Frans Hals: bezield en bevlogen

Door

Frans Hals Rijksmuseum Floor Wiegerinck Tableau Magazine
Frans Hals, Banquet of the Officers of the St George Civic Guard, 1616, © Frans Hals Museum, Haarlem

Frans Hals werd in zijn tijd gezien als een virtuoos schilder en hij wordt vaak genoemd als een van de grote drie uit de Gouden Eeuw, naast Rembrandt en Vermeer. Toch raakt hij steeds in meer of mindere mate in de vergetelheid. Reden genoeg voor het Rijksmuseum om de handen ineen te slaan met The National Gallery en de Gemäldegalerie, Staatliche Museen zu Berlin en hem weer op een groot podium te plaatsen.

Frans Hals werd tussen 1582 en 1584 geboren in Antwerpen. Niet lang daarna besloot zijn vader, Franchoys Fransz Hals, het gezin rond 1586 naar Haarlem te verhuizen. Een keuze die waarschijnlijk verband hield met de val van Antwerpen in het jaar daarvoor. Haarlem was een logische keuze voor het gezin omdat Franchoys Hals een lakenbereider was en de textielnijverheid, na de bierbrouwerij, de grootste handelsvorm van de stad was. Er is niet veel bekend over het leven van Frans Hals, maar aangenomen wordt dat hij bij de schilder Karel van Mander, vooral bekend om zijn Schildersboeck uit 1604, in de leer ging.

Frans Hals, Portret van Willem van Heythuysen, ca. 1638, particuliere collectie, met dank aan Richard Nagy Ltd, Londen

In 1610 trouwde hij met Anneke Harmensdochter en werd hij lid van het St Lucasgilde. In 1616 vertrok hij naar Antwerpen en daar liet hij zich inspireren door schilders als Peter Paul Rubens en Anthony van Dyck. In 1617 hertrouwde hij met Lysbeth Reyniers. In totaal kreeg hij waarschijnlijk veertien kinderen in zijn twee huwelijken. De stad Haarlem bleek een vruchtbare bodem voor een beginnend schilder die zich wilde toeleggen op portretten. Door de vele vluchtelingen uit het zuiden, op de vlucht voor de Spaanse inquisitie of vanwege economische redenen, verdubbelde het inwonersaantal van Haarlem tussen 1573 en 1620. De migranten waren over het algemeen goed op­ geleide ambachtslieden die de economie van Haarlem een enorme boost gaven, een kickstart voor de Gouden Eeuw.

Schilderen met lef

Frans Hals ontwikkelde zich tot een meesterschilder die lak had aan de bestaande conventies. In plaats van een zo ge­detailleerd mogelijke weergave wilde hij de essentie van de persoon vangen op het doek. Hij besefte dat een levend wezen altijd in beweging is, dat de manier waarop het licht valt bij de minste beweging al verandert en dat het haar beweegt bij de kleinste tochtvlaag. Om die levendigheid te vangen schilderde hij heel los, met een rauwe penseelstreek. Als je zijn werk van dichtbij bekijkt zie je de verfstreken dui­delijk als losse toetsen. Van veraf zijn die streken precies die ene schittering van zonlicht, een snel opkomende blos of een ademteug. Dit gaf de werken een spontaniteit en levendig­ heid waar het publiek verliefd op werd en waardoor Frans Hals snel bekendheid kreeg.

Frans Hals Rijksmuseum Floor Wiegerinck Tableau Magazine
Frans Hals, detail van Portret van Willem van Heythuysen, ca. 1638, particuliere collectie, met dank aan Richard Nagy Ltd, Londen

Al gauw lieten de meest vooraanstaande personen zich door Hals vereeuwigen, zoals rijke lakenkooplieden en welgestelde bierbrouwers. Schrijver en dichter Theorodius Schrevelius, die zichzelf ook liet portretteren, schreef dat Frans Hals: ‘door zijn ongekende manier van schilderen bijna iedereen overtreft, want er zit in zijn schilderijen zo’n levendigheid dat hij met zijn penseel de werkelijkheid zelf schijnt te evenaren, zo blijkt uit de ongelofelijk vele portretten die hij gemaakt heeft, die van dusdanig coloriet zijn dat het lijkt alsof ze ademen en leven.’ Niet alleen de losse penseelstreek dragen bij aan de levendig­heid van de portretten, ook de originele houdingen zorgen voor dat effect. Zo portretteerde hij Willem van Heythuysen rond 1638 wippend op zijn stoel. Van veraf lijkt het een ge­detailleerd schilderij, met de kwastjes aan de stoel, de glimmende laarzen en het zachte uiterst precaire kant van zijn kraag. Dichterbij zien we pas hoe los hij schilderde en dat de laarzen opgebouwd zijn uit strepen licht­ en donkerbruin en zelfs geel. Zo’n schilderij was ongekend in die tijd, omdat uit een portret vooral moest blijken hoe be­schaafd en vooraanstaand iemand was. En iemand wippend op zijn stoel suggereert juist het tegenovergestelde. Toch werd zijn faam hierdoor alleen maar groter, men vond het wonderlijk hoe hij iemands karakter zo treffend kon weergeven. Maar hij portretteerde niet iedereen zwierig lachend. Hij kon ook heel ingetogen en gedetailleerd schilderen, naarmate de wensen van de opdrachtgever.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Lees meer ...

Marjolein Witte Tableau Magazine

Tableau Podium: Marjolein Witte

“Ik ben geïnteresseerd in de fysieke dialoog van sculpturen en installaties met de omringende ruimte.” Marjolein Witte studeerde Fine Art en Social Work in Utrecht. Haar werken komen voort uit één persoonlijke vraag: hoe kan

Lees verder »