Iris van Herpen staat nooit stil in haar werk. Altijd lopen er lijntjes naar een volgende collectie. In ideeën, in uitwisseling met anderen en in het ontwikkelen van nieuwe technieken. Zoals dit jaar in een kunstwerk met levende algen. Hoe ze werkt zie je dit najaar in de Kunsthal in Sculpting the Senses.
125 miljoen levende algen verwerkte ze in de look die in juli 2025 op de catwalk verscheen in de collectie Sympoiesis. Ze geven licht in het donker en bewegen mee met de deining van het kledingstuk. De look wordt bewaard in een speciaal verblijf, waarin de algen goed verzorgd worden. Hoe lang het blijft bestaan is niet bekend, want niemand heeft dit ooit eerder gedaan. Van Herpen: ‘Het leven van een enkele alge is niet zo lang, maar je moet ze samen zien als een organisme, de algen kunnen zich ook voortplanten in de look. Dus we weten niet hoe oud het geheel kan worden.’
Totaal nieuw en toch ook geworteld in tradities, dat is het werk van Iris van Herpen. Ze werkt op het snijvlak van verschillende disciplines. Mode, kunst, dans en wetenschap brengt ze samen. Dat doet ze op een vanzelfsprekende manier, omdat die werelden voor haar ook echt één geheel zijn.
Het belangrijkste thema in haar werk is de relatie tussen mens en natuur. Vormen in haar collectie zijn vaak op natuurlijke patronen gebaseerd met veel golvende lijnen, herhaling van structuren en erg ruimtelijke materialen, die je nauwelijks nog textiel kunt noemen. Tegelijk zijn ouderwets handwerk en klassieke technieken ook een belangrijk onderdeel van haar praktijk. De combinatie is zowel aards en ambachtelijk als vernieuwend en futuristisch. Misschien is dat wel het meest kenmerkend aan haar werk.
Gevraagd naar een periode in de mode die haar het meest inspireert, geeft ze een veelzeggend antwoord: eigenlijk de tijd voor productie, toen alles lokaal gemaakt werd en dus persoonlijk was. Ook haar stages bij Alexander McQueen en Claudy Jongstra passen daarbij. Van McQueen leerde ze vast te houden aan eigen ideeën en niet teveel concessies te doen. Bij Claudy Jongstra zag ze de puurheid van materiaal en de samenwerking met de natuur daarin. Beide dingen keren terug in haar werk. Ze heeft een heel eigen beelddtaal en in feite ook een eigen ecosysteem voor haar materiaal, zelfs als het niet natuurlijk is. Ze ontwikkelt het zelf.
De natuur als bron
In de tentoonstelling ‘Sculpting the Senses’ hangt bijna nonchalant tussendoor het skelet van een slang en meteen zie je de link tussen de vorm daarvan en de beeldtaal van Van Herpen. De natuur is voor haar een belangrijke bron en motivatie. ’We hebben onszelf erg los gekoppeld van de natuur. Veel mensen zijn nu bezig met het herstellen van die relatie en ik denk ook dat dat nodig is om oplossingen te vinden voor de uitdagingen die er nu in de wereld zijn. Want het begint bij iets simpels als het voelen dat je onderdeel bent van een veel groter geheel. Dat is de rode lijn in mijn werk.’
Een andere constante is beweging. Slingerende organische vormen in het ontwerp, maar ook in de beweging van de stoffen als een look gedragen wordt. Van Herpen ging als kind op klassiek ballet en danste tot op de middelbare school. Dans en beweging zit verweven in haar zijn en alles wat ze maakt. Ook in collectiepresentatie van Sympoiesis keert dat terug. ‘Ik heb een performance gemaakt voor de show met licht en beweging, gebaseerd op het werk van Loïe Fuller, een verniewende danseres in Parijs begin 20e eeuw. Ik kende haar werk al heel lang.’ Zo komen wetenschap, mode, dans en muziek samen in haar haute couture tijdens de shows in Parijs. Het hoogtepunt van de mode industrie.

Research en development
Aan dit eindresultaat gaat een lang proces vooraf. Research en development zijn een belangrijk onderdeel van de praktijk van Iris van Herpen. Een idee voor een ontwerp begint eigenlijk nooit met een beeld of iets dat ze ziet. ‘Meestal begin ik met materiaal onderzoek, met experimenteren en van daaruit groeien ideeën.’ Maar het kan ook een gesprek zijin waar iets uit voortkomt of een concept dat ze tegenkomt in een boek dat ze leest.
De look met levende algen is ontstaan uit een evolutie van ideeen over samenwerken met de natuur. Van Herpen: ‘Het was voor mij echt een droom om te kijken of we het een stap verder konden brengen. Want we werken veel met natuurlijke materialen, maar in een look heeft dat altijd een statische kwaliteit. Het heeft geen ontwikkeling meer in zich.’ En juist die ontwikkeling vindt ze belangrijk. In beweging blijven met ideeen. Ze werkt daarvoor veel samen met wetenschappers. Op een gelijkwaardig niveau. Ze komt niet met een vraag bij hen, maar legt contact met mensen die hetzelfde denken en met interessante thema’s bezig zijn. Zo ontstaat geleidelijk een samenwerking, die meestal jarenlang doorloopt. Van Herpen hecht aan persoonljke contact en bouwt lange relaties op waarin ze ideeen uitwisselt en samenwerkt aan nieuwe materialen en technieken.
Voor de jaarlijkse show in Parijs gaat minstens twee maanden op aan research. De informatie die ze verzamelt komt uit verschillende hoeken, zowel wetenschap als kunst en architectuur. Ze kijkt bijvoorbeeld naar waar universiteiten mee bezig zijn qua onderzoek. Als ze daar een interessante ontwikkeling ziet, gaat ze het gesprek aan om te kijken of een samenwerking iets te bieden heeft. Overigens komt ook het omgekeerde voor. ‘Na de expositie in Parijs werd ik benaderd door wetenschappers die het werk hadden gezien en wilden delen waar ze mee bezig waren.’
De architectuur is een ander veld waar ze graag mee uitwisselt.‘Qua technieken gebeurt er veel in de architectuur dat heel leerzaam is voor de mode, vooral op het gebied van prototyping is de schaal eigenlijk hetzelfde. 3D printing werd toen ik er mee begon nog niet gezien in de mode, maar in architectuur werd het al gebruikt voor maquettes en zo zijn er meer dingen.’
Andersom heeft Van Herpen op verzoek van een architect panelen gemaakt voor het gebouw van Naturalis in Leiden, haar reliëfs zijn zowel op de gevel als binnen te vinden. Haar droom is op al die terreinen te kunnen werken, in voortdurende uitwisseling en ze is goed op weg. De basis blijft echter de haute couture.
Tijd en aandacht
Na de periode van research start een fase van in de praktijk onderzoeken en experimenteren met materiaal. En dan komt het maken. Van Herpen heeft intussen een studio met veertien medewerkers, plus nog wat stagaires en freelancers waar ze mee samenwerkt.
‘Als ik ontwerp heb ik de voorkeur om niet te tekenen, maar om te drapen, te draperen. Dus direct met het materiaal op de mannequin werken om de vormen te vinden. Dat is een heel hands-on proces en dat doe ik alleen. Het is een heel persoonlijk deel van het proces. Als ik daar helemaal tevreden over ben dan wordt het overgenomen door het atelier. Over het algemeen zitten er zoveel uren handwerk in, dat is niet te doen alleen.’ Hoewel ze nieuwe technieken als lasercutting en 3Dprinting gebruikt, zou ze zeker niet willen automatiseren. ‘De tijd en de liefde die er in gaan zijn een belangrijk onderdeel van de ziel van het werk. Zelfs als een shortcut mogelijk zijn – wat niet zo is – zou ik het niet doen.’
Sinds 2007 maakt ze een haute couture collectie voor Parijs. Daarnaast zijn er custom made ontwerpen voor doorgaans beroemde personen. Beyoncé droeg bijvoorbeeld zo’n ontwerp en Koningin Maxima. Daar is het atelier per stuk vier tot vijf maanden mee bezig.
Is het moeilijker om op verzoek voor iemand op verzoek te ontwerpen? ‘Dat hangt van de persoon af, maar …
Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.


