Weinig kunstenaars werken op zo’n grote schaal als Marjan Teeuwen. Met een slooppand als materiaal maakt zij een beeld waar je doorheen kunt lopen en dat rijk is aan details. Wanden, vloeren en plafonds worden gestript, in stukken gezaagd en weer opgebouwd tot een nieuw geheel. In Tableau schrijft ze over haar ideeën en werkwijze.
Marjan Teeuwen: ‘In mijn werk staan grootschalige architectonische installaties in gebouwen die daarna worden gesloopt, centraal. Een gebouw als sculptuur. Een bouwer, een kunstenaar die haar lijf moet gebruiken (ik denk vanuit mijn lichaam), veelal haar eigen grenzen tart en behept is met een diepe urgentie, zo kan ik mezelf typeren. Mijn intuïtie ontvouwde stap voor stap mijn beeldtaal. Tot nu toe realiseerde ik elf installaties in de serie Verwoest Huis (naast installaties in de Archief-serie en architectonische interventies in gebouwen, zoals DNB en Stadhuis Heerlen).
Als context koos ik landen waarin de menselijke conditie zich extreem manifesteert. Zo werkte ik in Rusland, Zuid Afrika, Gaza, Japan, Frankrijk en zes keer in Nederland. De lijst projecten waarvoor ik wel concepten bedacht, maar die ik door problemen met o.a. asberst en vergunningen, niet kon uitvoeren, is zeker zo lang. Op basis van de installaties ontstaan autonome fotowerken.
Een gebouw als sculptuur
In mijn werk gaat de constructieve kracht van bouwen hand in hand met de kracht van verwoesting en verval. Het krachtenveld opbouwen – verwoesten, orde – chaos, vallen – staan (in mijn ogen een essentie in de menselijke conditie), is een kern in mijn werk. Deze onophoudelijk voortrazende krachtenvelden zijn in alles terug te vinden, in het heelal, in de natuur. Zo ook in ons mensen. Aangezet door onze fysieke beperkingen, maar zeker ook door onze tekorten op psychologisch, sociaal en ethisch terrein beweegt de mens zich tussen leven en dood, goed en kwaad, harmonie en disharmonie; tussen empathie/liefde en agressie/wreedheid.

Zo is het altijd geweest en – hoe tragisch ook – zo zal het altijd zijn. Deze krachten manifesteren zich in mijn installaties als monumentale constructies. Vloeren zijn scheef gezet of verzakken; wanden zijn er deels of volledig uitgeslagen; nieuwe (sculpturale) wanden gebouwd, schuin of recht; plafonds doorgebroken of aangetast door inslagen. Vloeren vallen loodrecht naar beneden (en worden zo weer wand) of vallen in een kruis. Alles staat én is scheef.
Er is zowel symmetrie als asymmetrie, harmonie en schoonheid, wrijving en onvoorspelbaarheid
De aangebrachte verwoestingen zijn uitgangspunt voor het bouwen van een nieuw artistiek beeld, met sloopmateriaal afkomstig uit het gebouw zelf. Stapelingen (die zich als een virus door het pand vertakken) bedekken alle wanden, zijn zorgvuldig geordend tot architectonische sculpturen. De sloopmaterialen die een gebouw te bieden heeft, zijn heel divers. Het grote verschil is uiteraard of ik te maken heb met een betonnen gebouw of een pand dat gebouwd is met baksteen en/of hout. De grote diversiteit aan gebruikte materialen levert een rijkdom aan stofuitdrukking op, die sterk refereert aan de Hollandse schilderkunst van de 17e eeuw.
Stil leven
De architectonische installaties zijn te zien als ruimte-vullende stillevens; still life kun je ook kunnen vertalen als ‘nog steeds leven.’ Na de ramp krabbelt de mens weer op. Een eeuwigdurende beweging.’
Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.
De installatie van Marjan Teeuwen bij Brutus is semi-permanent, een einddatum is nog niet bepaald.



