Geen expo die de beroemde film van Alfred Hitchcock analyseert, maar eentje die aandacht vraagt voor en richt op misschien wel de beroemdste vogel in de Nederlandse kunstwereld: de distelvink oftewel het puttertje van Carel Fabritius. Hij schilderde in 1654 Het puttertje, maar was toentertijd duidelijk niet de enige die de spotlights richtte op een eenvoudige vogel, zo laat het Mauritshuis zien. Door beeldhouwwerken, prenten, tekeningen en toegepaste kunst te combineren met schilderijen, afkomstig vanuit de hele wereld, zien we een indrukwekkende hoeveelheid vogels tot leven komen. Ze staan symbool voor vrijheid, maar worden tegelijkertijd in kooien gestopt, opgegeten of opgezet en aan de muur gehangen. Een tegenstelling die de nodige vragen oproept. Daar gaat deze expositie mee aan de slag, met behulp van kunstenaars zo breed als Leonardo Da Vinci, Rembrandt, Pablo Picasso, Henri Matisse en Iris van Herpen. Wat zegt onze band met vogels over hoe de mensheid met de natuur omgaat?

Extra bijzonder: gastconservator is kunsthistoricus Simon Schama, die in zijn boek Foreign Bodies al liet zien hoe mooi hij over dit onderwerp kon vertellen.
Nog even over dat puttertje van Fabritius. Distelvinken waren in de zeventiende eeuw populaire huisdieren: je kon ze leren zelf met een klein emmertje water te ‘putten’, vandaar die bijnaam. Een van de weinige bekende werken van de kunstenaar, maar dan wel meteen eentje om naar te blijven kijken.
Expositie Birds
12 februari tot en met 7 juni
Mauritshuis, Den Haag



