Jacqueline de Jong – van het een komt het ander

Door

Gestart in de jaren 60 heeft Jacqueline de Jong (1939) een rijk en divers oeuvre opgebouwd dat in de afgelopen jaren is gewaardeerd met overzichtstentoonstellingen en de prestigieuze Aware prijs. Een oeuvre dat nog steeds uitdijt. En ook al heeft De Jong inmiddels alle hoeken van de kunst verkend, ze vindt nog steeds nieuwe dingen.

Tekst: Marjolein Sponselee
oktober 2020

De toekenning van de Franse AWARE prijs in 2019 voor haar uitzonderlijke loopbaan en oeuvre past bij de internationale aandacht die De Jong de laatste jaren ten deel valt. Zowel voor haar schilderkunst als voor het tijdschrift The Situationist Times dat ze in de jaren 60 maakte. Na de overzichtstentoonstellingen in Les Abbatoirs en Stedelijk Museum vorig jaar en exposities bij verschillende galeries, stond ook dit jaar veel op stapel. Of zou op stapel staan, want een aantal dingen zijn door de corona crisis uitgesteld. Jammer genoeg. Maar de stille periode had als voordeel dat er veel tijd voor het atelier was. De Jong: ’Ik vond dat eigenlijk wel prettig. Er was veel tijd om werk te maken, omdat er weinig afleiding was.’ Anderzijds wordt de dynamiek van de kunstwereld node gemist. Openingen, lunches, diners, het hoort er wel bij, maar kan nu even niet.

Jacqueline de Jong, Tureluurs, 2020, olieverf op linnen/pumestone (foto: Gert Jan van Rooij)

De actualiteit en een lift

Het oeuvre van Jacqueline de Jong is omvangrijk en divers, het reikt van grafiek en schilderkunst tot tijdschriften en sieraden. Toch is daarin wel een lijn te herkennen. Als een ketting rijgen werken, perioden, mensen en projecten zich aan elkaar. Het een volgend uit het ander. Soms is een woord de aanleiding, soms een willekeurig beeld. Een foto in de krant, het wereldnieuws, een landschap, een bijzondere vorm. Zelfs een uitgelopen aardappel kan de aanleiding zijn voor een werk of voor een reeks sieraden (Pommes de Jong). Na verloop van tijd is dat onderwerp dan van alle kanten bekeken en schilderkunstig onderzocht tot er geen verrassing meer inzit. Dan is het tijd voor een nieuw thema.

In het atelier van Jacqueline de Jong staat zo’n laatste werk uit de ‘aardappelserie’. Een fotoprint op doek, daarop geschilderd en met een paar verschrompelde aardappelen erop bevestigd. Toen diende zich een ander onderwerp aan: de vluchtelingenstroom. In sieraden en installaties blijven de aardappelen (die ze verbouwt bij haar huis in Frankrijk) echter nog aanwezig. Het nieuwe werk in het atelier is een reeks met de titel Border-Line, waar ze sinds ruim een half jaar aan werkt. Het zijn kleurrijke doeken in verschillende formaten. Beklemmende beelden die passen bij het gebrek aan ruimte. Op de voorgrond kronkelt het prikkeldraad van de grenzen. Geen vrolijke wereld. De doeken zijn van rand tot rand gevuld met vervormde figuren, tentenkampen, een vliegtuig, en een vreemde kubusvorm waar mensen in opgesloten zitten. Een kubus die ook doet denken aan de lift die najaar 2019 in haar huis is geplaatst en dwars door alle verdiepingen snijdt. De Jong is zelf ook enigszins verbaasd over hoe dat gaat: ‘Die vorm van de lift keert dan als vanzelf ook weer in de schilderijen terug.’

Moria (Idlib) uit de serie Border Line, 2020 (foto: Gert Jan van Rooij

Internationale avant-garde

Er was altijd belangstelling voor haar werk, vertelt ze en ook de verkoop liep in de 60 jaar die haar carrière inmiddels omvat altijd door, maar de laatste vijf jaar leeft de interesse op. Met name ook vanwege het tijdschrift The Situationist Times en haar rol in de internationale avant-garde in de jaren 60. Eind jaren 50 maakte ze onder andere via Armando kennis met Constant en de Internationale Situationisten; een groep schrijvers, kunstenaars en filosofen; waarbij ze zich als een van de weinige vrouwen aansloot. In 1962 werd ze door een intern conflict over de Gruppe Spur uit de groep gezet. Daarop richtte ze zelf het tijdschrift The Situationist Times op, waarvan ze zes nummers maakte, met bijdragen van verschillende kunstenaars en schrijvers. In Parijs maakte ze intussen ook deel uit van de internationale kunstscene, een groep contacten die zich uitstrekte van de kunstenaars rond Asger Jorn (gedurende een decennium haar levensgezel) tot de jonge generatie met bijvoorbeeld Daniel Spoerri. En vele, vele anderen. Het is eigenlijk teveel om op te noemen.
Als schilder ontwikkelde De Jong steeds meer haar eigen stijl. De invloed van Jorn is zichtbaar in de expressionistisch donkere doeken, maar geleidelijk werd het werk lichter, kleurrijker en meer figuratief. De onderwerpen zijn soms shockerend; in de energiek geschilderde werken komen sex, geweld, moord en zelfmoord herhaaldelijk aan bod. Vanaf het midden van de jaren 60 exposeert ze regelmatig met haar werk en is daarnaast actief in het organiseren van bijeenkomsten en samenwerkingen.

Nog steeds is De Jong iemand die hecht aan contact en uitwisseling. Al is het helaas door corona moeilijker. Ze volgt de kunstwereld en verzamelt ook zelf. Haar huis is gevuld met kunst. Een werk van Ronald Ophuis in de keuken, een Berend Strik in de zithoek en daarnaast sinds kort een doekje van Michael Raedecker. Een ets van haarzelf leunt tegen de muur, onlangs terug gekocht en opnieuw ingelijst. Er hangt kunst  in de gang, naast de trap en boven het bed. Een prachtig werk van Asger Jorn boven de schoorsteenmantel, en daarnaast een vroeg klein werk van haarzelf. Waar geen kunst hangt zijn boeken, heel veel boeken en her en der een object. Een bordje over biljarten, zo uit een café. Een paar kleine flipperkastjes. Het hele huis is als een collage dat laat zien hoe alles verband houdt met elkaar. Net als inThe Stiuationist Times destijds. Een snoer van keuzes en associaties. Niet willekeurig – de vergelijking met een balletje in een flipperkast zou te random zijn – maar gericht voortbordurend op het voorgaande. Zij bepaalt de route. Elke gedachte volgt uit de vorige. Wat niet wel zeggen dat het allemaal uitgelegd hoeft te worden. Liever niet eigenlijk, vindt ze zelf.

Jacqueline de Jong, Crispy Hands, 1977 (courtesy Chatêau Shatto, Los Angeles, foto: Ed Mumford)

De grenzen van de schilderkunst

De Jong begon in een expressionistische stijl, maar onderzocht ook andere facetten in het schilderen. Verschillende stijlen kwamen voorbij, onder andere een periode met pop-art achtig werk, een reeks schilderijen van biljarters en hyper-realistisch werk; waarbij ze zich nu soms verbaast over hoe gedetailleerd ze destijds kon (en wilde) schilderen. Het is een voortdurend onderzoek naar techniek en materiaal, naar vorm en compositie en naar werk van andere kunstenaars; de grenzen van de schilderkunst verkennend. Een doek dat uit het vlak breekt en ruimtelijk wordt bijvoorbeeld, werk op zeildoek, live schilderen bij een modeshow van Sophie van Kleef (1984). En in de laatste jaren ook met fotoprints als basis waar ze overheen schildert. Of, meer recent, met een gruis dat ze in de verf mengt, waardoor naast de vlakke verfstreken een korrelige textuur verschijnt. Maar er zijn ook constanten in het werk. De doeken zijn altijd van rand tot rand gevuld. De energie reikt verder dan het kader, zelden is de compositie rustig en gecentreerd. Het expressieve uit de begintijd keert steeds terug. De monsters en gedeformeerde figuren. Een horizontale scheiding in het beeldvlak, waarmee iets van ruimte gedefinieerd wordt. Het rijke kleurgebruik. Het vaak fragmentarische beeld waarin scènes in elkaar schuiven als in een collage. In sommige perioden donkerder werk, duister. Erotiek, geweld en landschappen blijven als onderwerp terugkomen. Soms is de stijl vlak en transparant, schemert het doek er doorheen, dan weer voller en rijker van kleur. Elementen verdwijnen en komen weer terug. Nieuwe dingen sluiten aan bij wat er al was, vullen aan, voegen toe, dagen uit een nieuw werk op te zetten.

Jacqueline de Jong, Pastaggio, 1986 (courtesy Pippy Houldsworth Gallery)

Toeval en keuze

De meeste werken begint ze met een tekening op doek, al dan niet geprepareerd linnen. Voor de huidige serie soms met een foto uit de krant als bron voor de figuren en compositie. Ook in deze serie zijn er verschillende verkenningen. Er is een groot doek met slechts enkele figuren en centraal de lift. Een vol, onrustig tweeluik met Assad als een demoon onder in beeld. Vluchtelingen met holle ogen en een bange, lege gezichten. De verwrongen figuren doen in vorm terugdenken aan eerder werk, maar zijn hier verbonden aan de actualiteit. En zo zijn er altijd verbanden. Meestal meerdere. In de bekende serie van biljartende mannen uit de jaren 70  bijvoorbeeld waren het zowel het werk van Max Beckmann, biljarters in het café, de uitdaging van een groen vlak, de figuur en houding van de biljarter en de Franse woorden die ermee gepaard gaan die samen komen in het werk. Nu is het de immigrantenstroom, fort Europa, een virus, een lift in huis en wie weet wat nog meer, dat voor ons als kijker onzichtbaar blijft. Of dat wat we er zelf in zien.
Het thema oorlog kwam eerder aan bod begin jaren 90 naar aanleiding van de Golf Oorlog en in de WAR serieuit de periode 2014, over de Eerste Wereldoorlog; een reeks duistere werken met fragmenten van het slagveld. Er zijn parallellen, maar in de huidige serie is meer kleur. De oliepastels die ze destijds ontdekte als materiaal gebruikt ze nog steeds. Deformatie en realisme keren ook hierin terug. Een mix van actualiteit en emotie. En het schilderen zelf. Net als in The Situationist Times gaat het niet per se om een doel, maar meer om het onderzoek. Over hoe dingen samen vallen en de verbanden zien. Toeval of niet. Zoals het feit dat ze een lijst van werken van een expositie in Beirut terugvindt in dezelfde week dat daar een lading ammoniumnitraat ontploft. Of een bordje met de tekst La Carantaine, dat de weg wijst naar een huis in Frankrijk, dat ze juist in deze zomer tegenkomt.

Jacqueline de Jong, WAR 1914-1918, 2013 (courtesy Rodolphe Janssen, Brussel)

2020

Het jaar begon goed. Begin 2020 was er een solo bij Pippi Houldsworth Gallery in Londen, met wie ze dit najaar ook op de FIAC zal staan. Corona volente. ‘In oktober komen er veel dingen aan in Parijs, wat ik heel leuk vind want Parijs is natuurlijk toch mijn bakermat. Er komt een solo van mijn werk en het tijdschrift op de FIAC, een expositie en artist talk bij Treize en de publicatie bij de AWARE prijs komt uit.’ Maar achter elke planning staat nu een mits. Dingen worden voorbereid, maar of ze realiteit worden blijft onzeker. ‘Je werkt ergens aan zonder te weten of het zin heeft.’ Een moeizame periode. Je zou er tureluurs van worden. En zo heet dan ook een werk van eerder dit jaar.
Daarnaast was er dit jaar een solo bij Wiels in Brussel in het vooruitzicht en een project bij Mostyn in Wales, beide zijn uitgesteld naar 2021. Ook nu vallen allerlei contacten samen en werken de organisaties samen aan de publicatie. Die zeer welkom is, want de laatste monografie in druk verscheen bij een expositie in 2003 (Cobra Museum, Amstelveen). Wel verscheen in 2019 nog een uitvoerige publicatie over haar tijdschrift. These are Situationist Times!  (Torpedo Press, Oslo) is een vuistdik boek waarin het blad ontleed wordt. Zes nummers verschenen, steeds rond een ander thema. Een nummer over België bijvoorbeeld waarin het symbool van de drietand steeds terugkomt; omdat dat toen door opstandige boeren werd gebruikt en overal te zien was. Daarna is de typologie van dit symbool verder onderzocht. Zo waren ook de volgende nummers een aaneenschakeling van beeld en tekst, over kunst, maatschappij en politiek. Deels gelinkt aan de actualiteit, deels autonoom, deels associatief voortbordurend op het voorgaande. Een laatste nummer met als thema de Pinball Machine bereikte de drukpers niet.
In een serie interviews over het blad, waarbij op video pagina voor pagina de nummers worden doorgebladerd licht De Jong toe: ‘Het hele idee van The Situationist Times is om het niet uit te leggen. Dat wat we nu doen is eigenlijk in strijd met de opzet van het tijdschrift. Mensen moeten zelf kijken. Het is laten zien, niet uitleggen. Er is ook geen uitleg. Er was geen reden waarom ik de beelden zo verzamelde, het is meer aan elkaar rijgen.’ Deels is daardoor ook niet na te vertellen waarom. Het was toen, het zijn associaties van toen, voor een deel persoonlijk en verbonden aan zaken die toen voorbij kwamen. En zo gaat het (kennelijk) nog steeds. Van het een komt het ander.

Werk van Jacqueline de Jong is nu te zien in de online viewing room van Pippy Houldsworth Gallery, in plaats van de solopresentatie op de FIAC die niet door kon gaan. Op de site ook een heel recent interview met Jacqueline de Jong van 1 november 2020. https://www.houldsworth.co.uk/viewing-room/24-jacqueline-de-jong-catastrophes-in-lieu-of-fiac-2020/

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Lees meer ...

Erwin Olaf - Im Wald, 2020

RON MANDOS & ERWIN OLAF

Kunstenaar en galerie, het is een bijzonder duet. Een samenwerking die te vergelijken is met een relatie, met wederzijds vertrouwen en eerlijk delen. In gesprek met twee grootheden in de Nederlandse kunstscene die elkaar recent hebben gevonden: galeriehouder Ron Mandos en fotograaf Erwin Olaf over inspiratie, zaken doen en keuzes maken.

Lees verder »