Kandinsky’s vrije vormen

Door
Marjolein Sponselee
Wassily Kandinsky H'Art Museum Tableau Magazine
Wassily Kandinsky, Improvisation 3, 1909, Centre Pompidou, MNAM- CCI/Adam Rzepka/Dist. RMN-GP

Kandinsky is hot! Zo zou je kunnen concluderen aan het aantal tentoonstellingen van zijn werk. In Düsseldorf te zien in een mooie tentoonstelling met Hilma Af Klint. In Londen met Der Blaue met Hilma Af Klint. In Londen met Der Blaue Reiter. En in Amsterdam solo, met werk uit collectie van Centre Pompidou. 

De van oorsprong Russische kunstenaar Wassily Kandinsky woonde lange tijd in Duitsland, verkreeg de Duitse nationaliteit en werd daarna een Frans staatsburger na een volgende emigratie naar Parijs. Een wereldburger dus.

Kandinsky hield sowieso niet van hokjes. Hij keek graag over de grenzen van de disciplines, bijvoorbeeld naar muziek en film en haalde daar inspiratie uit voor de schilderkunst. Loskomen van de herkenbare werkelijkheid en het onzichtbare in beeld brengen werd zijn doel. Het is niet vreemd om in de wirwar van vormen, lijnen en kleuren in zijn werken soms een fragment van een landschap te herkennen. Kandinsky begon met het schilderen van landschappen en stadsgezichten. Plekken waar hij was geweest, de herinnering aan reizen. In de latere improvisaties zie je er soms delen van terug. Drie bergruggen, een boomtop, de lijn van glooiende heuvels. Al duidt hij met de titels van de werken op het feit dat hij nergens letterlijk naar verwijst. De improvisaties zijn een vrije aaneenschakeling van fragmenten, een associatief stapelen van kleuren en vormen. Als in een muziekstuk versnellend en vertragend, met drukke delen waarin alles over elkaar heen buitelt en rustige stukken waar meer ruimte is.

In H’ART museum wordt de totale ontwikkeling van zijn werk zichtbaar gemaakt. Dit kan dankzij een samenwerking met Centre Pompidou, dat voor verbouwing gesloten is in de komende jaren. Ook belangrijke topstukken die normaliter altijd op zaal hangen in Parijs en nooit worden uitgeleend zijn er nu wel. Zoals Mit dem Schwarzen Bogen (1912). En Auf Weiss II uit 1923, dat op het affiche van de tentoonstelling staat.

Centre Pompidou is een van de vaste partners van H’ART, dat de komende jaren ook gaat samenwerken met het British Museum in Londen en het Smithsonian American Art Museum (SAAM) in Washington D.C. Een slim vervolg van het museum, dat eerder verbonden was met de omvangrijke collectie van de Hermitage, maar de banden met dit Russische museum doorknipte na de inval van Rusland in Oekraïne.

Wassily Kandinsky H'Art Museum Tableau Magazine
Wassily Kandinsky, Auf Weiss II, 1912, Centre Pompidou, MNAM-CCI/Hélène Mauri/Dist. RMN-GP

Het schilderij als werkelijkheid

Uit de vroege jaren van Kandinsky zijn in H’ART schilderijen van zijn reizen te zien. De eerste reis ging naar Nederland en later naar Tunesië. Reisgenoot was zijn partner Gabriele Münter, die zelf ook een belangrijk kunstenaar was, wat duidelijk wordt in een tentoonstelling in Londen in Tate Modern: ‘Expressionists: Kandinsky, Münter and The Blue Rider’ (t/m 20 oktober 2024). In Amsterdam zijn alleen enkele foto’s van haar te zien. Münter fotografeerde de reis in Nederland en een aantal van de locaties die ze vastlegde verschijnen herkenbaar in de schilderijen van Kandinsky. Een straatbeeld in Marken bijvoorbeeld op Kanal in Holland uit 1904.

Opvallend bij die vroege landschappen is de losse toets en de vrijheid waarmee Kandinsky lijkt te schilderen. Het is een herinnering aan een plek die hij had bezocht, maar niet tot in detail een weergave van de werkelijkheid. Ook de kleuren zijn opvallend, vaak intens en duidelijk een sfeer. In elk werk lijkt één tint dominant, alsof dat de kleur was van dat moment, van die dag.

Een schilderij kan op één moment de hele inhoud van het werk aan de toeschouwer presenteren

Rond 1909 is er een omslagpunt en komt Kandinsky verder los van de zichtbare werkelijkheid. De kleuren worden intenser en het landschap steeds abstracter. Je herkent nog wel een ruiter, maar die zit op een groen paard en in een landschap van dieprood, geel en blauw. De titel van het doek is dan niet meer Kanal in Holland of Herbst in Bayern maar Improvisatie 3. In diezelfde periode schreef hij ook Uber das geistige in der kunst, een theoretische verkenning van hoe kunst werkt en wat het doel of nut ervan kan zijn. Hij gaat in op hoe kunst eenweergave kan zijn van niet alleen de zichtbare werkelijkheid, maar ook van wat daar onder ligt. Niet alleen een impressie van de buitenkant maar ook van het innerlijk. Zowel van de mens, als van – bijvoorbeeld – een object, maar ook van het innerlijk van het schilderij zelf. Het schilderij als een nieuwe, op zichzelf staande werkelijkheid.

Ook schrijft hij over de werking van kleuren en dat dit twee kanten kent: de fysieke kant, dat wil zeggen welk effect de kleur heeft op het oog en hoe de kijker dit aanvaart. Hij vergelijkt het met smaak, hoe een bepaald gerecht je tong raakt en een effect oproept. Hoe het voelt om iets kouds te eten. Een vergelijking met fysieke ervaringen dus. Maar daarnaast is ook een psychische ervaring van kleur mogelijk, schrijft hij. Kleur kan de ziel raken. Kandinsky plaatst dit op een hoger niveau: niet iedereen is er ontvankelijk voor. (Maar misschien kun je dat wel ontwikkelen.) Of kleur een directe ervaring is of verloopt via associaties blijft ook voor hem een vraag. Sommige mensen beschrijven een smaak als blauw of een kleur als ruw en stekelig. Kleuren worden aangeduid met koud en warm, hard en zacht. En ook maakt Kandinsky de verbinding met muziek: ‘Waarschijnlijk zou niemand het in zijn hoofd halen de indruk van felgeel te associëren met de bastonen van een piano of donker meekrap te betitelen als een sopraanstem.’

De link met muziek

Kandinsky maakt vaker de vergelijking met muziek. Met het werk van Debussy bijvoorbeeld, dat hij als de meest moderne muziek van zijn tijd beschouwt. Velen vergelijken die muziek het met het impressionisme van de schilders, maar dat klopt volgens Kandinsky niet: Debussy laat juist ook het innerlijk meespelen in zijn muziek. Niet zoals de kunstenaars uit de romantiek doen, maar meer zoals bij Cézanne. ‘Niet een mens, niet een appel, niet een boom wordt weergegeven maar dat alles wordt door Cézanne gebruikt voor het vormen van …

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Kandinsky
H’ART Museum
t/m 10 november 2024

LEES MEER 2024, Musea, Stories

Het magisch realisme van Anaïs López 

Het project ‘De Schildpad en de Monnik’ zette beeldend kunstenaar/fotograaf Anaïs López definitief op de kaart. Na een expositie bij Japanmuseum SieboldHuis in Leiden, is het werk nu ook onderdeel van een tentoonstelling bij Het

Lees verder »
Kunstwerk Laure Prouvost, installatie van beton in het water.

 Kunst aan de Maas

  Langs de oevers van de Maas ontmoeten kunst en natuur elkaar in België in een reeks monumentale kunstwerken van Mark Dion, Laure Prouvost, Adrie Tirtiaux, Germaine Kruip, Koen Vanmechelen en Jennifer Tee.  Dit is het beverbos zegt gids Michiel

Lees verder »