Categorieën
2024 Columns

Column Kunstjacht: provenance

Als kunsthandelaar krijg je voortdurend verzoeken om objecten in consignatie te nemen, direct aan te kopen of te onderzoeken. Soms passen deze kunstwerken perfect in de huidige collectie, maar dat is toch zeldzaam. Een recent geval betrof een Haarlemse dame met een collectie bijzondere filmkostuums, iets wat volledig buiten mijn comfortzone ligt.

De collectie bestond uit ongeveer tien handgemaakte jurken uit verschillende Britse tv-series en films, gedragen door meer en minder bekende acteurs en actrices, vervaardigd uit de meest uiteenlopende stoffen: kant, zijde, fluweel en katoen. De twee topstukken uit de collectie, een perzikroze zijden jurk en een groene kanten jurk, waren gedragen door filmlegende Meryl Streep (1949) in de film The House of the Spirits (1993). Deze jurken zijn ontworpen door de fameuze modeontwerper Barbara Baum (1944- 2023). De film is gebaseerd op het gelijknamige boek geschreven door Isabel Allende (1942), en vertelt het verhaal van drie generaties van een Chileense familie tijdens de militaire dictatuur van het land.

Het succes van de film en de gerespecteerde carrière van Meryl Streep maakt deze jurken zeer verzamelwaardige objecten. De huidige eigenaresse van de kledingstukken had deze overgenomen van een Nederlandse regisseur uit Zandvoort die ze naar verluid in de jaren 90 op een veiling in Londen had aangekocht. Zonder factuur of bewijs van herkomst kon dit verhaal niet geverifieerd worden en bleek het behoorlijk lastig om de kostuums tegen een fatsoenlijke prijs te verkopen. Na een aantal mislukte verkooppogingen schakelde de Haarlemse verzamelaar mij in om opnieuw met de stukken de markt op te gaan. Met lichte aarzeling nam ik de uitdaging aan.

Op zoek naar de veilingcatalogus

Het was voor mij meteen duidelijk: zonder een sluitende provenance (herkomst) waren de jurken praktisch onverkoopbaar. De eerste stap betrof het onderzoeken van de jurken en het bekijken van de film (het zal je baan maar zijn), vervolgens richtte ik mij op het provenance-onderzoek en het lokaliseren van potentiële kopers. Het was helaas niet meer mogelijk om contact op te nemen met de voormalige eigenaar van de collectie, dus ik moest een andere manier vinden om de eigendomsgeschiedenis sluitend te krijgen. Aan een van de jurken hing een labeltje met een datum: 21 MAR 1995.

Het bewijst maar weer dat de wereld van de kunsthandel vol verrassingen zit

Met deze informatie ben ik online gaan zoeken naar Londense veilingcatalogi uit deze periode. Bij een Britse antiquair vond ik tientallen veilingcatalogi uit 1995. Slechts één kwam precies overeen met de datum op het label en het onderwerp: The Film Entertainment & Autograph Auction, Bonhams London. Na drie dagen wachten viel de catalogus door de brievenbus. Niet alleen de door Meryl Streep gedragen jurken, alle kledingstukken werden zowaar met naam en toenaam vermeld. Per lotnummer stond een uitgebreide beschrijving van het kledingstuk, door wie het was gedragen en in welke film of tv-serie het destijds te zien was. Vervolgens heb ik alle jurken kunnen koppelen aan de lotnummers in de catalogus.

Gewapend met een sluitende provenance, de catalogus als bewijsstuk en enkele filmstills, schreef ik The Academy Museum of Motion Pictures aan, dit is een museum gewijd aan de geschiedenis, wetenschap en culturele impact van de filmindustrie in Los Angeles. Zij bleken zeer geïnteresseerd in de door Meryl Streep gedragen kledingstukken. Na vlot en prettig contact met het museum zijn ze tot aankoop overgegaan. De andere kledingstukken hebben via veilingen nieuwe eigenaren gevonden.

En zo kregen de filmkostuums van Meryl Streep, als tastbare herinneringen aan haar iconische rol, een bijzondere plek in Hollywood. Gedegen kunsthistorisch onderzoek, een uitgebreide provenance en een aantrekkelijk verhaal zijn dé ingrediënten voor een succesvolle verkoop, of het nu een filmkostuum, schilderij of een auto betreft. Niemand koopt een oldtimer zonder papieren. De eigenaar van de collectie kon haar geluk niet op met de verkoop van de jurken. Voor mij was het een avontuur buiten mijn gebruikelijke paden, maar wel een waar ik met trots op terugkijk. Het bewijst maar weer dat de wereld van de kunsthandel vol verrassingen zit.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e- tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Categorieën
2024 Columns

Column Kunstjacht: van boterhandelaar tot kunstschilder

Afgelopen zomer was ik weer te gast bij een Amsterdamse verzamelaar. Deze heer heeft een imposante collectie schilderijen en tekeningen; van Amsterdamse impressionisten en Vlaamse oude meesters tot internationale avant-garde. Er is een wonderlijke dynamiek tussen ons waarbij hij mij elke maand uitnodigt om een deel van zijn collectie te laten zien. Ik heb dan de keuze werken direct te kopen of in consignatie te nemen. Telkens komt hij met een andere map, doos of schilderij aan de muur waarvan hij vermoedt dat ik daar interesse in heb. Een ritueel dat intussen al zo’n twee jaar bestaat.

Ditmaal toonde hij een schilderij waar ik niet gelijk op aansloeg. Totdat ik het werk van dichtbij bekeek. Op het olieverfschilderij van een naïef geschilderd straatje in Parijs doemde op een van de uithangborden een naam op van een oude bekende: André Lhote.

Le peintre Hollandais

Dit speelse straatje is vervaardigd door Berend Groeneveld (1866-1941). Zijn loopbaan begon in het Groningse Bedum als handelaar in boter en kaas, maar eenmaal de veertig gepasseerd, gooide hij het roer om en legde hij zich volledig toe op de schilderkunst. Hij verhuisde naar Amsterdam waar hij schilderlessen genoot van zowel Martin Monnickendam als zijn mentor Simon Maris, en hij werd een gewaardeerd lid van Arti et Amicitiae. Vanaf 1929 tot aan zijn dood bracht Groeneveld elke zomer, van begin juni tot medio september, door in de culturele hoofdstad van Europa: Parijs. Daar laafde hij zich aan het bourgondische leven en kreeg hij de bijnaam ‘le peintre Hollandais’.

Dankzij Simon Maris maakte Groeneveld kennis met Piet Mondriaan, van wie hij in de jaren 30 schilderlessen kreeg. Hieruit ontstond een vriendschap, waarbij Groeneveld om de week een les volgde die werd afgesloten met culinaire hoogstandjes in een van hun favoriete restaurants. De voormalige boter- en kaashandelaar mengde zich in het culturele leven en ontmoette opmerkelijke figuren zoals Ernest Hemingway en de schilder Salvador Mundi. Groenevelds artistieke focus lag voornamelijk op het schilderen van Parijse stadsgezichten, waarbij hij flanerende dames en karakteristieke straten in een naïeve stijl vastlegde, spelend met perspectief en kleur.

De Amsterdamse verzamelaar had dit werk natuurlijk niet zonder reden aan de muur gehangen

Het schilderij in kwestie is hier een goed voorbeeld van en moet zijn vervaardigd na 1929 en voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het werk biedt een blik op Rue d’Odessa in Montparnasse. Rond 1900 werd Montparnasse het internationale centrum voor avant-gardekunstenaars, als opvolger van de wijk Montmartre.

Het uithangbord van Académie André Lhote

Een opmerkelijke kunstenaar in deze straat was de beroemde kubist en theoreticus André Lhote (1885-1962). In 1925 richtte hij zijn eigen kunstenaarsopleiding op, de Académie André Lhote op nr. 18 in de Rue d’Odessa. Gedurende zijn carrière zou hij vele honderden kunstenaars van over de wereld onderwijzen en inspireren. Lhote schreef theoretische verhandelingen over de schilderkunst, zoals Traite du Paysage in 1939, organiseerde buitenlandse lezingen en wist daardoor een grote groep internationale kunstenaars van Turkse, Zweedse, Egyptische en zelfs Japanse origine te overtuigen lessen te volgen. Hij was vooral populair bij vrouwen, omdat zij geweerd werden bij reguliere opleidingen zoals de nationale kunstacademie de École des Beaux-Arts. Nederlandse leerlingen van André Lhote zijn Charlotte van Pallandt, Sárika Góth Sierk Schröder en Anne Marie Blaupot ten Cate. Groeneveld schilderde waarschijnlijk toevallig Lhote’s uithangbord. Het is niet bekend of de twee kunstenaars elkaar persoonlijk hebben gekend.

De Amsterdamse verzamelaar had dit werk natuurlijk niet zonder reden aan de muur gehangen. Hij wist dat ik een bijzondere band heb met André Lhote door de vondst van een olieverfschilderij van Lhote in de zomer van 2020 en mijn academische onderzoek naar André Lhote en zijn relatie met Nederland. Het vooropgezette plan van de Amsterdammer was geslaagd. Hij was een schilderij lichter en ik een pakket bubbeltjesplastic onder mijn arm rijker. De volgende afspraak staat gepland en het blijft altijd weer een feest om te zien waar ik dit keer mee thuis zal komen.

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e- tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Columns

Column Kunstjacht: de buitengewone aureool van Abraham van Diepenbeeck

In het weekend van 6 mei wurmde ik mij door de enthousiaste menigte bij Trafalgar Square, het plein voor de National Gallery in Londen. Het goot van de regen en het rook naar bier, maar ondanks het slechte weer was menig Brit overtuigend uitgedost in de nationale kleuren blauw, wit en rood met de bijbehorende vrolijke vlaggetjes. Ik was daar niet – zoals alle anderen – om een glimp op te vangen van het nieuwe koningspaar, Charles III en Camilla, maar om een schilderij op te halen. Een paneeltje met de titel Christus vastgebonden aan een pilaar, toegeschreven aan de kunstschilder Abraham van Diepenbeeck (1596-1675).

Normaliter richt ik mij als kunsthandelaar op de periode 1850-1950, maar ik heb een bijzondere belangstelling voor schilderijen uit de 17e eeuw. Werken uit deze periode zijn vaak ongesigneerd. Zo ook in dit geval, waar de verkopende partij – een veilinghuis – het auteurschap van Van Diepenbeeck niet volledig kon garanderen. De hoge kwaliteit van dit werk was echter voldoende reden om het aan te schaffen en dieper in het leven van deze kunstschilder te duiken.

Christus met gouden stralenkroon

Abraham van Diepenbeeck was een vooraanstaande Vlaamse kunstschilder, actief in Antwerpen. Geboren in ‘s-Hertogenbosch, genoot hij zijn opleiding onder Peter Paul Rubens. Zijn veelzijdigheid blijkt uit zijn werk als historieschilder, glasschilder en ontwerper voor tapijten en prenten. Van Diepenbeeck werd sterk beïnvloed door zijn leermeester, maar hij hanteert zelf doorgaans sterkere licht-donker contrasten in het behandelen van mythologische en religieuze onderwerpen. Hij was een prominent lid van de Antwerpse Sint-Lucasgilde en was hofschilder voor de aartsbisschop Leopold Willem van Oostenrijk.

Het paneeltje toont Christus, ingetogen, met slechts een lendendoek om. Zijn lichaam helt naar voren en zijn ogen heeft hij gesloten. Het schilderij is gebaseerd op een tekst uit het Nieuwe Testament: ‘Toen nam Pilatus dan Jezus, en geselde Hem’ (Joh. 19:1, Mat. 27:24, Marc. 15:15). De bloedspatten op zijn grauwe huid, maar ook het plasje bloed op de grond, verraden dat hij zojuist gegeseld is. Christus staat volledig geïsoleerd. De geselaars heeft Van Diepenbeeck weggelaten. Enkel het lijden van Christus staat centraal, wat dit werk uiterst devotioneel en contemplatief maakt.

Buitengewoon is de aureool, die vervaardigd is met ‘shell gold’. Shell gold is een goudverf waarvan de kleur wordt verkregen in een bewerkelijk proces door zeer fijne gouddeeltjes te mengen met Arabische gom waarna het met een penseel aangebracht wordt. De naam komt voort uit de middeleeuwse gewoonte om schelpen te gebruiken om waardevolle pigmenten in vast te houden. Het kostbare shell gold werd zelden gebruikt en slechts enkel voor details en accenten. Deze techniek heeft Diepenbeeck geleerd in het atelier van Rubens.

Abraham van Diepenbeeck Bob Scholte
Toegeschreven aan Abraham van Diepenbeeck, Christus vastgebonden aan een pilaar, ca. 1650

Charles Blanc

Tijdens de terugweg in de Eurostar, met in een speciale koffer het schilderij, vervolgde ik mijn onderzoek. Op de achterzijde staat een 19e-eeuws handgeschreven label met in het Frans de toeschrijving aan Van Diepenbeeck. Ook staat de naam Blanc genoteerd. Charles Blanc (1813-1882) was een gerespecteerd professor en kunstcriticus. Zijn belangrijkste boekenreeks is de Histoire des peintres de toutes les écoles. In veertien delen heeft hij de kunstgeschiedenis opgetekend van diverse Europese landen en steden. In ‘École Flamande’ uit 1864 (deel 10), komt Abraham van Diepenbeeck aan bod. Blanc illustreert zijn biografie over de Vlaming met vijf reproducties. Een van deze reproducties toont Christus aan een pilaar, dezelfde afbeelding als het paneeltje uit Londen. De afmetingen en het materiaal worden niet vermeld, maar de kans bestaat dat het om hetzelfde werk gaat. Een aangename verassing! Belangrijke informatie die het veilinghuis over het hoofd heeft gezien, want een 19e-eeuwse literatuurreferentie is waarde verhogend.

Een schilderij verwant aan dit paneeltje is het levensgrote doek van Van Diepenbeeck in de collectie van Museum Catharijneconvent in Utrecht, De geseling van Christus. Christus staat in dezelfde – maar gespiegelde – houding, alleen zijn hier de geselaars zichtbaar. Voor de weergave van de geselaars en de Christusfiguur heeft de schilder onder andere inspiratie gehaald uit een prent van Lucas Vorsterman (1595-1675), naar een schilderij van Gerard Seghers (1591-1651). Is mijn paneel uit Londen een uitgewerkte schets voor het schilderij in Museum Catharijneconvent? Waarom is de compositie dan gespiegeld? Of heeft Van Diepenbeeck het als studie vervaardigd, direct naar het origineel van Seghers? De schilders kenden elkaar immers van het plaatselijke Sint-Lucasgilde. Dat vertelt Charles Blanc ons helaas niet. Enkele maanden later, hangt het schilderij gerestaureerd en wel aan de muur. Een mooi souvenir aan een bijzonder ‘Royal’ weekend.

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e- tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Columns

Column Kunstjacht: Tussen Suriname en Nederland

In een opslag van de Amsterdamse kunstenaar Armand Baag (1941-2001) ontdekt Bart Krieger, kunsthistoricus en expert Surinaamse en Caribische kunst, begin 2021 enkele honderden tekeningen van Nola Hatterman (1899-1984). Naast portretten, illustraties voor het tijdschrift Soela, tekeningen van jazzmuzikanten en tekeningen van Amsterdam, waren er ook enkele schilderijen aanwezig.

Hatterman was in eerste instantie de mecenas en docent van Armand Baag, later levenslang bevriend met hem en hij werd tevens haar erfgenaam, wat verklaart hoe deze werken in Amsterdam terecht kwamen. Deze vondst leverde een schat aan nieuwe informatie op over Nola Hatterman, haar werkwijze en haar relatie tot Suriname.

Bart Krieger deed namelijk als gastcurator onderzoek voor de tentoonstelling ‘Surinaamse School’ in het Stedelijk Museum Amsterdam en schreef daarvoor een van de artikelen in het boek Nola Hatterman, geen kunst zonder kunnen (2021).

De laatste tien jaar geniet Hatterman een groeiende aandacht, omdat zij wordt gezien als de ontbrekende schakel tussen de Nederlandse en Surinaamse kunstgeschiedenis. Na de tentoonstelling kwam ik in contact met de eigenaar van deze collectie en heb ik een deel in consignatie genomen. Een mooie gelegenheid om dieper in te gaan op de kunstenaar Nola Hatterman.

Nola Hatterman

Nola Hatterman werd in 1899 geboren in Amsterdam. Zoals ze zelf schreef, kwam ze uit een ‘koloniaal milieu’. Haar vader werkte als boekhouder bij een koffiekantoor. Al op jonge leeftijd ervaarde zij de discriminatie tegen de bewoners van de koloniën, waardoor zij in de loop van haar leven een sterk rechtvaardigheidsgevoel ontwikkelde. Na haar toneelstudie volgde zij teken- en beeldhouwlessen en nam deel aan tentoonstellingen, zoals bij ‘De Onafhankelijken’. Vanaf 1925 richtte Hatterman zich volledig op haar kunstenaarsschap en vanaf 1929 ontwikkelde ze haar stijl in de richting van de Nieuwe Zakelijkheid.

Nola Hatterman, Op het terras, 1930, Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

In 1930 schilderde ze Op het terras, waarop is afgebeeld de trompettist en toneelspeler Lou Drenthe aan een biertje, een werk dat u wellicht kent van de permanente collectie van het Stedelijk Museum. Samen met kunstenaar Arie Jansma introduceerde Drenthe Hatterman bij Anton de Kom en de activistische Surinaamse intellectuele gemeenschap. In de jaren 30 groeit haar sympathie en compassie voor de Afro-Surinamers en start zij met het bieden van een tegengeluid tegen het opgelegde Europese (witte) schoonheidsideaal en het opkomende fascisme. Een beroemde uitspraak van Hatterman op de vraag waarom ‘zij toch altijd zwarte mensen schilderde’ luidt: ‘voor mijn gevoel een wat vreemde vraag; niemand zal een schilder vragen waarom hij zich tot blanke modellen bepaalt.’ Hatterman wil ‘de zwarte menschen in al hun individuele schakeringen en ingeschakeld in de moderne samenleving’ afbeelden, en niet als karikatuur zoals destijds gangbaar was.

Identiteit

In 1953 besluit Hatterman naar Suriname te verhuizen en al snel wordt ze directeur van de School voor Beeldende Kunst in Paramaribo. In deze hoedanigheid heeft zij een grote invloed gehad op de hedendaagse generaties Surinaamse kunstenaars en onderrichtte zij onder anderen Armand Baag, Ruben Karsters en Soeki Irodikromo. Haar onderwijsmethode was erg academisch. Deze ‘ouderwetse’ lesmethode kwam haar op veel kritiek te staan, waardoor zij in 1971 werd ontslagen als directeur. Na enige jaren les te hebben gegeven op haar eigen particuliere school trok zij zichzelf in 1978 terug in het Surinaamse binnenland. In 1984 kwam Hatterman om bij een auto-ongeluk. Ze bleef tot haar overlijden actief als beeldend kunstenaar.

In 1984 hield het Surinaams Museum in Paramaribo de tentoonstelling ‘Identiteit’. Als voorvechter van de Surinaamse emancipatie kon Hatterman daar op 85-jarige leeftijd niet ontbreken. Tijdens een televisieoptreden, gewijd aan deze tentoonstelling, sprak ze over wat identiteit inhoudt en dat het begrip identiteit hand in hand gaat met het bewustwordingsproces van jezelf.* Het decor van het interview bestond uit twee recente werken, die te zien waren in Identiteit.

Een van die werken, dat maar liefst 120 x 160 cm meet, lag in de loods van Armand Baag: De volkeren van Suriname in de schaduw van de koloniale overheerser. Op het strand slokt de immense schaduw van een stug paars wezen de inheemse bevolking op. In één klap geeft dit werk de eeuwenlange verhoudingen tussen de oorspronkelijke bewoners van Suriname en de Nederlandse overheerser weer en opent daarmee het debat rondom identiteit.

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

* Bron: Nola Hatterman. Excerpt from 1984 film Identity door Ray Kril. De video van dit interview staat op Youtube en ik nodig iedereen die deze column leest uit om zelf van Nola Hatterman te horen wat zij over haar werk te vertellen heeft.

Lees meer in de nieuwste Tableau. Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Columns

Column kunstjacht: Jan Mankes in New York

Daar rijd je dan in een taxi door New York met een kostbaar, op maat gemaakt koffertje. Na een dik uur rijden arriveer ik bij een landgoed met allemaal dieren: kippen, geiten en runderen. De eigenaar komt zijn huis uit, vraagt hoe de reis verlopen is en wijst nieuwsgierig naar de koffer. In de koffer zit Moeder, een heel klein olieverfschilderij van ‘Hollands meest verstilde schilder’, Jan Mankes (1889-1920), die het in 1911 heeft vervaardigd. Hij opent de koffer, bekijkt het schilderij en haalt opgelucht adem. Ik vroeg hem of hij al een plek in gedachten had om het op te hangen. ‘Ofcourse I have!’ Daarop gaat een kleine kamer open, gevuld met schilderijen van Jan Mankes, welgeteld vijf hingen er aan de muur. Deze werken had ik allemaal eerder los van elkaar gezien, maar nooit in vol ornaat bij elkaar. Het resultaat was verbluffend. ‘Thank you Bob, I’m very happy with this new one. Now, go find me another one, will you?’

Het afgelopen jaar stond in het teken van Jan Mankes. Nadat ik een collectie prenten van Mankes had gekocht en op mijn website had gezet, kreeg ik een mail van een Amerikaanse verzamelaar. Daarin uitte hij zijn belangstelling ten aanzien van de gevoelige en tedere werken van Mankes en stelde hij de vraag of ik hem op de hoogte wilde houden van het aanbod op de Nederlandse markt. Hij had namelijk het gevoel telkens achter het net te vissen en had iemand nodig in Nederland die paraat stond en snel kon handelen.

Het gehele oeuvre van Jan Mankes bestaat uit ongeveer 180 schilderijen waarvan zeker de helft reeds in museale collecties is opgenomen. Verzamelaars die werken van Jan Mankes in bezit hebben verkopen zelden, waardoor er per jaar wellicht een of met geluk twee schilderijen op de markt verschijnen. Dat is ook precies wat ik de Amerikaan terugschreef. Maar, zo garandeerde ik hem, ik houd uiteraard mijn ogen en oren open.

PAN 2021

De zoektocht naar schilderijen van Jan Mankes begon vorig jaar op de PAN. Ik was voor Tableau aan het werk toen ik de stand van Ivo Bouwman binnenliep. Daar zag ik in mijn ooghoek het olieverfschilderij Lelieveld (ca. 1912) hangen dat tot kort daarvoor te zien was op de Jan Mankes tentoonstelling ‘De werkelijkheid niet’ in Museum More. Een prachtig dromerig werk van een veldje met lelies bij nacht. Onder het motto nooit geschoten is altijd mis, vroeg ik naar de prijs en conditie. In de metro naar huis mailde ik de Amerikaan over het schilderij. Binnen twee minuten ontving ik antwoord en na wat getouwtrek over de prijs mocht ik nog dezelfde avond de deal sluiten. Zo snel kunnen de dingen lopen. Het was duidelijk: de Amerikaan was niet alleen een groot liefhebber, maar ook een serieuze klant met een onverzadigbaar verlangen naar Jan Mankes. Om hem hierin te voorzien nam ik contact op met verschillende handelaren en verzamelaars met de vraag of zij nog schilderijen van Jan Mankes wisten te vinden. ‘Bob, wat is dit nou voor vraag? Deze schilderijen komen nooit op de markt. Ik zou willen dat ik een schilderij van Mankes in mijn stand had.’ – was grofweg de reactie die ik meestal ontving. Maar nog geen week later was het raak: Roos en lelie in een glas (1912). En twee weken later kwam er nog een schilderij boven drijven: Kruikje met Dopheide (1911). En nu Moeder (1911).

NAAR AMERIKA

Normaliter worden deze schilderijen door een gespecialiseerd transportbedrijf verscheept, maar ditmaal had de Amerikaan haast. Het schilderij moest voor 12 juni in New York zijn. Het was 6 juni en geen transportbedrijf kon de levering op tijd garanderen. Daarop besloot ik zelf een vliegticket te boeken om het schilderij persoonlijk te bezorgen. Ik liet een op maat gemaakt koffertje timmeren en de exportpapieren gereed maken, zodat ik zo kon doorlopen bij de douane. Althans, dat hoopte ik. Het kostte even wat tijd om op JFK Airport uit te leggen wat een student met zo’n waardevol kunstwerk deed, maar na een dik uur kon ik doorlopen.

En over tien jaar? Dan is de Amerikaan voornemens om zijn collectie terug te geven aan Nederland. Want ook hij is van mening dat Jan Mankes op geen andere plek thuishoort dan in Nederland. We zijn nu precies een jaar verder en er hangen nu zes schilderijen in de Mankes-kamer in New York. En je weet maar nooit wat voor moois er hangt op de volgende editie van de PAN.

Bob Scholte is historicus en kunsthistoricus en volgt momenteel de master Kunst, Markt & Connaisseurschap aan de Vrije Universiteit. Naast student is hij kunsthandelaar. In deze column doet hij verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Columns

Column Kunstjacht: Mijn dagelijkse Marktplaatsuurtje

Normaal gesproken heb ik weinig interesse in paarden, maar dit veranderde plotsklaps toen ik tijdens mijn dagelijkse Marktplaatsuurtje tussen alle meuk een opvallend paneeltje tegenkwam. Het schilderij toonde twee paarden op een heuvel temidden van een onweersstorm, schrikkend van de bliksem. Uit de beschrijving bleek dat het schilderij ongesigneerd was. De verkoper had zelf al wat onderzoek gedaan, maar liep vast in de definitieve toeschrijving. Ik had in eerste instantie geen idee wie de schilder zou kunnen zijn, al had ik wel gelijk een aantal associaties: Engels en vroeg 19e-eeuws. Ik besloot naar mijn gevoel te luisteren en de gok te wagen. De verkoper en ik kwamen snel tot een akkoord en twee dagen erna stapte ik in Haarlem op de trein naar Leeuwarden.

BANGE PAARDEN

Tijdens de uren durende treinreis vroeg ik mij af waarom ik een hele dag opofferde voor dit Marktplaatsschilderij. Een van de dingen die ik dan doe om de tijd te doden is vergelijkbare schilderijen opzoeken in de hoop meer te leren over het werk in kwestie. Ik zoek op verschillende trefwoorden die direct of indirect met het kunstwerk te maken hebben. Eerst globaal en daarna steeds specifieker, zoiets als dit: ‘horse paintings,’ ‘19th century English horse paintings’, ‘painting scared horses’ en ‘Two scared horses in a thunderstorm.’ Na zo’n vijf à zeshonderd afbeeldingen van voornamelijk schilderijen van George Stubbs (1724-1806) en Eugene Delacroix (1798-1863) was het bingo. In de collectie van het Yale Center for British Art in New Haven Connecticut bevindt zich het schilderij Horses in a Thunderstorm van de Engelse schilder Thomas Woodward (1801-1852). Dit werk is nagenoeg gelijk aan het schilderij op Marktplaats met afgebeeld twee paarden, een schimmel en een bruin paard, in eenzelfde compositie.

Thomas Woodward was een schilder van historische genrestukken en portretten waarin paarden vaak de hoofdrol speelden. Geliefd bij de Engelse adel wist hij zich al snel bekend te maken in hogere kringen waardoor hij paardenportretten voor de Britse Koninklijke familie mocht maken, ook van de paarden van Queen Victoria. Bij leven werden zijn werken veel tentoongesteld in the Royal Academy en British Institution. Zijn werk is vertegenwoordigd in onder andere Tate Britain en het Worcester City Museum.

Bob Scholte Kunst Kopen Tableau Magazine
Thomas Woodward, Horses in a thunderstorm, 1823, olieverf op paneel, 30,5×35,6cm, coll. Yale Center for British Art

Horses in a Thunderstorm behoorde tot de collectie van filantroop Paul Mellon (1907-1999) die een zwak had voor Engelse paardenschilders. Als telg uit een gefortuneerde bankenfamilie had Mellon, na een korte carrière bij de Mellon Bank en militaire dienst, de mogelijkheid om zijn passies te volgen. Mellon was succesvol als paardenfokker en schrijver, zat in verschillende museumdirecties en was een groot kunstverzamelaar. In de jaren 60 schonk hij een groot deel van zijn collectie aan het Yale Center for British Art, waaronder Horses in a Thunderstorm. Dit schilderij is ook ongesigneerd en onge- dateerd, maar uit documentatie blijkt dat het werk vervaardigd is door Thomas Woodward in 1823.

BLIKSEM

Dat twee schilderijen op elkaar lijken hoeft nog niet te betekenen dat ze door dezelfde persoon vervaardigd zijn, maar in dit geval durf ik dat wel te beweren. Het is van belang om naar de hand van de meester te kijken en de schilderijen niet alleen op globaal, maar ook op gedetailleerd niveau te analyseren. Op beide werken zijn de donkere luchten heel dun, maar trefzeker aangebracht. Opvallend zijn de bliksemschichten die zo subtiel linksboven in het werk geschilderd zijn, dat je ze bijna over het hoofd zou zien. De paarden hebben dezelfde lichtvlekjes op hun oogbollen en het helmgras op de heuvel is even fijn aangebracht. Daarnaast is de drager hetzelfde: een dun houten plankje. De twee schilderijen tonen dus niet alleen compositorische overeenkomsten, ook in stijl en schildertechniek zijn de gelijkenissen treffend.

Om het een en ander te verifiëren heb ik de conservator van de schilderijenafdeling van het Yale Center for British Art gecontacteerd. Musea geven echter zelden een mening over de authenticiteit van een kunstwerk om belangenverstrengeling te voorkomen. Wat zij mij wel voorzichtig konden vertellen is dat ze overtuigd zijn dat de twee schilderijen tegelijkertijd op dezelfde plek zijn vervaardigd. Dat was precies wat ik wilde horen. Horses in a Thunderstorm hangt momenteel niet op zaal. Zodra het museum een paardententoonstelling op de agenda heeft staan, zou het zomaar kunnen dat het schilderij van Marktplaats als bruikleen naar New Haven wordt verscheept en dat de vier paarden worden herenigd.

Bob Scholte is historicus en kunsthistoricus en volgt momenteel de master Kunst, Markt & Connaisseurschap aan de Vrije Universiteit. Naast student is hij kunsthandelaar. In deze column doet hij verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Columns

Column Kunstjacht: Anton Mauve

Op een vrijdagmiddag in 1988 zaten mijn grootouders met een glas sherry naar de radio te luisteren. Na het zesuurjournaal startte een programma over de Haagse kunstenaar Anton Mauve (1848-1888) ter ere van zijn honderdste sterfdag. ‘Anton Mauve, die hadden wij ook! Jeanne, dat is dat schilderij dat wij in Nieuw Zeeland aan Truus & Jan hebben gegeven’, zei mijn opa Henk bezorgd. Met het oog op een groot geldbedrag overtuigde hij zijn vrouw om een bezoekje te brengen aan hun vrienden in Nieuw Zeeland, dat in feite een verkapte repatriëringsmissie werd. Dit alles in het diepste geheim, want hun vier zonen mochten er het fijne niet van weten.

EMIGREREN

In 1955 emigreerden mijn grootouders, zoals zovelen in die tijd, naar Nieuw Zeeland om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Als aandenken aan Nederland kregen zij van huis uit een kunstwerk mee van Anton Mauve. Afgebeeld stond een boer met twee paarden die het noeste Hollandse land omploegt. Via het Panamakanaal bereikten zij na enkele weken Nieuw Zeeland waar zij al snel werk en onderkomen vonden: Henk in de haven en Jeanne als secretaresse. Het werd al spoedig duidelijk dat zij niet permanent in Wellington zouden blijven. Jeanne kreeg heimwee. In de drie jaar dat zij daar zouden wonen, waren zij erg spaarzaam met als doel bij terugkeer een huis te kunnen kopen. In 1958, toen hun eerste kind op komst was, emigreerden zij terug naar Nederland en kochten hun eerste huis in Heemstede. Hun bezittingen werden verkocht of gaven zij weg aan vrienden. Zo ook de Anton Mauve.

REPATRIËRINGSMISSIE

Dertig jaar later togen mijn grootouders opnieuw naar Nieuw Zeeland. Ditmaal niet met de boot maar met het vliegtuig. Voortvarend ging de reis bepaald niet. Op dag twee viel mijn oma en brak een schouder, waardoor zij geopereerd moest worden. Na een vertraging van twee weken, met de Anton Mauve steeds in gedachten, stonden zij eindelijk op de stoep bij Truus & Jan in Oakland. Verbaasd werd er opengedaan en al snel was het als vanouds gezellig.
In de loop van de avond vroeg mijn opa naar de Mauve. ‘Oh ja! Mooi ding, veel plezier van gehad. De laatste jaren hing hij in de garage. Twee weken geleden hebben we een garageverkoop gehouden, dus ik weet niet of we hem nog hebben’, vertelde Truus. Benauwd en met vlekken in het gezicht snelde Henk naar de schuur om daar onder een laag stof de Mauve achter de spinnenwebben aan te treffen. Truus had geen bezwaar dat Henk en Jeanne het werk mee terug wilden nemen naar Nederland. Het was immers oorspronkelijk door hen gegeven. Bepakt en bezakt gingen de twee, of eigenlijk vooral Henk, terug naar Nederland.

Eenmaal thuis was het zaak om meer informatie over het werk te vergaren. Jeanne sprak af met een medewerker van het RKD in Den Haag dat het echtpaar doorverwees naar de tentoonstelling van Anton Mauve in het Van Gogh museum in Amsterdam. Na enkele brieven over en weer te hebben geschreven werden zij hartelijk ontvangen door de conservator op de tentoonstelling. Hij had een wonderlijke verrassing voor hun in petto. Tot hun verbazing zagen Henk en Jeanne daar ‘hun’ werk aan de muur hangen. Weliswaar met andere afmetingen, maar met exact dezelfde voorstelling. De conservator moest mijn grootouders teleurstellen. Hun kunstwerk bleek een reproductie van het origineel te zijn dat reeds in 1910 door het echtpaar Drucker-Fraser aan het Rijksmuseum was geschonken.
Het moge duidelijk zijn: mijn grootouders hebben geen verstand van kunst. Hun doorzettingsvermogen is echter benijdenswaardig en is een belangrijke kwaliteit die zeer van pas komt in de kunsthandel. Hoewel de reis naar Nieuw Zeeland meer heeft gekost dan opgebracht, is het verhaal een mooie toevoeging aan de familiekronieken. Intussen zijn mijn grootouders in de negentig en hangt de prent van Mauve op de overloop naast de trap. Een aandenken aan een spannende tijd.

Meer columns lezen? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!

Categorieën
2022 Columns

Speurtocht naar Jan Schoonhoven

Enkele maanden geleden kreeg ik contact met het Nederlands-Franse echtpaar Herman en Narcisse Vollenbroek, die het Julie van der Veen archief in Zuid-Frankrijk beheren. In mijn bachelorscriptie deed ik onderzoek naar leerlingen van André Lhote en Julie van der Veen was een van hen. Het archief bestaat uit een honderdtal schilderijen, een tiental schetsboeken, grafisch werk en de correspondentie tussen Van der Veen en haar moeder. In dit lijvige archief vond het echtpaar twee litho ́s van Jan Schoonhoven die zij niet goed konden plaatsen. In recente literatuur werden deze niet genoemd en soortgelijke werken waren zo snel online niet te vinden. Ze vroegen mij om op onderzoek uit te gaan.

TIJDVISSEN VAN JAN SCHOONHOVEN

Julie van der Veen (1903-1997) kwam uit een gegoede familie, wat haar in staat stelde om grote delen van haar leven te reizen en te schilderen. Ze werd in 1903 op Java geboren, maar verhuisde al in 1908 met haar ouders naar Den Haag. Daar studeerde zij aan de Academie van Beeldende Kunsten. In Parijs werd ze begin jaren 30 door een kennis geattendeerd op de colleges van André Lhote en besloot bij hem les te nemen. Ze verbleef afwisselend in Zuid-Frankrijk, Parijs en Den Haag. Net na de Tweede Wereldoorlog sloot Van der Veen zich aan bij de Haagse Kunstkring waar ze meermaals exposeerde. Daar raakte zij bevriend met Jan Schoonhoven. Over het contact tussen Schoonhoven en Van der Veen is weinig bekend, maar de twee prenten van Schoonhoven die opduiken in haar nalatenschap doen een vriendschappelijke collegialiteit vermoeden.

Jan Schoonhoven (1914-1994) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Zero beweging in Nederland. In de jaren 60 brak hij door met de welbekende monochrome reliëfs, gemaakt van papier-maché, papier en karton. Zero was een reactie op de emotionele en naïeve tendensen in kunst, zoals te zien bij de Cobra-beweging en het abstract expressionisme. Met alledaagse materialen wilde Schoonhoven objectieve kunst maken, ontdaan van emotie. Zelfs in de formele titels van zijn reliëfs, zoals R 70-58, drong het zakelijke door. De twee prenten uit het archief zijn van voor Schoonhovens Zero periode. Beide litho’s zijn gesigneerd in de plaat met JJS ‘49 en op de achterzijde geannoteerd: Tijdvissen en Drie frivole dikken. De titels verraden een minder zakelijke Schoonhoven. De vervormde vissen zijn als klokken bewapend met wijzers en doen mij nog het meest aan Dali denken. De Drie frivole dikken staan dansend met hun hoekige lichamen naast elkaar. Hier heeft Schoonhoven het papier met schuurpapier bewerkt wat de figuren een haast archaïsch voorkomen geeft.

Jan Schoonhoven
Jan Schoonhoven, Tijdvissen, 1949, lithografie 22x30cm

Herman en Narcisse Vollenbroek besloten mij te bezoeken in Haarlem en de twee prenten in bewaring te geven. Ik nam contact op met Ron Koster, een Haarlemse kunstadviseur en collega die gespecialiseerd is in moderne en abstracte kunst. Zijn grootste interessegebied: Zero en minimal art. Hij was verrast over deze werken, want ook hij had ze niet eerder ge- zien. Daarom besloot hij contact op te nemen met Antoon Melissen, een eminent kenner van het gehele oeuvre van Jan Schoonhoven. Melissen is de academicus die verantwoordelijk is voor de catalogue raisonné van unieke werken van Schoon- hoven. De twee prenten waren hem ook niet bekend, al kende hij wel een andere compositie met tijdvissen en frivole dikken. Koster en Melissen kwamen al snel tot de conclusie dat zij niet de aangewezen personen waren om deze stukken te beoor- delen. Daarop speelde Koster zijn laatste troef: Camillo Rigo. Rigo is als medeauteur van Jan Schoonhoven: Edities (2016) dé specialist op het gebied van Schoonhovens prenten. Hij kon ons vertellen dat het hoogstwaarschijnlijk monoprints zijn. Een monoprint is een prent waar maar één afdruk van gemaakt is. De prenten zijn nooit in oplage gedrukt. Het is bekend dat Schoonhoven dergelijke drukken cadeau deed aan vrienden en kennissen. Julie van der Veen deed dat ook met haar grafische werk. Wellicht dat ze onderdeel uitmaakten van een artistieke uitwissel, een cadeau of een tegenprestatie voor een vrienden- dienst? Dat vertellen de brieven in het Julie van der Veen archief helaas niet, al wordt daar nog onderzoek naar gedaan. De twee litho’s zijn dus een kunsthistorische curiositeit, een uitprobeer- sel van Schoonhoven. Ze worden dan ook niet opgenomen in de volgende druk van Jan Schoonhoven: Edities. Simpelweg omdat het geen officiële editie betreft. Camilio Rigo neemt ze wel op in zijn persoonlijke archief. Niettemin zijn het twee bijzondere kunstwerken die in de collectie van een fanatieke Schoonhovenverzamelaar niet mogen ontbreken.

Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het gebied van kunst? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine. Meer columns lezen? bestel dan hier de losse editie!

Categorieën
2021 Columns

Op jacht naar Louis Soonius

De Haagsche schilder Louis Soonius is als een oude bekende die je nooit echt hebt leren kennen. Hij staat bekend om zijn strandtaferelen met spelende kinderen en ezeltjes. Soonius duikt met enige regelmaat op in de kunsthandel, maar omdat er nooit een degelijke publicatie over hem is verschenen, is er maar weinig over de schilder bekend. Daarom besloot ik voor mijn masterscriptie een biografie te schrijven en een oeuvrecatalogus samen te stellen van zijn schilderijen. Ik heb tot doel het hiaat in de literatuur op te vullen, het oeuvre van Louis Soonius in kaart te brengen en hiermee Soonius de aandacht te geven die hij verdient. Ik sta nog in de beginfase van mijn onderzoek, maar heb toch al 230 schilderijen geïdentificeerd. Het volgende begint duidelijk te worden.

In 1883 werden Lodewijk (Louis) Soonius en zijn tweelingzus Margaretha geboren. Soonius groeide op in een katholiek gezin in Den Haag. Zijn vader, Wilhelmus Johannes Soonius, was groentekweker en zijn moeder, Maria Amerentia Hartwig, zorgde voor de kinderen. Zijn eerste tekeningen dateren uit 1900, hij was toen zeventien jaar. Hierin legt hij het veranderlijke stadsbeeld vast van Den Haag. In datzelfde jaar begon hij als schilder bij de Plateelbakkerij Rozenburg. De urenboekjes getuigen van zijn tekendrift: ze staan vol schetsen van decors en interessante figuren.

Bij Rozenburg ontmoette Soonius Chris Beekman met wie hij bevriend raakte. Rond 1905 begon hij lessen te volgen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag, waar hij optrok met de Fries Ids Wiersma. In 1913 won Louis Soonius de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Door deze subsidie kon hij zich volledig richten op de teken- en schilderkunst, wat onder meer blijkt uit zijn ontslag bij Rozenburg. Samen met Chris Beekman en Aris Knikker huurde hij tijdelijk een atelier in de Noorderbeekdwarsstraat, maar dit was van korte duur omdat door een heftige ruzie, waarvan de aanleiding onbekend is, Soonius en Beekman gebrouilleerd raakten.

Soonius had een vurige bewondering voor de oude meesters en was afkerig van de vele -ismen die opkwamen in de schilderkunst. Dat resulteerde in een consistente schilderwijze van dagelijkse onderwerpen in een ietwat impressionistische stijl. Na de Eerste Wereldoorlog sloot Soonius zich aan bij de Haagsche Schetsclub waar hij veelal naakten exposeerde. Met de schilderijen en tekeningen vergaarde hij meer bekendheid en hij kwam in contact met verschillende kunsthandelaren die zijn werk onder de aandacht brachten, zoals Kunsthandel Kreijns & Zoon’s aan de Delftschevaart nr. 40. In de late jaren 20 kreeg Soonius het financieel moeilijker en zocht extra inkomsten met het maken van illustraties voor diverse romans bij de uitgever J.N. Voorhoeve, zoals De kleinzoon van de hofprediker geschreven door M. Jakobs.
De jaren 30 daarentegen waren vruchtdragend. Soonius had verschillende tentoonstellingen, zoals bij Kunsthandel Sena en Huize Koninginnegracht 77. Zijn jeugdtekeningen van Den Haag werden in 1933 aangekocht door de Vereniging Monumentenzorg en in 1939 mocht Soonius het portret van Koningin Wilhelmina schilderen voor de Bataafse Petroleum Maatschappij, dat breed in alle nationale en regionale kranten werd uitgemeten. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren schilderijen van Soonius te zien op de tentoonstelling ‘Onze kunst van het heden’ in het Rijksmuseum. In de jaren 50 werkte Soonius gestaag door tot hij in 1956 overlijdt.

Louis Soonius, Waterpartij Den Haag, 1921, Olieverf op doek 32 x 46,5 cm

MEE OP JACHT

Voor het maken van een oeuvrecatalogus heb je een lange adem nodig. Het is tijdrovend om de schilderijen in veilingcatalogi, bij kunsthandelaren, op het internet en in musea te vinden, te onderzoeken en te catalogiseren. De indeling van de oeuvrecatalogus wordt thematisch, waarbij elk schilderij een uniek nummer krijgt dat correspondeert met een bepaald thema, zoals strandgezichten of stadsdoorkijkjes. Ik verwacht de publicatie in augustus 2022 te voltooien.

Om het oeuvre van Louis Soonius inzichtelijk te maken, heb ik de website louissoonius.nl gemaakt. Deze biedt de mogelijkheid om de schilder beter te leren kennen én om bij te dragen aan het onderzoek. Een deel van de schilderijen bevindt zich namelijk in particulier bezit, net als informatie in de vorm van ego- documenten. Voor u als trouwe lezer is er in deze ‘kunstjacht’ een actieve rol weggelegd om mee te speuren. Bent u een verzamelaar van het werk van Louis Soonius, of heeft u informatie over de schilder? Dan kunt u via de website contact opnemen.

Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het gebied van kunst? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine. Meer columns lezen? bestel dan hier de losse editie!

Categorieën
2020 Columns

Bob Scholte ontdekt een onjuiste signatuur

Twee vliegen in één klap. Negeer catalogusbeschrijvingen en vertrouw op je eigen ogen. Bob Scholte ontdekt tijdens een van zijn zoektochten naar onontdekte pareltjes een onjuiste signatuur. Maar hij ontdekt nog meer!

December is een maand waarin veel veilingen worden georganiseerd en altijd weer een paar veilingrecords worden verbroken. Nederland telt ruim twintig lokale veilinghuizen. Het is voor hen een behoorlijke klus om de vele duizenden objecten te catalogiseren. Je kunt het een venduehuis daarom ook niet kwalijk nemen als er her en der een fout in de catalogus glipt.

Op maandagavond liep er een veiling af in Maastricht die vanachter mijn laptop te volgen was. Mijn oog viel op een voorstelling van een boerenfeest rond 1700. Het houten paneel had een richtprijs van een paarhonderd euro. Geen geld voor zo’n tafereel. Alhoewel het olieverfschilderij gesigneerd was, stond er in de omschrijving ‘Hollandse School’. Het is gebruikelijk om een schilderij onder deze categorie te scharen als het signatuur geen uitsluitsel geeft over de identiteit van de schilder. Er was een aantal foto’s toegevoegd waar op één foto het signatuur zichtbaar was. Het was inderdaad moeilijk leesbaar, maar ik had nog twee uur de tijd voordat de veiling sloot.  

Na vele pogingen, meende ik R. Verburg te lezen. Rutger Verburg was een kleine meester die rond 1700 actief was in Rotterdam. Ik surfte naar de website van het RKD, het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, om het oeuvre van deze schilder te bekijken. Dat was, zoals dat heet, een ‘perfect match.’ Zo bleek Sotheby’s in 2015 een werk van Verburg geveild te hebben dat qua compositie nagenoeg identiek was aan deze. Nog 25 minuten, het bod stond eerst op 300 euro, maar steeg rap.

Willem Dalens, Gezicht op Haarlem, 1670, 38 x 52 cm, olieverf op paneel

Om de tijd te doden scrolde ik door de lijst met kunstwerken toen mijn oog opeens op een ander 17e eeuws schilderij viel Hollandse School, een landschap met figuren op het meer. Ik was met stomheid geslagen, dat was Haarlem! Zelf woon ik op vijf minuten lopen van de Grote Markt, dus de Sint Bavokerk die aan de horizon prijkt herkende ik onmiddelijk. Volgens de omschrijving was het houten paneel gemonogrammeerd met de letter W en gedateerd 1690 met ‘rechtsonder mogelijk de handtekening van de restaurator’. Vroeger werd een schilderij na restauratie nog wel eens door de restaurator gesigneerd, dat is tegenwoordig al lang niet meer het geval. Ook dit olieverfschilderij stond nog op een paarhonderd euro. 

Met nog vijf minuten op de teller probeerde ik te achterhalen welke kunstenaar signeerde met de letter W. Met het oog op het bod dat alsmaar steeg, was dat een gelopen race. Ik besloot zonder de schilderijen gezien te hebben om met de bieders mee te gaan. Uiteindelijk werden beide schilderijen voor een significant hoger bedrag afgehamerd, maar het was me gelukt ze te bemachtigen.

Willem Dalens, Detail datering Gezicht op Haarlem, 1670, 38 x 52 cm, olieverf op paneel

Toch had ik gemengde gevoelens. Ik was erg blij met de Verburg, maar het zat mij dwars dat ik aan het stadsgezicht van Haarlem geen naam kon koppelen en ik besloot nog eens goed naar de foto’s te kijken. Wat bleek, het monogram bestond niet uit één, maar uit twee letters, namelijk WD. De schilderijen die met WD gesigneerd zijn worden toegeschreven aan de Haagse en Amsterdamse schilder Willem Dalens. Er was echter een probleem. In 1671 verhuisde hij naar Hamburg om de Frans-Engelse invasie in het rampjaar van 1672 voor te zijn waar hij in 1675 overleed. Hoe kan het schilderij dan in 1690 vervaardigd zijn? Mijn ogen bewogen intens heen en weer tussen de afbeeldingen. De datering klopte niet, er stond 1670 geschreven. Dat maakt dit schilderij gelijk een van de laatste werken die hij in Holland heeft vervaardigd. 

De volgende dag stapte ik om een uur in de trein naar Maastricht om rond negen uur weer in Haarlem te arriveren. Vrienden zeggen wel eens ‘je lijkt net Arthur Brand’ wanneer ik met een verfrommelde plastic tas in de coupé zit. Eenmaal thuis keek ik nog eens goed naar het werk van Willem Dalens. Rechtsonder stond in het oud Nederlands ‘Herelem’ geschreven. Ha, wat nou signatuur van de restaurator! Er was simpelweg niet goed gekeken.  

Willem Dalens, detail plaatsnaam Gezicht op Haarlem, 1670, 38x52cm, olieverf op paneel

Wil je op de hoogte blijven van de avonturen van Bob Scholte? Meld je dan aan op onze nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine!

Categorieën
Columns

Op jacht naar foto’s van Paul Blanca

Het werk van een kunsthandelaar is geen van 9 tot 5 kantoorbaan. Het is eerder een levenswijze. Je weet nooit wat de dag brengt en dat is precies het spannende aan dit vak. Zo zat ik op een zaterdagmiddag op de bank. Ik had net gesport, was wat yoghurt met muesli aan het eten, en scrolde wat door mijn telefoon. Een vriend tipte mij dat er een collectie foto’s van Paul Blanca te koop was voor een scherpe prijs. 

Paul Blanca

Paul Blanca (1958), geboren als Paul Vlaswinkel, is een Nederlandse fotograaf die in de jaren ‘80 bekend werd met zijn controversiële en gewelddadige foto’s. In New York werd hij begeleid door Robert Mapplethorpe die de nog jonge fotograaf zijn enige echte concurrent noemde. Blanca schuwt de confrontatie niet, hij verminkt zichzelf met scheermessen en pijlen en brengt heroïneprostituees in beeld op hun moment van overgave. In Par La Pluie Des Femmes vraagt hij vrouwen naar hun meest traumatische herinneringen terwijl hij ze naakt en meestal huilend vastlegt. 

Paul Blanca, Nora Crying, 1986, 42 x 30 cm, fotopapier

In Deformation vervormt hij menselijke lichamen. Hier laat hij de kijker nadenken over de relatieve grenzen van de menselijke fysiek door zijn modellen met een draad te vervormen. Ondanks de afkerige onderwerpen weet Paul Blanca het moment op een esthetische wijze te vangen. Zijn foto’s zetten de toeschouwer aan het denken over wat schoonheid is en blijven intrigeren.

Heel anders zijn de meer recente werken zoals de rechtbankportretten die in Museum de Fundatie in Zwolle te zien waren of de fotoserie Rondje Nederland waarvoor hij de natuur in trok en naar Scheveningen ging. 

Paul Blanca, Deformation, 2006, 42 x 30 cm, fotopapier
Paul Blanca, Rondje Nederland, 2010, 42 x 30 cm, fotopapier

Zweet

Met het zweet nog op mijn voorhoofd raakte ik in contact met de verkoper. Het is zaak om snel tot een overeenkomst te komen. Een collectie van deze omvang, namelijk 200 gesigneerde foto’s, gaat zo aan je neus voorbij. De foto’s waren in uitstekende staat, zo verzekerde de verkoper. Zonder de foto’s te zien en precies te weten wat ik kocht, nam ik er een optie op. Soms moet je naar je gevoel luisteren en de gok wagen. Meestal spring ik dan dezelfde dag nog in de trein om de deal af te ronden. Ik heb geen rijbewijs en dan is studenten-ov heel fijn. Alleen neem je 200 foto’s niet even onder je arm mee. Ik maakte een afspraak voor zondagavond, half tien. Ik had 24 uur de tijd om een auto te regelen.

Het was een druilerige zondag en ik vond al gauw een vriend bereid om mij naar het noorden te rijden. Eenmaal op plaats van bestemming zag ik twee dozen op tafel liggen. Ik vroeg of ik de foto’s even mocht bekijken. Steekproefsgewijs haalde ik er vijf uit om het fotopapier en de handtekening te analyseren. Ik zag een aantal bekende werken zoals het zelfportret met op zijn rug Mickey Mouse, in zijn huid gekerfd met een scheermesje, daar werd ik erg blij van. Er zaten ook een aantal kunstwerken bij die ik niet eerder had gezien, interessant! Het waren professioneel gedrukte foto’s op A3 formaat. En ja hoor: links de titel met jaartal en rechts Blanca’s handtekening met zijn kenmerkende zilveren pen. 

Paul Blanca, Slager in New York, 1986, 42 x 30 cm fotopapier

En toen…

Na de deal gesloten te hebben reed ik voldaan terug naar Haarlem, daar kon het inventariseren en documenteren beginnen. Daarna moet je voor de werken een nieuw warm thuis vinden. In principe is het verkopen van een collectie een kwestie van een lange adem hebben. Je maakt scherpe foto’s, zet het op je website en schakelt je netwerk in. Het kan makkelijk jaren duren voordat ze allemaal verkocht zijn. Maar soms loopt het allemaal net even anders, en dat maakt het zo spannend als kunsthandelaar.

Bob Scholte is als masterstudent Kunst, Markt & Connaisseurschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam altijd opzoek naar kwaliteit in kunst. Naast student is hij ook kunsthandelaar. Blijf via deze column op de hoogte van zijn avonturen in de kunstwereld en kijk voor het actuele aanbod op www.bobscholteart.nl

Meer columns lezen? Abonneer je dan op Tableau Magazine of schrijf je in voor onze nieuwsbrief!