Categorieën
2024 Stories

Tableau Portret: Jacqueline Grandjean, directeur van Het Noordbrabants Museum

‘Hier dagen we het algoritme uit’

We ontmoeten Jacqueline Grandjean in de directiekamer met uitzicht op een eeuwenoude beuk. Die boom vormt in vele opzichten het groene hart van Het Noordbrabants Museum in de oude binnenstad van Den Bosch. Hier is de directeur van het museum duidelijk op haar plek. Uit haar visiedocument blijkt dat zij het museum als een verbinder in een veranderende samenleving ziet. ‘Dit is een museum dat dicht bij mensen staat én dicht bij de natuur.’

Na negen jaar spraakmakende exposities in de Amsterdamse Oude kerk en een uitstapje naar Antwerpen is Jacqueline Grandjean een jaar geleden geland in het Bossche museum dat aan de vooravond staat van grootse veranderingen. In Het Noordbrabants Museum loop je in een cirkel om de tuin door een samensmelting van gebouwen, te beginnen in het elegante 18e-eeuws gouvernementspaleis. Verderop komen we in de nieuwbouwvleugels van architect Wim Quist, het nieuw ontworpen Design Museum en de voormalige Provinciale Griffie. Waar je ook loopt, door grote open ramen kun je overal de tuin zien. Als je rechts houdt kun je niet verdwalen. Wel dwalen we door verschillende collecties en thema’s, gebaseerd op kunst, cultuur en geschiedenis.

De vraag blijft echter: waar gaat dit museum over? Een vraag die Jacqueline Grandjean leerde te beantwoorden toen ze aan het Getty Institute for Museumleaders in de Verenigde Staten het vak strategie volgde: ‘Je zoekt in eerste instantie houvast voor je beleid. Als organisaties lang ergens aan werken dan verliezen ze de kern wel eens uit het oog. Als je die opnieuw gaat bevragen, zie je snel waar het over gaat. Wat ons betreft gaat dit museum over de verbinding met zowel het aardse als het hemelse. Yin en yang. En dat past weer goed bij Brabant. Gewoon doen met twee benen op de Brabantse grond en evengoed een kaarsje opsteken in de Sint Jan.’

Eva Jospin, installatie in Het Noordbrabants Museum, 2021. Foto: Jan-Kees Steenman.

De denkbare toekomst

Die gedachtegang zien we terug in twee beroemde kunstenaars. Jacqueline Grandjean: ‘Van Gogh met zijn aardse werk, de landschappen, het harde werken van de boeren. Hier in het Brabantse landschap is hij begonnen. Ook zien we de fantastische, bijna surrealistische wereld van Jheronimus Bosch. Die twee zijn de pijlers waar dit museum op rust.

Wat natuur betreft zijn wij bezig met onderzoek in het Bossche Broek, het natuurgebied dat dicht bij het centrum ligt. Hier willen we de komende jaren met kunstenaars en het Brabants Landschap artistiek veldonderzoek gaan doen. Dat gaat over veranderingen in de natuur én over onze zorg voor de planeet en het klimaat. Hoe verhouden we ons opnieuw tot de natuur? Dat zoeken we samen met kunstenaars uit.

Ik denk dat musea heel goed in staat zijn om vanuit een blik op het verleden en de samenwerking met hedendaagse kunstenaars de toekomst denkbaar en zichtbaar te maken. De noodzaak van een museum is anders dan pakweg een halve eeuw geleden. Toen ging het vooral over kunsthisto­rische kennis. Die bracht het museum over op de bezoeker. Maar die bezoeker kan inmiddels googelen en zelf zijn kennis vergaren. In deze tijd is het museum steeds meer een open arena om met elkaar te kijken, te onderzoeken en te spreken om zo tot nieuwe of andere inzichten te komen.’

Interhistorisch

Het plan is dichter bij de toekomst te geraken door heden en verleden aan elkaar te verbinden. Interhistorisch, noemt Grandjean dat: ‘Niet uitsluitend chronologisch een verhaal vertellen. Door de oude, moderne en hedendaagse kunst door elkaar te presenteren kun je nieuwe relaties ontdekken. Je kunt gaan tijdreizen. Er ontstaat zo ook ruimte voor onder­ belichte of onbekende perspectieven zoals niet­-Westerse kunst en vrouwen in de kunst. Hoe laat je vrouwen in de kunst zien als er geen kunst van die vrouwen in de collectie is? Dit zijn uitdagingen die de samenleving bezighouden, waarin we als musea het voortouw kunnen nemen.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Vijf generaties Brueghel

Vanaf oktober presenteert Het Noordbrabants Museum de tentoonstelling ‘Brueghel: De familiereünie’. Het museum zet maar liefst vijf generaties schilders in de spotlight. Maar hoe kader je de enorme verscheidenheid aan personages, materialen, media en onderwerpen over een tijdspanne van 1550 tot 1700? Conservator oude kunst Nadia Groeneveld-Baadj geeft een inkijkje in het proces en schijnt nieuw licht op een van de grootste kunstenaarsfamilies uit de geschiedenis.

Het is een warme juni dag en de historische binnenstad van Den Bosch straalt me tegemoet terwijl ik naar Het Noordbrabants Museum wandel. Ik word hartelijk onthaald door Nadia Baadj en steek meteen van wal, benieuwd hoe het museum deze tentoonstelling van de grond heeft gekregen. Baadj: ‘Het was inderdaad een uitdaging. Voor ons was het vooral belangrijk om een verhaal te vertellen dat nog nooit verteld is. Om deze tentoonstelling mogelijk te maken zijn we afhankelijk van bruiklenen over de hele wereld, alleen zijn wij een relatief klein museum en kunnen we in ruil geen grote meester aanbieden. Dus dan moet het onderzoek en de uiteindelijke tentoonstelling nieuw licht schijnen op de familie Brueghel. In eerdere tentoonstellingen lag de focus nooit op de familie als geheel. Daar proberen we verandering in te brengen door breder te kijken naar alle vijf generaties en de focus te leggen op meerdere facetten van het familiebedrijf. Zoals de belangrijke rol die vrouwen hebben gespeeld, de familiebanden, de traditie die door de generaties heen zichtbaar blijft en samenwerkingen en verbintenissen met andere kunstenaarsfamilies.’ Niet alleen de opzet van de tentoonstelling is een uitdaging. Vijf generaties Brueghels in een verhaal bij elkaar te krijgen is niet gemakkelijk. Waar begin je?

Brueghel Het Noordbrabants Museum Tableau Magazine Floor Wiegerinck
Pieter Brueghel de Jonge, De Vlaamse spreekwoorden, 1607, collectie Stadsmuseum Lier

Om deze tentoonstelling mogelijk te maken zijn we afhankelijk van bruiklenen over de hele wereld, alleen zijn wij een relatief klein museum en kunnen we in ruil geen grote meester aanbieden. Dus dan moet het onderzoek en de uiteindelijke tentoonstelling nieuw licht schijnen op de familie Brueghel.

Baadj: ‘Vrij vroeg in het onderzoeksproces kwam ik het schilderij Allegorie op de schilderkunst van Jan Brueghel de Jonge [kleinzoon van Pieter Bruegel de Oude*] onder ogen. Een bijzonder schilderij waarin de totale identiteit van de Brueghels terug te vinden is. En toen wist ik: aan de hand van dit werk kunnen we het verhaal van deze familie vertellen.’

Allegorie met een boodschap

Op het eerste gezicht lijkt Allegorie op de schilderkunst gemakkelijk in te delen in het genre kunstkamer-schilderijen dat vanaf 1610 in Antwerpen populair werd. Maar beter bekeken bevat het schilderij een enorme hoeveelheid details die niet typisch zijn voor een allegorie. In het midden van een groot atelier zit Pictura, de personificatie van de schilderkunst. Zij schildert een stilleven van een vaas met bloemen. Om haar heen liggen verschillende soorten materialen, gereedschappen, modelboeken, tekeningen en studies om de kijker een inzicht te geven van het werkproces van de schilder. Aan de muren hangen schilderijen die linken naar de internationale bekendheid van de Brueghels en de samenwerkingen die zij aangingen met andere schilders uit die tijd. Als een ode aan de patriarch van de familie hangt het portret van Pieter Bruegel de Oude links van de doorgang aan de muur, tussen de portretten van Michelangelo en Pieters leermeester en latere schoonvader, Pieter Coecke van Aelst. Daaronder hangt een portret van Jan Brueghel de Oude (jongste zoon van Pieter Bruegel de Oude), naast een afbeelding van Albrecht Dürer. Rechts van de doorgang hangen nog meer portretten van bekende schilders als Hubert van Eyck, Lucas van Leyden, Quentin Metsys en Jan Gossaert, waarmee Jan de Jonge suggereert dat de Brueghels gelijkwaardig waren aan deze grootmeesters. In de galerij op de achtergrond is een meesterschilder aan het werk, zijn pupillen kijken over zijn schouder mee.

Brueghel Het Noordbrabants Museum Tableau Magazine Floor Wiegerinck
Jan Brueghel de Oude en Peter Paul Rubens (atelier), Nimfen vullen de hoorn des overvloeds, ca. 1615, Mauritshuis, Den Haag

Daarachter werkt een andere schilder aan een landschap en daarachter wordt het portret van een vrouw geschilderd. Helemaal achteraan staan twee mannen pigment te malen. Dit wijst erop hoe uitgebreid het schildersatelier van de Brueghels in die tijd moet zijn geweest en dat het een bloeiend familiebedrijf was. Maar Pieter Bruegel de Oude stierf op ongeveer 40-jarige leeftijd toen Pieter de Jonge en Jan de Oude nog maar vier en een jaar oud waren. Hoe lukte het de jongens om toch in de voetsporen te treden van hun vader?

Mayken Verhulst en andere vrouwen

Pieter Bruegel de Oude kreeg zijn opleiding in Antwerpen van Pieter Coecke van Aelst, die getrouwd was met Mayken Verhulst. Zij kwam uit een kunstenaarsgezin en was een gevierd aquarellist en miniaturist die zelfs door Karel van Mander in zijn Schilder-Boeck uit 1604 genoemd wordt. In de kunstgeschiedenis wordt de rol die Verhulst speelde vaak over het hoofd gezien, maar zij had een grote invloed op het voortzetten van de schildertraditie van Pieter de Oude. Zij was namelijk niet alleen de vrouw van zijn leermeester, maar werd ook Pieter de Oude’s schoonmoeder toen hij trouwde met haar dochter Mayken Coecke in 1563. Toen Pieter de Oude in 1569 stierf, en kort daarna ook zijn vrouw Mayken, lieten zij twee zoontjes op jonge leeftijd achter. Baadj: ‘Nieuw onderzoek toont aan dat de jongens na de dood van hun moeder eerst door hun tantes in huis zijn genomen.’ 

In de tentoonstelling willen we het verhaal breder trekken en de vrouwen de aandacht geven die ze verdienen

Baadj: ‘Later, zo beschrijft Van Mander, wordt Jan de Oude maar waarschijnlijk ook Pieter de Jonge door hun grootmoeder Mayken Verhulst opgeleid in de miniatuur- en waterverftechniek. Zij was waarschijnlijk in het bezit van prenten en tekeningen van Pieter Bruegel de Oude die zij erfde na dood van Mayken Coecke. Doordat zij die prenten en tekeningen bewaarde hadden de jongens toch toegang op het werk van hun vader. Met deze tentoonstelling willen we het verhaal breder trekken en ook de vrouwen de aandacht geven die ze verdienen.’

Brueghel Het Noordbrabants Museum Tableau Magazine Floor Wiegerinck
Anna Maria Janssens, Bloemenguirlande met de Heilige Familie en een musicerende engel, 1620-1668 © The Phoebus Foundation, Antwerpen

Ook voor andere vrouwen in de familie is in de overlevering geen ruimte, maar de Brueghels zelf hadden daar waarschijnlijk een heel andere kijk op. Baadj: ‘In het schilderij Allegorie op de Schilderkunst zit de vrouw in het midden van de voorstelling. Zij is als Pictura onderdeel van de allegorie, maar ik zie in haar ook een statement. Het feit dat ze volledig gekleed, al schilderend in het midden zit komt niet overeen met andere allegorieën. Die centrale rol die Jan de Jonge haar geeft is voor mij veelzeggend.’

Mayken Verhulst was voor de kickstart van het familiebedrijf belangrijk, maar er zijn nog meer vrouwen te noemen. Zoals Clara Eugenia Brueghel, dochter van Jan Brueghel de Oude uit zijn tweede huwelijk met Catharina van Mariënburg. Clara was een vooraanstaand lid van de Begijnengemeenschap in Mechelen en had daarom een groot netwerk. Zij liet kerken en privé-interieurs aankleden met schilderijen van onder andere haar familieleden en het netwerk daar omheen. Haar rol kan gezien worden als een soort matronage voor de Brueghels. Een andere belangrijke vrouw was Anna Maria Janssens die de Brueghelfamilie binnenstapte door te trouwen met Jan Brueghel de Jonge. Zij kwam uit een vooraanstaande schildersfamilie en met hun verbinding kon er een heel nieuwe samenwerking met het schildersatelier van de familie Janssens worden aangegaan. Baadj: ‘Het is moeilijk om de vrouwen in het familiebedrijf in kaart te brengen, omdat er zo weinig is overgeleverd. We willen in de tentoonstelling transparant zijn maar toch deze vrouwen laten zien, al hebben we niet veel aantoonbare werken of bewijzen. Ik vermoed dat veel werken van Anna Maria Janssens zijn toegeschreven aan mannelijke collega’s, ook omdat de stijl en onderwerpen zo dicht bij elkaar liggen. Maar er is wel een werk van Anna Maria Janssens overgeleverd en opgenomen in de tentoonstelling. Er zijn ook aanwijzingen in teksten, die lopen als een soort route door de tentoonstelling, waardoor nieuw licht schijnt op de rol van de vrouwen.’ 

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

* Pieter Bruegel de Oude signeerde zijn werk met Bruegel, daarna werd de naam Brueghel gehanteerd.

Categorieën
2020 Highlights

Haas(t)je repje: eerste solo van Shao Fan in Nederland

Grensverleggend

Shao Fan (Beijing, 1964) neemt een speciale plaats in binnen de hedendaagse Chinese schilderkunst. Hij is een meester in de techniek van de klassieke inkttekening. In zijn werk combineert Shao Fan schilderkunst, tekenkunst en design met een diepgaande kennis van de Chinese cultuur. Daarmee was Fan ook één van de eerste Chinese kunstenaars die de grenzen tussen visuele kunst en meubels verkende. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Ming stoelen. Hoewel het ontwerp van deze stoelen innovatief is, zijn ze verbonden met traditionele methoden. De stoelen kunnen worden beschouwd als een sculptuur die een functioneel meubel suggereren.   

 

Shao Fan
Shao Fan, , Portret, 2013. Privé collectie Zwitserland 
Courtesy: Galerie Urs Meile, Beijing-Lucerne

 

De hoofdrolspelers van zijn monumentale werken zijn dieren. Fan ziet met name het konijn en de haas als archetypen en hybride wezens tussen mens en dier. Daarbij sluit hij aan bij de traditie: het konijn en de haas zijn terugkerende onderwerpen in de traditionele Chinese kunst en ambachten. In China heeft men de neiging geen onderscheid te maken tussen deze twee legendarische diersoorten. In de taoïstische traditie worden ze geassocieerd met onsterfelijkheid en een lang leven.  
De tentoonstelling `Shao Fan: Between Truth and Illusion`  is de eerste Nederlandse museale solotentoonstelling van deze hedendaagse kunstenaar. Het betreft een retrospectief van 2009 tot heden, waarin zowel de innovatie als de traditie van de Chinese cultuur te herkennen zijn.

 

Shao Fan
Shao Fan, Afternoon Nap, 2019, old elm wood, 142,5 x 83
x 95 cm ®The artist and Galerie Urs Meile, Beijing-Lucerne

Videotour met Lucas De Man

Ondanks de gesloten deuren, stap je nu vanuit je huiskamer zo Het Noordbrabants Museum in. Theatermaker en kunstliefhebber Lucas De Man kreeg eenmalig exclusief toegang om de vaste collectie en wisseltentoonstellingen te ontdekken. Dit bezoek is vastgelegd in een interactieve video waarin ook minder bekende delen van het museum aan bod komen. Zo is er voor elke bezoeker genoeg nieuws te ontdekken. Tijdens deze rondleiding kiest de kijker zelf voor verdieping door middel van keuzemogelijkheden. 

 

Het Noordbrabants Museum 
` Shao Fan: Between Truth and Illusion`
www.noordbrabantsmuseum.nl

Benieuwd naar andere tentoonstellingen die je gezien moet hebben? Klik hier om op de hoogte te blijven of meld je aan voor de nieuwsbrief!