Column Paris Inside: een ‘kunst-lente’ in Parijs

Door

Romaine Brooks, Au bord de la mer [détail], 1923, olieverf op doek, 105x68cm, coll. Musée Franco-Américain du château de Blérancourt © Centre Pompidou + RMN- Grand Palais : Gérard Blot

Unbelievable but true – op het ogenblik dat ik deze column schrijf heerst er in de Parijse kunstwereld een echte lentestemming. Het is weliswaar alweer een ‘corona-winter’, maar de ‘kunst-lente’ van deze herfst was zo bloeiend, dat de positieve stemming niet dood te slaan is. De beste indicator voor deze ‘kunst-lente’ is dat er deze herfst in Parijs meer dan twee keer zoveel Champagne gedronken is dan in het hele jaar 2020. Bubbels! Alle projecten die tijdens de pandemie in de ijskast stonden, kwamen tegelijk tot bloei en het harde werk van vele optimisten, die er steeds in bleven geloven en sommige openingen drie keer moesten verschuiven, werd huizenhoog beloond. Iedereen wilde alles zien en beleven wat we zo lang moesten missen. De bezoekers- en verkoopcijfers zijn unbelievable.

De ‘kunst-lente’ begon in september met de door Christo & Jean-Claude ingepakte Arc de Triomphe. Dat werd door 685 miljoen mensen in de wereld gevolgd en zes miljoen bezoekers kwamen het live bekijken. 1.100.000 bezoekers maakten hiervoor – zo- als het Tableau-team – een extra reis naar Parijs. Velen van hen gingen meteen ook naar de eindelijk geopende Bourse de Commerce (zie ons artikel van februari 2020, net voor de geplande opening) en de Morozov-tentoonstelling in de Fondation Louis Vuitton. Ook bij de musea die geen special event te bieden hadden, schoot het aantal bezoekers als een pijl naar boven. Zo ook het nieuwe Musée Carnavalet, het na vijf jaar restauratie heropende stadsmuseum van Parijs, en het Hôtel de la Marine op de Place de la Concorde, dat na vijftien jaar heen-en-weer nu een schitterend museum is geworden.

De kunstbeurzen deden het onverwacht goed. Omdat het Grand Palais tot de Olympische Spelen in 2024 in verbouwing is, week Fine Arts Paris (oude kunst) uit naar het ondergrondse Carrousel du Louvre, waar de decorateur Jacques Garcia voor een sfeervolle ambiance zorgde. De FIAC (hedendaagse kunst) verhuisde naar het nieuwe Grand Palais Ephémère op de Champs-de-Mars bij de Eiffeltoren, wat ook goed lukte. Tegelijkertijd organiseren de galeries vernissages met dj’s en brak daar de mazelen uit: ik heb zelden zoveel rode puntjes op tentoonstellingsopeningen gezien! Bij de veilinghuizen meldt iedereen, dat er met de pandemie een nieuwe generatie kunstverzamelaars is opgebloeid: 60 à 75% nieuwe klanten via internet. Ze interesseren zich voor alles en bieden soms voor de meest onverwachte objecten tegen elkaar op, bijvoorbeeld voor een punthoed van Napoleon. In een vorige column schreef ik dat Wellington in Waterloo vond dat ‘deze hoed 50.000 man waard is’. Een bieder op een online-veiling betaalde nu 1.222.500euro voor een ‘bicorne’ van Napoleon.

In de tentoonstellingsagenda’s zijn ook veranderingen. Het RMN-Grand Palais, de grootste tentoonstellingsorganisator in Frankrijk, ontwikkelt een nieuw concept met het Grand Palais Immersif: tentoonstellingen die geheel met nieuwe media gemaakt worden. De eerste begint op 10 maart in Marseille (rond de Mona Lisa) en heeft het voordeel dat ze gemakkelijk naar andere plekken kan verschuiven, en desnoods online te zien is. Er komen ook opvallend meer tentoonstellingen met een link naar politieke thema’s. Het Musée national de l’histoire de l’immigration (in het vroegere Palais des Colonies aan de Porte Dorée) organiseert een tentoonstelling over Picasso als migrant: met alle geheime politierapporten die verklaren waarom hij (vanwege zijn communistische vrienden) zoveel moeite had om zijn verblijfsvergunningen te verlengen en waarom zijn naturalisatieverzoeken steeds weer afgewezen werden. Voor de huidige buitenlandse kunstenaars is het overigens zeker niet makkelijker.

Met de opname van Joséphine Baker in het Panthéon – als eerste zwarte vrouw en als eerste podiumkunstenaar – worden de pionierdaden van vrouwelijke outcasts in het Parijs van de jaren 1920 onder de loep genomen. Daarnaast organiseert het Musée du Luxembourg samen met AWARE (Archives of Women Artists, Research and Exhibitions) de tentoonstelling ‘Pionnières, Artistes d’un nouveau genre dans le Paris des années folles’ over 45 kunstenaressen. Hierin maken we naast de bekende Joséphine Baker, Tamara de Lempicka en Suzanne Valadon nu ook kennis met de Amerikaanse Romaine Brooks, Tarsila Do Amaral uit Brazilië, de Poolse Mela Mutter, de Hongaarse Anton [Anna] Prinner, de Indisch-Hongaarse Amrita Sher Gil en de Deense Gerda Wegener met haar echtgenote Lili Elbe, die als man geboren werd. In welke vorm ook, het wordt een kleurrijke en kosmopolitische ‘kunst-lente’ in Parijs.

Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het gebied van kunst? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine. Meer highlights lezen? Bestel dan hier de losse editie!

Lees meer ...

Erigone pendule detail

Once Upon a Time

In een statige villa aan het museumplein voegt zich deze zomer een tijdelijk museum met vuurvergulde pendules. Hier stap je een andere wereld in. Een uitbundig sprookje vol goud en verhalen. Te zien is een

Lees verder »

Backstage bij de Rijksakademie

Vanuit de hele wereld melden kunstenaars zich aan voor een werkperiode aan de Rijksakademie. De excellente voorzieningen en de rust om hier twee jaar lang geconcentreerd te werken maken het tot een gewilde plek. Dat

Lees verder »