine Arts die ijzersterk invulling geeft aan het thema dat je overal op deze prachtig vormgegeven beurs tegenkomt.   

Brafa art Fair Paul Delvaux Tableau Magazine
Paul Delvaux, La Fin du Voyage, 1968, gepresenteerd door Opera Gallery. © Foundation Paul Delvaux, Belgium/SABAM, 2023

Beurs met smaak
Van de 132 standhouders uit veertien landen komen er dit jaar tien uit Nederland. Vaste  waarde is Douwes Fine Art die met Evert-Anthony Douwes (31) als negende generatie de dynastie voortzet: ‘Het wordt steeds leuker om voor dit mooie familiebedrijf actief te zijn. Zeker hier op de BRAFA waar we onze vaste en nieuwe relaties goed kunnen ontvangen. Echt een geweldige beurs met smaak.’ Als vanouds brengt Douwes vijf eeuwen schilderkunst uit het hoogste segment met blikvangers als Van Dongen, Jongkind, Fantin-Latour, Marino Marini, en natuurlijk Hollandse Meesters.’ Ook Floris van Wanroij Fine Art brengt weer  Meesters uit vooral de Zuidelijke Nederlanden, inmiddels voor het dertiende jaar. Dat geeft wel aan hoe goed zijn aanbod hier in de smaak valt. ‘Na al die jaren zijn er steeds meer Belgische verzamelaars die graag bij ons langskomen.’ 

Debutanten
Zebregs & Röell Fine Art & Antiques, bekend van PAN en TEFAF, debuteert dit jaar op de BRAFA Art Fair. Guus Röell: ‘Wat een gezellige beurs is dit. Ons antiek is grensoverschrijdend, dus wij passen hier goed. Zeker omdat de Franse smaak invloed heeft gehad op wat er gemaakt werd in Indonesië. Daarnaast hebben we wat meer taxidermie meegebracht. Dat valt hier goed.’ Ook Joost Heutink van Heutink Iconen staat voor het eerst op de BRAFA: ‘Het werd tijd om onze vleugels uit te slaan met ons familiebedrijf. In deze regio zie ik minder handelaren in iconen maar een groeiend aantal klanten uit België en Frankrijk. Men heeft hier oog voor iconen. Dat rechtvaardigt onze internationale expansie.’ 

Zebregs Röell Fine Art Brafa Art Fair Tableau Magazine
De stand van Zebregs&Röell Fine Art And Antiques op BRAFA Art Fair 2024. Foto: Emmanuel Crooy

Grote namen en trouvailles
Een heel ander soort kunst brengt Ad van den Bruinhorst uit Kampen met historisch design en museale moderne kunst uit het interbellum: ‘Dit is onze tweede BRAFA Art Fair. Vorig jaar is goed bevallen, dus we zijn terug. Nu met werk van Bob Bonies wiens grote kleurvlakken naadloos aansluiten bij het idioom van De Stijl. Dat combineert prachtig met Rietveld, Baljeu, Gispen, Van der Leck en andere tijdgenoten.’ Voor totaal ander schilderwerk kan de kooplustige BRAFA-bezoeker terecht bij Studio 2000 uit Blaricum met schitterend werk van onder meer Théo van Rysselberghe en Kees van Dongen die het hier sowieso altijd goed doet.’ Dr. Lennart Booij valt op met mastodonten als Picasso en Lalique. Zo biedt deze BRAFA weer een schatkamer aan grote namen en trouvailles. Want dat is toch altijd het leukste van deze groots opgezette kunstbeurzen: zelf iets nieuws ontdekken wat je nooit eerder zag. 

Hoffmann in Brussel
En als je toch in Brussel bent, bezoek dan het monumentale Museum voor Kunst en Geschiedenis voor de indrukwekkende tentoonstelling ‘Josef Hoffmann – In de ban van schoonheid’. Deze expo toont een uitgebreid overzicht van het werk van deze fameuze Weense architect van onder meer het beroemde Palais Stoclet in Brussel, een mythisch gebouw dat nog steeds van grote invloed is op de huidige generatie architecten en ontwerpers. Een zaal verderop nog een regelrechte must-see: het adembenemende winkelinterieur dat de keizer van de art nouveau Victor Horta ontwierp voor de edelsmid Philippe Wolfers. Sinds 2017 alhier in volle glorie te bewonderen in de zaal Horta-Wolfers. 

BRAFA Art Fair
Brussels Expo
28 januari t/m 4 februari 2024

Categorieën
2024 Highlights

De roep van Meredith Monk in de Oude Kerk

De Oude Kerk werkt samen met de Hartwig Art Foundation voor de eerste overzichts­tentoonstelling van muzieklegende Meredith Monk. ‘Calling’ is een terugblik op haar werk en performances, waarin ze voortdurend allerlei vragen stelt over en zoekt naar harmonie tussen het mentale en het aardse bestaan.

Het woord ‘uniek’ valt tegenwoordig snel, maar de manier waarop Monk haar stem inzet verdient met recht die omschrijving. Ze is ook componist, regis­seur, choreograaf en pianiste, maar je zou bijna kunnen zeggen dat ze met haar stem alleen al genoeg instrumenten heeft om in te zetten. Soms voelt die stem middeleeuws aan, als iets dat in een eeuwenoud klooster het meest tot zijn recht komt, soms juist opvallend modern: ze komt niet voor niets regelmatig terug in samples van andere muzikanten en filmsoundtracks.

Als pionier van de interdisciplinaire performance, het genre dat opkwam in New York in de jaren 60 en 70, is Monk bedolven onder de prijzen en loftuitingen. Ze ontving bijvoorbeeld de National Medal of Arts, de hoogste onderschei­ding die in de Verenigde Staten kan worden toegekend voor prestaties in de kunsten.

Meredith Monk: Calling in De Oude Kerk in Amsterdam Tableau Magazine
Meredith Monk: Calling in De Oude Kerk in Amsterdam

De 80­jarige Amerikaanse maakte onder andere bekende werken als Quarry (1976), ATLAS (1991) en Songs of Ascension (2008), die voor deze expositie worden geactualiseerd als nieuwe installaties. Speciaal voor Amsterdam wordt daar ook de het interactieve American Archaeology (1998) aan toegevoegd. Bezoekers worden uitgenodigd om voor hen belangrijke items mee te nemen en toe te voegen aan het werk, om zo een monument van collectieve herinneringen aan te leggen.

Naast deze ervaringen zelf zijn er ook geluids­fragmenten, partituren, tekeningen en scripts te zien en horen, in het bijzonder van haar meest recente werk Indra’s Net, en vinden er live con­certen plaats, uitgevoerd door lokale musici.

Meredith Monk: Calling
De Oude Kerk Amsterdam
t/m 17 maart 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Columns

Column Kunst & Keuring: Batikkunst

Soms verlang ik terug naar de goede oude tijd met zijn prachtige gebruiken. Zo stuitte ik bij een taxatiebezoek op een uniek en fraai huwelijkscadeau: een bijzondere Indo-Europese beddensprei uit het derde kwart van de 19e eeuw. Het doek is in een fantastische conditie en heeft een prachtig kleurenpalet. Een exotisch huwelijkscadeau van een dergelijke kwaliteit laat de status en aanzien van de familie zien.

Het centrale ovale medaillon verraadt de geschiedenis en geeft inzicht in de herkomst. Tegen de zwarte achtergrond lijken de datum 19 november 1873 en de initialen O.v.N.t.P. en L.v.G.v.O. bijna een soort lakwerk imitatie. Deze initialen staan voor de echtelieden Otto van Nispen tot Pannerden en Louise Grotenhuis van Onstein die in Boxmeer in 1873 in het huwelijk traden. Ter ere van deze gebeurtenis ontvingen ze een speciaal voor hen gebatikte beddensprei uit voormalig Nederlands-Indië. Een traditioneel huwelijkscadeau terug te voeren op een Indiase Palembore (beddensprei) van de coromandelse sits uit de VOC-periode.

Tekenen met was

Bij de traditionele eeuwenoude batikkunst wordt een tekening met was aangebracht op het doek. Deze tekening wordt aan beide zijden handmatig aangebracht met een canting (tjanting) of was-pen met een klein reservoir voor de vloeibare was. De benaming voor deze uitsparingstechniek is Batik Tulis, met de hand in was getekend. Hiernaast bestaat er ook een goedkope variant, Batik Cap (tjap) genaamd, waarbij gebruik wordt gemaakt van roodkoperen stempels. Na het opbrengen van de was wordt de doek gekleurd in verschillende verfbaden met natuurlijke verfstoffen zoals Indigo-blauw (afkomstig van de gefermenteerde bladeren van de Indigofera tinctoria) en Mengkudu-rood (van de wortel van de Morinda citrifolia of Indische moerbei). De Javaanse batikkunst kwam tot bloei in de centraal gelegen Vorstenlanden Yogyakarta en Surakarta (Solo), maar ook aan de Javaanse noordkust, de Pesisir (in steden als Cirebon, Lasem, Pekalongan en Semarang). De hier afgebeelde doek kan worden toegeschreven aan een batikkerij in Semarang.

Pas vanaf het midden van de 19e eeuw ontstonden in deze stad ook ‘Europeesche’ batikkerijen, opgericht door Europese en Indo-Europese (Indische) batikonderneemsters. Deze onafhankelijke onderneemsters batikten niet zelf, maar namen inheemse batiksters (pembatiks) in dienst, veelal Javaanse en Indo-Chinese vrouwen. In deze ateliers vond een vermenging van culturen plaats met Javaanse, Chinese en Europese invloeden, de kern van deze hybride batikkunst in de voormalige kolonie Nederlands-Indië.

Multiculturele symboliek

De sprei is gemaakt van de fijnste primissima katoen (what’s in a name) waarop natuurlijke verfstoffen zijn aangebracht. Het doek laat een kleurig tableau zien, als een soort patchwork gelegd. Hierin worden genrevoorstellingen afgebeeld met diverse figuren uit het Javaanse wajang schimmenspel, naast feestelijk gedekte tafels en een feestelijke optocht met musicerende Javanen. Op het eerste gezicht oogt alles Javaans maar bij nader inzicht blijken verschillende invloeden met elkaar gemengd. Het gebruik van olielampen, de mooie sierrand en de lauwerkrans in het medaillon zijn duidelijk van Europese oorsprong. Het drakendecor dat als een border om de blokken heen loopt is daarentegen Chinees. Naast de Wajangpoppen is ook het gebruik van Naga’s duidelijk Javaans. De Naga’s functioneren als beschermende symboliek. Kortom een versmelting van verschillende culturen die een goede weergave geven van de multiculturele samenleving in die periode in Nederlands-Indië.

Onlangs verscheen een mooi boek van batik-expert Kees de Ruiter over Indo-Europese batik en de Art Nouveau in Nederlands-Indië aan de hand van de Veronica Warnars Collectie 1850-1950, waarin de techniek en periode inzichtelijk gemaakt worden. En terecht, deze vorm van cultureel erfgoed verdient het om aandacht te krijgen! Deze bijzondere beddensprei is tien jaar geleden verkocht op een veiling in Nederland. Er werd destijds al stevig op geboden. Het doek trok internationale aandacht. De hoogste richtprijs van 7.000 euro werd ruim verviervoudigd en uiteindelijk afgehamerd als zijnde het hoogste bedrag dat ooit op een veiling gerealiseerd werd voor een antiek gebatikte doek wereldwijd. Geen wonder want het doek bezit museale kwaliteit en kan als het ware gezien worden als de Haute Couture van de beddenspreien van de antieke Batik textilia. Kon je het maar dragen!

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Edel van Utenhove is oprichter van Noble House Valuation, een onafhankelijk taxatie- en adviesbureau voor kunst, antiek en inboedel. Sinds 2008 biedt ze taxaties aan voor verzekering, successie of onderlinge verdeling. Tevens geeft ze advies bij aan- en verkoop van kunst en antiek. 

Categorieën
Uncategorized

Tableau ieder kwartaal op je deurmat


Neem nu een abonnement en duik in de fascinerende kunstwereld
!

Tableau Magazine bezorgt ieder kwartaal een prachtig full colour magazine op je deurmat, boordevol met diepgaande achtergrondverhalen, de nieuwste trends, boeiende highlights en exclusieve interviews met vooraanstaande kunstenaars en experts.

Laat je inspireren en blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen in de kunstwereld.

Categorieën
2024 Highlights

Nu te zien: Impressionisme van het noorden in Singer Laren

Als een frisse wind arriveert het impressionisme rond 1860 in Frankrijk. Dit leidt tot een stijlverandering in Noord-Europa en daarbuiten. In de bijzondere reizende tentoonstelling Frisse Wind toont Singer Laren i.s.m. het Museum Kunst der Westküste (Alkersum/Föhr) en het Niedersächsisches Landesmuseum Hannover een topselectie van het Duitse, Deense en Nederlandse impressionisme. Geniet van het frisse groen, het zilveren licht en de steeds wisselende wolkenluchten.

Nooit eerder werd het impressionisme uit deze drie buurlanden op deze manier naast elkaar gepresenteerd. De tentoonstelling in Singer Laren is thematisch opgebouwd en belicht onderwerpen die een belangrijke rol spelen binnen het impressionisme: Licht, Op het land, In de stad, In de tuin, Op reis en Winter. Met werk van onder meer Max Liebermann, Lovis Corinth en Max Slevogt uit Duitsland, Anna en Michael Ancher, Peder Severin Krøyer en Viggo Johansen uit Denemarken en de Nederlanders Johan Barthold Jongkind, Jo Koster, George Hendrik Breitner, Isaac Israëls en Jan Toorop.

Frisse Wind. Impressionisme van het noorden
Singer Laren
t/m 5 mei 2024

Singer Laren Impressionisme Tableau Magazine
Hans Peter Feddersen, Waddenzee, 1905, Olieverf op doek, 37 x 52 cm, Museum Kunst der Westküste
Categorieën
2024 Stories

Kunst uit het derde rijk in Museum Arnhem

Museum Arnhem haalt Duitse nazikunst uit de vergetelheid. De nazi’s verordonneerden op grote schaal de productie van realistische kunst. Museum Arnhem toont een uniek overzicht van Duitse werken die na afloop van de Tweede Wereldoorlog het daglicht niet meer hebben gezien. ‘Het is serieuze kwaliteitskunst die je niet zomaar kunt wegzetten als belabberde propaganda’, zegt curator Jelle Bouwhuis.

De slag om Arnhem in september 1944 is in deze stad nergens ver weg. De brug over de Rijn waar het allemaal om draaide bij de op een na grootste luchtlanding en veldslag op Nederlands grondgebied, ligt er nu onaangedaan bij. Monumenten, musea, wandelroutes en de militaire begraafplaatsen in de omgeving houden de herinnering aan Operatie Market Garden levend. Museum Arnhem werd daarbij ook verwoest, het heropende in 1953. De observatiebunkers die de Duitsers groeven liggen nog altijd onder de museumtuin. De nieuwe overhangende museumvleugel uit 2022 onderstreept de strategische positie op de heuveltop met weids zicht over het Rijndal. Op deze plek vindt deze winter een belangwekkende tentoonstelling plaats over kunst in het derde rijk.

Hoogtepunt van realisme

Museum Arnhem toont negentig werken van Duitse kunstenaars uit de periode 1933-1945. Het is voor het eerst dat een kunstmuseum beeldende kunst die gemaakt werd conform de eisen die het naziregime stelde, op deze schaal exposeert. Het is een doos van Pandora die opengaat, met werken die na de oorlog in diskrediet zijn geraakt, net als de kunstenaars die ze maakten. De werken zijn grotendeels afkomstig van het Deutsches Historisches Museum in Berlijn, die de beladen kunst nauwelijks heeft getoond. Conservator Jelle Bouwhuis vertelt waarom Museum Arnhem het wel aandurft om ze tentoon te stellen. ‘Wij zijn een museum voor realisme uit de eerste helft van de 20e eeuw en daar passen deze werken stilistisch gezien goed bij. Ze komen uit een periode waarin deze stroming in Duitsland haar hoogtijdagen beleefde, aangejaagd door de Duitse verheerlijking ervan. Doordat het na de oorlog weggestopt is, ontstond een blinde vlek in de kunstgeschiedenis. De werken zijn in de vergetelheid geraakt, niemand kent ze goed.’

Kunst in het derde rijk Museum Arnhem Tableau Magazine
Oskar Martin Amorbach, Brief in de ochtend, 1944, privécollectie

Verwacht in Museum Arnhem geen wanden vol hakenkrui­zen, nazi­symboliek of oorlogstaferelen.

Direct na de oorlog werd veel nazikunst geconfisqueerd door de Verenigde Staten. Later kreeg de Duitse staat alles terug, met uitzondering van de portretten van Hitler en andere nazileiders, die in de Amerikaanse kluis bleven.

Afleiding en verleiding

‘Wat we tonen is het topje van het topje van de ijsberg, want er zijn honderdduizenden, misschien wel miljoenen werken gemaakt in nazi Duitsland. Alleen door ingeschreven leden van de Reichskulturkammer, waarin joden of zij die zich niet committeerden niet welkom waren. In een periode van twaalf jaar heeft het Duitse regime het moderne kunstbedrijf flink aangewakkerd en kocht de staat op grote schaal hedendaag­ se kunst aan’, vertelt Bouwhuis. Belangrijk daarin was de Grosse Deutsche Kunstausstellung die jaarlijks plaatsvond in München. De nazi’s bouwden daarvoor het Haus der Deutschen Kunst met duizenden vierkante meters oppervlak dat volledig gevuld werd met propaganda kunst. Bouwhuis: ‘Kunstenaars konden intekenen via een open inschrijving die erg populair was en zeven keer werd overschreven. Er werd dus grondig geselecteerd. Je moest echt wat kunnen om gekozen te worden. Als gevolg namen kunstenaars elkaar de maat en streefden naar hun beste kunnen.’

Kunst in het derde rijk, Museum Arnhem. Foto: Eva Broekema

De kunststromingen en daarmee de Duitse kunstwereld werden door het regime volledig gepolariseerd. Kunst die aan de regels voldeed was goed, de rest per definitie niet. ‘Kunstenaars die meededen waren spekkoper. Hitler en zijn gevolg waren grootafnemers van hun werk. Hitler, die ooit zelf kunstenaar wilde worden, heeft 300 werken aangekocht waaraan hij 6,5 miljoen Rijksmarken spendeerde. De rest van de nazitop volgde. Ook particulieren kochten de jaarlijkse kunstbeurs leeg; er werden zelfs nieuwe hangings georgani­seerd met supplementen bij de catalogus’, vertelt Bouwhuis. De marketing was professioneel: de beeltenissen vonden geraffineerd hun weg naar het grote publiek door rond­ reizende exposities in meerdere talen, ansichtkaarten en posters. De Duitse kunstmachinerie draaide overuren. Afleiding bieden van de oorlogsgruwel was een belangrijk doel van het regime. ‘In 1942 kwamen 850.000 bezoekers kijken, ondanks de oorlog, of misschien wel dankzij, omdat zij op zoek waren naar een verzetje’, denkt Bouwhuis. Zo werd het volk verleid tot de ideologie van het nationaalsocialisme. Verheerlijkt werden klassieke kunststijlen en realisme. Niet toegestaan werden moderne en abstracte kunststromingen zoals het expressionisme en kubisme. Sterker nog deze wer­ den expliciet weggezet als entartet (ontaard).

In 1937 vond de beruchte lastertentoonstelling ‘Entartete Kunst’ plaats. Die reisde rond en is door twee miljoen mensen gezien. Bouwhuis: ‘Het was bedoeld als een educatieve ten­ toonstelling om het volk te leren wat slechte kunst is, dat werd uitvergroot en belachelijk gemaakt. Twintigduizend van die moderne werken uit de musea zijn door het regime aan het buitenland verkocht. Dat is de kunst die wij nu als goede, moderne kunst beschouwen.’

Ongemakkelijk?

Verwacht in Museum Arnhem geen wanden vol hakenkrui­zen, nazi­symboliek of oorlogstaferelen. Wel: de glorificatie van het platteland en het Duitse (boeren) volk in werken van Julius Paul Junghanns en Max von Poosch. Er zijn landschaps­ taferelen van Edmund Steppes en Willy Kriegel. Ook de Arische mens figureert weeldig: atletische mannen en rond­borstige vrouwen – de opvatting over genderrollen in de nationaalsocialistische ideologie laat weinig te raden over in het werk van kunstenaars als Ivo Saliger, Oscar Graf en Albert Janesch. Ook de industriële vooruitgang in het derde rijk is een be­langrijk thema en wordt verbeeld door Günther Domnich, Erich Mercker en Claus Bergen aan de hand van fabrieken, spoorwegen en militair materieel. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Kunst in het derde rijk
Museum Arnhem
t/m 24 maart

Categorieën
2024 Highlights

Alle liefde telt: Kiss my soul in het Dordrechts Museum

Hemelse én aardse liefde nemen Dordrecht over de komende maanden. Niet voor niets is de Liefde, met een hoofdletter L, sinds jaar en dag de favoriete inspiratiebron van muzikanten, schrijvers, filmmakers en kunstenaars. De expositie ‘Kiss My Soul’ in het Dordrechts Museum focust op beeldende kunst in de 21e eeuw, waarbij je allerlei variaties op liefdesgebied voorbij ziet komen. Liefde van ouders voor hun kind, liefdesverdriet, de band tussen broers en zussen, vriendschappen; het is een thema waar je alle kanten mee op kunt.

In ‘Kiss My Soul’ zien we onder andere de interpretaties van Tracy Emin en Marlene Dumas, naast aanstormend talent waaronder Tanja Ritterbex en Charlott Weise. De tentoonstelling had haar inspiratiebron in het schilderij De Hemelse en Aardse Liefde (1850) van Ary Scheffer. Dit werk, eveneens te bekijken in Dordrecht, zet de geestelijke variant van liefde tegenover de lichamelijke. Scheffer schilderde naast portretten van vooraanstaande Franse figuren, vooral historiestukken. Dit exemplaar heeft een klassiek thema; twee vrouwen, beide Venus, staan voor de verschillende soorten liefde.

Dordrechts Museum Tableau Magazine
Bezoeker in de ‘Clit Rocker’ van Melanie Bonajo in de tentoonstelling ‘KISS MY SOUL’. Foto: Ruud Baan.

Extra interessant is een aantal primeurs in de expositie: een museale selectie van collages, tekeningen en schilderijen van Kalliopi Lemos, bekend van sculptuur De Vlecht (in het centrum van Rotterdam), zijn voor het eerst verzameld in Nederland. Maar ook drie werken van Dumas die niet eerder in ons land waren te zien. Tijdens de meest recente Biënnale van Venetië hingen ze in het Palazzo Grassi, nu komen ze samen naar Nederland. En er is een centrale plek gereserveerd voor Huwelijksportret van Johan de Witt en Wendela Bicker, van Natasja Kensmil, dat het museum onlangs aankocht.

Kiss my soul
Dordrechts museum
t/m 3 maart 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Tableau Portret: Jacqueline Grandjean, directeur van Het Noordbrabants Museum

‘Hier dagen we het algoritme uit’

We ontmoeten Jacqueline Grandjean in de directiekamer met uitzicht op een eeuwenoude beuk. Die boom vormt in vele opzichten het groene hart van Het Noordbrabants Museum in de oude binnenstad van Den Bosch. Hier is de directeur van het museum duidelijk op haar plek. Uit haar visiedocument blijkt dat zij het museum als een verbinder in een veranderende samenleving ziet. ‘Dit is een museum dat dicht bij mensen staat én dicht bij de natuur.’

Na negen jaar spraakmakende exposities in de Amsterdamse Oude kerk en een uitstapje naar Antwerpen is Jacqueline Grandjean een jaar geleden geland in het Bossche museum dat aan de vooravond staat van grootse veranderingen. In Het Noordbrabants Museum loop je in een cirkel om de tuin door een samensmelting van gebouwen, te beginnen in het elegante 18e-eeuws gouvernementspaleis. Verderop komen we in de nieuwbouwvleugels van architect Wim Quist, het nieuw ontworpen Design Museum en de voormalige Provinciale Griffie. Waar je ook loopt, door grote open ramen kun je overal de tuin zien. Als je rechts houdt kun je niet verdwalen. Wel dwalen we door verschillende collecties en thema’s, gebaseerd op kunst, cultuur en geschiedenis.

De vraag blijft echter: waar gaat dit museum over? Een vraag die Jacqueline Grandjean leerde te beantwoorden toen ze aan het Getty Institute for Museumleaders in de Verenigde Staten het vak strategie volgde: ‘Je zoekt in eerste instantie houvast voor je beleid. Als organisaties lang ergens aan werken dan verliezen ze de kern wel eens uit het oog. Als je die opnieuw gaat bevragen, zie je snel waar het over gaat. Wat ons betreft gaat dit museum over de verbinding met zowel het aardse als het hemelse. Yin en yang. En dat past weer goed bij Brabant. Gewoon doen met twee benen op de Brabantse grond en evengoed een kaarsje opsteken in de Sint Jan.’

Eva Jospin, installatie in Het Noordbrabants Museum, 2021. Foto: Jan-Kees Steenman.

De denkbare toekomst

Die gedachtegang zien we terug in twee beroemde kunstenaars. Jacqueline Grandjean: ‘Van Gogh met zijn aardse werk, de landschappen, het harde werken van de boeren. Hier in het Brabantse landschap is hij begonnen. Ook zien we de fantastische, bijna surrealistische wereld van Jheronimus Bosch. Die twee zijn de pijlers waar dit museum op rust.

Wat natuur betreft zijn wij bezig met onderzoek in het Bossche Broek, het natuurgebied dat dicht bij het centrum ligt. Hier willen we de komende jaren met kunstenaars en het Brabants Landschap artistiek veldonderzoek gaan doen. Dat gaat over veranderingen in de natuur én over onze zorg voor de planeet en het klimaat. Hoe verhouden we ons opnieuw tot de natuur? Dat zoeken we samen met kunstenaars uit.

Ik denk dat musea heel goed in staat zijn om vanuit een blik op het verleden en de samenwerking met hedendaagse kunstenaars de toekomst denkbaar en zichtbaar te maken. De noodzaak van een museum is anders dan pakweg een halve eeuw geleden. Toen ging het vooral over kunsthisto­rische kennis. Die bracht het museum over op de bezoeker. Maar die bezoeker kan inmiddels googelen en zelf zijn kennis vergaren. In deze tijd is het museum steeds meer een open arena om met elkaar te kijken, te onderzoeken en te spreken om zo tot nieuwe of andere inzichten te komen.’

Interhistorisch

Het plan is dichter bij de toekomst te geraken door heden en verleden aan elkaar te verbinden. Interhistorisch, noemt Grandjean dat: ‘Niet uitsluitend chronologisch een verhaal vertellen. Door de oude, moderne en hedendaagse kunst door elkaar te presenteren kun je nieuwe relaties ontdekken. Je kunt gaan tijdreizen. Er ontstaat zo ook ruimte voor onder­ belichte of onbekende perspectieven zoals niet­-Westerse kunst en vrouwen in de kunst. Hoe laat je vrouwen in de kunst zien als er geen kunst van die vrouwen in de collectie is? Dit zijn uitdagingen die de samenleving bezighouden, waarin we als musea het voortouw kunnen nemen.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights

Getekende visioenen: Tal R en Mamma Andersson in Museum MORE

Soms hebben twee kunstenaars die op het eerste gezicht totaal verschillend zijn, toch meer met elkaar gemeen dan je denkt. Dat toont Museum MORE door de Deens-Israëlische Tal R (1967) en de Zweedse Mamma Andersson (1962) met elkaar te combineren. Ze delen namelijk een fikse fascinatie voor de Zweedse Carl Frederik Hill (1849-1911), die landschappen tekende vol fascinerende werelden. Het zijn werken waar je naar blijft staren, omdat er telkens iets anders in te ontdekken is. Hill werd er een centrale figuur in de Noord-Europese kunst mee.

Deze expositie heeft zijn zogeheten ‘ziekte-tekeningen’ als kern. Hill maakte vanaf zijn 28e heftige psychoses door en werd uiteindelijk krankzinnig verklaard. Ondertussen bleef hij schilderen. Waar zijn werk in eerste instantie pastte in de Romantiek en de 19e-eeuwse Franse landschapstraditie, werd het langzaam maar zeker steeds mysterieuzer. De vroege en de late Hill lijken compleet verschillende kunstenaars. In de latere tekeningen kwamen zijn persoonlijke visioenen regelmatig terug; van kronkelende mensfiguren tot wilde dieren en donkere vormen. Hij was ontzettend productief, in deze fase maakte hij wel vier tekeningen per dag.

Museum MORE Tal R Mamma Andersson Tableau Magazine
Tal R, Hotel Malmø, 2021, Courtesy of the Artist and Galleri Bo Bjerggaard. Photo: Anders Sune Berg

Andersson en Tal R lieten zich door deze onvergetelijke tekeningen inspireren en creëerden tientallen nieuwe werken. Tal R maakte bijvoorbeeld expressieve interieurs, stadsgezichten en landschappen, juist in felle kleuren, in het spanningsveld tussen figuurlijk en abstract. Mamma Anderson doet dat ook, op haar eigen manier, met droomachtige landschappen in een meer klassieke traditie en voorzien van zwartnuances.

Tal R & Mamma Andersson | Rondom Hill
Museum MORE
t/m 25 februari 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Picasso in Delft

Royal Delft Museum toont de komende maanden het keramisch werk van Picasso. Misschien het minder bekende aspect van zijn oeuvre, maar zeker niet het minste en met dezelfde energie en intensiteit als zijn schilderijen. 

In het jaar dat herdacht wordt dat Pablo Picasso (1881-1973) 50 jaar geleden is overleden, staan wereldwijd veel musea stil bij zijn enorme betekenis voor de kunst. Ook Royal Delft Museum wijdt een tentoonstelling aan de kunstenaar en legt daarbij de focus op Picasso als keramist. Directeur Jolanda van den Berg vertelt hoe de tentoonstelling ‘Picasso. Magisch Keramist’ tot stand is gekomen. ‘John Fentener van Vlissingen is als grootaandeelhouder nauw betrokken bij Royal Delft en heeft samen met zijn vrouw Marine een omvangrijke kunstcollectie, waarin ook een aantal mooie Picasso’s van keramiek. Ik sprak hem en zijn vrouw eerder dit jaar bij een opening en zo ontstond al pratende het idee voor deze tentoonstelling. We willen graag dit nog steeds minder bekende deel van Picasso belichten.’

Pablo Picasso keramiek Tableau Magazine Royal Delft Museum Ellen Leijser
Pablo Picasso, Lampvoet vrouw, 1955, bruikleen John & Marine van Vlissingen Fine Arts

Zachte klei

Na de Tweede Wereldoorlog verlaat Picasso het grauwe Parijs en reist naar het zuiden van Frankrijk. Hij is op zoek naar warmte, naar zon en – vooral – naar nieuwe energie. Hij verblijft een paar maanden in kasteel Grimaldi (het tegenwoordige Picasso-museum) in Antibes en bezoekt op een dag het nabijgelegen pottenbakkersdorps Vallauris. Dit dorp kent een lange keramiekgeschiedenis. Dankzij de unieke mineralen in de goudkleurige, zachte en kneedbare klei wordt er al vanaf de Romeinse tijd keramiek geproduceerd, voornamelijk eenvoudig gebruikskeramiek. Picasso raakt in gesprek met Suzanne en George Ramié die hem uitnodigen in hun keramische werkplaats Madoura. Tijdens dat eerste bezoek kleit hij een aantal beeldjes.

Het is voor de kunstenaar een hernieuwde introductie met keramiek, want hij beschildert zijn eerste borden al op dertienjarige leeftijd. Als hij maanden daarna terugkeert, ziet hij voor het eerst het gebakken resultaat, en hij is wild enthousiast over de mogelijkheden van klei. Het is het begin van een vruchtbare samenwerking die 25 jaar zal duren.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Picasso. Magisch Keramist
Royal Delft Museum
t/m 19 mei 2024

Categorieën
2024 Stories

BRAFA viert 100 jaar surrealisme

Honderd jaar surrealisme. Aanleiding voor BRAFA Art Fair in Brussel om een grote hommage te brengen aan de Belgische surrealist Paul Delvaux. Van 28 januari tot 4 februari zal in de Brussels Expo een speciale tentoonstelling gewijd zijn aan deze invloedrijke kunstenaar. 

Met 132 deelnemende galeries uit veertien landen bezet kunstbeurs BRAFA al decennia een prominente plek op de internationale beurskalender. Men kan zich laven aan een waaier van specialismen, van de oudheid tot hedendaagse kunst, in een beurs­ontwerp dat publiek trekt van over de gehele wereld. Brussel heeft veeleisende bezoekers dan ook veel te bieden.

Surrealistisch als België

‘In 2024 vieren we de 100e verjaardag van het surrealisme’, verklaart Harold t’Kint de Roodenbeke, voorzitter van BRAFA. ‘België wordt als land vaak omschreven als surrealistisch, een term die perfect lijkt te passen bij onze vaak onconventionele manier van doen. In deze context brengt de Stichting Paul Delvaux een eerbetoon aan de grote Belgische schilder om de dertigste verjaardag van zijn overlijden te memoreren.’ Voor de gelegenheid wijdt de Koninklijke Kamer van Kunst­ handelaars in België zijn stand volledig aan de werken op papier van Delvaux.

Ikoon, Deesis en apostelrij (vier panelen), 17e eeuw, Klein-Azië, mogelijk Smyrna (nu Izmir). Bij Heutink Ikonen

Zelf staat t’Kint de Roodenbeke met zijn galerie al zo’n twintig jaar op BRAFA. Hij specialiseert zich in schilderijen, beeld­ houwkunst en werk op papier uit de 19e en 20e eeuw. ‘Op de PAN heb ik ook gestaan en dan merk je dat Nederland een speciale band heeft met België. De verzamelaars die ik daar heb ontmoet nodig ik sindsdien altijd uit voor BRAFA. Vaak krijg ik te horen dat onze beurs voelt als familie en dat voelt goed. Met de verbreding van het aanbod trekken wij de laatste jaren een breder publiek. We zien veel meer jongeren die zeggen dat de BRAFA een must is. Ook de verhuizing naar Brussels Expo aan de noordkant van de stad helpt mee: heel makkelijk bereikbaar als je uit Nederland komt.’

Delvaux in de spotlights

In de hommage aan Delvaux (1897­1994) worden bezoekers meegenomen naar een mysterieuze wereld waarin Delvaux raadselachtige figuren in architecturale decors plaatst. Zijn indeling bij het surrealisme vond hij zelf te formalistisch en te oppervlakkig. Hij noemde zijn stijl liever een poëtisch realisme, waarmee hij grote bekendheid verwierf. Na een avontuur bij de architectuuropleiding nam hij de afslag naar de afdeling schilderkunst. Verlaten stations en treinen trokken eerst zijn aandacht als onderwerp, maar vanaf 1924 staan menselijke figuren centraal in zijn grote kleurrijke composities. Op zoek naar zijn eigen stijl ontdekte hij het expressionisme waarin hij een nieuwe manier vond om zichzelf te kennen en zijn diepste gevoelens vorm te geven. Inspiratiebronnen als De Chirico en Magritte stuurden zijn werk naar een surrealistische fantasiewereld vol symbolische figuren, voorwerpen en gebouwen waarmee hij een emotio­nele band had. We zien vervreemdende decors met onverwachte skeletten, elementen uit de antieke architec­ tuur, treinstations en groene wijken. Verrassende en verontrustende combinaties die hem wereldfaam brachten.

Bram Bogart (1921- 2012), GeelBaanGroen, 1970. Bij Rueb Modern and Contemporary Art

Zo beschouwde Andy Warhol, die hij in 1981 in Brussel ont­moette, Delvaux als een van de grootste kunstenaars van zijn tijd, ondanks of misschien wel dankzij het controversiële werk van soms omstreden religieuze scènes met skeletten. Om zijn werk te delen met zo veel mogelijk mensen werkte hij in 1979 mee aan de oprichting van de Stichting Paul Delvaux die nu bij BRAFA zijn opwachting maakt.

Coup de cœur

Managing Director Beatrix Bourdon is al dertig jaar verbon­den aan BRAFA. Een goede beurs, onthult zij, is als het leggen van een puzzel met 20.000 stukjes die perfect moeten pas­sen. Met een dynamisch team wordt gewerkt aan een beurs die door de jaren enorm is geëvolueerd en gegroeid.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

BRAFA Art Fair
Brussels Expo
28 januari t/m 4 februari 2024

Categorieën
2023 Columns

Column Design: Thomas Eyck en de liefde voor het ambacht

De grande dame van design, Rossana Orlandi, was een van de eersten die zich volledig toewijdde aan wat we ‘collectible design’ noemen. Haar galerie en tentoonstellingsruimte aan de Via Matteo Bandello nummer 14 trekt designliefhebbers van over de hele wereld naar Milaan. Ze transformeerde een voormalige stropdassenfabriek in een design­paradijsje, compleet met prachtige binnentuin. Hier toont ze een fijnzinnige selectie van objecten gemaakt door bekende ontwerpers zoals Piet Hein Eek, een van haar dierbare vrienden, Formafantasa en Maarten Baas. Maar ook jong talent scout Orlandi op allerlei plaatsen en geeft ze graag een podium. Textielontwerper ByBorre vond al snel een plekje in haar stal net als de Nederlandse Onno Adriaanse, Tjitske Storm en Klaas Kuiken. Wie door Rossana wordt gekozen kan zijn/haar geluk niet op. Orlandi beschikt niet alleen over een enorm netwerk in binnen­ en buitenland maar koestert ‘haar’ ontwerpers stuk voor stuk. Meer dan dertig jaar geleden opende ze de deuren van haar galerie en nog steeds is het the place to be.

Experimenteren

Een van haar terugkerende deelnemers tijdens de Salone del Mobile was design uitgever Thomas Eyck. Eyck startte in 2007 zijn label t.e. en richtte zich net als Rossana op karakteristieke en vaak exclusieve designobjecten voor liefhebbers en verzamelaars. Jaarlijks nodigde hij een of meerdere ontwerpers uit om met een specifiek materiaal en vanuit hun eigen signatuur aan de slag gegaan. Deze carte blanche om te experimenteren en onderzoeken resulteerde steevast in unieke en kwalitatief hoogwaardige edities die Thomas vervolgens met verve aan de man bracht, in Milaan maar ook op andere beurzen zoals Maison et Objet in Parijs. Materiaal, techniek en vakmanschap stonden vanaf het begin centraal, en steeds was het aan de ontwerper om hier eigenhandig een draai aan te geven. Van klei tot katoen en koper, van weven tot bakken en blazen, niet voor niets kun je op zijn website objecten op materiaal zoeken. Die liefde voor het ambacht ontwikkelde Thomas Eyck al voor 2007 bij Koninklijke Tichelaar in Makkum, waar ook de samenwerking met architecten en ontwerpers altijd hoog in het vaandel staat.

Voor veel ontwerpers markeerde de samenwerking met Thomas Eyck een belangrijk moment in hun oeuvre of carrière.

De totstandkoming van een serie was dan ook een arbeidsintensief proces, wat betekende dat zijn collectie gestaag groeide want voor elke ontwerper nam Thomas echt de tijd. Vaak maakten ze gebruik van niet voor de hand liggende materialen, die onder zijn bezielende leiding werden getransformeerd en ontwikkeld tot een uiteindelijk altijd goed verkoopbaar collector’s item. Vanaf het eerste moment wist Eyck de aandacht op zijn label gevestigd. Na de lancering van een markante collectie objecten gemaakt van tin met de toen nog relatief onbekende Studio Job volgden samenwerkingen met Aldo Bakker, Irma Boom, Scholten & Baijings en Hella Jongerius. Niet zelden vonden bijzondere series hun weg naar musea. De driehonderd unieke porseleinen vazen van Hella Jongerius vormden bijvoorbeeld de blikvanger van haar overzichtsten­ toonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen. Een van mijn persoonlijke favorieten is de FLAX collectie die Thomas in 2014 met Christien Meinderstma maakte. De tijdloze vlaslamp, bestaande uit enkel een dik touw met aan de ene zijde een stekker en aan de andere zijde een fitting met een pitje, blijft een van mijn meest dierbare aankopen.

Afgelopen zomer is Thomas Eyck op 59-­jarige leeftijd overleden, tot groot verdriet van zijn dierbaren en de design community. Net als Rossana Orlandi stond Thomas te boek als gedreven en genereus. Hij werkte met tientallen designers samen, bracht meer dan 200 bijzondere objecten tot wasdom, en stond garant voor ontelbare enthousiaste ontmoetingen. Voor veel ontwerpers markeerde de samenwerking met hem een belangrijk moment in hun oeuvre of carrière. Zijn label blijft bestaan, maar zijn sprankelende aanwe­ zigheid zal gemist worden. Evenals zijn ervaring en expertise. Wat Thomas Eyck wist op te bouwen was zeldzaam, door zijn bevlogenheid maar ook zijn oog voor kwaliteit, makerschap, productontwikkeling én positione­ ring. De werken zijn stuk voor stuk online te bekijken en bestellen. Zijn meest poëtische product vind ik persoonlijk de ogenschijnlijk eenvoudige witte kaars die beeldend kunstenaar Sarah van Sonsbeeck maakte, met hierop geschreven: ik brand voor jou.

Anne van der Zwaag is curator, publicist en eigenaar/directeur van designbeurs OBJECT en kunstplatform BIG ART. Ze maakt tentoonstellingen, schrijft boeken en columns, adviseert bedrijven en zit in allerlei besturen en adviescommissies. Daarnaast verzamelt ze kunst en design.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Highlights

James Ensor: uit de conventies

James Ensor wordt niet voor niets gezien als zo’n beetje de belangrijkste vernieuwer op kunstgebied in België, en een boegbeeld van het symbolisme. Niet alleen maakte hij bijzonder gevarieerd werk, hij was ook bijzonder goed in de combinatie en weergave van kleuren en licht.

Ook intrigerend: de groteske figuren die hij schilderde, die ogen alsof ze in een circus, op een gemaskerd bal of in een film van Tim Burton niet zouden misstaan. James Ensor had een Britse achtergrond maar werd geboren in Oostende, waar ze hun bekende inwoner terecht volop eren. Zeker in 2024, wanneer het 75 jaar geleden is dat Ensor op 89-jarige leeftijd overleed. Vorig jaar heropende al het vernieuwde Ensorhuis, er is een Ensor-audiowandeling door de stad en MuZEE besteedt nu ook extra aandacht aan de kunstenaar. Samen vormen ze het stadsbrede evenement ‘ENSORstad 2024’, met als centraal punt de expositie rond Ensor en het stilleven in België in de periode 1830-1930.

James Ensor MuZee Mu.Zee Oostende Sara Madou Tableau Magazine
James Ensor, Masker en schaaldieren, 1891, collectie Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

Stillevens maken een groot deel uit van het oeuvre van James Ensor, ongeveer een derde bestaat daaruit. Zijn werk breekt uit de conventies van het genre door de levendige manier van het aanbrengen van verf op het doek en de kleuren die hij inzette. Daarnaast wordt er werk getoond van traditionele schilders (Hubert Bellis, Marie de Bièvre) en modernisten (Marthe Donas, Louis Thévenet). In de Venetiaanse Gaanderijen is een tentoonstelling over de band die Ensor had met de stedelijke ontwikkeling, en in het Ensorhuis kun je onder andere terecht voor zijn zelfportretten.

Rose, Rose, Rose à mes yeux. James Ensor en het stilleven in België van 1830 tot 1930
Mu.ZEE
t/m 14 april 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Veilingnieuws: bijzondere collecties

Een jubileum voor Christie’s en CoBrA, bijzondere particuliere verzamelingen die onder de hamer komen en een sleutelwerk van Robert Colescott.

Bonhams meldt de opvallende verkoop van een schilderij van Robert Colescott (1925-2009) op 8 september in een zogeheten Single Lot Sale in New York. Colescott maakte cartooneske, gedurfde en onopgesmukte verbeeldingen van mens en maatschappij. Aanvankelijk parodieerde hij iconische werken uit de kunstgeschiedenis, later legde hij in zijn werk het accent op politiek, geschiedenis en sociologie. In 1997 zou hij de eerste Afro-Amerikaanse kunstenaar zijn die de Verenigde Staten vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië, met een solotentoonstelling.

In het schilderij dat geveild wordt en dat is getiteld 1919 (vervaardigd in 1980), staan rauwe gebeurtenissen in de geschiedenis centraal. Al sinds de aankondiging begin deze zomer dat het sleutelwerk uit Colescott’s oeuvre ter veiling zou komen was er veel internationale belangstelling en uiteindelijk tijdens de veiling koortsachtige biedingen. Het winnende bod kwam van Alia Dahl van kunsthandel Jeffrey Deitch, die optrad namens een grote particuliere collectie. Eerder dit jaar werd een werk dat in hetzelfde jaar 1980 tot stand kwam geveild: Miss Liberty dat voor een slordige $ 4,5 miljoen werd aangekocht door de Art Bridges Foundation. In eigen land werd in de septemberveiling van Veilinghuis de Jager in Goes, met onder meer kunstnijverheid, keramiek en schilderkunst, een bijzondere Thaise kom uit de 19e eeuw verkocht.

Veilingnieuws Michiel Vliegenthart Tableau Magazine
Rineke Dijkstra, Kolobrzeg, Polen, 26 juli 1992 © Christie’s. Schatting € 15.000-20.000

In dezelfde maand, in zijn septemberveiling, bracht het veilinghuis voor verzamelobjecten Heritage Auctions Europe een werk van de hand van Gerrit Benner. Het veilinghuis dat opereert vanuit IJsselstein en Brussel, veilt goud, zilver, sieraden, kunst, curiosa en militaria en komt voort uit het door twee Nederlanders geleide Munten- en Postzegel Organisatie (MPO) tot het in 2015 werd overgenomen door het Amerikaanse Heritage Auctions.

Korst van der Hoeff veilingen – taxaties in Den Bosch veilde een door verzamelaars gezochte prent van Hieronymus (Jérome) Cock (1518-1570) naar Hieronymus Bosch. Ook in september veilde Van Zadelhoff Veilingen & Taxaties naast vele andere kavels een schilderij van Karel Appel uit een particuliere collectie. Opbrengst € 20.884,84 (inclusief commissie).

Eierschaalporselein

Veilinghuis Onder de Boompjes te Leiden veilde in de levendige septembermaand een monumentale en zeer zeldzame eierschaalporseleinen vaas van de befaamde Haagse Plateelfabriek Rozenburg. De 59 centimeter hoge vaas werd vervaardigd in het jaar 1900 en volgens het orderboek zijn er van dit model slechts tien gemaakt. Eierschaalporselein is erg dun en bewerkelijk en het productieproces is technisch gecompliceerd. Destijds kostte de vaas 175 gulden. Het exemplaar dat bij Onder de Boompjes werd geveild behoort tot de absolute top van het eierschaalporselein dat Rozenburg ooit heeft geproduceerd. Enkele vazen van dit model werden op de Art Nouveau wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs tentoongesteld. Tijdens de tentoonstelling werden enkele stuks verkocht aan buitenlandse musea. Van zes exemplaren is bekend waar ze zich bevinden, dit is nummer zeven. Waar zijn de andere drie? Hebben deze de tand des tijds onverhoopt niet doorstaan of staan ze nog ergens op een onbekende plek in een Hollands huis? Een intrigerende gedachte…

Veilingnieuws Michiel Vliegenthart Tableau Magazine
Jan Davidsz. de Heem, Stilleven, 1627 © Christie’s. Opbrengst: € 50.000–80.000

Made in Holland

Christie’s vierde editie van MADE IN HOLLAND (26 september tot 10 oktober), waarin 400 jaar Nederlands kunstgeschiedenis aan bod kwam, viel samen met het vijftigjarig bestaan van Christie’s in Amsterdam. Sinds de eerste veiling in 1973 heeft Christie’s in de hoofdstad talloze historische veilingen gehouden zoals de collectie van het Prinsdom Liechtenstein, de Anton Philips Collectie, de Anton Dreesmann Collectie, Bezit van Museum voor Realistische Kunst Scheringa, Collectie Piet en Ida Sanders en de Collectie Oude Meestertekeningen van Prof. I.Q. van Regteren Altena. Aanvankelijk gevestigd aan de Cornelis Schuytstraat houdt Christie’s tegenwoordig kantoor aan de Vondelstraat 73, in een huis dat zowel werd ontworpen als bewoond door P.J.H. Cuypers (1827-1921), architect van het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam.

Arno Verkade, Managing Director Christie’s Amsterdam vertelt dat begin jaren 70 Amsterdam voor Christie’s een strategisch zeer belangrijke locatie was. Bij de opening in 1973 zou Amsterdam voor het Britse bedrijf de tweede veilingzaal op het continent worden. Het zou nog vijf jaar duren voordat het bedrijf een vestiging in New York opende. Het vijftigjarig bestaan heeft het lokale team van experts geïnspireerd om een veiling samen te stellen van een selectie van circa 75 favoriete werken van Hollandse meesters.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Michiel Vliegenthart (1966) werkt voor een internationaal veilinghuis als expert 19e-eeuwse schilderijen, prenten, tekeningen en aquarellen.

Categorieën
2023 Highlights

Rijksmuseum Twenthe: Van wie is het (platte)land?

Een van de meest urgente maatschappelijke vraagstukken van dit moment is de omgang met (en de toekomst van) het landelijke gebied. En daar is het nodige over te vertellen, laat een driedelige tentoonstelling van Rijksmuseum Twenthe zien.

De leefwereld van veel Europeanen was tot aan de komst van het christendom animistisch. Dat wil zeggen dat de natuurlijke wereld die hen omringde, werd bevolkt door verschillende goden die gunstig moesten worden gestemd. Maar in de Bijbel was sprake van slechts één god, die de mens had gemachtigd om te heersen over de aarde. Mensen beschouwden zichzelf niet langer als onderdeel van, maar als heerser over de natuur. Deze blik op de wereld, waarbij de mens zichzelf centraal stelt, bepaalde de wijze waarop het land werd toegeëigend en bewerkt en hoe natuurlijke hulpbronnen werden aangewend. Deze blik ligt ook aan de basis van het moderne Nederlandse landschap, dat bestaat uit keurige, rechthoekige akkers en rivieren die zijn rechtgetrokken. Het is de mens die zijn wil oplegt aan het land.

Maar dit systeem, waarbij tegen zo laag mogelijke kosten een zo hoog mogelijke opbrengst uit grond of dier wordt gehaald, loopt tegen zijn grenzen aan. Dat blijkt uit de vele crises waarmee we worden geconfronteerd. Wat betekent dat voor de toekomst? Gaan we door op deze weg van efficiëntie en optimalisatie, met hulp van alle nieuwe technologieën die ons ter beschikking staan? Of moet het roer radicaal om en moeten we onze relatie met de natuur heroverwegen en onszelf niet langer zien als heersers over een dode aarde, maar als onderdeel van levend systeem? Want van wie is het land nou eigenlijk echt? Rijksmuseum Twenthe nodigde vier kunstenaars uit om onderzoek te doen naar deze onderwerpen. Daarnaast wordt er, met kunstwerken vanaf de late middel­ eeuwen tot nu, getoond hoe we voorheen naar het land keken, het ons eigen hebben gemaakt en gecultiveerd. Ook is er een tentoonstelling waarbij een focus ligt op mediakunst, en een derde expo in samenwerking met Fotomanifestatie Enschede, waarin twee series rondom grondstofwinning en voedsel te zien zijn.

Van wie is het (platte)land?
Rijksmuseum Twenthe 
t/m 28 januari

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Gekkigheid op de kunstmarkt

Gekkigheid doet zich voor wanneer bijzaken het oorspronkelijke doel overschaduwen. In de afgelopen decennia heeft het financiële aspect van kunst steeds meer aandacht gekregen op de internationale kunstmarkt, met alle gevolgen van dien.

Tegenwoordig is het heel normaal voor alle spelers op de markt om rapporten in te zien over de enorme opbrengsten/uitgaven binnen de kunstbranche, lijsten met recordbedragen, de bestverkopende kunstenaars en vooral degenen die het snelst in waarde stijgen. En dit alles staat nog los van bijvoorbeeld de overvloed aan kunstfondsen, of de zelfopgelegde regels van galeries die moeten voorkomen dat mensen kunst kopen louter om deze vervolgens met winst door te verkopen. Veilinghuizen hebben op hun beurt complexe financiële strategieën ontwikkeld om klanten aan te trekken en te behouden. Hoe is het zover gekomen?

Kunst wordt al van oudsher gebruikt als een vorm van investering. Aan het begin van de 17e eeuw werd in Amsterdam voor het eerst het begrip ‘kunsthandelaar’ geïntroduceerd. In vergelijking met andere delen van Europa, waar kunst voornamelijk in opdracht werd gemaakt voor de adel, de kerk en het hof, was Amsterdam uniek. Hier was geen hof en de gereformeerde kerk verbood religieuze afbeeldingen. Kunsthandelaars boden werken te koop aan die al voltooid waren en tentoongesteld werden, vaak in dicht opeengepakte rijen van de grond tot aan het plafond. Dit zorgde voor een bloeiende kunsthandel in Amsterdam, waar vertegenwoordigers van hoven uit heel Europa naartoe kwamen om aankopen te doen.

Echt of niet

De waardering van kunstwerken werd toen bepaald door dezelfde factoren als nu: de populariteit van de kunstenaar, het formaat en het onderwerp. Stillevens en landschappen waren het goedkoopst, historie- en genrestukken het duurst – vooral als er veel figuren op stonden, omdat portretten moeilijker te maken zijn en meer tijd kosten. Het was ook mogelijk om rechtstreeks bij de kunstenaar te kopen, wat altijd goedkoper was dan via een tussenpersoon.

Kunstmarkt Jeannette ten Kate Tableau Magazine
Vincent van Gogh, Irissen, 1889, collectie Getty Museum

Een opmerkelijk voorbeeld daarin vormt Adriaen Banck, een verzamelaar die het schilderij Suzanna en de Ouderlingen rechtstreeks van Rembrandt kocht voor 500 gulden in 1659, en het een jaar later alweer voor 60 gulden meer verkocht. Voor die tijd een behoorlijke winst binnen een korte tijd. Werken die volledig door de meester zelf geschilderd werden, waren vanzelfsprekend veel duurder dan kopieën gemaakt door leerlingen. Soms was het verschil echter moeilijk te zien: in 1671 verkocht kunsthandelaar Gerrit Uylenburgh dertien schilderijen als zijnde volledig van de hand van verschillende meesters, dus niet van de leerlingen, aan de keurvorst van Brandenburg. Maar de hofschilder twijfelde aan de echtheid. Dit leidde dit tot een conflict waarbij beide partijen een commissie aanstelden om de authenticiteit te bepalen. Zelfs gerenommeerde schilders als Johannes Vermeer en Ferdinand Bol werden erbij betrokken, maar de echtheid kon niet worden vastgesteld en de werken werden terug genomen.

Wist maken

De belangrijkste omslag op de kunstmarkt was de veiling van de Scull-collectie in 1973 bij Sotheby’s in New York. Deze controversiële gebeurtenis wordt gezien als de start van een nieuw marktmodel, de basis voor de vorm die wij nu nog steeds kennen. Vanaf de jaren 60 verzamelden Ethel en Robert Scull kunst van abstract-expressionisten en Pop Art-kunstenaars. Met een aantal van hen waren zij ook bevriend geraakt, waardoor het weleens voorkwam dat het echtpaar tegen gereduceerde prijzen werk mocht aankopen. In oktober 1973 startte de veiling van vijftig werken die Scull had gekozen als de beste uit zijn collectie. Voorafgaand aan de verkoop was een grootse marketingcampagne opgezet door Sotheby’s, inclusief prominent geplaatste advertenties, speciale ontvangsten en een dikke veilingcatalogus. Los van het feit dat zo’n promotie nog niet eerder was vertoond, was het ongekend dat zo kort na de aankoopdatum kunst van jonge kunstenaars op de veiling werd aangeboden. Op dat moment was Pop Art nog in volle bloei, en bovendien populair, maar voor het publiek was niet duidelijk waar het gekocht kon worden. Deze veiling, en daarbij opgeteld de manier waarop de verkoop kenbaar werd gemaakt, trok daardoor een groot publiek. Het werd een gigantisch succes met een totaalopbrengst van 2,2 miljoen dollar, destijds een record.

Een werk van Cy Twombly werd bijvoorbeeld verkocht voor 40.000 dollar, meer dan vijftig keer de aankoopprijs van 750 dollar. Een schilderij van Jasper Johns, dat was aangekocht voor 10.000 dollar, werd afgehamerd voor 240.000 dollar. In de daaropvolgende periode groeide de kunstmarkt snel. Het aanbod aan hoogwaardige kunstwerken was echter schaars en de concurrentie binnen het veilingwezen was hevig, zelfs met maar twee grote spelers op de markt. In de strijd om de hoogste opbrengsten en beste verkopen te bewerkstelligen verzonnen Sotheby’s en Christie’s steeds meer methodes.

Kopen op krediet

In de jaren 80 introduceerde Sotheby’s bijvoorbeeld een Financial Services-afdeling die krediet verleende om kunstwerken mee aan te kopen. Kopers in het hoogste segment kregen de mogelijkheid om voorafgaand aan de veiling krediet te krijgen ter waarde van 50% van de hamerprijs, waarbij het aangekochte werk als garantie diende. Met dit systeem financierde het veilinghuis in feite zijn eigen verkopen. Dit bleek echter al snel riskant te zijn.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Jeannette ten Kate is kunstadviseur op de mondiale kunstmarkt, oprichter van The Art Connector en directeur van The Arts Club en International Arts Club. Ze werkte bij veilinghuizen Sotheby’s en Glerum Auctioneers. Sinds twintig jaar heeft ze haar eigen bedrijf. 

Categorieën
2023 Stories

MOØDe: Anton Corbijn in het Cobra Museum

Fotograaf en filmmaker Anton Corbijn presenteert in het Cobra Museum foto’s waarin hij de cross-over verkent tussen fotografie en de modewereld. Hierbij omarmt Corbijn de termen ‘mood’ en ‘mode’ in de meest ruime zin. Een reis door zijn oeuvre in drie thema’s.

Mode, mood, mod! Het ingenieuze letterspel bij de titel van Anton Corbijns boek en van de expositie MOØDe (2020), die vanaf december in het Cobra Museum te zien is, roept uiteenlopende associaties op over zijn uitzonderlijke oeuvre. Allereerst verwijst het naar de modeopdrachten die hij sinds eind jaren 80 maakte in samenwerking met kledingmerken, ontwerpers, stylisten, modellen en fashion magazines. Tot de klanten behoren G-Star Raw, Woollyboolly, VogueHarper’s Bazaar en The Face.

‘Mood’ lijkt vooral een referentie naar de sombere, in grofkorrelig zwart-wit geschoten portretten van Corbijns muzikale helden uit de jaren 70 en 80, gebundeld in het boek Famouz (1989). Teruggeworpen op zichzelf in een vaak donkere, landschappelijke setting, poseerden onder meer David Bowie, Joy Division, Nick Cave, Stevie Wonder, U2, David Sylvian, Captain Beefheart, Sinéad O’Connor en Siouxsi Sioux voor zijn camera. Ieder portret is het resultaat van een persoonlijke ontmoeting. Een zoektocht naar de mens en de muziek achter de artiest, en naar zichzelf. Bij de latere compilaties Star Trek (1995) en 33 still lives (1999) is er meer ruimte voor humor en ironie. Bijvoorbeeld wanneer Anton Corbijn zijn modellen – nu ook acteurs, actrices, regisseurs en schrijvers – uitdaagt te spelen met hun imago en sterallures.

Anton Corbijn Cobra Museum MOØDe Rik Suermondt Tableau Magazine
Anton Corbijn, Virgil Abloh, Chicago, 2019

De derde associatie is die met ‘mods’, de groep recalcitrante jongeren die eind jaren 50 in Londen opviel met hun gepimpte scooters, maatpakken, liefde voor jazz en de bands The Small Faces en The Who. Samen met rockers, hippies, skinheads en punks zijn mods onlosmakelijk verbonden met de Engelse tegencultuur. Het jeugdig verzet en non-conformisme, met Londen als het epicentrum van de popmuziek en mode, sprak de jonge Corbijn enorm aan. In 1979 vestigde hij zich als fotograaf in de Britse hoofdstad.
De tentoonstelling MOØDe toont vanaf eind december ruim 200 foto’s uit zijn omvangrijke oeuvre. MOØDe is in Corbijns eigen woorden een poging om ‘de fragiele relatie tussen mode- en portretfoto’s af te tasten […] op zoek naar een uitwisselingsmoment, waarop een stuk stof leven wordt ingeblazen en het leven zich ontvouwt.’

Maar hoe breng je bij professionele modellen iets van hun psyche of zielenroerselen naar boven zonder het ontwerp en de materiële kwaliteiten van de kleding die ze dragen te kort te doen? Welk beeld schetst Corbijn van de vluchtige, trendy modewereld, die, vanuit zijn protestantse achtergrond en als fotograaf van de rauwe muziekscene van rond 1980 allerminst een natuurlijke habitat is? En hoe verhoudt zijn werk zich tot het vandaag zo populaire begrip ‘iconisch’?

Antimode

Het boek MOØDe opent met opdrachtfoto’s voor kledingmerken en modetijdschriften waarbij de rol van de stylist telkens nadrukkelijk wordt vermeld. Er is veel variatie: kleur, zwart- wit, een studiosetting met modellen aangestraald door oranje en blauw kunstlicht. Of simpelweg een verweerde buitenmuur, een uitzicht op een stad als achtergronddecor. De kleuren van de omgeving en kleding zijn ingetogen, vaak monochroom en in harmonische tinten. Zo poseert het Britse model Lily McMenamy aan de Noord-Hollandse kust in een gele wollen trui (van Woollyboolly) voor groene duinen met paarse hei. In een tweede opname rijst ze mysterieus op uit het wuivende helmgras, schaars gekleed in een paars-witte outfit. De armen geheven boven het hoofd en de ogen neergeslagen. Alsof ze in haar eentje staat te dansen. Op een enkele uitzondering na zijn de fashion shoots bij daglicht gemaakt. De blikken zijn dromerig, verlangend, serieus en naar binnen gericht.

Anton Corbijn Cobra Museum MOØDe Rik Suermondt Tableau Magazine
Anton Corbijn, Tom Waits, Santa Rosa, 2004

Ik fotografeerde mensen, geen kleren. […] Meer huid dan stof

Het tweede en grootste deel van MOØDe bestaat uit een parade van portretten van popartiesten, een paar acteurs en actrices, modeontwerpers (o.a. Alexander McQueen, Giorgio Armani, Victor & Rolf ) en supermodellen als Naomi Campbell, Kate Moss en Christy Turlington. Enkele foto’s uit zijn begintijd dienen als referentiepunt, misschien om te laten zien dat mode toen binnen de alternatieve muziekscene een minder prominente rol speelde.

Van het blad New Melody Express (NME), leerde Anton Corbijn dat kleding in sterke mate bepalend is voor het imago en succes van artiesten. Maar: ‘Ik fotografeerde mensen, geen kleren. […] Meer huid dan stof’. Outfits worden ook bij de latere zwart-wit portretten zelden opzichtig in beeld gebracht. Vaak zit het in details: de vorm van een hoed, een stuk stropdas over een shirt. Soms verschijnen bands in vreemde uitdossingen. Zoals Passengers (pseudoniem voor het samenwerkingsproject Orginal Soundtracks 1 van U2 en Brian Eno) in witte kokskleding op een vervallen industrieterrein in Dublin. Of de in het zwart gestoken Rolling Stones met raar kronkelende ‘dr. Seuss hats’ ergens op straat in Boedapest. Het lijken een soort antimode statements. Een knipoog naar de wereld van de Haute Couture. In de kleurportretten krijgen stoffen en de symboliek van kleding meer aandacht. Zoals de wapperende, rode koningsmantel van zanger Chris Martin van Coldplay, poserend aan de Haagse kust met een nepkroon op zijn hoofd en een ingelijste reproductie van De vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix aan zijn voeten. 

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Anton Corbijn – MOØDe
Cobra Museum
22 dec 2023 t/m 12 mei 2024

Categorieën
2023 Highlights

Ordinary People: Rob Hornstra in Fotomuseum Den Haag

Hij is al zo’n twintig jaar bezig, dus het is een mooi moment voor een overzichtstentoonstelling van fotograaf Rob Hornstra. Het Fotomuseum Den Haag brengt daarbij een nieuwe kijk op het werk van Hornstra, die met name bekend is vanwege zijn documentaire fotografie.

Denk bijvoorbeeld aan The Sochi Project: An Atlas and Tourism in the Caucasus (2014), Man Next Door (2017) of The Europeans (2020-2030). In zijn werk wil Rob Hornstra een beeld schetsen van mensen in een bepaalde periode van hun bestaan. Soms resulteert dat in landschappen en stillevens, maar we zien vooral portretten. Deze doen denken aan de klassiekers in de humanistische fotografie, zoals Henri Cartier-Bresson, Ed van der Elsken en Dorothea Lange. Ook August Sander is een belangrijke invloed; deze Duitse fotograaf inspireerde hem tot het samenstellen van eigen categorieën
voor zijn fotografie.

Hornstra kiest voor slow journalism: kalm maar doeltreffend onthullen wat er gebeurt

Zelf kiest Hornstra regelmatig voor de term slow journalism om zijn werk te omschrijven: kalm maar doeltreffend onthullen wat er gebeurt (en waarom). Na in het begin van zijn carrière gefocust te hebben op de Russische maatschappij, die verschoof van een groeiende economie naar een gesloten samenleving, moest hij daar uiteindelijk mee stoppen omdat het hem onmogelijk werd gemaakt om in Rusland te werken. Sinds 2019 werkt hij aan een Europees tijdsdocument, dat tot 2030 zal duren. Twee verschillende werelden zou je zeggen, zeker nu, maar zijn fotografie laat zien dat wij mensen onderling helemaal niet zoveel van elkaar verschillen als we vaak denken.

Om het feest nog net even wat groter te maken verschijnt er naast de tentoonstelling een publicatie, Ordinary People, met bijdragen van Willemijn van der Zwaan (conservator), Lynn Berger (schrijver/journalist) en Merel Bem (kunsthistoricus/journalist).

Ordinary People
Fotomuseum Den Haag
17 maart 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Kunstcollectie Marius Touwen: ‘Geen richting is ook een richting’

‘Ik ben geen kunstverzamelaar. Maar wel een kunstkoper.’ Een verrassende uitspraak van de Friese serie-ondernemer Marius Touwen tijdens een rondgang langs zijn imposante kunstverzameling. Touwen kwam recent in het nieuws vanwege zijn reddingsactie om het Cobra Museum voor de ondergang te behoeden.

Zijn zoon en dochter hadden hem ingelicht over de nijpende situatie van het Cobra Museum: er moest snel een garantie van zeven ton komen om het museum open te houden. Binnen een dag was het geregeld. Marius Touwen meldde zich en Cobra kon door. Samen met de gemeente wordt nu bekeken hoe het museum het beste behouden kan blijven. ‘Als zo’n sieraad langskomt dan sla ik toe.’

Marius Touwen Floris Kappelle Tableau Magazine
Portret Marius Touwen. Foto: Brigitte de Langen

Veel kansen

Mensen moeten geconfronteerd worden met kunst, vindt Touwen. Kunst moet vlakbij zijn, bij scholen, in woonwijken, zoals in Amstelveen. Het Cobra Museum is dan toch dichterbij dan de musea van Amsterdam. Educatie vindt de oud-tekenleraar belangrijk: ‘Ik vond het altijd mooi om met scholieren en studenten musea in andere steden te bezoeken. Vanuit Friesland naar Museum Boijmans Van Beuningen. Heerlijk om daar dan over kunst te vertellen.’ Geen wonder dat Touwen een toonaangevend museaal instituut als het Cobra wil helpen overeind te blijven.

‘Het versterken van de positie van het museum is leidend. Het verdient ook veel meer aandacht. We zullen méér moeten laten zien, met een werkterrein breder dan Cobra, veeleer een museum voor moderne kunst. Dan komen er meer mensen kijken. Ook samenwerkingen met andere musea gaan helpen, evenals grote publiekstrekkers zoals de tentoonstelling van Francis Bacon die eraan komt. Je moet zorgen voor een motor in de winkel. Het is een prachtig instituut op een geweldige locatie en heel goed te exploiteren. Ik zie heel veel kansen.’

Marius Touwen Floris Kappelle Tableau Magazine
Albert Verkade, zonder titel, 2011-2012. Foto: Brigitte de Langen

Wakker worden

Al eerder bood Marius Touwen ondersteuning bij musea als Belvédère en Voorlinden. ‘Musea zouden meer moeten samenwerken. Als collectief ben je veel sterker, dan kun je veel hogere kwaliteit van buitenlandse tentoonstellingen aantrekken. Je hebt maar een keer het transport en meer mensen kunnen het zien.’

‘Werken in de kunstensector is overigens niets voor mij. Dan moet je eraan gaan verdienen: dan is voor mij de lol weg. Ik zit nog diep in de zorgsector. Ik hou van dingen realiseren, dat is iets anders dan werken. Kijk, als zoiets als Cobra voorbij komt, dan stap ik in en laat ik niet snel los. Zo zou ik het Amstelveense publiek willen oproepen tot meer betrokkenheid bij het museum. Er zouden meer mensen wakker moeten worden. Het is tijd voor een tegengolf, een kantel- moment waarin kunst en cultuur weer worden gezien als verheffing. Als we onze musea failliet laten gaan, staat ons een cultuurverarming te wachten. Toch zie ik het voor de culturele sector zonnig in. Op Unseen zag ik zoveel jonge mensen, echt verbijsterend, en veel nieuwe galeries, dan vraag ik mij af: waar zitten die allemaal? Echt geweldig leuk.’

Al jong kwam Touwen door zijn creatieve vader in aanraking met kunst. Thuis hing van alles aan de muur, er werd getekend en er werden kerken bezocht in het buitenland. Vanwege dyslexie wilde het gymnasium echter niet vlotten, dus werd het een opleiding tekenen en handvaardigheid. Als twintiger kwam hij terecht bij de Friese Raad voor Cultuur om tentoonstellingen te maken. Onder kunstenaars voelde hij zich als een vis in het water. ‘Kunst gaf al vroeg richting aan mijn leven. Op mijn veertiende nam een vriend mij mee naar het Stedelijk in Amsterdam. Toen ik daar voor Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman stond, was ik helemaal overdonderd. Die kleuren die op je afstraalden, zo geweldig mooi. Ter plekke besloot ik dat ik kunstenaar wilde worden.’ 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Design Dialoog: Esther Stam & Frederik Molenschot

Esther Stam en Frederik Molenschot wisselen continu ideeën uit, de hele dag door. Zij delen hun leven maar maken totaal ander werk. Stam als interieurarchitect en Molenschot als ontwerper en kunstenaar. Toch heeft hun werk een gemene deler: de ervaring staat centraal. 

‘Feitelijk komt alles wat we maken voort uit een wederzijdse beïnvloeding’, zegt ontwerper en beeldend kunstenaar Frederik Molenschot (1981) over het leven dat hij deelt met interieurarchitect Esther Stam (1980). ‘Dat is een continu proces’, vult Esther dan ook vloeiend aan. ‘Wat vind jij van deze kleur? Welk materiaal zou hiervoor geschikt zijn? En hoe kan ik dat het beste maken?’

Esther Stam Frederik Molenschot Jeroen Junte Tableau Magazine
Frederik Molenschot & Esther Stam

Je zou het niet meteen zeggen. Zij ontwerpt immers functionele interieurs van onder meer cafés, winkels en kantoren;
hij creëert als Studio Molen objecten in het grijze gebied tussen meubel en beeldende kunst. Maar ze houden allebei van het grote gebaar, zonder te vervallen in effectbejag of vluchtigheid. De lichtsculpturen, meubels, installaties, schilderijen en zelfs de kleding van Studio Molen hebben allemaal dezelfde monumentale vormentaal en ambachtelijke precisie. Zijn favoriete materiaal: brons. De omvang van zijn installaties is gauw een meter of twee, drie. Kortom, design dat een onsje meer mag zijn.

Stam drukte met haar Studio Modijefsky meteen na de oprichting in 2010 een stempel op het Amsterdamse uitgaansleven met populaire cafés als Bar Bukowski, De Waterkant en Kanarie Club. Inmiddels heeft ze een deel van het Amsterdamse hoofdkantoor van Booking.com, de publieke ruimtes van Museum Arnhem en de internationale winkelketen Wolford ingericht. Het zijn rijke interieurs, waarin alle details in dienst staan van een zorgvuldige geregisseerde ambiance. Alsof je op een filmset loopt.

Feministisch statement

De inspiraties vliegen de hele dag over en weer – van tags op Instagram en spontane observaties aan de ontbijttafel tot stevige discussies als het moet. Toch zijn concrete samenwerkingen op een hand te tellen. ‘Alleen aan het begin van onze loopbanen’, verklaart Molenschot. ‘Toen was al meteen duidelijk dat jij echt een andere kijk hebt. Jij maakt van een aantal verschillende ontwerpen een samenhangend geheel, terwijl ik naar interieurs kijk als een verzameling losse objecten.’ Stam vult aan: ‘Mijn interieurs hebben een sociale functie. Mensen moeten er met elkaar in contact komen, daarom moet ik mij verhouden tot zowel het individu als de groep. Jij gaat met jouw werk juist een een-op-een dialoog aan met de gebruiker, of in jouw geval de kijker. Jouw objecten staan los van hun omgeving.’

Na een studie interieurarchitectuur aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam start Stam met Studio Modijefsky, vernoemd naar de achternaam van haar oma. Er werken tien vrouwen, wat geen feministisch statement is, verzekert ze.

Esther Stam Frederik Molenschot Jeroen Junte Tableau Magazine
Studio Modijefsky, Café Marcella, 2023

‘Ik vind gewoon vrouwen die in hun power staan ge-wel-dig. Daar put ik kracht uit.’ Met Studio Modijefsky gaat ze terug naar de essentie van een interieur. Een café wordt een theater waar bezoekers een verhaal beleven. De winkel wordt een verhalende setting waarin het assortiment de hoofdrol speelt. Een kantoor wordt een avontuurlijke ruimte waar niet alleen wordt gewerkt maar werknemers elkaar ontmoeten, tot rust komen en zelfs spelen. ‘Ik vergelijk het ontwerpproces met het schrijven van een script. Iedereen kan zelf een rol kiezen in mijn interieurs, waarbij ik ruimte bied voor verschillende scenario’s en plotwendingen.’

Skyline

Molenschot studeert in 2004 af aan de Design Academy Eindhoven, die hij door de mix van functionele objecten, artistieke autonomie en ingenieurswerk de perfecte opleiding vond. Vervolgens werkte hij voor het Design Lab van multinational Siemens in Shanghai, waar hij ‘werd betoverd door het lichtspektakel van deze miljoenenstad’.

Daar ontstond het idee voor een meterslange lus van brons met daarop een serie van lichtpunten.’ Inmiddels is deze monumentale lichtinstallatie Citylight de claim to fame van Studio Molen. ‘Of het ook functioneel licht is, daar heb ik geen moment over nagedacht’, zegt hij. Het kronkelende parcours van licht doet denken aan nachtelijke snelweg met op de achtergrond de skyline van een denkbeeldige metro­ pool. ‘Het zijn feitelijk maquettes van steden. Maar als iemand er iets anders in ziet, een uitvergroting van moleculen of een sterrenstelsel is dat de realiteit.’

De installatie lijkt één massief object maar bestaat feitelijk uit wel tweehonderd losse bronzen elementen. Daarvan maakt hij in zijn werkplaats op het Hembrugterrein in Zaandam een model. De gipsen mal wordt vervolgens in een bronsgieterij in Friesland vervaardigd, waar ook de losse onderdelen wor­ den gegoten en verlast. Voor de afwerking komt de installatie vervolgens weer terug naar Zaandam, waarna het over de hele wereld wordt verscheept. ‘Het aantal bewerkingen is insane, vooral omdat je daar uiteindelijk niets van terug ziet. Ik heb hiervoor inmiddels een bijna industrieel proces ont­wikkeld.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Highlights

Thomas Schütte in De Pont

Ruim veertig jaar nadat hij ze maakte, voert Thomas Schütte zijn drie architectuurmodellen uit de legendarische Westkunst-tentoonstelling uit 1981 voor het eerst uit op ware grootte. Schiff, Bühne en Kiste nodigen bezoekers van museum De Pont uit om onderdeel uit te maken van de kunst. Beklim de trappen, sta zelf op het toneel of zonder je juist af van de rest.

Schütte heeft een indrukwekkende carrière achter de rug, waarin hij architectuur en kunst mixt tot een intrigerend geheel. Deze Westkunst­ modelle maakte hij aan het begin daarvan. Maar er is meer te zien in De Pont, want Schütte maakte niet alleen heel diverse werken, maar ook véél. Grote menssculpturen, maquettes, tekeningen, etsen; waarom zou je je beperken tot één ding als je je creativiteit ook in veel meer genres kwijt kan?

Het liefst laat Schütte ons nadenken over tegenstrijdigheden in onszelf en in de wereld om ons heen

Wat hij ook kiest als uitingsvorm, je kunt er van alles in terug zien komen. Verwijzingen naar de popcultuur bijvoorbeeld, maar ook zijn liefde voor (kunst)geschiedenis is onmiskenbaar. Het liefst laat Schütte ons nadenken over de tegenstrijdigheden die we in onszelf meedragen, en in de wereld om ons heen zien. Hij begon daarmee in de jaren 70, tijdens zijn studie aan de Kunstakademie Düsseldorf.

Naast de maquettes die Schütte maakte (en die op dat moment niet in praktijk werden gebracht) richtte hij zich op figuratieve beeldhouwkunst. Interessant om te zien is dat hij regelmatig terugkeert naar zijn eigen werk. Niet alleen door maquettes nu alsnog uit te voeren, maar ook door miniatuurseries uit de jaren 90 later op monumentaal formaat uit te werken, in verschillende materialen.

Thomas Schütte – Westkunstmodelle 1:1|
Museum De Pont
t/m 28 januari 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Columns

Column Kunstjacht: de buitengewone aureool van Abraham van Diepenbeeck

In het weekend van 6 mei wurmde ik mij door de enthousiaste menigte bij Trafalgar Square, het plein voor de National Gallery in Londen. Het goot van de regen en het rook naar bier, maar ondanks het slechte weer was menig Brit overtuigend uitgedost in de nationale kleuren blauw, wit en rood met de bijbehorende vrolijke vlaggetjes. Ik was daar niet – zoals alle anderen – om een glimp op te vangen van het nieuwe koningspaar, Charles III en Camilla, maar om een schilderij op te halen. Een paneeltje met de titel Christus vastgebonden aan een pilaar, toegeschreven aan de kunstschilder Abraham van Diepenbeeck (1596-1675).

Normaliter richt ik mij als kunsthandelaar op de periode 1850-1950, maar ik heb een bijzondere belangstelling voor schilderijen uit de 17e eeuw. Werken uit deze periode zijn vaak ongesigneerd. Zo ook in dit geval, waar de verkopende partij – een veilinghuis – het auteurschap van Van Diepenbeeck niet volledig kon garanderen. De hoge kwaliteit van dit werk was echter voldoende reden om het aan te schaffen en dieper in het leven van deze kunstschilder te duiken.

Christus met gouden stralenkroon

Abraham van Diepenbeeck was een vooraanstaande Vlaamse kunstschilder, actief in Antwerpen. Geboren in ‘s-Hertogenbosch, genoot hij zijn opleiding onder Peter Paul Rubens. Zijn veelzijdigheid blijkt uit zijn werk als historieschilder, glasschilder en ontwerper voor tapijten en prenten. Van Diepenbeeck werd sterk beïnvloed door zijn leermeester, maar hij hanteert zelf doorgaans sterkere licht-donker contrasten in het behandelen van mythologische en religieuze onderwerpen. Hij was een prominent lid van de Antwerpse Sint-Lucasgilde en was hofschilder voor de aartsbisschop Leopold Willem van Oostenrijk.

Het paneeltje toont Christus, ingetogen, met slechts een lendendoek om. Zijn lichaam helt naar voren en zijn ogen heeft hij gesloten. Het schilderij is gebaseerd op een tekst uit het Nieuwe Testament: ‘Toen nam Pilatus dan Jezus, en geselde Hem’ (Joh. 19:1, Mat. 27:24, Marc. 15:15). De bloedspatten op zijn grauwe huid, maar ook het plasje bloed op de grond, verraden dat hij zojuist gegeseld is. Christus staat volledig geïsoleerd. De geselaars heeft Van Diepenbeeck weggelaten. Enkel het lijden van Christus staat centraal, wat dit werk uiterst devotioneel en contemplatief maakt.

Buitengewoon is de aureool, die vervaardigd is met ‘shell gold’. Shell gold is een goudverf waarvan de kleur wordt verkregen in een bewerkelijk proces door zeer fijne gouddeeltjes te mengen met Arabische gom waarna het met een penseel aangebracht wordt. De naam komt voort uit de middeleeuwse gewoonte om schelpen te gebruiken om waardevolle pigmenten in vast te houden. Het kostbare shell gold werd zelden gebruikt en slechts enkel voor details en accenten. Deze techniek heeft Diepenbeeck geleerd in het atelier van Rubens.

Abraham van Diepenbeeck Bob Scholte
Toegeschreven aan Abraham van Diepenbeeck, Christus vastgebonden aan een pilaar, ca. 1650

Charles Blanc

Tijdens de terugweg in de Eurostar, met in een speciale koffer het schilderij, vervolgde ik mijn onderzoek. Op de achterzijde staat een 19e-eeuws handgeschreven label met in het Frans de toeschrijving aan Van Diepenbeeck. Ook staat de naam Blanc genoteerd. Charles Blanc (1813-1882) was een gerespecteerd professor en kunstcriticus. Zijn belangrijkste boekenreeks is de Histoire des peintres de toutes les écoles. In veertien delen heeft hij de kunstgeschiedenis opgetekend van diverse Europese landen en steden. In ‘École Flamande’ uit 1864 (deel 10), komt Abraham van Diepenbeeck aan bod. Blanc illustreert zijn biografie over de Vlaming met vijf reproducties. Een van deze reproducties toont Christus aan een pilaar, dezelfde afbeelding als het paneeltje uit Londen. De afmetingen en het materiaal worden niet vermeld, maar de kans bestaat dat het om hetzelfde werk gaat. Een aangename verassing! Belangrijke informatie die het veilinghuis over het hoofd heeft gezien, want een 19e-eeuwse literatuurreferentie is waarde verhogend.

Een schilderij verwant aan dit paneeltje is het levensgrote doek van Van Diepenbeeck in de collectie van Museum Catharijneconvent in Utrecht, De geseling van Christus. Christus staat in dezelfde – maar gespiegelde – houding, alleen zijn hier de geselaars zichtbaar. Voor de weergave van de geselaars en de Christusfiguur heeft de schilder onder andere inspiratie gehaald uit een prent van Lucas Vorsterman (1595-1675), naar een schilderij van Gerard Seghers (1591-1651). Is mijn paneel uit Londen een uitgewerkte schets voor het schilderij in Museum Catharijneconvent? Waarom is de compositie dan gespiegeld? Of heeft Van Diepenbeeck het als studie vervaardigd, direct naar het origineel van Seghers? De schilders kenden elkaar immers van het plaatselijke Sint-Lucasgilde. Dat vertelt Charles Blanc ons helaas niet. Enkele maanden later, hangt het schilderij gerestaureerd en wel aan de muur. Een mooi souvenir aan een bijzonder ‘Royal’ weekend.

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e- tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Jan Kuhlemeier: een zee van kleur

Kunstenaar Jan Kuhlemeier wint de John & Marine van Vlissingen Art Foundation Prijs 2023. Het levert een veelbewogen jaar op met een kleurrijke reis vertaald in nieuw werk. Als klap op de vuurpijl zijn er een expositie in Singer Laren en een boek.

‘In mei ging ik als onderdeel van de prijs op reis naar de Mentawai Eilanden in Indonesië,’ vertelt Jan Kuhlemeier enthousiast. ‘Ik was er nog nooit eerder geweest en kwam voor de kleur van het heldere water dat veel verschillende tinten groen en blauw in zich heeft. Maar vanaf de eerste avond toen de zon onder ging, wist ik niet wat ik zag: de lucht kreeg kleuren die ik nog nooit had gezien. Doordat het ’s avonds afkoelde schoten witte pluimen uit het water omhoog; wolken waar het licht doorheen brak. Diepe paarsen en superfelle roze’s. Dat is me het meest bijgebleven.’

Kuhlemeier is een fervent surfer en ervoer de zonsondergangen vanaf zijn surfboard. ‘Er gebeurt zoveel tegelijk tijdens een zonsondergang en dan ineens valt het donker in en blijken de donkere en grijze dingen die op je afkomen golven te zijn. Dan begin je tijdens het terug peddelen naar de boot onwillekeurig ook te denken aan haaien die wakker worden.’

Ik ben het liefst ergens waar ik als persoon heel klein wordt, als een mier

Jan Kuhlemeier Tableau Magazine
Jan Kuhlemeier, Sunset at Pinilok No.2, 2023 | Telescopes no.4, 2023. Beide foto’s: Peter Lipton.

Jan Kuhlemeier (1993) studeerde in 2015 af aan de Arnhemse kunstacademie ArtEZ. Hij schildert en onderzoekt kleurnuances en brengt pigmenten in lagen aan. Kuhlemeier: ‘Ik liep vast in fotografie, omdat ik op zoek was naar meer diepte. Ik wilde iets op een meer tastbare manier vastleggen. Ik werk vanuit herinneringen aan plekken waar ik ben geweest of momenten die ik heb meegemaakt, zoals reflecties op het water of zonsopkomsten of -ondergangen. Dat komt voort uit het surfen en de wandelingen die ik maak. Ik ben het liefst ergens waar ik als persoon heel klein wordt, als een mier. In de zee tussen grote golven, ondergedompeld in de grote natuur leer ik het moment waarderen. Omdat ik in mijn schilderijen een vertaalslag daarvan probeer te maken, kijk ik bewuster om me heen en neem details waar. Door langer stil te staan bij dingen, gebeurt er zoveel meer dan je kunt bevatten.’

‘Toffe show’

In februari dit jaar ontving Kuhlemeier een delegatie van de John & Marine van Vlissingen Art Foundation in zijn atelier in Haarlem. De kunstenaar werkt vanuit broedplaats Nieuwe Vide in een monumentaal pand waar naast kunstenaars ook graphic desingers, een vioolbouwer en een geluidstechnicus hun werkplek hebben. ‘Toen meneer en mevrouw Fentener van Vlissingen, Geertje van de Kamp, Titia Voûte en Singer Laren directeur Jan Rudolph de Lorm hier stonden, was het wel krap in mijn kleine atelier’, vertelt Kuhlemeier.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

  • In een zee van kleur – Jan Kuhlemeier, Singer Laren, 14 november t/m 7 januari 2024
  • De John & Marine van Vlissingen Art Foundation selecteert jaarlijks een veelbelovende kunstenaar. Op zoek naar inspiratie voor nieuw werk, reist de kunstenaar vervolgens naar een bestemming naar keuze. Hierover wordt een boek uitgebracht en samen met het nieuwe werk tijdens een expositie gepresenteerd. De stichting steunde inmiddels 14 kunstenaars.
Categorieën
2023 Highlights

Cindy Sherman – Anti-Fashion

Een indrukwekkende vijftig jaar draait de Amerikaanse Cindy Sherman (1954) mee in de kunst- en modewereld. De vele opdrachten die ze uitvoerde voor magazines als Vogue en Harper’s Bazaar en samenwerkingen met bekende designers zet ze in als inspiratiebron voor haar kunst. Op dit moment is haar werk te zien in de Deichtorhallen in Hamburg. De tentoonstelling reist over de wereld en is in de herfst van 2024 ook te zien in het FOMU in Antwerpen.

Dat Cindy Sherman een kritische blik heeft op de modewereld, moge duidelijk zijn. Soms zijn haar beelden grappig, soms ook verontrustend, als een screenshot uit een film die je met de handen voor de ogen zou kijken. Sherman speelt met de clichés van de modewereld, de schoonheids- idealen, de nadruk op pefectie, de leeftijdsdiscriminatie. Haar personages – vaak is zij het zelf – hebben stuk voor stuk iets raars, iets ongemakkelijks, iets obscuurs.

De beelden van Cindy Sherman gaan overigens verder dan de modewereld, ze trekken de genoemde issues en kritische vragen naar onze maatschappij in het algemeen. Vragen over identiteit en imago. En dat gaat iedereen aan, zegt Sherman, ook als we zelf denken dat we niet met deze thema’s bezig zijn. ‘We’re all products of what we want to project to the world. Even people who don’t spend any time, or think they don’t, on preparing themselves for the world out there – I think that ultimately they have for their whole lives groomed themselves to be a certain way, to present a face to the world.’

Cindy Sherman – Anti-fashion
Deichtorhallen (Hamburg) 
t/m 3 maart 2024

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.