Categorieën
2024 Stories

Design Dialoog: Carole Baijings en Nynke Tynagel

Op het eerste gezicht lijkt het een wereld van verschil: de drukke grafische ontwerpen van Nynke Tynagel en de minimalistische objecten van Carole Baijings. In hun werkwijze zijn echter de nodige parallellen te ontdekken en kleur speelt bij beiden een belangrijke rol.

Het is misschien even zoeken naar de overeenkomsten tussen productontwerper Carole Baijings (1973) en grafisch vormgever Nynke Tynagel (1977). De geïllustreerde composities van Tynagel zijn opgebouwd uit alledaagse gebruiksvoorwerpen als een strijkbout of liniaal die zijn gestript tot hun essentie. Het zijn collages vol cartooneske archetypen in uitgesproken kleuren – als in een designvariant van popart. Baijings ontwerpt ruimtelijk objecten die juist elegant en eigentijds ogen. Allesbehalve archetypes dus. Haar stoelen en vazen maar ook zonnebrillen en zelfs sieraden hebben ranke vormen, op het minimalistische af. De sprankelende kleuren verschieten van licht naar donker of van glanzend naar mat.

De twee generatiegenoten zitten in de studio van Baijings, op een industrieterrein aan de rand van Amsterdam. Hier wordt gevoeld, geluisterd en gekeken maar vooral geëxperimenteerd en vernieuwd. De lange werktafel ligt vol stof samples, in kleur verschietend van diepblauw en donkerrood naar beige en fris geel. Ook op tafel liggen schetsboeken en houten panelen die zijn bestreken met verschillende banen verf; door de kleuren heen is de houtnerf nog net zichtbaar. Tegen de muren staan stellingkasten gevuld met nog meer schaalmodellen, reepjes karton die in ronde organische vormen zijn gevouwen en dozen met allerhande materiaalstalen en kleurstudies.

Carole Baijings Nynke Tynagel Jeroen Junte Tableau Magazine
Carole Baijings, 2m2 Flowerfield, 2022 gepresenteerd door Thomas Eyck

Thinking hands

‘Wij werken hier met thinking hands’, vertelt Baijings. Ze doelt op een onderzoekende, intuïtieve manier van werken. ‘We mengen onze eigen kleuren. Ook maken we materialen. Wat gebeurt er met een pigment als je het op hout of op glas aanbrengt?’Van alle producten wordt eerst een schaalmodel gemaakt, of liever nog een prototype op ware schaal. Pas daarna overlegt ze met haar opdrachtgevers, veelal grote merken in de interieurindustrie. De ‘atelier-manier-van-werken’, noemt zij dit ontwerpproces. ‘Dit is een ambachtelijke werkplaats maar ook een geavanceerde studio en een bibliotheek met mijn persoonlijke archief.’

Tynagel lacht: ‘Ik werk ook in zo’n rommelige omgeving, maar dan in m’n eentje op mijn desktop. Ik doe alles digitaal en gebruik feitelijk alleen het programma Illustrator. Daarin heb ik allerlei beelden opgeslagen. Bij opdrachten krijg ik vaak al een thema voor mijn composities aangereikt en dan zoek ik daar iconische beelden of voorwerpen bij.’ Bij vrij werk verloopt de beeldenjacht intuïtiever. ‘Ik begin dan met een wit scherm en heb nog geen idee hoe of waarmee ik dat zal vullen. Al doende kom ik vanzelf op ideeën, een beetje zoals jouw thinking hands.’ Baijings knikt begrijpend.

Waar Baijings met haar productontwerpen vaak rekening moet houden met strikte briefings en bestaande doelgroepen daar kan Tynagel de teugels van haar fantasie laten vieren. ‘Elk beeld dat ik intrigerend vind, kan ik mij toe-eigenen.’ De digitale composities van Tynagel krijgen vaak een materiële uitvoering. Dat kan een behang, vloerkleed of stofpatroon zijn maar ook een glas-in-loodraam of een inge- lijste print. ‘Veel mensen hebben dat werk dan al online gezien. Dat vind ik leuk van deze tijd, dat de grenzen tussen digitaal en fysiek, en tussen on- en offline steeds meer vervagen. Ik werk tenslotte in beide werelden.’

Skateboard of drumstel

Een bondige introductie in het werk van Tynagel is de serie prints A Thing for Things voor het designlabel Sidedish. De rechthoekige composities zijn volledig opgevuld met allerhande objecten – soms alledaagse gebruiksvoorwerpen als een duikbril of bankpas, maar ook symbolen uit de popcultuur als een skateboard of het kartonnen koffiebekertje met Schotse ruit. Een rode lipstick is net zo groot afgebeeld als een ouderwetse klauwhamer, waardoor de hyperrealistische illustraties ook iets onwerkelijks hebben. ‘Ik beeld mij vaak een personage in, iemand met een bepaald beroep of gewoon een typetje. Of ik maak een compositie van artefacten op een heel specifieke locatie, een autogarage of een Shurgard-box van een overleden persoon. Ik heb zulke verhaaltjes nodig om te kunnen creëren. Als ik dan een drumstokje teken verzin ik daarbij meteen het verhaal dat iemand heeft bedacht: ik ga drummen. En dat hij drie maanden later een skateboard koopt, wat ik dan erbij teken.’

Carole Baijings Nynke Tynagel Jeroen Junte Tableau Magazine
Nynke Tynagel, Blank Canvas No.6a, 2022

Tynagel vergelijkt haar werkwijze met een schrijver die met woorden speelt. ‘Of zoals ik met kleuren speel’, vult Baijings aan. ‘Ik meng pigmenten en experimenteer met transparan­ ties. Dat zijn mijn bouwstenen voor een gelaagd ontwerp.’ Naast productontwerper is zij colorist of wordt ingehuurd als artdirector om de identiteit van een merk te versterken.

Veel productontwerpers denken pas aan het einde van het ontwerpproces na over kleur; voor Baijings begint kleur­ onderzoek meteen bij het aannemen van een opdracht. ‘Op porselein kun je andere kleuren toepassen dan op hout of textiel. Ook hebben sommige merken een kleurcollectie die ik future proof moet maken.’

Met haar kleuronderzoek wil Baijings de heersende kleur­armoede doorbreken. ‘Industriële kleurpigmenten veranderen niet mee met het moment van de dag en het seizoen. Ze verouderen ook niet.’ Wat haar werk als colorist uitdagend maakt, is het ontbreken van een universele taal voor kleur, ondanks het bestaan van systemen als Pantone of het Natural Colour System, een gepatenteerd kleurenmodel van het Scandinavisch Kleureninstituut in Stockholm. ‘Ik mix altijd mijn eigen kleuren voor elke opdracht. Ik moet de kleurspecialisten van mijn opdrachtgevers uitdagen mijn stalen exact na te maken.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

• In het SieboldHuis in Leiden staat de tentoonstelling ‘Kabinet der zeldzaamheid’ met houten objecten van de Japanse houtsnijmeester Akihiko Maeda en Carole Baijings (t/m 18 augustus)
• Composities van Nynke Tynagel worden als artprint uitgebracht door het designlabel Sidedish Projects

Categorieën
2023 Stories

Design Dialoog: Esther Stam & Frederik Molenschot

Esther Stam en Frederik Molenschot wisselen continu ideeën uit, de hele dag door. Zij delen hun leven maar maken totaal ander werk. Stam als interieurarchitect en Molenschot als ontwerper en kunstenaar. Toch heeft hun werk een gemene deler: de ervaring staat centraal. 

‘Feitelijk komt alles wat we maken voort uit een wederzijdse beïnvloeding’, zegt ontwerper en beeldend kunstenaar Frederik Molenschot (1981) over het leven dat hij deelt met interieurarchitect Esther Stam (1980). ‘Dat is een continu proces’, vult Esther dan ook vloeiend aan. ‘Wat vind jij van deze kleur? Welk materiaal zou hiervoor geschikt zijn? En hoe kan ik dat het beste maken?’

Esther Stam Frederik Molenschot Jeroen Junte Tableau Magazine
Frederik Molenschot & Esther Stam

Je zou het niet meteen zeggen. Zij ontwerpt immers functionele interieurs van onder meer cafés, winkels en kantoren;
hij creëert als Studio Molen objecten in het grijze gebied tussen meubel en beeldende kunst. Maar ze houden allebei van het grote gebaar, zonder te vervallen in effectbejag of vluchtigheid. De lichtsculpturen, meubels, installaties, schilderijen en zelfs de kleding van Studio Molen hebben allemaal dezelfde monumentale vormentaal en ambachtelijke precisie. Zijn favoriete materiaal: brons. De omvang van zijn installaties is gauw een meter of twee, drie. Kortom, design dat een onsje meer mag zijn.

Stam drukte met haar Studio Modijefsky meteen na de oprichting in 2010 een stempel op het Amsterdamse uitgaansleven met populaire cafés als Bar Bukowski, De Waterkant en Kanarie Club. Inmiddels heeft ze een deel van het Amsterdamse hoofdkantoor van Booking.com, de publieke ruimtes van Museum Arnhem en de internationale winkelketen Wolford ingericht. Het zijn rijke interieurs, waarin alle details in dienst staan van een zorgvuldige geregisseerde ambiance. Alsof je op een filmset loopt.

Feministisch statement

De inspiraties vliegen de hele dag over en weer – van tags op Instagram en spontane observaties aan de ontbijttafel tot stevige discussies als het moet. Toch zijn concrete samenwerkingen op een hand te tellen. ‘Alleen aan het begin van onze loopbanen’, verklaart Molenschot. ‘Toen was al meteen duidelijk dat jij echt een andere kijk hebt. Jij maakt van een aantal verschillende ontwerpen een samenhangend geheel, terwijl ik naar interieurs kijk als een verzameling losse objecten.’ Stam vult aan: ‘Mijn interieurs hebben een sociale functie. Mensen moeten er met elkaar in contact komen, daarom moet ik mij verhouden tot zowel het individu als de groep. Jij gaat met jouw werk juist een een-op-een dialoog aan met de gebruiker, of in jouw geval de kijker. Jouw objecten staan los van hun omgeving.’

Na een studie interieurarchitectuur aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam start Stam met Studio Modijefsky, vernoemd naar de achternaam van haar oma. Er werken tien vrouwen, wat geen feministisch statement is, verzekert ze.

Esther Stam Frederik Molenschot Jeroen Junte Tableau Magazine
Studio Modijefsky, Café Marcella, 2023

‘Ik vind gewoon vrouwen die in hun power staan ge-wel-dig. Daar put ik kracht uit.’ Met Studio Modijefsky gaat ze terug naar de essentie van een interieur. Een café wordt een theater waar bezoekers een verhaal beleven. De winkel wordt een verhalende setting waarin het assortiment de hoofdrol speelt. Een kantoor wordt een avontuurlijke ruimte waar niet alleen wordt gewerkt maar werknemers elkaar ontmoeten, tot rust komen en zelfs spelen. ‘Ik vergelijk het ontwerpproces met het schrijven van een script. Iedereen kan zelf een rol kiezen in mijn interieurs, waarbij ik ruimte bied voor verschillende scenario’s en plotwendingen.’

Skyline

Molenschot studeert in 2004 af aan de Design Academy Eindhoven, die hij door de mix van functionele objecten, artistieke autonomie en ingenieurswerk de perfecte opleiding vond. Vervolgens werkte hij voor het Design Lab van multinational Siemens in Shanghai, waar hij ‘werd betoverd door het lichtspektakel van deze miljoenenstad’.

Daar ontstond het idee voor een meterslange lus van brons met daarop een serie van lichtpunten.’ Inmiddels is deze monumentale lichtinstallatie Citylight de claim to fame van Studio Molen. ‘Of het ook functioneel licht is, daar heb ik geen moment over nagedacht’, zegt hij. Het kronkelende parcours van licht doet denken aan nachtelijke snelweg met op de achtergrond de skyline van een denkbeeldige metro­ pool. ‘Het zijn feitelijk maquettes van steden. Maar als iemand er iets anders in ziet, een uitvergroting van moleculen of een sterrenstelsel is dat de realiteit.’

De installatie lijkt één massief object maar bestaat feitelijk uit wel tweehonderd losse bronzen elementen. Daarvan maakt hij in zijn werkplaats op het Hembrugterrein in Zaandam een model. De gipsen mal wordt vervolgens in een bronsgieterij in Friesland vervaardigd, waar ook de losse onderdelen wor­ den gegoten en verlast. Voor de afwerking komt de installatie vervolgens weer terug naar Zaandam, waarna het over de hele wereld wordt verscheept. ‘Het aantal bewerkingen is insane, vooral omdat je daar uiteindelijk niets van terug ziet. Ik heb hiervoor inmiddels een bijna industrieel proces ont­wikkeld.’

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Design Dialoog: Christien Meindertsma & Floris Schoonderbeek

Ontwerpen die de vinger op de zere plek leggen, duurzaam zijn en mensen bewust maken, dat is de expertise van Christien Meindertsma en Floris Schoonderbeek. Twee ontwerpers voor wie het onderzoek en de mindset bijna belangrijker zijn dan het eindproduct.

‘Ah, jij werkt ook alleen,’ lacht ontwerper Floris Schoonderbeek (44 jaar) als hij het atelier van Christien Meindertsma (42 jaar) betreedt. In de voorkamer van haar statige herenhuis in een Betuwedorpje staat een werktafel met één stoel. En een theepot met één theekopje. ‘Ja, heel bewust ook’, zegt Meindertsma. ‘Ik hoef daardoor met niemand rekening te houden. Als een leuke opdracht binnen­ komt, kan ik altijd ja zeggen.’ Al zit ze daar eigenlijk helemaal niet op te wachten. ‘Ik werk momenteel aan acht projecten tegelijk. Daar kan niets meer bij.’

Het is te zien aan haar werkkamer waar bossen met wilgen­ twijgen tegen de muur staan. In een kast liggen lappen wol en aan de muur hangen krantenknipsels. In een hoek staat een stoel van geperst vlas; op tafel kartonnen schaalmodel­len. ‘Sommige van deze projecten zijn grootschalig en duren jaren, andere zijn juist heel overzichtelijk. Dat is helemaal uitgebalanceerd.’ ‘Jij krijgt tenminste nog opdrachten’, lacht Schoonderbeek. ‘Ik krijg nooit opdrachten – en ik hoef ze eigenlijk ook niet.’ Wat hij wel gemeen heeft met Meindertsma is zijn onderzoe­kende eenmanspraktijk. Zijn bekendste ontwerp is Dutchtub uit 2003, een eenvoudig maar slim buitenbad dat wordt verwarmd met houtvuur. ‘Dat product is de uitkomst van een onderzoek naar hoe ik mensen kan laten ontspannen en tegelijk meer bewust maken van hun omgeving en van tijd.’ Hetzelfde geldt voor zijn Groundfridge, een polyester kelder die ingegraven onder de grond een constante temperatuur heeft rond elf graden en fungeert als een natuurlijke inloop­ koelkast. ‘Het is vooral een manier om mensen anders te laten omgaan met de opslag en koeling van voedsel.’

Christien Meindertsma Floris Schoonderbeek Weltevree Jeroen Junte Tableau Magazine
Floris Schoonderbeek, Strandtuin Vlieland, 2015. Foto: Studio Aandacht

Varkensvet en cosmetica

Opdrachten die Meindertsma consequent afwijst zijn voor puur commerciële consumentenproducten. Waarvan zijn die spullen om ons heen gemaakt? Waarom zien ze eruit zoals ze eruit zien? En welke weg leggen ze af voordat ze in de winkel liggen? Deze vragen over de oorsprong van producten en het maakproces vindt ze veel interessanter. ‘Vaak weet ik van tevoren nog niet wat de uitkomst van mijn onderzoek is.’ Een goed voorbeeld van deze werkwijze is PIG 05049, een boek uit 2007 waarin de toepassingen van één varken na de slacht met klinische precisie zijn gedocumenteerd. Op een gortdroge maar indringende manier worden 147 producten afgebeeld – vlees, vet, botten, organen en zelfs varkenshaar dienen als grondstof voor verfkwasten, sigaretten en cosme­tica. ‘Dit boek is het eindproduct.’ Ook maakte ze in 2018 voor de NTR het televisieprogramma Voor de vorm waarin ze twee seizoenen lang niet alleen de vorm maar ook het maakproces van alledaagse gebruiksvoorwerpen onderzocht.

Net als Meindertsma wil Schoonderbeek een duidelijk eind­ resultaat hebben in zijn onderzoek. Dat kan een prototype zijn – ‘ook grote veranderingen hebben soms een klein begin’ – maar het kan ook uitgewerkt consumentenproduct zijn. ‘Ik ben te veel ontwerper om met lege handen te eindigen.’ Meindertsma: ‘Grappig, we hebben dezelfde mentaliteit maar verschillende skills. Dat echte ontwerpen, waarbij je een vernuftige constructie uitvindt, dat vind ik lastig. Ik merk dat ik beter ben in het bedenken van nieuwe materialen en de productie technieken die daar bij horen. En wat ik nog lasti­ger vind, is het verkopen van mijn ideeën’, waarbij zij verwijst naar de ondernemersgeest van Schoonderbeek. Vanuit diens Dutchtub ontstond Weltevree, een designlabel met speelse buitenproducten. Vervolgens was hij als productontwerper betrokken bij de startup New Motion, actief in laadpalen. ‘Dat ondernemen is met gemengde gevoelens, hoor. Het is vaak de enige manier om een idee ook echt te realiseren. Dan doe ik het maar zelf.’ Maar altijd met de vraag in zijn achterhoofd: ‘Wat voor soort producten wil ik nog toevoegen aan een wereld vol overproductie? Aan wat voor soort producten is nog echt behoefte?’ Toch ietwat bedremmeld: ‘Zo’n Dutchtub zou ik nu niet meer maken, omdat het verstoken van kilo’s hout voor elk bad echt niet duurzaam is. Ik werk nu aan een schonere oplossingen.’

Christien Meindertsma Floris Schoonderbeek Weltevree Jeroen Junte Tableau Magazine
Christien Meindertsma, Fibre market Valvan stapels. Foto: Mathijs Labadie
Christien Meindertsma Floris Schoonderbeek Weltevree Jeroen Junte Tableau Magazine
Christien Meindertsma, Fibre market, 1000 truien. Foto: Mathijs Labadie

Autarkische camper

De ontwerper uit Arnhem, waar hij na zijn studie aan de Artez Academy bleef hangen, doet tegenwoordig vooral veel veldonderzoek. Maar dan ook letterlijk. Tijdens de corona­ lockdowns bouwde Schoonderbeek een oude camper om tot veldlab. Naast een eenvoudige slaapplek beschikt dit autar­ kische designlab over wanden vol gereedschap, schroefjes en snoertjes. Inspiratie voor het rijdend designlab put Schoon­derbeek uit alledaagse verwondering en nieuwsgierigheid. Of uit een herinnering aan jeugdvakanties met kampvuren die werden dichtgegooid om vervolgens op de verwarmde grond te slapen. Zou je met dit principe kunnen koken, vraagt hij zich dan af. En welke gerechten zijn daarvoor geschikt? ‘Met een chefkok heb ik vervolgens een heel weekeinde in de natuur gekookt. Wat geen bruikbaar product opleverde trouwens. Maar dat is niet erg.’

Ook Meindertsma zoekt voortdurend naar samenwerkingen. ‘Ik vind het geweldig om bij bedrijven rond te neuzen, het liefst in de fabriekshal of in het onderzoekslab.’ Voor de linoleumfabrikant Forbo doet ze uitgebreid onderzoek naar hoe het restmateriaal uit de eigen productieketen kan worden hergebruikt. Om dan uiteindelijk de opgedane kennis in alle rust uit te werken in haar studio. ‘Ik wil het liefst dat zo veel mogelijk mensen mijn ontwerpen gebruiken. Maar wat daarbij komt kijken, zoals de verkoop of nadenken over aantallen, daar ben ik niet goed in. Ik word het meest gelukkig als ik ergens helemaal in kan duiken, zonder dergelijke belemmeringen.’

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.