Schatten uit het Rijks

Door

Verborgen Parels

Collectiemobiliteit, samenwerking en kostendekking zijn niet de enige succescriteria. Elke tentoonstellingsronde moet minimaal 50.000 bezoekers trekken en een acht scoren. Uit een evaluatie van ‘Lage Landen’ blijkt dat met ruim 70.000 bezoekers en een dikke acht ruimschoots te zijn gelukt. En van conservatoren tot technici en vrijwilligers, allen willen inderdaad graag verder op de ingeslagen weg. ‘Een fantastisch project waarin we een echt team vormen. We organiseren zelfs etentjes’, zegt Lian Jeurissen, de conservator van Stedelijk Museum Zutphen. ‘Omdat je bij elkaar kunt kijken, krijg je meer een idee hoe iets kan hangen en hoe je daarmee kunt spelen.’ Ook prijzen alle geïnterviewden de collegiale opstelling van het Rijksmuseum, dat de vijf musea als een serieuze gesprekspartner behandelde en extra tijd nam voor de bruikleenselectie.

Gerard de Kleijn speurde de Rijksstudio (het digitale collectie-overzicht van het Rijksmuseum) af naar onbekende parels, minder bekend werk van grote namen en werken die qua thematiek, geografische spreiding en periode goed aansloten bij de tentoonstelling. Het resultaat was een lijst van ruim 60 werken, die hij bekeek met Jenny Reynaerts, senior conservator schilderijen. Sommige vielen af vanwege restauratienoodzaak of omdat ze vanwege schenkersvoorwaarden het Rijksmuseum niet mochten verlaten.

Voor de Stichting M5 was het een sport om prachtige werken uit het depot te vinden die thematisch goed aansloten. Een van die parels is Landschap aan de vaart bij Hilversum (ca. 1900), van de relatief onbekende Johannes Gijsbert Vogel. ‘Prachtig impressionistisch, heel sfeervol en gevoelig’, vindt De Kleijn. ‘Zo’n werk gaat nu op een ereronde door Nederland.’ Een ontdekking was ook Landschap met overtoom (ca. 1660), een vrij groot werk van een onbekende kunstenaar. ‘We hopen dat de tentoonstelling meer informatie oplevert over de maker. ‘Bezoekers weten ook wel eens wat.’ Een minder bekend werk van een grote naam is De schelpenvisser (1904) van Jan Toorop. ‘Snel geschilderd, met een mooi spel van licht en schaduw. Zoiets komt het depot niet gauw uit.’

 

Willem Roelofs, Plas bij Loosdrecht, 1887, olieverf op doek op paneel,
30×45cm, coll. Rijksmuseum

De Kleijns persoonlijke favoriet is Plas bij Loosdrecht (1887) van Willem Roelofs. ‘Met een sfeer, grandioos. Klein, maar er zit zoveel ruimte in.’ De Kleijn is een liefhebber van Roelofs, van wie hij in Gouda ooit Hoosbui nabij Gouda (1888) aankocht. Dat werk ontbreekt uiteraard niet in ‘Koele Wateren’. Maar Junior conservator Jorien Soepboer zocht ook een bijzondere twist in de opstelling. ‘Wij hebben in de collectie de spiegelversiering van het stadsjacht van Gouda, een trekschuit met kleurrijk houtsnijwerk waarmee het stadsbestuur reisde naar de Statenvergaderingen in Den Haag en andere steden. Die hangt altijd boven een deurpost, maar tussen de schilderijen komt hij nu pas goed tot zijn recht’, vertelt Soepboer. ‘Omdat we eigen accenten aanbrengen en verschillende regio’s bedienen, zitten we niet in elkaars vaarwater en krijg je steeds een andere tentoonstelling. Het is spannend om te zien hoe de eerste in de rij de tentoonstelling heeft ingericht.’ Dat was wel een uitdaging, zegt Lian Jeurissen die in Zutphen voor ‘Lage Landen’ het spits afbeet. ‘We zaten nog maar zo’n acht maanden op onze huidige locatie, zodat ik een zaal moest inrichten die ik nog niet goed in mijn vingers had. De kunst was de werken zo mooi en duidelijk mogelijk te presenteren.’ Het museum deed een slimme zet door voor de wanden van de zalen hetzelfde antracietgrijs te kiezen als in het Rijksmuseum. Daarop kwamen de schilderijen niet alleen prachtig uit, bezoekers kregen ook het gevoel dat ze in het Rijks waren. Zonder daarvoor naar Amsterdam te reizen en lang in de rij te staan. Voor ‘Koele Wateren’ zoekt Jeurissen een mix met moderne kunst uit de eigen collectie, waaronder werk van Otto B. de Kat en Arie Schippers.

In dialoog

Vast onderdeel van elke tentoonstelling is de koppeling met design, voor een eigentijdse, nieuwe laag. Voor ‘Lage Landen’ maakte Atelier NL producten uit grondstoffen uit de omgeving van het museum die een dialoog zouden aangaan met de schilderijen. In Harlingen waren tegels te zien met hedendaagse beeldtaal en in Bergen op Zoom en Zutphen servies uit zand en klei van de Brabantse Wal en de uiterwaarden van de IJssel. Het meest geslaagd was de presentatie in Gouda, waar Atelier NL, geïnspireerd door de Goudse Glazen in de Sint-Janskerk, van ‘wild zand’ een glas-in-loodraam maakte dat tussen de schilderijen hing, met uitzicht op de kerk. Ook een fotografieproject in Hoorn met inwoners van West-Friesland deed het goed. Elders kwam de bijdrage van Atelier NL door ruimtegebrek soms minder goed uit de verf. ‘Het heeft ons door de opstelling in verschillende zalen niet gebracht wat ik hoopte, al kun je je afvragen in hoeverre je de harmonie tussen schilderijen moet verstoren’, zegt Hugo ter Avest. ‘Ik denk dat de bijdrage van LOLA Landscape Architects voor ‘Koele Wateren’ beter aansluit bij bezoekersbeleving.’ Deze bestaat uit een denkbeeldige kaart van Nederland in 2200, met animatiefilms die de gevolgen schetsen van aanhoudende zeespiegelstijging voor de vestigingsplaatsen van de musea. Zo komt Harlingen op een superterp te liggen en krijgt Zutphen een strand.
 

 

Atelier NL, De Zandscheppers, glas-in-lood-raam in Gouda, 2019
(foto: Blickfänger)

De Stichting M5 denkt een concrete bijdrage te hebben geleverd aan het Nederlandse identiteitsdebat, een laatste succescriterium. Moeten musea zich wel wagen aan zo’n beladen onderwerp? Voor je het weet, beland je in discussies over het Wilhelmus en Zwarte Piet. De Kleijn, die bij elke tentoonstellingsronde in gesprek gaat met bezoekers, is daar niet zo bang voor. ‘Als historische musea staan we midden in de samenleving en kunnen we ons niet onttrekken aan iets waarover iedereen het heeft, ook als dat vervelende discussies oplevert. Maar we hadden nooit vermoed dat dit zo actueel zou worden toen we deze invalshoek bedachten!’

Volgens De Kleijn heeft een samenwerking als deze de toekomst, zeker voor musea met een vergelijkbare omvang die het moeilijk hebben. Samenwerking, collectiemobiliteit en efficiency staan immers hoog op de politieke en museale agenda. Ook het Rijksmuseum was dermate verrast over wat er allemaal nog meer kan met de collectie dat het wil kijken naar meer samenwerkingen, aldus conservator Jenny Reynaerts. De Stichting M5 heeft er in ieder geval zin in. Maar wel met deze vijf. Vanwege de geografische spreiding en om het overzicht te houden, zegt De Kleijn. ‘Alleen als er om onverhoopte redenen een museum uitvalt, gaan we op zoek naar een vervanger.’

Koele Wateren
Stedelijk Museum in Zutphen
t/m 21 juni 2020

Het Hannemahuis in Harlingen
5 juli – 25 oktober 2020
Voor meer data zie www.schattenuithetrijks.nl

,

Polderlandschap

Drassige polders onder grijze wolken, grazende koeien, schapenherders op de heide; het zijn beelden die al snel komen bovendrijven als je het hebt over het Nederlandse landschap in de schilderkunst. Een landschap dat, letterlijk en figuurlijk, sterk wordt bepaald door de elementen. Zoals het overal aanwezige water en het vlakke land dat daaruit is gewonnen. Een landschap dat iets zegt over de Nederlandse identiteit met zijn overlegcultuur en hang naar gelijkheid. De verbinding met vooral het polderlandschap van laag Nederland vormt daarin een belangrijke schakel, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau. Bezoekers van de tentoonstelling `Lage landen` wezen dan ook Koeien in een drassig weiland, een ongedateerd werk van Willem Maris, aan als het meest typerend voor Nederland.

Nederlandse identiteit

`Lage Landen` was vorig jaar het startschot van uniek samenwerkingsproject van vijf stadsmusea: Museum Gouda, Gemeentemuseum Hannemahuis in Harlingen, het Markiezenhof in Bergen op Zoom, Stedelijk Museum Zutphen en het Westfries Museum in Hoorn. In vier tentoonstellingen onderzoeken zij vanuit het perspectief van de elementen de Nederlandse identiteit. Zo toonde `Lage Landen` natuurlandschappen en presenteert `Koele Wateren` tot juli 2021 rivier- en zeegezichten. In `Hoge Luchten` staan vervolgens stadsgezichten centraal. Voor `Hete Vuren` (start in 2023) blijft het onderwerp nog een verrassing. Elk museum toont zo’n 40 bruiklenen uit Rijksmuseum Amsterdam, aangevuld met werk uit de eigen collectie. Bij elke tentoonstelling verschijnt een catalogus, met citaten van schrijvers en dichters en essays van publicisten als de socioloog Paul Schnabel en de historicus James Kennedy over landschap en identiteit.
 

Willem maris, Koeien in een drassig weiland, 1860-1900,
olieverf op doek, 48,5×100, coll. rijksmuseum

Professionalisering

De vijf musea werkten zes jaar geleden voor het eerst succesvol samen met een particuliere verzamelaar voor de reizende etsententoonstelling `Rembrandt in zwart-wit`. Dat smaakte naar meer. ‘We wilden eerst alleen voor `Lage Landen` aan het Rijkmuseum bruiklenen vragen en daarna steeds een ander groot museum’, vertelt Gerard de Kleijn, oud-directeur van Museum Gouda en onbezoldigd projectleider van de Stichting M5 die de vijf samenwerkende musea hebben opgericht. ‘Maar directeur Taco Dibbits wilde meteen voor alle thema’s 40 bruiklenen garanderen. Het Rijksmuseum wil graag samenwerken en in de provincie aanwezig zijn. Het kan zo meer werk uit de collectie tonen. Het aantal bruiklenen voor dit project beslaat maar liefst een kwart van wat het jaarlijks uitleent.’

De vijf stadsmusea maken hiermee een forse kwaliteits- en efficiëncyslag. Ze wisselen kennis uit en trekken meer publiek door te pronken met parels uit de Collectie Nederland. ‘Als ik het Rijksmuseum 40 bruiklenen had gevraagd, had men daar waarschijnlijk hard om gelachen’, zegt Hugo ter Avest, directeur van het Hannemahuis in Harlingen. ‘Samen maak je meer kans. Je kunt nu ook jaren vooruitdenken in je beleid. Dat geeft rust. Met Gerard de Kleijn hebben we een projectleider die gepokt en gemazeld is op het museale en politieke vlak. En iedereen brengt zijn eigen know-how in.’

Zo maakte het Westfries Museum een audiotour met persoonlijke verhalen van bekende Nederlanders bij de schilderijen en verzorgden de conservatoren van alle musea gezamenlijk, naargelang hun specialisme, de catalogusteksten. Door het delen van publiciteits- en transportkosten en steun van grote en kleine fondsen, bleef ‘Lage Landen’ binnen de begroting van ruim drie ton. Elk museum leverde een minimale eigen bijdrage van 15.000 euro. De musea in Harlingen en Bergen op Zoom moesten wel extra investeren in klimaatbeheersing en beveiliging. Mede door het prestige van het project kregen zij hiervoor steun van de gemeente.

 

Lees meer ...

Hendrik Jan Wolter Museum Flehite Tableau Magazine

Gezocht: werk van Hendrik Jan Wolter

Ter gelegenheid van de 150e geboortedag van Hendrik Jan Wolter organiseren Museum Flehite en de stichting Vrienden van de schilder H.J. Wolter een expositie van zijn ‘waterwerken’, met als titel ‘Wolter en Water’. De expositie

Lees verder »

Kunstlunch met Suzanne Swarts

Heilige huisjes kraken. Verder kijken dan de kunstzinnige neus lang is. Dat is de opdracht die kunst-omnivoor Floris Kappelle zichzelf stelt tijdens ontmoetingen met prominenten uit de kunstwereld. Liefst in een prettige omgeving waar gedachten

Lees verder »