Categorieën
2024 Stories

Hip, hip hurra: werken in een kunstenaarskolonie

Azuurblauwe baaien, idyllische stadjes en schaduwrijke bossen lonken naar ons deze zomer. Een tijd om los te komen van de alledaagse drukte. Ver voor onze tijd ontdekten kunstenaars al dat het buitenleven niet alleen mentale rust brengt, maar ook het juiste licht, vrijheid en inspiratie voor artistieke vernieuwing. Met gelijkgestemden verzamelden ze zich in kunstenaarskolonies, ver van de moderne wereld.

Verreweg de meest bekende kunstenaarskolonie is natuurlijk de School van Barbizon, waar Franse landschapsschilders elkaar in het realisme vonden. Een kennismaking met het werk van de Britse meester John Constable, die Barbizon en het bos van Fontainebleau meermaals bezocht, bracht een golf van vernieuwing mee voor de kunstenaars die hier verbleven. In reactie op de romantiek en vooruitlopend op het impressionisme werd hier in de vrije natuur geschilderd. Ver weg van de drukte van Parijs vonden ze op het platteland een oase van rust.

In het werk Le Matin van Théodore Rousseau (collectie Musée d’Orsay) is goed te zien hoe hij werd gegrepen door de frisse schoonheid van het ochtendlicht. Ook de sociale omstandig­ heden waarin de boeren rondom Barbizon leefden leidden tot nieuwe thema’s in de kunst met Jean-­François Millet – zelf ook een boerenzoon – als grote voortrekker. In de museale herberg van Ganne en in het voormalige atelier en woonhuis van Rousseau kun je de sfeer van deze generatie pioniers nog goed proeven.

Denise Hermanns Kunstenaarskolonies Tableau Magazine
Otto Modersohn, Moordamm, 1943, collectie Worpswede Kunststiftung Friedrich Netzel © Rüdiger Lubricht

Workation aan zee

In Nederland en België vinden kunstenaars sinds lange tijd hun weg naar de kust. Zo ontdekte de Leidse landschapsschilder Jan van Goyen het schilderachtige dorpje Katwijk al in de 17e eeuw. Recent kreeg zijn pittoreske Strandgezicht met visverkopers te Katwijk uit 1641 een prominente plek in de collectie van het Katwijks Museum. Met haar mooie licht en idyllische vissersleven, bracht het dorp tot in latere eeuwen inspiratie voor zo’n 1200 meesters: Katwijk groeide tussen 1873 en 1914 uit tot het op een na grootste kunstenaarsdorp van Europa. Grote namen als Jan Toorop, Willy Sluiter en B.J. Blommers waren er te vinden, maar ook meesters van ver over de grens werden door de omgeving gegrepen en verbleven er langere tijd. Zo legde de Duitse kunstenaar Max Liebermann de nettenboetsters van Katwijk vast in Netzflickerinnen, een groot werk dat direct na voltooiing in 1889 op de Wereldtentoonstelling van Parijs werd gepresenteerd. De vrouwen zitten verspreid over een weiland te werken aan netten, daarbij in de rug geplaagd door een straffe zeewind. Er wordt in Katwijk tot op de dag van vandaag nog mooie kunst gemaakt.

Modernisme op het platteland

In België zochten realisten, impressionisten en symbolisten de verbinding bij collega’s. Zo was er een schildersgroep actief in Tervuren maar ook in Genk en Sint-Martens-Latem ontstonden kunstenaarskolonies. In het laatste dorp was de spilfiguur Georg Minne die herkenning vond bij Gustave van de Woestyne en Valerius de Saedeleer. Samen met schilders van Deurle werd hier de Latemse school gevormd. Deze groep mystieke symbolisten zette zich af tegen het impressionisme en met de komst van Emile Claus deed ook het luminisme haar intrede. Zijn stijl wordt mooi verbeeld met het kleine, expressieve Zonnegloed uit 1905 dat in Museum Dhondt-Dhaenens hangt, waar nog meer Latemse kunst te zien is. De zon zet de hemel in vuur en vlam met krachtige, kleurrijke lichtstralen. 

Verder lezen over kunstenaarskolonies? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.