Categorieën
Musea Stories Travel

Musea over de grens 

Heerlijk hoor, met een goed boek op een strandbedje je vakantie doorbrengen, maar het is nóg fijner om je te laven aan kunst. In Europa barst het van de prachtige musea. Een groot aantal daarvan is overbekend, komt voor op elk toeristen-to-dolijstje en staat garant voor een paar genoeglijke uren onderdompelen in kunst. Als je even voorbij de gebaande paden kijkt, kun je ook nog echte pareltjes ontdekken. Ga je mee?   

Stadspaleizen in Genua 

Laten we onze reis beginnen in Italië, bij uitstek het land waar je op kunstgebied ogen tekort komt. Florence, Rome en Venetië zijn de usual suspects en áltijd een goed idee, maar voor nu laten we die links liggen. Wij nemen een kijkje in Genua en Turijn. Peter Paul Rubens was dol op Genua. Hij kwam er graag en regelmatig, en portretteerde veel welvarende burgers. De havenstad aan de Ligurische Zee speelt niet alleen de hoofdrol in de veelgeprezen roman La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer, het staat ook bekend om zijn imposante renaissancepaleizen vol kunst. Een aantal is opengesteld voor publiek.  

Op een steenworp afstand van elkaar, aan de Via Garibaldi, liggen drie palazzi die gezamenlijk opereren onder de naam Musei di Strada Nuova: Rosso, Bianco en Doria Tursi. De drie paleizen staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Trek gerust een volle dag uit om de musea inclusief de tuinen, binnenplaatsen en terrassen te bekijken.  

In het 17e-eeuwse Palazzo Rosso is het alsof de tijd is stilgezet. Het geeft een goed beeld van het leven van de gegoede burgers van die tijd. Aan de muren hangt de kunst die de koopmansfamilie Brignole-Sale heeft verzameld, onder meer werk van Guercino, Paolo Veronese en Albrecht Dürer. De vermogende Brignoles hebben Anthony van Dyck meerdere opdrachten gegeven om familieleden te portretteren. De wanden en plafonds zijn versierd met schitterende fresco’s. Vanaf de Mirador van het Palazzo Rosso heb je een 360 graden panorama-uitzicht over het historische centrum van de stad.    

Palazzo Bianco (het witte paleis) heeft een prachtige tuin en is de oudste van de drie. Het werd tussen 1530 en 1540 gebouwd voor Luca Grimaldi, telg uit een van de belangrijkste Genuese families van die tijd. Het museum heeft een uitgebreide collectie schilderijen uit de 16e en 17e eeuw met topwerken van Vlaamse, Spaanse en Italiaanse kunstenaars, onder meer Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck en Caravaggio. 

In het naastgelegen Palazzo Doria Tursi kun je onder meer Maddalena penitente bewonderen, het marmeren beeld van een knielende Maria Magdalena gemaakt door de wereldberoemde beeldhouwer Antonio Canova (1757-1822). Zijn bewerking van het marmer is ongekend knap, je vóelt de pijn en het verdriet van de vrouw. In dit paleis is ook een viool te zien van Niccolò Paganini. De virtuoze violist en componist werd in 1782 geboren in Genua.   

Rembrandt en Botticelli  

Een kleine tweehonderd kilometer landinwaarts ligt Turijn. De stad staat bekend om zijn barokke architectuur en heeft vele goed geconserveerde kerken, waaronder natuurlijk de 15e-eeuwse Duomo. Hier wordt de lijkwade van Christus bewaard, het linnen doek waarin Jezus zou zijn begraven nadat hij aan het kruis gestorven was. De authenticiteit is omstreden, wetenschappers voeren er al eeuwen discussie over. Echt of niet, het blijft een wezenlijk relikwie van de rooms-katholieke kerk.  

De imposante Galleria Saubada – een van de belangrijkste musea van de stad – is gevestigd in een nieuwe vleugel van het Palazzo Reale. Het museum herbergt een groot aantal topwerken, waaronder Een slapend man bij het vuur van Rembrandt en Venus van Botticelli.  


Botticelli, de ‘andere’ Venus, in Galleria Sabauda, Turijn

Verder zijn er veel schilderijen van Italiaanse kunstenaars als Fra Angelico. Tintoretto en Artemisia Gentileschi. Ook Vlaamse meesters als Jan van Eyck, Jan Brueghel de Oude en Rogier van der Weiden zijn goed vertegenwoordigd in de collectie.  

Een ander cultureel hoogtepunt van Turijn is het Museo Egizio, dat – buiten Egypte – een van de belangrijkste collecties Egyptische kunst bezit.  

Middellandse Zee 

De heldere lucht van Zuid-Frankrijk en het blauwe water van de Middellandse Zee zijn voor veel kunstenaars een grote bron van inspiratie geweest. Een van de parels aan de Côte d’Azur is Nice. Slenteren door de kronkelige straatjes van het historische gedeelte of flaneren over de kilometerslange Boulevard des Anglais, in Nice is het goed toeven.  

Yves Klein werd er geboren, Henri Matisse woonde er tot zijn dood en Marc Chagall had een bijzondere band met de stad. Ruim vijftig jaar geleden opende het Musée National Marc Chagall dat speciaal gewijd is aan zijn religieuze werken.  

Het Musée des Beaux Arts in Nice heeft de grootste collectie van Raoul Dufy (1877-1953), met dank aan zijn weduwe die uit Nice afkomstig was. Dufy maakte kleurrijke en vrolijke schilderijen waarbij hij vaak het mondaine leven aan de Franse Rivièra afbeeldde, met badgasten, muziek en feesten.  

Een ander hoogtepunt uit de collectie van het Musée des Beaux Arts is het portret Madame Jenny van Kees van Dongen. Hij heeft haar afgebeeld in een roze jurk die ze zelf heeft ontworpen.  

Bij het ontdekken van het rijke culturele leven van Nice behoort normaal gesproken zeker ook een bezoek aan Musée d’Art Moderne et d’Art Contemporain, het MAMAC. Het  museum voor moderne en hedendaagse kunst, gelegen aan het Place Yves Klein, heeft een rijke collectie Europees Realisme en Amerikaanse Pop Art, met werk van onder meer Yves Klein en Niki de Saint Phalle. Maar sinds januari vorig jaar is het gesloten voor een grootscheepse renovatie. De verwachting is dat het in 2028 weer open gaat. Desondanks valt er genoeg te ontdekken en te zien in Nice.  


Othon Friesz, la Baie du Bec de Laigle la Ciotat, 1907

Zusje van Saint-Tropez 

Het havenplaatsje Collioure is het iets minder bekende zusje van Saint-Tropez. Het werd vorig jaar door de Fransen nog verkozen tot favoriet dorp van het land. Ruim een eeuw geleden streken kunstenaars al graag neer in de idyllische haven. Paul Signac is er aan het eind van de 19e eeuw met zijn zeilboot naartoe gevaren. Henri Matisse arriveerde er voor het eerst in 1905 en viel voor het typerende Zuid-Franse licht. Picasso kwam er graag, net als Kees van Dongen, Raoul Dufy, Juan Gris en André Derain. Niet voor niets staat het charmante plaatsje bekend als de geboorteplaats van het Fauvisme, de expressieve kunststroming kenmerkt zich door het gebruik van felle, nauwelijks gemengde kleuren.   

Het plaatselijke Musée d’Art Moderne de Collioure is prachtig gelegen. Het museum, gevestigd in de oude villa van de Pools/Russische kunstenaar Jan Miroslaw Peszke (beter bekend als Jean Peské) heeft een adembenemend uitzicht op de baai van Collioure. De vaste collectie bestaat uit vele schenkingen van kunstenaars zelf, zoals van Matisse en Claude Viallat. Daarnaast kent de collectie wat kleinere meesters die zeker de moeite waard zijn. 

Vincent van Gogh 

Een Nederlandse kunstenaar die in Frankrijk enorm veel sporen heeft liggen, is natuurlijk Vincent van Gogh (1853-1890). Veel plekken waar hij is geweest, zijn nog steeds doordrenkt met herinneringen aan de schilder en vandaag de dag nog steeds te bezoeken. Van Gogh woonde van 20 februari 1888 tot 8 mei 1889 in Arles. Hij werd er meteen gegrepen door het bijzondere licht van de Zuid-Franse stad en had er een uiterst productieve periode. Hij schilderde er onder meer zonnebloemen en het terras van Café du Forum, op het gelijknamige plein. Het café bestaat nog steeds, het schilderij Caféterras bij nacht hangt tegenwoordig in Museum Kröller-Müller. Een ander beroemd schilderij uit die periode is Het gele huis, in de collectie van het Van Gogh Museum. Het gele huis zelf is bij een bombardement in de Tweede Wereldoorlog verwoest. 

Op een dik half uur rijden van Arles ligt Saint-Rémy-de-Provence. Hier verbleef Van Gogh een jaar in een psychiatrische inrichting. Ondanks zijn geestestoestand bleef hij dag en nacht schilderen. Hij was zeer productief en maakte in deze periode zo’n 150 schilderijen, waaronder Amandelbloesem, als kraamcadeau voor zijn pasgeboren neefje Vincent Willem, de zoon van broer Theo en zijn vrouw Jo.  

Weer een half uur noordwaarts ligt Avignon, de voormalige pauselijke stad met de beroemde boogbrug Pont d ‘Avignon (van dat kinderliedje…). Van de 22 oorspronkelijk bogen zijn er helaas maar vier bewaard gebleven.  

Een van de mooiste musea van Avignon is Musée Angladon. Het 18e-eeuwse gebouw ligt in hartje stad en heeft een uitgebreide collectie werken van grote namen. Om er een paar te noemen: Edgar Degas, Pablo Picasso, Edouard Manet, Alfred Sisley, Amedeo Modigliani en Paul Cézanne. En uiteraard, ook Van Gogh. Niet alleen de schilderijen rechtvaardigen een bezoek, ook het interieur met allerlei themakamers is van grote schoonheid en geeft een mooi beeld van wat in de achttiende eeuw modern en populair was.  

Parijs  

Vincent van Gogh verbleef meerdere malen periodes in Parijs. Zo woonde hij een tijd lang in Montmartre, hij deelde er een appartement met zijn broer. Vanuit hier wandelde hij bijna dagelijks met zijn schilderspullen op zijn rug richting het westen, naar het nabijgelegen dorp Asnières. Het was een gebied in opkomst, met nieuwe fabrieken maar ook met veel groen en cafés en restaurants. Hij ontmoette er schilders als Paul Signac, Georges Seurat en Emile Bernard, met hem raakte Van Gogh zelfs heel goed bevriend. Deze periode is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van Van Goghs stijl. Zijn palet wordt lichter, moderner.  

Het is bijna een misdaad om Parijs te bezoeken zónder naar Musée d’Orsay te gaan. Het museum – gevestigd in een voormalig stationsgebouw – heeft een enorme collectie impressionistische en post-impressionistische schilderijen. Het is onmogelijk om er een paar highlights uit te lichten, daarmee doe je anderen tekort. Maar desondanks een poging: Bal du moulin de la Galette van Auguste Renoir, Arearea van Paul Gauguin, La Cathédrale de Rouen van Claude Monet en Le Berceau van Berthe Morisot.  

Musée d’Orsay bezit maar liefst 35 olieverfschilderijen van Van Gogh, waaronder een van de drie versies van De slaapkamer in Arles, Sterrennacht boven de Rhône en een intrigerend zelfportret.  

Waar anders dan in Auvers-sur-Oise – op een half uurtje ten noordwesten van Parijs – sluiten we de Van Gogh-reis door Frankrijk af. Hier verbleef hij de laatste maanden van zijn leven. Hoewel hij nog steeds veel schilderde – voornamelijk landschappen en portretten – was het slecht gesteld met zijn mentale gezondheid. Hij maakte zich ernstig zorgen over zijn toekomst. Twee dagen nadat hij zichzelf in zijn borst had geschoten, overleed hij in zijn kamer van de herberg Ravoux. Een dag later, op 30 juli 1890, werd hij in het bijzijn van zijn broer Theo, dokter Gachet en vrienden als Émile Bernard begraven. Het graf is nog steeds een soort bedevaartsoord voor kunstliefhebbers.  

Hoge noorden 

Ook in het hoge noorden is het goed cultuur snuiven. Neem bijvoorbeeld de Finse hoofdstad Helsinki. In het hart van de stad staat Museum Amos Rex, een toonaangevend innovatief museum voor beeldende kunst dat in 2018 is geopend. Het is het grootste particuliere museum van Finland en dankt zijn naam aan voormalig krantenmagnaat én beschermheer van de kunsten Amos Anderson (1878-1961). Je komt het museum binnen via het ‘glazen paleis’ Lasipaltsi, een sterk staaltje van Fins modernisme. De tentoonstellingsruimtes bevinden zich onder de grond.  

Het museum is de thuishaven van …

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.