Categorieën
2024 Musea Stories Travel

Impressionisme met een twist: James Ensor in België

In zijn geliefde Oostende, de plek waar hij geboren werd en zijn hele leven woonde en werkte, overleed James Ensor op 19 november 1949 op 89-jarige leeftijd. Deze herfst is dat precies 75 jaar geleden. Het hele jaar wordt de maestro geëerd met de meest uiteenlopende tentoonstellingen in Oostende, Brussel en Antwerpen.

Hij is alle aandacht waard vindt Herwig Todts, Ensor-specialist en curator bij het KMSKA waar dit najaar de tentoonstelling ‘Ensors stoutste dromen’ opent. ‘Hij was een innovator.’ ‘Is het typisch Belgisch?’, vraagt Todts zich af tijdens ons zoom-gesprek. Hoe Ensor, net als Magritte, zijn werkzaamheden als kunstenaar infiltreert in alledaagsheid en huiselijkheid? In het geval van James Ensor is de bron zijn moeders curiositeitenwinkel vol chinees aardewerk, schelpen en carnavalsmaskers, waar hij een groot deel van zijn leven veel tijd doorbracht. Voorwerpen uit keuken en winkel verschijnen in zijn stillevens, zijn moeder en tante Mimi in zijn tekeningen en natuurlijk zijn zus Mitche in, bijvoorbeeld, De Oestereetster (1882). Dit topstuk was in de lente nog te zien in BOZAR, waarna het in de herfst weer thuis is en onderdeel van KMSKA’s expositie ‘Ensors stoutste dromen’. Wie oog in oog staat met dit meer dan manshoge schilderij dat hij op 22- jarige leeftijd al schilderde, snapt waarom Ensor het zelf eerst de titel In het land van de kleuren gaf. Door de explosie van sprankelende kleuren en dansend licht van het stilleven op tafel, ben ik als kijker niet zozeer op de etende vrouw gericht, maar voel ik me Mitches tafel genoot, voor even weggelopen, maar onderweg terug naar de tafel overspoeld door de kleurenrijkdom.

Europese avant-garde

Ensors connectie met Oostende is evident. Die met Brussel ook: als jongen ging hij er naar de academie en legde er contacten voor het leven, zoals met de vooruitstrevende en welgestelde familie Rousseau, ervoer het bruisende stadsleven en stond versteld van oude meesters en aanstormend talent, vastbesloten ze te overtreffen.

James Ensor Jantine Kremer Tableau Magazine
James Ensor, Skeletten verwarmen zichzelf, 1889, collectie Kimbell Art Museum, Fort Worth, Texas

Waarvoor moet de Ensor-liefhebber nog naar Antwerpen deze herfst? Ook dat is duidelijk: het KMSKA heeft de grootste collectie Ensors ter wereld – 39 schilderijen en meer dan 600 tekeningen – en met het Ensor Research Project onder leiding van Herwig Todts en conservator Annelies Rios-Casier veel expertise in huis. Met ‘Ensors stoutste dromen’ willen zij tonen hoe Ensors innovaties in dialoog met de Europese kunst tot stand kwamen. De eigen collectie wordt daarvoor aangevuld met intercontinentale bruiklenen. Todts: ‘Ensor is Europees kunstenaar. Hij behoort tot de generatie van Van Gogh, Seurat, Gauguin en Munch die afscheid neemt van een klassieke West-Europese traditie van natuurgetrouwheid. Een generatie die vrij gebruik gaat maken van de beeldmiddelen licht, kleur en vorm. Ensor speelt daarin zijn rol.’

Monet in Brussel

Als onderdeel van de KBR waren de rijk gestoffeerde kamers van het Paleis van Karel van Lotharingen deze lente gevuld met schilderijen en tekeningen die Ensors connectie met Brussel onderstrepen. 130 jaar geleden was dit ook de plek waar Ensor met zijn collega’s van de kunstenaarsvereniging Les XX zelf exposeerde. Omdat Les XX ook internationale collega’s uitnodigde, kwam Ensor in direct contact met de avant-garde. Als in 1886 de ‘notoire impressionisten’ met hun werk te gast zijn in Brussel, bestudeert Ensor het werk van onder andere Monet en Renoir van heel dichtbij. Het haalt hem weg bij zijn focus op het realisme dat hem eerder bij Courbet had geïnspireerd en wat tot zware werken zoals De dronkaards (1883) leidde. Een jaar later schildert hij Adam en Eva uit het paradijs verjaagd (1887) waarvan het kleurenpalet volgens Todts helemaal terug te voeren valt naar Monets Zicht op Borghides (1884). Opvallend is ook dat de figuren piepklein zijn en met moeite te ontwaren in het geweld van kleur en dynamiek van de lucht.

Voorbij het impressionisme

James Ensor reisde niet veel, maar hield zichzelf op de hoogte met tijdschriften. ‘We hebben hier in Antwerpen honderden kopieën die hij maakte uit geïllustreerde tijdschriften. Hij wilde zich echt meten met de grote namen van zijn tijd.’ In de tentoonstelling willen zij die beïnvloeding heel direct tonen, door bijvoorbeeld Ensors Adam en Eva direct naast Monets Zicht op Borghira te hangen, maar ook een stilleven naast een Renoir, naast symbolistisch werk een Redon, naast maskerschilderijen een Nolde, die Ensor op zijn beurt weer inspireerde. 

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Musea Stories

Yayoi Kusama: Queen of Dots

Dat Yayoi Kusama, wereldberoemd om haar stippen en spiegelruimtes, een geschiedenis heeft in Nederland is weinig bekend. Stedelijk Museum Schiedam zet de spotlight op de vijf jaar waarin ze regelmatig in Nederland verbleef en samenwerkte met de NUL-beweging.

Jan Schoonhoven heeft zijn sokken nog aan. Het is niet het meest in het oog springende op de 55 jaar oude foto, maar wel memorabel: verschillende ooggetuigen herinneren zich hoe de ietwat schrale Schoonhoven onbeschaamd geheel uit de kleren gaat in de kapel van Stedelijk Museum Schiedam – met uitzondering van zijn sokken. Waarom hij naakt is? Omdat Yayoi Kusama hem wil overladen met stippen.

Wie Kusama zegt, zegt stippen. Maar ook: oneindig ogende spiegelruimtes en wereldfaam. En vooruit, waarschijnlijk ook Louis Vuitton. Nederland staat niet in de top tien van associaties en ontbreekt ook in de meeste overzichten en catalogi. Toch verbleef deze superster tussen 1965 en 1970 regelmatig voor langere tijd in Nederland, waar ze een atelierruimte had, een vijfjarig contract bij Internationale Galerij Orez in Den Haag en exposities in onder meer Amsterdam, Loenersloot, Enschede en Schiedam. Een deel van haar biografie dat tot nu onderbelicht is gebleven. Tijd voor een spotlight, zo dachten ze bij Stedelijk Museum Schiedam.

Yayoi Kusama Stedelijk Museum Schiedam Tableau Magazine
Yayoi Kusama, Schelpkade, vlakbij Internationale Galerij Orez, Den Haag, 1967. Foto: Harrie Verstappen, courtesy 0-INSTITUTE.

Spoor van foto’s

Aanleiding voor de tentoonstelling ‘Yayoi Kusama De Nederlandse jaren 1965-1970’ zijn de onderzoeksbevindingen van het 0-instituut, dat – onder leiding van Tijs Visser, vanuit de nalatenschap van zijn oom Henk Peeters – bronnen verzamelt over de internationale ZERO-beweging. Toen Yayoi Kusama (1929) veelvuldig in foto’s en correspondentie opdook, vroeg Visser Stedelijk Museum Schiedam of ze daar een tentoonstelling over wilden maken. ‘Dat wilden wij heel graag,’ aldus curator Catrien Schreuder. Niet alleen behoort werk rondom de NUL-beweging en andere seriële, systematische en radicale kunst uit die tijd tot het verzamelgebied van het museum, ook het ophef veroorzakende bestippelen van Schoonhoven vond er plaats. ‘Die foto’s duiken regelmatig op, maar we hebben niets in de collectie waarmee we dit historische moment kunnen vertellen,’ aldus Schreuder. Met de foto’s als leidraad heeft zij samen met het 0-instituut Kusama’s spoor door Nederland gevolgd. ‘Kusama was ook in die tijd al een opvallende verschijning en ze is veel gefotografeerd. Niet alleen door persfotografen, maar ze nam ook fotografen mee op stap en dan ontstonden mooie reportages. Het werd onderdeel van haar werk.’

Haar werk is overal ter wereld, maar het mooie is dat van deze periode nog best veel werk in Nederland is

Zo fotografeerde Harrie Verstappen haar bijvoorbeeld tijdens het ontbijt in het hotel als ze zojuist twee boterhammen van haar rode stippen signatuur heeft voorzien. En soms gebruikte Kusama deze foto’s als basis voor geschilderde structuren van stippen of organische vormen. Een vleugel van het museum zal – naast vitrines vol foto’s en originele afdrukken – gevuld worden met schilderijen, teke­ningen, sculpturen en installaties uit die tijd. ‘Haar werk is overal ter wereld, maar het mooie is dat van deze periode nog best veel werk in Nederland is. Bij musea, maar ook bij particulieren, mensen die destijds iets van haar kregen of kochten om haar te steunen.’

Yayoi Kusama Stedelijk Museum Schiedam Tableau Magazine
Yayoi Kusama, Polka Dot Love Room in Internationale Galerij Orez, Den Haag, 1967. Foto: TH. van Houts / Panorama, Spaarnestad, collectie Museum Boijmans Van Beuningen, aankoop met steun van Mondriaan Fonds

Van Japan tot Nederland

Als kind nam Kusama haar tekenspullen overal mee naartoe. Opgaand in details en repeterende structuren in de natuur vormde het ook toen al een tegengif voor de angstaan­ jagende hallucinaties die haar teisteren. Ze wist al vroeg dat ze uit het keurslijf van het vrouwonvriendelijke en nationalis­tische Japan zou moeten breken om werk te kunnen maken zoals ze dat wilde. En ook al had ze thuis haar eigen atelier, haar verstikkende ouders steunden haar bepaald niet. Aangemoedigd door een briefwisseling met Georgia O’Keeffe – als onafhankelijke, vrouwelijke kunstenaar een belangrijk rolmodel – lukte het Kusama voor haar dertigste naar de Verenigde Staten te vertrekken. Het vaak armoedige leven in een meedogenloos New York deed een zwaar beroep op Kusama’s doorzettingsvermogen, maar binnen twee jaar kon ze al verschillende groepstentoonstellingen en een solo bij haar naam noteren. Ze toonde haar Infinity Netpaintings, doeken die ze nauwgezet vol schilderde met bijna een­ vormige boogjes. Van een afstand ogen ze monochroom, maar wie een stap dichterbij zet, wordt beloond met een glimp van een oneindig universum.

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Yayoi Kusama. De Nederlandse jaren 1965-1970 – Nieuw licht op de beginjaren van superster Kusama
Stedelijk Museum Schiedam
23 september 2023 t/m 25 februari 2024

(naast werk van Yayoi Kusama ook van o.a. Marianne Domisse, Harrie Vestappen, Lotti van der Gaag en Henk Peeters.)