Categorieën
2024 Stories

BRAFA viert 100 jaar surrealisme

Honderd jaar surrealisme. Aanleiding voor BRAFA Art Fair in Brussel om een grote hommage te brengen aan de Belgische surrealist Paul Delvaux. Van 28 januari tot 4 februari zal in de Brussels Expo een speciale tentoonstelling gewijd zijn aan deze invloedrijke kunstenaar. 

Met 132 deelnemende galeries uit veertien landen bezet kunstbeurs BRAFA al decennia een prominente plek op de internationale beurskalender. Men kan zich laven aan een waaier van specialismen, van de oudheid tot hedendaagse kunst, in een beurs­ontwerp dat publiek trekt van over de gehele wereld. Brussel heeft veeleisende bezoekers dan ook veel te bieden.

Surrealistisch als België

‘In 2024 vieren we de 100e verjaardag van het surrealisme’, verklaart Harold t’Kint de Roodenbeke, voorzitter van BRAFA. ‘België wordt als land vaak omschreven als surrealistisch, een term die perfect lijkt te passen bij onze vaak onconventionele manier van doen. In deze context brengt de Stichting Paul Delvaux een eerbetoon aan de grote Belgische schilder om de dertigste verjaardag van zijn overlijden te memoreren.’ Voor de gelegenheid wijdt de Koninklijke Kamer van Kunst­ handelaars in België zijn stand volledig aan de werken op papier van Delvaux.

Ikoon, Deesis en apostelrij (vier panelen), 17e eeuw, Klein-Azië, mogelijk Smyrna (nu Izmir). Bij Heutink Ikonen

Zelf staat t’Kint de Roodenbeke met zijn galerie al zo’n twintig jaar op BRAFA. Hij specialiseert zich in schilderijen, beeld­ houwkunst en werk op papier uit de 19e en 20e eeuw. ‘Op de PAN heb ik ook gestaan en dan merk je dat Nederland een speciale band heeft met België. De verzamelaars die ik daar heb ontmoet nodig ik sindsdien altijd uit voor BRAFA. Vaak krijg ik te horen dat onze beurs voelt als familie en dat voelt goed. Met de verbreding van het aanbod trekken wij de laatste jaren een breder publiek. We zien veel meer jongeren die zeggen dat de BRAFA een must is. Ook de verhuizing naar Brussels Expo aan de noordkant van de stad helpt mee: heel makkelijk bereikbaar als je uit Nederland komt.’

Delvaux in de spotlights

In de hommage aan Delvaux (1897­1994) worden bezoekers meegenomen naar een mysterieuze wereld waarin Delvaux raadselachtige figuren in architecturale decors plaatst. Zijn indeling bij het surrealisme vond hij zelf te formalistisch en te oppervlakkig. Hij noemde zijn stijl liever een poëtisch realisme, waarmee hij grote bekendheid verwierf. Na een avontuur bij de architectuuropleiding nam hij de afslag naar de afdeling schilderkunst. Verlaten stations en treinen trokken eerst zijn aandacht als onderwerp, maar vanaf 1924 staan menselijke figuren centraal in zijn grote kleurrijke composities. Op zoek naar zijn eigen stijl ontdekte hij het expressionisme waarin hij een nieuwe manier vond om zichzelf te kennen en zijn diepste gevoelens vorm te geven. Inspiratiebronnen als De Chirico en Magritte stuurden zijn werk naar een surrealistische fantasiewereld vol symbolische figuren, voorwerpen en gebouwen waarmee hij een emotio­nele band had. We zien vervreemdende decors met onverwachte skeletten, elementen uit de antieke architec­ tuur, treinstations en groene wijken. Verrassende en verontrustende combinaties die hem wereldfaam brachten.

Bram Bogart (1921- 2012), GeelBaanGroen, 1970. Bij Rueb Modern and Contemporary Art

Zo beschouwde Andy Warhol, die hij in 1981 in Brussel ont­moette, Delvaux als een van de grootste kunstenaars van zijn tijd, ondanks of misschien wel dankzij het controversiële werk van soms omstreden religieuze scènes met skeletten. Om zijn werk te delen met zo veel mogelijk mensen werkte hij in 1979 mee aan de oprichting van de Stichting Paul Delvaux die nu bij BRAFA zijn opwachting maakt.

Coup de cœur

Managing Director Beatrix Bourdon is al dertig jaar verbon­den aan BRAFA. Een goede beurs, onthult zij, is als het leggen van een puzzel met 20.000 stukjes die perfect moeten pas­sen. Met een dynamisch team wordt gewerkt aan een beurs die door de jaren enorm is geëvolueerd en gegroeid.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

BRAFA Art Fair
Brussels Expo
28 januari t/m 4 februari 2024

Categorieën
2023 Stories

Kunstcollectie Marius Touwen: ‘Geen richting is ook een richting’

‘Ik ben geen kunstverzamelaar. Maar wel een kunstkoper.’ Een verrassende uitspraak van de Friese serie-ondernemer Marius Touwen tijdens een rondgang langs zijn imposante kunstverzameling. Touwen kwam recent in het nieuws vanwege zijn reddingsactie om het Cobra Museum voor de ondergang te behoeden.

Zijn zoon en dochter hadden hem ingelicht over de nijpende situatie van het Cobra Museum: er moest snel een garantie van zeven ton komen om het museum open te houden. Binnen een dag was het geregeld. Marius Touwen meldde zich en Cobra kon door. Samen met de gemeente wordt nu bekeken hoe het museum het beste behouden kan blijven. ‘Als zo’n sieraad langskomt dan sla ik toe.’

Marius Touwen Floris Kappelle Tableau Magazine
Portret Marius Touwen. Foto: Brigitte de Langen

Veel kansen

Mensen moeten geconfronteerd worden met kunst, vindt Touwen. Kunst moet vlakbij zijn, bij scholen, in woonwijken, zoals in Amstelveen. Het Cobra Museum is dan toch dichterbij dan de musea van Amsterdam. Educatie vindt de oud-tekenleraar belangrijk: ‘Ik vond het altijd mooi om met scholieren en studenten musea in andere steden te bezoeken. Vanuit Friesland naar Museum Boijmans Van Beuningen. Heerlijk om daar dan over kunst te vertellen.’ Geen wonder dat Touwen een toonaangevend museaal instituut als het Cobra wil helpen overeind te blijven.

‘Het versterken van de positie van het museum is leidend. Het verdient ook veel meer aandacht. We zullen méér moeten laten zien, met een werkterrein breder dan Cobra, veeleer een museum voor moderne kunst. Dan komen er meer mensen kijken. Ook samenwerkingen met andere musea gaan helpen, evenals grote publiekstrekkers zoals de tentoonstelling van Francis Bacon die eraan komt. Je moet zorgen voor een motor in de winkel. Het is een prachtig instituut op een geweldige locatie en heel goed te exploiteren. Ik zie heel veel kansen.’

Marius Touwen Floris Kappelle Tableau Magazine
Albert Verkade, zonder titel, 2011-2012. Foto: Brigitte de Langen

Wakker worden

Al eerder bood Marius Touwen ondersteuning bij musea als Belvédère en Voorlinden. ‘Musea zouden meer moeten samenwerken. Als collectief ben je veel sterker, dan kun je veel hogere kwaliteit van buitenlandse tentoonstellingen aantrekken. Je hebt maar een keer het transport en meer mensen kunnen het zien.’

‘Werken in de kunstensector is overigens niets voor mij. Dan moet je eraan gaan verdienen: dan is voor mij de lol weg. Ik zit nog diep in de zorgsector. Ik hou van dingen realiseren, dat is iets anders dan werken. Kijk, als zoiets als Cobra voorbij komt, dan stap ik in en laat ik niet snel los. Zo zou ik het Amstelveense publiek willen oproepen tot meer betrokkenheid bij het museum. Er zouden meer mensen wakker moeten worden. Het is tijd voor een tegengolf, een kantel- moment waarin kunst en cultuur weer worden gezien als verheffing. Als we onze musea failliet laten gaan, staat ons een cultuurverarming te wachten. Toch zie ik het voor de culturele sector zonnig in. Op Unseen zag ik zoveel jonge mensen, echt verbijsterend, en veel nieuwe galeries, dan vraag ik mij af: waar zitten die allemaal? Echt geweldig leuk.’

Al jong kwam Touwen door zijn creatieve vader in aanraking met kunst. Thuis hing van alles aan de muur, er werd getekend en er werden kerken bezocht in het buitenland. Vanwege dyslexie wilde het gymnasium echter niet vlotten, dus werd het een opleiding tekenen en handvaardigheid. Als twintiger kwam hij terecht bij de Friese Raad voor Cultuur om tentoonstellingen te maken. Onder kunstenaars voelde hij zich als een vis in het water. ‘Kunst gaf al vroeg richting aan mijn leven. Op mijn veertiende nam een vriend mij mee naar het Stedelijk in Amsterdam. Toen ik daar voor Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue van Barnett Newman stond, was ik helemaal overdonderd. Die kleuren die op je afstraalden, zo geweldig mooi. Ter plekke besloot ik dat ik kunstenaar wilde worden.’ 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2020 Tableau

Drie vragen aan…

1. Wat is jouw rol bij Tableau Magazine? 
Gezegend met een tweeledige rol besteed ik relatief veel tijd aan Tableau. Je moet ten slotte op de hoogte blijven wat er speelt in de kunstwereld. Ten eerste ben ik als medewerker verantwoordelijk voor het schrijven van drie rubrieken. 

Tijdens de KunstLunch ga ik aan tafel met prominenten uit de wereld van kunst en cultuur. Zoals met Taco Dibbits, Cathelijne Broers, Jan Taminiau, Wim Pijbes, Rein Wolfs. Waarom aan tafel in een toprestaurant? Simpel, een goed gesprek ontstaat vaak sneller in een aangename omgeving waar de gedachten vrij kunnen zweven. Bij een welverzorgde lunch spreekt men vrijmoediger dan in het pluche van de directiekamer.
Dan is er de bedrijfscollectie. Nederland kent vele kunstcollecties in bezit van velerlei organisaties. Vaak ligt aan die collectie een mooi verhaal aan ten grondslag. Die verhalen schrijf ik op.
Als laatste de rubriek Jong Talent in de kunstwereld. Het wemelt ervan. Kiezen is lastig. Leidraad is sprankeling, moed & lef, ambitie, talent en natuurlijk jeugdigheid. Tot nu toe kwamen aan beeldhouwer Ivan Cremer, galeriehouder Jorg Grimm en veilingmeester Marlous Mostrous-Jens.
Naast het schrijven mag ik als lid van de Raad van Advies de Tableau Media Groep bijstaan met zowel mijn mening, als met ideeën die ons platform verder helpen in de kunstwereld. Een oceaan aan mooie plannen ligt te popelen om bevaren te worden en men beschuldigt mij ervan een reservoir te beheren met een eindeloze stroom aan stimulerende input.

2. Wat is je achtergrond? 

Als geboren en getogen Amsterdammer mocht ik al vroeg met school en ouders mee naar musea en andere plekken waar kunst te zien is. Mijn ouders verzamelden op bescheiden schaal en hun smaak kon mij al vroeg bekoren. Zelf ondernam ik na het gymnasium een petit Grand Tour: een jaar naar Rome om Italiaans te leren. En vooral om werkelijk alle musea, kerken en opgravingen uitvoerig te bestuderen. Terug in Nederland studeerde ik aan de UvA onder meer Neerlandistiek en koos voor een loopbaan als copywriter in de reclamewereld. Dat ben ik overigens nog steeds.
Daarnaast moest ik dringend voorzien in mijn groeiende kunstbehoefte. Door de oprichting van de Museum Club (MuClu) heb ik mijzelf inmiddels ontpopt tot een semiprofessioneel doorgeefluik van alles wat met kunst te maken heeft. Een dikke 400 excursies verder blijkt de formule immens populair. Dit heeft echter geleid tot een drastische ledenstop en een jaloersmakende tevredenheid bij mijn kunstlievende achterban die bestaat uit kijkers, kenners, kopers en klunzen. Allemaal even welkom om samen de weelde aan kunst te ontdekken die ons land te bieden heeft. Wetenswaardig: naast copywriter ben ik haute cuisine medewerker van LXRY Magazine en auteur van de kinderserie Piet Polies met illustraties van Rijk de Gooijer. Ook mag ik graag moderator zijn bij bijeenkomsten van De Maatschappij en symposia als het Corporate Foundations Forum, eveneens een initiatief van de Stichting Lenthe.

3. Wie of wat inspireert je op het gebied van kunst? 

De overvloed aan bronnen maakt het soms wel wat onoverzichtelijk. Maar, zoals Heer Bommel al zei: veel is lekker. En van het Stendhal-syndroom heb ik nog nooit last gehad. Maar wie of wat inspireert mij dan? Ten eerste de kunstenaars zelf. Dat is evident. Dan het enthousiasme van degenen die de kunstwerken brengen: curatoren, conservatoren, galeristen, verzamelaars, veilingmeesters, auteurs, journalisten, Instagrammers, wetenschappers, TV-programmamakers, kortom iedereen die bezig is met kunst vanuit gedrevenheid en de overtuiging dat kunst nodig is.