Het verhaal achter de brand in de Notre-Dame

Door:

Een jaar geleden verwoestte een brand de Notre-Dame in Parijs. Wat was de oorzaak? Wat speelde zich af in de kathedraal voor en tijdens de brand van 13/14 april 2019?

Het antwoord heeft U waarschijnlijk niet in de krant gelezen en zeker niet in een Franse. Ik kan 99% van de Franse pers en het merendeel van de wereldpers – voor zover ik die gezien heb – namenlijk een rode kaart geven voor slechte journalistiek. Wat kregen we voorgeschoteld: emotie, het gevoel een ‘wereldramp’ live mee te beleven – maar geen objectieve informatie met harde feiten. Op de Franse televisie werden alle programma’s stilgelegd, zodat iedereen die graag op tv komt live kon vertellen hoe hij of zij zich hierover voelde. Slechts één (op minstens 40) had verstand van zaken: Alexandre Gady, architectuur-professor aan de Sorbonne. Hij begon met een opsomming van welke monumenten in Frankrijk (ook kerken en kathedralen) in de afgelopen jaren allemaal in brand stonden. Maar voordat hij op de achtergronden kon ingaan, werd hij al na amper twee minuten onderbroken, zodat we de politici voor de brandende kathedraal konden zien arriveren. Emmanuel Macron maakte bekend dat de Notre-Dame in vijf jaar weer opgebouwd zou worden (voor de Olympische Spelen van 2024), wat politiek een slimme zet was: want vanaf die minuut ging en gaat de hele discussie over de wederopbouw – en niet over de oorzaak van de brand…

brand in de Notre-Dame
De brand in de Notre-Dame op 15 april 2019 (foto: wikipedia LeLais-ser
PasserA38)

Bezuinigingen

De werkelijke oorzaak van de brand in de Notre-Dame is niet mediageniek: het gaat om bezuinigen, uitbesteden (om nog meer te bezuinigen) en de specifieke situatie van de kerken in Frankrijk. Sinds de scheiding van staat en kerk in 1901 behoren de Franse kerken aan de steden en dorpen en de kathedralen aan de staat, die via het ministerie van cultuur voor hun onderhoud en uitbating (het betalend bezoek van de torens) verantwoordelijk is. Sinds 1994 daalt de jaarlijkse subsidie voor het ‘patrimoine’ en stijgt die van het ‘spectacle vivant’, want levende kunstenaars zijn kiezers en oude monumenten niet.

In 2019 heeft de Franse staat precies 18,82 miljoen euro uitgegeven voor het onderhoud van de 200 monumenten onder zijn beheer, waaronder 86 kathedralen. Voor restauratie van de 14.100 nationale monumenten was er in 2019 slechts 71,8 miljoen euro. Dus ook geen geld voor de broodnodige restauratie van het lekkende dak van de Notre-Dame, de kapotte ‘chemin de ronde’ etc. totale kosten ongeveer €60 miljoen, waarvoor noch de staat noch de stad Parijs wilde opkomen. De kerk werd gevraagd zelf sponsoren te zoeken en de eind 2018 begonnen restauratiewerken werden voor 100% betaald door de ‘American friends of the Notre-Dame’. Dat staat in geen enkele Franse krant, want dat is gênante informatie.
Veel gênanter nog is het feit, dat zich in de Notre-Dame – in tegenstelling tot het Louvre of het kasteel van Versailles – geen permanente brandweerbrigade bevond. Die was wegbezuinigd in de meest bezochte kerk ter wereld (13 à 14 miljoen bezoekers per jaar!).

Aanslag

Op brandgevaar in de Notre-Dame werd al sinds jaren door de ‘Comission nationale du patrimoine’ en de zeer actieve ‘Association Sites et monuments’ geattendeerd. Vooral sinds de islamitische aanslagen van 2015/16, waarvan de meeste van de 187 min of meer doodgezwegen worden, zoals het mislukte aanslag op de Notre-Dame met gasbommen van 4 september 2016, waarvoor vier dames op 14 oktober 2019 tot 20 en 30 jaar gevangenis werden veroordeeld. In deze context heeft het CNRS in 2016 een rapport gevraagd aan ingenieur Paolo Vannucci met de vraag, welke monumenten in Parijs een bijzonder gevaar lopen voor mogelijke aanslagen. Notre-Dame was nummer één op de lijst, met een duidelijke verwijzing naar de makkelijk ontvlambare dakstoel in hout. Maar het rapport werd door niemand gelezen, omdat het in een lade van de premier verdween als ‘secret défense’. Top secret, want het zou terroristen op een idee kunnen brengen.

De letterlijk ‘rode draad’ door al deze rapporten is de verouderde elektriciteitsleiding in bijna alle Franse kerken (in de Madeleine in Parijs dateert deze uit 1920!), die voor vele branden zorgt. Wist u dat de Notre-Dame de achttiende kerk in Frankrijk was, waar in minder dan zes maanden vuur is uit-gebroken? Dat heeft op de avond van de brand en ook daarna geen enkele Franse krant willen schrijven. En natuurlijk ook niet dat er geen permanent brandweerkorps was. De bewuste elektriciteitsleiding, die met 99% zekerheid voor de brand heeft gezorgd, werd in 2006 buiten alle regels om door de kerk geïnstalleerd voor de drie kleine bellen in de vieringtoren, die tijdens de mis luiden. In 2012 werd er nog een ‘provisorisch andere leiding’ naast gelegd, die na een jaar weer verwijderd zou worden. Maar dat is nooit gebeurd en werd door de verschillende inspecties van het beroemde werelderfgoed van de Unesco niet opgemerkt. Deze leiding werd waarschijnlijk beschadigd, toen tijdens de restauratiewerken een week voor de brand in de Notre-Dame de zestien sculpturen op het dak voor restauratie werden afgemonteerd. En ze ontvlamde hoogstwaarschijnlijk om 18.04 uur met het (elektrische) luiden van de bel in de vieringtoren.

Alarm

Wat daarna gebeurde is bijna te ongelofelijk om waar te zijn. Door de bezuinigingsmaatregelen was er dus geen permanent brandweerkorps dat regelmatig rondes loopt, maar een elektronische beveiliging die in 2012 was geïnstalleerd. In het contract van het ministerie van cultuur stond vermeld: ‘twee personen die 24 uur per dag aanwezig zijn’. Maar het bedrijf dat de opdracht voor het brandbeveiligingscontract won (het goedkoopste), zit in de Provence, in de buurt van Valence. Omdat het geen filiaal in Parijs heeft, werd het contract uitbesteed aan een kleiner bedrijf in Parijs (minus een commissie natuurlijk). Zo werden twee personen één persoon en 24 uur alleen nog van 8 tot 23 uur. Dus ’s nachts was er helemaal geen brandbeveiliging! En overdag was er één persoon die in het presbyterium (een gebouw naast de kerk) achter een bord met brandmelders zat. De eerste mensen met die dienst, schreven al in 2014 boze brieven naar de directie met de vraag: ‘wat gebeurt er wanneer er brand uitbreekt als ik op de wc ben?’ Antwoord: de kritische werknemers werden ontslagen en vervangen door goedkopere jeugdbanen.
Op maandag 13 april 2019 – het begin van de drukke paasweek – zat er een jonge student, die nog nooit in de brandbeveiliging had gewerkt en hierovoor ook geen opleiding had gekregen. Het was zijn derde werkdag en hij had geen idee van hoe de gecompliceerde kathedraal in elkaar zit. Toen de brandmelder om 18.16 uur ging (en niet 18.20 uur zoals overal geschreven) zat hij in de kelder met een sandwich – begrijpelijk, hij was al om 7.30 uur ’s ochtens verschenen en moest tot 23.00 uur blijven. Niemand kan van hem verwachten, dat hij dan permanent voor de brandmelder zit. Hij had twee minuten nodig om uit de kelder te komen en maakte toen een kapitale fout. Hij las op de brandmelder ‘combles–nef–sacristie’ en gaf aan de sacristein door: ‘brandalarm in de dakstoel van de sacristie’ (een bijgebouw van de kerk). De sacristein liep daar de trap op en zag niets onder het dak. In de sacristie bevond zich een identieke brandmelder met precies dezelfde tekst. Maar ook hier begreep niemand, dat het om brand in de dakstoel (combles) van het hoofdschip (nef ) ging, op de hoogte van de sacristie. Om 18.21 uur ging het automatische brandalarm en werd de lopende mis onderbroken. Maar de sacristein kwam met het nieuws dat het vals alarm was en de mis ging weer door. Om 18.30 begonnen de brandsirenes automatisch te loeien en kwam door de luidsprekers een bericht in vele talen om de kerk zo vlug mogelijk te evacueren. Tegelijk zweefden kleine stukjes zwart roet (van de al brandende dakstoel) neer op de gelovigen in de kerk. Maar nog steeds werd er geen brandweer gebeld. De sacristein ging onder het dak kijken en had daar twintig minuten voor nodig voordat hij om 18.51 uur de brandweer belde. Indien er een brandweerbrigade in de kathedraal was geweest, had deze waarschijnlijk tussen 18.04 en 18.51 uur de brand kunnen blussen, want de eikenbalken uit de 13e eeuw, die maandenlang in water hebben gelegen voordat ze naar de Notre-Dame werden gebracht, zijn bewust moeilijk ontvlambaar.

brand in de Notre-Dame
Blik op het interieur van de Notre-Dame na de brand van 15 op 16 april 2019

Tekortschieten

Bij de brandweer ging ook veel mis. Toen ze om 19.00 uur arriveerden en water naar het dak wilden schieten, bleek dat de hiervoor aangebrachte ‘colonnes sèches’ veel te klein waren. Er ging maar 200 tot 500 liter water door per minuut, terwijl het tienvoudige nodig was. Er moesten dus pompboten besteld worden en ook grote ladders, omdat de brandweer van Parijs de hoge ladders ‘die we toch nooit gebruiken’ had weggegeven en de enige twee ladders van meer dan 30 meter zich in de Yvelines bevonden. Toen het water en de ladders eindelijk beschikbaar waren, maakte de brandweercommandant bekend dat het dak niet meer te redden was. Om 19.56 uur was ‘live’ op televisie te zien hoe de brandende vieringtoren (in het Frans ietwat poëtischer ‘la flèche’, de pijl) door het dak de kathedraal instortte. Kort daarna werd een deel van de île de la Cité ontruimd, omdat de minister van Binnenlandse Zaken meldde dat de 69 meter hoge Noordertoren van de Notre-Dame misschien zou kunnen instorten en de hele kathedraal in zijn val zou kunnen meenemen. Het is gelukkig niet gebeurd, omdat twintig brandweermannen met gevaar voor eigen leven in de brandende toren zijn geklommen om het vuur te blussen. Het was verschrikkelijk om te zien: de brandende kathedraal die door 400 brandweermannen de hele nacht met tonnen water werd bespoten – zonder de vlammen te kunnen bereiken. Want het vuur zat in de 1.300 eiken balken, die bij een temperatuur van 800° in de as gingen totdat de 1.326 dakpannen bij temperaturen van 1.750° in gele lood-rook opgingen (bijna 210 ton lood is verdampt!). Pas de volgende ochtend om 9.40 uur was de brand helemaal geblust.

Fake news

En wat stond de volgende dag al op de voorpagina van Le Monde (en vele andere kranten)? Niet ‘hoe kon dit allemaal gebeuren?’ maar de meest ongelofelijke verhalen over ‘menselijke fouten’ waarop de regering haar eigen verantwoording wilde/wil afschuiven. ‘Menselijke fouten’ van de arbeiders op het dak, die sigaretten gerookt zouden hebben (terwijl één uur voor de brand de laatste van hen het dak had verlaten en ik vraag me af hoe een sigarettenpeuk had kunnen overleven bij temperaturen boven de 1000°). Of een defecte elektrische kabel van de lift van de restauratiewerken – terwijl deze lift zich buiten de kerk en ver van de brandhaard bevond. Maar een jaar later lees je dit nog overal. De diepere reden is dat er geen brandverzekering voor de Notre-Dame bestaat, omdat de Franse staat sinds 1889 zijn eigen verzekeraar is en de betrokken bedrijven wel verzekerd zijn (en men die wil laten betalen). Om maar te zwijgen van de infame bewering dat illegale migranten het vuur hadden aangestoken. Dit fake news kwam via het internet uit Rusland, van waar Vladimir Poetin heel officieel het extreemrechtse Front National van Marine Le Pen steunt, met o.a. ‘informatiecampagnes’, waarvoor hij twee miljard dollar per jaar uitgeeft… Dat belet de internationale pers niet om dit zonder nadenken en context te publiceren en zelfs Franse parlementariërs niet om hierover een debat in het parlement aan te vragen – en niet over de vraag, waarom er in zes maanden bij zoveel kerken brand uitbrak. Het toppunt was wat bovenaan de Franse krantenkoppen stond op de dag na de brand: ‘Wie betaalt meer voor de wederopbouw: Arnault of Pinault?’ Terwijl geen van de twee heren tot nu toe één cent heeft overgemaakt…*

* Meer weten over de rivaliteit tussen de Franse miljardairs Bernhard Arnault en François Pinault? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief en houd onze website in de gaten!

Over de auteur
Waldemar Kamer studeerde kunstgeschiedenis aan de Sorbonne en schrijft sindsdien over kunst en cultuur in Parijs voor verschillende media in diverse landen en talen, al sinds 1991 voor Tableau. Hij organiseert conferenties en concerten voor Franse musea, waarin hij bruggen slaat tussen culturen en kunst-vormen, vooral tussen beeldende kunst en muziek, zijn andere grote passie. In 2019 verscheen zijn boek Achter de façades van Parijs – ontmoetingen met bijzondere mensen. www.wkamer.fr

Lees meer...

Rive Roshan, Trichroic Tapestries in Musée des Arts Décoratifs in 2015 foto Alessandro Brossollet

No show: ook de designwereld staat on hold.

Veel uitstel en ook regelmatig afstel, dat typeerde het afgelopen halfjaar wat betreft presentaties, tentoonstellingen en beurzen in de designwereld. Een paar mooie tentoonstellingen werden verlengd maar voor veel culturele instellingen, kunstenaars en ontwerpers was

Lees meer »