Categorieën
Stories

Fong-Leng: Forever Young  

Na zestig jaar is Fong-Leng het maken nog lang niet moe. Museum Jan eert de legendarische mode ontwerpster en kunstenaar dit najaar met een tentoonstelling. 

Waarschijnlijk, zou Fong-Leng liever gewoon aan het werk gaan dan een interview geven. Stilzitten is niets voor haar. ‘Sommige mensen vinden het leuk om een hele middag op een terrasje te zitten. Ik heb dat niet. Ik wil al snel terug naar het atelier. In mijn hoofd ben ik altijd bezig met iets maken.’  

We spreken elkaar in Amsterdam in haar woonkamer, waar haar werk overal te zien is. Er staan zes witte leren banken waarop ze applicaties heeft gemaakt. Een groot wandpaneel met apen in een donker oerwoud vult vrijwel de hele muur van de kamer. Er tegenover hangt Birds, een tableau met vijf gieren in een boom. Beide panelen zijn opgebouwd met leer. Fong-Leng schildert met leer, een van haar favoriete materialen. 

Op een van de salontafels staan tafelstukken die een ruimtelijke collage zijn van verschillende voorwerpen, met name van glas. Achter haar bureau staat een vitrine met colliers en dan zijn er nog allerlei kleinere doeken met maskerachtige tronies erop. Het is meteen duidelijk dat Fong-Leng heel productief is.  

Een deel van het interieur verhuist dit najaar naar Museum Jan voor de tentoonstelling ‘Fong-Leng en Fans’, die terugblikt op 60 jaar ontwerpen. Begin jaren 70 maakte Fong-Leng faam met uitbundige mode. Lange mantels met daarop applicaties van exotische planten en dieren, wijd uitwaaierende rokken, broekpakken met prints, brede schouders en grote kragen. Het was kleurrijk en expressief. Mathilde Willink was een van de eerste en grootste fans van Fong-Leng. Zij had maar liefst 37 creaties in bezit en liet zich daar graag in zien. Zij droeg ook het bekendste ontwerp: de gouden luipaardmantel. Maar het was zeker niet zo dat ze voor haar werden ontworpen. Fong-Leng: ‘Ik heb nooit iets speciaal voor iemand gemaakt, altijd alleen wat ik zelf wilde. Mathilde was de eerste die alles meteen wilde hebben.’ 

Het eerste museum dat iets aankocht was het Centraal Museum in 1974: de straalmantel. Inmiddels is het werk uitgewaaierd over de wereld. ’Elk zichzelf respecterend museum heeft een Fong-Leng’, grapt ze. 

Uitbundig 

Fong-Leng was niet alleen uitbundig in de ontwerpen die ze maakte, ook in de presentatie. En eigenlijk in haar hele persoonlijkheid. Zij is een self-made-woman die doet waar ze zin in heeft. Ook in de mode is ze gewoon begonnen. Ze had een opleiding in fotografie en startte een fotopersbureau. Eind jaren 60 ging ze werken bij een jerseyfabriek, ontwierp patronen voor de stoffen en vervolgens ook kleding. Een eigen winkel was de volgende stap. Haar studio op de PC Hooftstraat – die ze in 1971 opende – was veel meer dan een winkel: het was een ontmoetingsruimte waar mensen graag gezien werden. En het begin van de grandeur van de PC Hooft zoals ie nu is.  

Fong-Leng: ‘Dat was natuurlijk een revolutie, dat ik ineens in de PC Hooftstraat kwam. Je had Dick Holthaus in de Van Baerlestraat en Frank Molenaar en Frank Govers. Zij gaven mij geen twee maanden daar. Maar ik heb me nooit ergens iets van aangetrokken, ben gewoon mijn eigen weg gegaan en uiteindelijk is dat voor mij het beste geweest. Ik heb een on-Nederlandse winkel neergezet en iedereen was daar verbaasd over.’ Het Nederlandse ‘doe-maar-gewoon’ was aan haar niet besteed. Ze serveerde champagne, hapjes en popmuziek in de studio en de jetset kwam er op zaterdag graag samen.oo. Iedereen was daar verbaasd over. Ik vind het zo gek dat Nederlanders stil blijven staan. Hoe kan dat? Je zou toch verwachten dat ze internationaler worden, maar dat is niet gebeurd. Altijd blijven ze maar kruidenier achtig. Je moet klein blijven. dan is het goed en dan valt niemand je aan. 

Fong-Leng, creatie uit 1979, gefotografeerd door Ferry van der Nat in 2024

Met haar uitbundige stijl gooide ze de brave mode-business van destijds overhoop. En kennelijk waren er genoeg Nederlanders die daar blij mee waren. Er werd gefeest in de winkel en de modeshows die ze organiseerde waren ongekend. In plaats van in een zaaltje showde ze in het Van Goghmuseum, de beurs van Berlage en in het De Mirandabad, met een catwalk boven het water. ‘Dan waren die werkmannen een stellage aan het bouwen in het zwembad, gekleed in een alleen een zwembroek en een gereedschapsgordel. Wie doet dat, wie durft zoiets?’ Fong-Leng wel. 

Vaak liepen de modellen tijdens een show ook tussen het publiek door. Het was een belevenis. En elke keer anders. In 1983 showden 70 modellen haar nieuwe collectie in het PSV Stadion, inclusief de ontwerpen die ze voor Levi’s maakte.  

Fong-Leng: ‘Dat was ook een sensatie. Levi’s had me gevraagd en ik heb een hele collectie voor ze gemaakt, de internationale presentatie daarvan was in Venetië en de Nederlandse in het PSV-stadion. 20.000 mensen waren erbij, dat is toch wel bijzonder hè.’ Het is nog steeds de grootste modeshow aller tijden in Nederland. 

Ik wil alles doen 

Ook internationaal liep het goed en ze werkte met verschillende merken samen. Naast Levi’s bijvoorbeeld ook met Adidas, want Fong-Leng maakte niet alleen haute couture, ze ontwierp ook confectie. En ze reisde veel om het beste materiaal te vinden, naar Italië en Spanje en later ook naar Hong Kong. In 1987 investeerde ze in merchandise voor de Olympische Spelen, waaronder T-shirts, sneakers en zonnebrillen. Nederland was in de race als gastland, maar helaas gingen de spelen naar Barcelona. Het financiële risico dat ze had genomen, betekende het einde voor Studio Fong-Leng. 

Stoppen met dingen creëren deed ze niet. Na de mode kwamen er …

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Fong-Leng & Fans – 60 jaar Fashion & Faam 
Museum Jan, Amstelveen,
15 oktober 2025 – 6 april 2026