Categorieën
2024 Columns Musea

Column Kunstjacht: Ten Cate? Welke dan? 

Heb je ooit van de schilder Ten Cate gehoord? Dan rijst al snel de vraag: welke Ten Cate? Begin dit jaar speelde diezelfde vraag ongetwijfeld in een klein Parijs veilinghuis, waar een schitterend schilderij, Sterrennacht aan zee, werd aangeboden. Gesigneerd met de naam ‘Ten Cate’, stond het vermeld als werk van Hendrik Jan ten Cate (1867-1955). Een vergissing, zo bleek al snel. 

In het gezaghebbende Scheen-lexicon worden maar liefst acht kunstenaars met deze achternaam genoemd (en ja, er zijn ook schilders met de naam Ten Kate). Namen als Anne Marie Blaupot ten Cate (1902-2002), Constantina ten Cate (1806-1876) en Hendrik Gerrit ten Cate (1803-1856) passeren de revue. Maar de meest getalenteerde, naar mijn bescheiden mening, is zonder twijfel de Nederlandse impressionist Siebe Johannes ten Cate (1858-1908). Zijn dromerige landschappen en levendige stadsgezichten, vaak uitgevoerd in pastel, hebben een onmiskenbaar signatuur. Het duurde dan ook niet lang voordat ik zijn hand herkende in Sterrennacht aan zee. Een buitenkans! Het schilderij werd voor een bescheiden bedrag afgehamerd. De trein naar Parijs was snel geboekt. 

Een reislustige kunstenaar 

Siebe’s leven kende al vroeg tragiek. Beide ouders overleden toen hij nog jong was. Dankzij het familiekapitaal dat hij erfde, kon hij op 22-jarige leeftijd naar Parijs verhuizen, nadat hij zijn opleiding aan de Koninklijke Academie in Den Haag had voltooid en in Antwerpen. Na zijn definitieve vestiging in de Lichtstad raakte hij bevriend met grootheden als Camille Pissarro en Alfred Sisley, deelde hij een atelier met Kees van Dongen, en leerde hij Vincent van Gogh kennen, die hem in zijn brieven noemde. 

Siebe was een productieve kunstenaar, die regelmatig exposeerde in binnen- en buitenland, waaronder op de prestigieuze Parijse Salon. Hoewel zijn vaste woonplaats zich bevond in het culturele hart van Europa, liet hij zich verleiden tot vele reizen. Zijn nieuwsgierigheid bracht hem naar Zwitserland, Spanje, België, Engeland, Scandinavië, Duitsland en zelfs Noord-Afrika. 

Sterrennacht aan zee 

Het schilderij Sterrennacht aan zee dateert uit 1901. In dit werk vangt Siebe de verstilde grootsheid van een nacht aan de Franse kust. Het spel tussen licht en duisternis, waar de zee en hemel elkaar raken, vormt het hart van dit schilderij. De donkere, rotsachtige kustlijn op de voorgrond torent als een stille wachter boven het water uit. Maar het is de lucht, bezaaid met sterren die als fonkelende stippen door de schemering breken, die het tafereel werkelijk tot leven brengt.  

Siebe paste hier een opvallende techniek toe: hij schuurde de ruimte rond de sterren lichtjes op, waardoor het linnen subtiel zichtbaar wordt. Dit creëert een bijna etherisch effect, alsof de sterren zelf licht uitstralen. Het geheel ademt een mysterieuze, bijna symbolistische sfeer. Aan de horizon zien we een klein, rood licht – is het een schip, of een vuurtoren? Dit rode accent trekt onvermijdelijk de aandacht, dwingt de blik van de toeschouwer naar de oneindige horizon, en geeft het werk een subtiele spanning. 

Siebe’s oeuvre balanceert tussen twee werelden: de serene natuur en de bruisende drukte van de stad. De landschappen en architectuur van de plekken die hij bezocht, spelen een prominente rol in zijn werk. Van de Vierwaldstättersee in Zwitserland en de bossen rond Zwolle tot de levendige markten van Sevilla, het Parijse nachtleven of de bedrijvigheid op de Theems in Londen. Al zijn werken worden gekenmerkt door een subtiele neveligheid, een dromerige sluier die als een herkenbaar element door zijn hele oeuvre heen zweeft. Naast schilderijen en pastels vervaardigde hij ook enkele etsen en litho’s. 

Oeuvrecatalogus en RKD-Studie: Siebe ten Cate op de PAN 

Hoewel Siebe ten Cate (nog) niet bij het grote publiek bekend is, doet dat niets af aan de kwaliteit van zijn werk. Zijn schilderijen maken deel uit van collecties van prestigieuze musea zoals het Rijksmuseum, het Louvre en Musee d’Orsay. Sinds 2020 zet de Siebe ten Cate Stichting zich in voor de herwaardering van deze kunstenaar. Dit jaar verschijnt er een uitgebreide RKD-Studie en oeuvrecatalogus, met essays over zijn leven, zijn artistieke netwerk en zijn reizen. Een eerste stap om zijn naam opnieuw op de kaart te zetten, werd in 2012 gezet met een overzichtstentoonstelling in het Fries Scheepvaartmuseum. Maar dit is nog maar het begin. De stichting plant de komende jaren tentoonstellingen in zowel Nederland als Frankrijk.  

Geïnteresseerd geraakt in deze Friese impressionist? Sterrennacht aan zee is te zien, samen met een kleine selectie van andere werken, bij Kunsthandel Pygmalion (stand 91) tijdens de PAN in Amsterdam. 

Bob Scholte is een van de jongste kunsthandelaren van Nederland. Als historicus en kunsthistoricus onderzoekt, verzamelt en verkoopt hij kunstwerken uit de 19e- tot halverwege de 20e eeuw, met een extra focus op Nederlandse oude meesters. In deze column doet Bob verslag van zijn avonturen in de kunstwereld.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel. 

Categorieën
2024 Musea Stories

150 jaar impressionisme: het begin van het moderne

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat de Eerste Impressionistische Tentoonstelling haar deuren opende in Parijs. Een hoogtepunt in de moderne kunstgeschiedenis, dat vanaf maart groots gevierd wordt met de terugblik ‘Paris 1874: Inventing Impressionism’ (‘Het impressionisme uitgevonden‘) in Musée d’Orsay.

Wat een vrijheid, wat een gemakzucht! De voorstudies van een behangpatroon zijn zelfs meer voltooid dan dit zeegezicht!’ Het waren harde woorden die kunstcriticus Louis Leroy schreef over Claude Monets schilderij Impression, Soleil Levant (1872). Het werk hing in 1874 in de eerste tentoonstelling van de ‘Société Anonyme des artistes peintres, sculpteurs, graveurs, etc.’, inmiddels bekend als de Impressionisten. De expositie was financieel een fiasco en menig Parijse kunstcriticus bespotte de kunstenaars en hun werken in publicaties, artikelen en karikaturen. Ondanks het onbegrip van velen was de tentoonstelling een iconische gebeurtenis, die – na de opening van de Salon des Refusés in 1863 – kan worden gezien als het startsein van de moderne kunst in Europa.

Op zoek naar erkenning

Het idee voor een dergelijke tentoonstelling ontstond al in 1867, toen een jonge generatie kunstenaars zich verzamelde in het Café Guerbois, aan de Rue des Batignolles in Parijs. De groep, gecentreerd rond schilder Édouard Manet, noemde zich de ‘Groupe des Batignolles’ en rekende Frédéric Bazille, Paul Cézanne, Edgar Degas, Claude Monet, Berthe Morisot, Camille Pissarro, Pierre-Auguste Renoir en Alfred Sisley tot haar oprichters. De groep hield levendige debatten over de ontwikkeling van kunst en besprak haar afkeer tegen de verregaande invloed van de door de staat gereguleerde Salon. Erkenning tijdens de Salon gaf bijna zeker garantie op een succesvolle carrière, maar de strikte houding van de jury belette de progressieve kustenaars hun werk tentoon te stellen. Alle leden van de Batignolles werden meermaals uitgesloten van deelname, wat hun gezamenlijke roep tot verandering aanwakkerde.

impressionisme Monet Sterre Overmars Tableau Magazine
Edgar Degas (1834-1917), The Dancing Class, ca. 1870, The Metropolitan Museum of Arts, New York – nr. 55 in de Eerste Impressionistische
Tentoonstelling

De onvrede van de kunstenaars in Café Guerbois werd onderbroken door de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871), die eindigde in een pijnlijke nederlaag voor Frankrijk en in de Duitse eenwording; met als doornenkrans de kroning van de Duitse keizer Wilhelm I in de Spiegelzaal van Versailles. Verschillende kunstenaars, onder wie Pisarro en Monet, vluchtten naar Londen, anderen, zoals Degas, Manet en Bazille, meldden zich voor het Franse leger. De jonge Bazille overleefde de oorlog niet en sneuvelde tijdens de slag om Beaune-la-Rolande. Terwijl Frankrijk haar wonden likte en het zwaar gehavende Parijs werd heropgebouwd, was de zoektocht naar een nieuw soort kunst urgenter dan ooit. Toen de genadeloos strenge jury van de Salon in 1873 het overgrote deel van de inzendingen afwees, was voor de leden van de Groupe des Batignolles de maat vol. Op 27 december 1873 werd de ‘Société Anonyme des artistes peintres, sculpteurs, graveurs, etc.’ opgericht, met als doel het organiseren van een eigen tentoonstelling en zich zo los te maken van het conservatieve juk van de Académie en de Salon.

Dertig rebellen

De zestien oprichters van de Société zagen zich genoodzaakt om hun groep uit te breiden, om zo met meer deelnemers de kosten te kunnen dragen. Degas wilde dat zij hiervoor mensen benaderden die eerder succesvol waren geweest op de Salon, om zo het ‘rebelse’ randje van de Société af te halen. Maar zijn voorstel bleek lastiger dan gedacht: het merendeel van de Parijse kunstenaars durfde zich niet te keren tegen de traditionele Salon. En hoewel de opstandige Manet de opvattingen van de Société deelde, deed ook hij niet mee. Juist omdat hij zich op de Salon wilde verzetten tegen de overheersende Académie en niet op de ongereguleerde tentoonstelling van de groep rebellerende ‘anonieme’ kunstenaars. Manet in het hol van de leeuw, dat was de gedachte. Na vijf maanden onvermoeibare werving, hadden uiteindelijk toch dertig kunstenaars hun werken toegezegd aan de eerste tentoonstelling van de Société.

De tentoonstelling werd geopend op 15 april 1874 in de voormalige studio van fotograaf Nadar aan de Boulevard des Capucines nr. 35, strategisch gelegen aan een van de drukste kruispunten van Parijs. De Société had de tactische keuze gemaakt om twee weken voor de Salon te openen en zo, in ieder geval de eerste weken, niet te hoeven wijken voor de populariteit van haar grootste rivaal. Voor 1 franc mocht men naar binnen en voor 50 centimes kocht men er een catalogus bij. Aan de roodbruine wanden hingen 165 schilderijen, tekeningen en etsen, afgewisseld met sculpturen. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Highlights Musea

Nu te zien: Impressionisme van het noorden in Singer Laren

Als een frisse wind arriveert het impressionisme rond 1860 in Frankrijk. Dit leidt tot een stijlverandering in Noord-Europa en daarbuiten. In de bijzondere reizende tentoonstelling Frisse Wind toont Singer Laren i.s.m. het Museum Kunst der Westküste (Alkersum/Föhr) en het Niedersächsisches Landesmuseum Hannover een topselectie van het Duitse, Deense en Nederlandse impressionisme. Geniet van het frisse groen, het zilveren licht en de steeds wisselende wolkenluchten.

Nooit eerder werd het impressionisme uit deze drie buurlanden op deze manier naast elkaar gepresenteerd. De tentoonstelling in Singer Laren is thematisch opgebouwd en belicht onderwerpen die een belangrijke rol spelen binnen het impressionisme: Licht, Op het land, In de stad, In de tuin, Op reis en Winter. Met werk van onder meer Max Liebermann, Lovis Corinth en Max Slevogt uit Duitsland, Anna en Michael Ancher, Peder Severin Krøyer en Viggo Johansen uit Denemarken en de Nederlanders Johan Barthold Jongkind, Jo Koster, George Hendrik Breitner, Isaac Israëls en Jan Toorop.

Frisse Wind. Impressionisme van het noorden
Singer Laren
t/m 5 mei 2024

Singer Laren Impressionisme Tableau Magazine
Hans Peter Feddersen, Waddenzee, 1905, Olieverf op doek, 37 x 52 cm, Museum Kunst der Westküste
Categorieën
2020 Highlights

De veelzijdigheid van Willem Bastiaan Tholen

Willem Bastiaan Tholen (1860-1931) hoorde nergens echt bij. Hij ging vooral zijn eigen gang. Schatplichtig aan de Haagse School, met schilders als Gabriël, Maris en Witsen. Maar toch anders. Modern door zijn onderwerpkeuze en het perspectief in zijn schilderijen. Tholen werd in 1860 geboren in Amsterdam en kwam al vroeg in contact met schilderkunst omdat zijn vader, zus en tante Arondine Arendsen allemaal schilderden. Op jonge leeftijd verhuisde hij met het gezin naar Kampen en daar groeide hij op met Jan Voerman met wie hij zijn passie voor tekenen deelde. In Kampen ontstond de liefde voor het IJssellandschap tijdens de uitstapjes met zijn vader in de natuur. Later kreeg hij samen met Voerman les van Johannes Belmer die zijn leerlingen ook mee naar buiten nam om inspiratie op te doen.

Willem Bastiaan Tholen, Piet Meiners aan het biljarten, ca. 1894-1896,
bruikleen Kunstmuseum Den Haag

In 1878 werkte Tholen in het atelier bij Constant Gabriël in Brussel en ook zij schilderden samen in de natuur. Het was bij Gabriël waar Tholen zijn echte opleiding in schilderkunst kreeg en in die periode is veel van Gabriëls invloed te zien in Tholens werk. Later vestigde hij zich met zijn vrouw in Den Haag waar een belangrijke periode aanbrak voor de ontwikkeling van zijn werk en waar hij loskwam van de stijl van Gabriël. Tholen staat voornamelijk bekend om zijn watergezichten en landschappen met Nederlandse luchten, maar in het Dordrechts Museum krijgen ook zijn onderbelichte stadsgezichten, interieurs en portretten een prominente plek. Daarnaast is in de tentoonstelling werk te zien van Jacob Maris, Constant Gabriël en Willem Witsen.

Dordrechts Museum • Dordrecht
9 februari t/m 31 mei 2020
www.dordrechtsmuseum.nl