Column Collect: van privé naar publiek

Door

Nadine van den Bosch verzamelaars Tableau Magazine
Lara de Moor, Polygon, 2017, particuliere collectie, © Lara de Moor (te zien in Museum MORE t/m 10 maart 2024)

De privéverzamelaar – en diens collectie – begeeft zich de laatste tijd steeds vaker en bewuster in het publieke domein. Waar traditiegetrouw privécollecties achter gesloten deuren bleven, en enkel toegankelijk waren voor de eigenaars en een selecte groep relaties, stapt de verzamelaar de laatste decennia nadrukkelijk uit de luwte.

Deze tendens is onder andere te zien aan de enorme groei aan privémusea wereldwijd, waarvan er ruim 440 zijn die toegankelijk zijn voor het algemene publiek én gewijd aan (met name hedendaagse) kunst. Opmerkelijk is dat 25% hiervan in de afgelopen tien jaar is geopend en met name in Duitsland, de Verenigde Staten en Zuid-Korea verzamelaars de deuren openzetten voor het publiek. Van bescheiden locaties tot door toparchitecten ontworpen gebouwen die state of the art zijn, ze tonen allen de keuze en smaak van de eigenaar. In verhouding met de duizenden musea die er over de hele wereld zijn, lijkt dit een druppel op een gloeiende plaat, maar de invloed van de verzamelaars achter deze private musea moet wel degelijk serieus worden genomen.

Nederlandse voorbeelden

In Nederland kennen we een wat bescheidener palet aan musea die ontstaan zijn vanuit een privécollectie, met als pionier hierin Museum De Pont, meer recent Museum MORE en de in 2016 geopende publiekslieveling Museum Voorlinden. Naast deze instituten die wortels in particuliere collecties hebben, is er ook vanuit de ‘reguliere’ musea een groeiende interesse in en ruimte voor niet-publieke verzamelingen. Zo bood de Kunsthal in Rotterdam een podium aan de KRC Collectie van Rattan Chadha, was de verzameling hedendaagse Afrikaanse kunst van Pieter en Carla Schulting te zien in Kunsthal KAdE in Amersfoort en toonden Martijn en Jeannette Sanders een deel van hun collectie in het Stedelijk Museum Amsterdam. Deze omvangrijke tentoonstellingen laten naast een inhoudelijk verhaal over de kunstwerken en onderlinge samenhang ook de betrokkenheid en het enthousiasme van de verzamelaars zien. Hun keuze is voor even van iedereen.

Met name in het internationale topsegment zijn aankopen van verzamelaars van grote invloed op de carrière van kunstenaars

De invloed van de collectioneur

Naast het ontsluiten van (delen van) collecties in musea leveren privéverzamelaars ook via andere manieren een bijdrage aan het kunstlandschap, bijvoorbeeld door het (langdurig) in bruikleen geven van kunstwerken voor een specifieke tentoonstelling of het doneren van werken aan musea. Deze genereuze gebaren maken mogelijk dat kunst die anders nooit te zien zou zijn zich – al dan niet tijdelijk – in het publieke domein begeeft.

Musea hebben te maken met beperkte budgetten, een doorwrocht collectiebeleid dat continue wordt aangescherpt en zorgvuldige aankoopprocessen: restricties waar de welvarende particuliere verzamelaar niet aan gebonden is. Hoewel een verkoop aan een museum nog altijd hoger op het verlanglijstje van de galerie staat, betekent dit ook dat privéverzamelaars sneller kunnen anticiperen in de kunstmarkt. Hun aankopen, met name in het internationale topsegment, zijn van grote invloed op de ontwikkeling van de carrière van kunstenaars. Samen met de tendens om deze aankopen ook met een breed publiek te delen wordt de stem van de verzamelaar steeds belangrijker en zichtbaarder. Dit uit zich ook in de aandacht voor de collectioneur in panels, debatten en conferenties die in het kunstveld worden georganiseerd. De verzamelaar wordt niet zelden uitgenodigd als expert of smaakmaker en lijkt hierin een vaste waarde te worden, zij aan zij met de museumconservatoren. De invloed van de collectioneur lijkt te groeien, wat zich op positieve wijze toont in het delen van talloze topstukken met het grote publiek.

Er is vanuit de kunstwereld echter ook een kritische noot op deze ontwikkeling: de verzamelaar kan de eigen collectie gebruiken om invloed uit te oefenen op het (tentoonstellings)beleid van de instellingen en zo voorbijgaan aan de zorgvuldigheid waarmee musea hun keuzes maken. Waar musea het grote plaatje – denk aan maatschappelijke tendensen, lacunes in de collectie en makers die nog niet gehoord en gezien worden – als leidraad voor hun aanwinsten en tentoonstellingen gebruiken, hoeft de privéverzamelaar niet binnen dergelijke kaders aan te kopen en is de eigen interesse, persoonlijke visie en voorkeur (terecht) leidend. Dit resulteert in een interessant spanningsveld waartoe de kunstwereld zich in toenemende mate zal moeten verhouden.

Nadine van den Bosch is kunsthistoricus en co-founder van Young Collectors Circle, hét platform voor startende kunstverzamelaars. Daarnaast werkt ze als curator en kunstadviseur voor diverse (bedrijfs)collecties en is ze columnist en tekstschrijver.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Lees meer ...