De exposities Zacht van Katinka Lampe en Too much to swallow van Pip Greenaway zijn van 6 juni t/m 12 juli te zien bij Galerie Ron Mandos in Amsterdam.
Op het eerste gezicht hebben beide kunstenaars niet veel meer met elkaar gemeen dan dat ze vrouw zijn. Katinka Lampe (63) is al jarenlang een succesvol kunstenaar. Ze schildert portretten in zachte, gedempte tinten. Pip Greenaway (25) is een aanstormend talent. Ze studeerde vorig jaar af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en maakt vooral video-installaties. Toch is het niet gek dat ze samen exposeren bij Galerie Ron Mandos in Amsterdam. Voor beide kunstenaars is het onderzoek naar identiteit een belangrijk thema.
Lampe is in haar schilderijen niet op zoek naar een gelijkenis. ‘Het portret is mijn onderzoek: hoe kijken we naar een portret en hoe kun je dat ombuigen? Door een nieuw beeld te maken gaan mensen er net op een andere manier naar kijken.’
Elk model dat voor haar zit en waar ze foto’s van maakt die als basis dienen voor een schilderij, geeft ze een rol die samenhangt met een maatschappelijk thema. Ze legt uit: ‘Een rol bedenk ik op basis van foto’s die ik verzamel, van internet of uit een modetijdschrift. Door het model een rol te geven, ben ik niet meer bezig met de realiteit. Het is míjn idee dat ik projecteer op het model. Dan komt het schilderij en dat heeft weer een totaal andere, eigen identiteit.’
In haar nieuwe serie Zacht schildert ze meerdere personen op een doek. ‘In de wereld van vandaag is er sprake van polarisatie en verharding. Mensen luisteren slecht naar elkaar. Het lijkt heel belangrijk dat je, ook in de kunst, voor jezelf opkomt en een duidelijk oordeel hebt. Terwijl ik denk: als je nu eerst je mond dicht houdt en luistert naar een ander, wat krijg je dan? Dan ontstaat er een soort zachtheid, die eigenlijk heel erg bij mijn persoonlijkheid past. Ik zie zachtheid meer als een kracht.’
Zacht is voor Lampe ‘liefdevol activisme’: ‘Ik hoop dat mensen wat zachter naar zichzelf en naar de ander kijken. Zacht is een houding, een instelling.’ De personen op haar nieuwe doeken wildeze allemaal evenveel kracht en intensiteit meegeven. ‘Dat was een struggle, want dat is bijna onnatuurlijk. Ook in het echte leven is er binnen een groep altijd wel iemand die eruit springt.’
In haar zoektocht naar wat identiteit is, heeft ze ook een reeks jurken geschilderd, waaronder een doek van maar liefst vijf meter breed. In het depot van het Museum Rotterdam heeft ze jurken gefotografeerd die door Rotterdammers gedragen zijn. ‘Die jurken vertellen een verhaal over wie die gedragen heeft, leuke en minder leuke dingen. Dat gaat dus óók over identiteit. Het genre van portret is breder dan de afbeelding van een specifiek persoon. Je kunt ook iemand portretteren zonder dat je een hoofd ziet.’
Verhalenverteller
Pip Greenaway gebruikt het liefst video als medium om haar verhaal te vertellen. ‘Als ik naar een schilderij kijk, mis ik altijd geluid’, zegt ze. Misschien ook logisch met de Britse filmmaker Peter Greenaway en theatermaker Saskia Boddeke als ouders.
Haar afstudeerinstallatie Too much to swallow – nu te zien bij Ron Mandos – vertelt een verhaal van verleiding en consumptie. En stelt de vraag of ons verlangen echt van ons is of aangestuurd wordt door beelden die we constant overal zien.
In haar nieuwste project Family of None gaat het om de vraag wanneer of waarom iemand een bepaalde rol speelt. ‘Ik verzamel al mijn hele leven pasfotootjes, van die strookjes uit zo’n automaat. Wat betekent het als ik iemand een rol geef die hij niet heeft, bijvoorbeeld mijn oom of neef.’ In haar onderzoek naar identiteit vraagt Greenaway zich af of ‘doen alsof’ niet de belangrijkste menselijke eigenschap is. Ze parafraseert een quote van Brian Eno: ‘Het is de manier waarop we gedachte-experimenten uitvoeren, om uit te vinden hoe het zou zijn om anders te zijn.’
Voor Family of None, dat in september gepresenteerd wordt bij de Lakeside Collection in het Depot van Museum Boijmans van Beuningen, werkt ze samen met twintig anderen. Behalve choreograaf Charlie Skuy werken er onder meer acteurs, componisten en een dramaturg mee. ‘Ik zou dit werk niet zonder die samenwerkingen willen en kunnen maken.’
Samenwerken met anderen geeft haar energie. ‘Eén brein is één brein. Twee breinen zijn veel meer breinen. Met samenwerken wordt het altijd beter. Ik geloof niet in kunstenaars die als einzelgängers werken.’
Het project heeft ze in grote lijnen al in haar hoofd, maar ze houdt graag ruimte voor aanpassingen. ‘Ik heb natuurlijk een script, maar er kan nog van alles veranderen tijdens het maken. Ik kijk wat er gebeurt en speel daar op in.’
Greenaway is net begonnen met haar leven als kunstenaar. Hoewel ze vooralsnog met open armen door de kunstwereld is ontvangen, is ze best somber over hoe kunst en cultuur onder druk staan ‘in deze rechtse wereld’. Maar een plan B heeft ze niet. ‘Een leven zonder kunst kan ik me niet voorstellen. Thuis aan de keukentafel ging het altijd over kunst.’ In september gaat ze een master doen aan de Filmacademie, daarna wil ze graag naar de Rijksacademie. Met een lach: ‘Blijkbaar wil ik nog veel meer leren.’



