PAN Amsterdam kent als (sub)thema Japan dit jaar. In het kader van 425 jaar handelsbetrekkingen tussen Nederland en Japan. Ik vroeg mij meteen af hoeveel Europese kunstenaars in de 19e of begin 20e eeuw daadwerkelijk in Japan zijn geweest? En welke Nederlandse schilders? We zijn goed op de hoogte van reizigers-schilders die door de eeuwen heen landen of continenten als Indonesië, Italië, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika of Frankrijk bezochten. Van de schilder Michiel Sweerts (1618-1664) weten wij dat hij in 1664 op het strand te Goa, India het leven liet. We kennen de Oriëntalisten die vanuit Engeland, weer Frankrijk en Duitsland vooral in de 19e eeuw Egypte of Marokko als nieuw te schilderen onderwerp kozen. En vele Belgische schilders trokken aan het begin van de 20e eeuw naar Congo om daar op kleurrijke en modernistische wijze het landschap en de bevolking vast te leggen. Maar Japan?
Schilderen als Japanse prenten
Willem Dooyewaard ( 1892-1980) ging in de jaren 20 van de vorige eeuw in gezelschap van de Oostenrijkse schilder Roland Strasser (1895-1974) naar China, Bali en Mongolië.
Geïnspireerd door zijn reizen in het Verre Oosten vertrok hij in de jaren 30 naar Japan, en dan met name naar Kyoto waar hij de tempels, de geisha’s, monniken en muzikanten tekende of schilderde. In Japan ontmoette hij een Hollandse vrouw waarmee hij in 1931 in Kobe trouwde. Een andere vaderlandse kunstenaar die Japan bereisde en zelfs van 1915-1927 conservator kunst van het Verre Oosten in het MET museum in New York is geweest, was Sigisbert Chretien (Gijs) Bosch Reitz (1860-1938). En van hem is het niet meer dan een kleine stap naar het Japonisme, een stroming in de schilderkunst en design vanwege de toepassing van Japanse motieven, dat artistiek Europa van grofweg 1862 tot ver in de 20e eeuw in haar greep hield.
Een van de eerste kunstenaars die het Japonisme als thema in zijn werk omarmde was James Whistler. In zijn beroemde schilderij Rose and Silver; La Princesse de la Porcelaine uit 1863/5 (Freer Gallery of Art, Washington D.C.) toont hij een elegante westerse vrouw in kimono bij een nogal Japans aandoend kamerscherm omringd door Aziatische voorwerpen. En het was natuurlijk de Franse kunsthandelaar Siegfried Bing (1883-1905) die in zijn Maison de l’Art Nouveau in Parijs veel Japanse kunst importeerde en verhandelde. Hij publiceerde tussen 1898 en 1891 het tijdschrift Le Japon Artistique. Hiermee motiveerde hij schilders als van Gogh, Renoir , Gauguin ,Monet, Bonnard e.v.a om eens bezig te gaan met Japan als inspiratiebron.
Vincent van Gogh bezat naar eigen zeggen honderden Japanse prenten die hij vaak op de muur van zijn kamer prikte. Naar eigen zeggen “schilderde hij als Japanse prenten” en “leerde hij met een Japans oog kijken”. Europa was duidelijk in de ban van Japan.
Poseren in kimono
Dichter bij huis nu. Ook Nederland ontkwam namelijk niet aan deze uit Parijs overgewaaide oosterse rage. Voordat Willem Dooyewaard Japan bereisde waren er al de kimono meisjes (1892/3) van de Amsterdamse ‘peintre du peuple’ G.H. Breitner (1857-1923) waarvan hij er waarschijnlijk dertien heeft vervaardigd. Het jonge model Geesje Kwak laat zich in het atelier afbeelden liggend op een sofa of staande voor een spiegel slechts gekleed in een Japanse rode of blauwe kimono. En evenals van Gogh, Whistler en Toulouse Lautrec is Breitner nooit voet op Japanse bodem gezet.
Het vergt teveel tekst om helemaal uit te leggen hoe het Japonisme in met name Parijs is ontstaan. Ik verwijs daarom graag naar de recente en fantastische publicatie bij de expositie in Palais Lumiere te Evian-les-Bains Paris-Bruxelles 1880-1914 die tot 4 januari 2026 plaats vindt. In deze catalogus staat een lijvig stuk over Japonisme geschreven door Gabriel Weisberg en Janet Whitmore, de absolute kenners op dit gebied. Ook actueel is de historische dubbel biografie van Annejet van Zijl over de ontdekkingsreiziger en arts Philipp Franz von Siebold (1796-1866) en zijn Japanse dochter Kusumoto Ine ‘Oine’ (1827-1903), die faam verwierf als eerste vrouwelijke arts in Japan.
In beide gevallen krijg je een goed inzicht over de invloed van het voor Westerlingen de facto tot 1854 hermetisch gesloten Japan, op artistiek-intellectueel Europa in de 19e en begin 20e eeuw. Bekend ook en passend in de trend: de opera Madame Butterfly (1904) van Puccini over een Japanse geisha die verliefd wordt op een Amerikaanse marine officier. Het loopt niet goed voor haar af. Maar dat terzijde.
Nu nog mijn hoofd breken over hoe ik het Japan thema van de PAN in mijn stand (98) verwerkt krijg.
Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.
Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotische schilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen,sublimeren of afstoten van een collectie.

