Impressionisme met een twist: James Ensor in België

Door

James Ensor Jantine Kremer Tableau Magazine
James Ensor, De oestereetster (detail), 1882, collectie KMSKA – Vlaamse Gemeenschap. Foto: Rik Klein Gotink.

In zijn geliefde Oostende, de plek waar hij geboren werd en zijn hele leven woonde en werkte, overleed James Ensor op 19 november 1949 op 89-jarige leeftijd. Deze herfst is dat precies 75 jaar geleden. Het hele jaar wordt de maestro geëerd met de meest uiteenlopende tentoonstellingen in Oostende, Brussel en Antwerpen.

Hij is alle aandacht waard vindt Herwig Todts, Ensor-specialist en curator bij het KMSKA waar dit najaar de tentoonstelling ‘Ensors stoutste dromen’ opent. ‘Hij was een innovator.’ ‘Is het typisch Belgisch?’, vraagt Todts zich af tijdens ons zoom-gesprek. Hoe Ensor, net als Magritte, zijn werkzaamheden als kunstenaar infiltreert in alledaagsheid en huiselijkheid? In het geval van James Ensor is de bron zijn moeders curiositeitenwinkel vol chinees aardewerk, schelpen en carnavalsmaskers, waar hij een groot deel van zijn leven veel tijd doorbracht. Voorwerpen uit keuken en winkel verschijnen in zijn stillevens, zijn moeder en tante Mimi in zijn tekeningen en natuurlijk zijn zus Mitche in, bijvoorbeeld, De Oestereetster (1882). Dit topstuk was in de lente nog te zien in BOZAR, waarna het in de herfst weer thuis is en onderdeel van KMSKA’s expositie ‘Ensors stoutste dromen’. Wie oog in oog staat met dit meer dan manshoge schilderij dat hij op 22- jarige leeftijd al schilderde, snapt waarom Ensor het zelf eerst de titel In het land van de kleuren gaf. Door de explosie van sprankelende kleuren en dansend licht van het stilleven op tafel, ben ik als kijker niet zozeer op de etende vrouw gericht, maar voel ik me Mitches tafel genoot, voor even weggelopen, maar onderweg terug naar de tafel overspoeld door de kleurenrijkdom.

Europese avant-garde

Ensors connectie met Oostende is evident. Die met Brussel ook: als jongen ging hij er naar de academie en legde er contacten voor het leven, zoals met de vooruitstrevende en welgestelde familie Rousseau, ervoer het bruisende stadsleven en stond versteld van oude meesters en aanstormend talent, vastbesloten ze te overtreffen.

James Ensor Jantine Kremer Tableau Magazine
James Ensor, Skeletten verwarmen zichzelf, 1889, collectie Kimbell Art Museum, Fort Worth, Texas

Waarvoor moet de Ensor-liefhebber nog naar Antwerpen deze herfst? Ook dat is duidelijk: het KMSKA heeft de grootste collectie Ensors ter wereld – 39 schilderijen en meer dan 600 tekeningen – en met het Ensor Research Project onder leiding van Herwig Todts en conservator Annelies Rios-Casier veel expertise in huis. Met ‘Ensors stoutste dromen’ willen zij tonen hoe Ensors innovaties in dialoog met de Europese kunst tot stand kwamen. De eigen collectie wordt daarvoor aangevuld met intercontinentale bruiklenen. Todts: ‘Ensor is Europees kunstenaar. Hij behoort tot de generatie van Van Gogh, Seurat, Gauguin en Munch die afscheid neemt van een klassieke West-Europese traditie van natuurgetrouwheid. Een generatie die vrij gebruik gaat maken van de beeldmiddelen licht, kleur en vorm. Ensor speelt daarin zijn rol.’

Monet in Brussel

Als onderdeel van de KBR waren de rijk gestoffeerde kamers van het Paleis van Karel van Lotharingen deze lente gevuld met schilderijen en tekeningen die Ensors connectie met Brussel onderstrepen. 130 jaar geleden was dit ook de plek waar Ensor met zijn collega’s van de kunstenaarsvereniging Les XX zelf exposeerde. Omdat Les XX ook internationale collega’s uitnodigde, kwam Ensor in direct contact met de avant-garde. Als in 1886 de ‘notoire impressionisten’ met hun werk te gast zijn in Brussel, bestudeert Ensor het werk van onder andere Monet en Renoir van heel dichtbij. Het haalt hem weg bij zijn focus op het realisme dat hem eerder bij Courbet had geïnspireerd en wat tot zware werken zoals De dronkaards (1883) leidde. Een jaar later schildert hij Adam en Eva uit het paradijs verjaagd (1887) waarvan het kleurenpalet volgens Todts helemaal terug te voeren valt naar Monets Zicht op Borghides (1884). Opvallend is ook dat de figuren piepklein zijn en met moeite te ontwaren in het geweld van kleur en dynamiek van de lucht.

Voorbij het impressionisme

James Ensor reisde niet veel, maar hield zichzelf op de hoogte met tijdschriften. ‘We hebben hier in Antwerpen honderden kopieën die hij maakte uit geïllustreerde tijdschriften. Hij wilde zich echt meten met de grote namen van zijn tijd.’ In de tentoonstelling willen zij die beïnvloeding heel direct tonen, door bijvoorbeeld Ensors Adam en Eva direct naast Monets Zicht op Borghira te hangen, maar ook een stilleven naast een Renoir, naast symbolistisch werk een Redon, naast maskerschilderijen een Nolde, die Ensor op zijn beurt weer inspireerde. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Lees meer ...