Categorieën
2024 Musea Stories

Joan Miró in Museum Beelden aan Zee 

Museum Beelden aan Zee in Den Haag viert dit jaar haar dertigjarig bestaan met de tentoonstelling Joan Miró – Sculptures. Het is voor het eerst dat een Nederlands museum een overzichtstentoonstelling van deze omvang aan het driedimensionale werk van Joan Miró wijdt. 

‘I am an established painter but a young sculptor’ zei Joan Miró (1893-1983) ooit als 81-jarige tegen collega-kunstenaar Alexander Calder. Miró had naam gemaakt als schilder met kleurrijke, surrealistische schilderijen, tekeningen en collages, maar voor zijn sculpturen kreeg hij pas veel later erkenning. Critici beschouwden ze als verlengstukken van zijn schilderijen, in plaats van als ‘echte’, autonome sculpturen. Desondanks bleef de kunstenaar trouw aan zijn bijzonder originele werkwijze.  

Dankzij een nauwe samenwerking met gerenommeerde musea en particuliere collecties, waaronder de Fundació Joan Miró in Barcelona en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence, toont het museum 55 sculpturen van de Catalaanse grootmeester van het surrealisme. 

Fantasie 

Miró, zoon van een goudsmid, werd geboren in Barcelona waar hij ook als kunstenaar zijn scholing kreeg. Hij woonde en werkte vanaf 1920 afwisselend in Parijs, epicentrum van de modernistische avant-garde, en in Spanje, waar hij zich later definitief zou vestigen. Onder invloed van dadaïsten en schrijvers zoals André Breton bevrijdde Miró zijn werk van de ‘beperkingen van realistische representatie’. Voor zijn zeer originele schilderijen, collages en tekeningen putte Miró uit zijn geheugen, fantasie en het irrationele. Zijn droomachtige visioenen gaf hij weer met gebaren, abstracte tekens, symbolen en poëtische elementen.  

De tentoonstelling in museum Beelden aan Zee komt tot stand in samenwerking met de Fundació Joan Miró in Barcelona en past in een reeks van monografische tentoonstellingen – Henry Moore (2023), Niki de Saint-Phalle (2019), Zadkine (2018) en Picasso (2016) – die Beelden aan Zee sinds de oprichting in 1994 door verzamelaarsechtpaar Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg heeft kunnen realiseren.


Miró begon vanaf 1928 alledaagse voorwerpen
te combineren in ironische assemblages

Maar liefst 55 sculpturen worden getoond, variërend van figuren die de vormentaal uit zijn schilderijen weerspiegelen tot geabstraheerde vogels en metaforische portretten van vrouwen, vormgegeven in assemblages met alledaagse voorwerpen. Bezoekers maken zo kennis met een sterk sculpturaal oeuvre, van het eerste keramische werk tot aan Miró’s laatste beelden, waarbij het creatieve proces aan de hand van verschillende materialen inzichtelijk wordt gemaakt.  

Nieuwe ideeën en materialen 

Gevoed door zijn experimentele aard, gecombineerd met zijn voorliefde voor primitieve vormen en ambachtelijkheid, verbeelden de tentoongestelde sculpturen Miró’s voortdurende zoektocht naar nieuwe ideeën, materialen en technieken. Zijn eerste stappen op het gebied van de beeldhouwkunst vonden eind jaren twintig en begin jaren dertig plaats. Hij begon met klei te experimenteren en maakte tijdens zijn carrière honderden keramische kunstwerken, waaronder borden en vazen die hij beschilderde in zijn eigen unieke beeldtaal. Hoewel Miró de technische productie soms aan anderen overliet, bleef hij betrokken bij het creatieve proces. De kunstenaar beschouwde dit als een vorm van artistieke magie, waarbij de synergie van klei, vlam, as en rook resulteerde in buitengewone objecten.  


Zaaloverzicht ‘Joan Miró – Sculptures’, museum Beelden aan Zee, 2024 met op de voorgrond een sculptuur uit 1947-48 (foto Studio Gerrit Schreurs)

Miró begon vanaf 1928 alledaagse voorwerpen te combineren in ironische assemblages. Lepels, stenen, spijkers, speelgoed, stoelen, verftubes en boomwortels kregen een symbolische betekenis in zijn surrealistische voorstellingen. Soms kleurrijk beschilderd, zoals het aandoenlijke Femme et oiseau uit 1967. Voor Miró was de natuur en in het bijzonder de zee een belangrijke inspiratiebron. Het was op het strand nabij zijn atelier op Mallorca dat zijn liefde voor beeldhouwen een grote impuls kreeg. De (natuurlijke) objecten die hij daar vond, vormden een belangrijke aanleiding voor zijn sculpturen en assemblages. Het is daarom bijzonder toepasselijk dat dit werk nu in museum Beelden aan Zee, in de directe nabijheid van de zee, getoond wordt. [Einde van tekstterugloop]Door objecten op de grond van zijn atelier te leggen creëerde de kunstenaar verrassende composities, die hij vaak Personnage noemde en in brons liet afgieten. Ze ogen spontaan en intuïtief, maar zijn tevens het resultaat van een weloverwogen proces. Zo maakte Miró als opmaat voor sommige bronzen beelden maquettes in gips, waaraan hij kon blijven modelleren tot hij ze goed genoeg vond om af te laten gieten. Enkele van deze gipsen uit het depot van de Fundació Joan Miró, zoals het grote Model for Torso uit 1969, illustreren dit aspect van zijn werkwijze en zijn nu voor het eerst in een museum te zien. 

Monumentale sculpturen 

Diverse toonaangevende collecties lenen werken uit, waaronder de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence. Brigitte Bloksma, directeur van Beelden aan Zee, kijkt uit naar het moment waarop alle sculpturen bijeenkomen: ‘Het is een groot voorrecht om in samenwerking met alle partners dit overzicht van Miró’s sculpturen in ons museum te tonen. Met zijn rijke fantasie en vernieuwende kijk op kunst beïnvloedde hij niet alleen een groot aantal kunstenaars, maar ook de wijze waarop talloze liefhebbers van zijn werk de wereld aanschouwen.’ Directeur Marko Daniel van de Fundació Joan Miró, met 38 sculpturen de grootste bruikleengever, zegt: ‘In zijn beeldhouwwerken komt Miró’s belangstelling voor materialen en de manier waarop ze zijn werk vormgeven het duidelijkst naar voren. Zijn nieuwsgierigheid en creativiteit blijven …

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Joan Miró – Sculptures is te zien t/m 2 maart 2025
Museum Beelden aan Zee, Den Haag
Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus

Categorieën
2023 Highlights Musea

Prints uit Parijs: Chagall, Matisse en Miro in Museum Folkwang

Parijs is het centrum van het universum voor velen. De Fransen natuurlijk, die geen enkele andere stad als hun favoriet dulden. En degenen die op zoek zijn naar een romantische trip zetten de lichtstad ook vaak bovenaan hun lijstje. Maar ook de kunstwereld heeft een belangrijke link met Parijs. Sinds het begin van de 20e eeuw is het een van de belangrijkste plekken voor de productie van kunstboeken en -portfolios in Europa.

Waar een schilderij door een beperkt aantal mensen bekeken en bewonderd kan worden bieden grafische werken in oplage de kans op een bredere verspreiding. Onder andere Marc Chagall, Henri Matisse, Joan Miró en Pablo Picasso hadden dat al snel door. Met dezelfde passie als waarmee ze schilderden, publiceerden ze bewonderenswaardige boekwerken. Museum Folkwang in Essen heeft een aantal van die boeken in de collectie. Aangevuld met exemplaren die ze in bruikleen wisten te vergaren, geeft dit een goed beeld van de vele manieren waarop dit soort boeken konden worden uitgegeven. Neem bijvoorbeeld de gebundelde schetsen die Chagall maakte van de Hebreeuwse bijbel. Of Jazz van Matisse, vol kleurrijke papieren collages. Of A toute épreuve van Miró, met houtsneden in allerlei grafische vormen. In Museum Folkwang kun je als bonus ook een aantal van de apparaten en hulpmiddelen zien, waarmee dit soort items werden geproduceerd.

Made in Paris: Chagall, Matisse, Miro
Museum Folkwang
t/m 7 januari
2024

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Columns Musea

Gastcolumn Vereniging Rembrandt: De zoektocht naar een vroege Miró

Als verzamelaar ben je altijd op zoek naar dat ene stuk dat een hiaat in je collectie vult. Een ontbrekend voorwerp in een reeks, een werk van een kunstenaar die niet gemist kan worden of een missing link die andere stukken met elkaar in verbinding brengt. Bij musea werkt dat net zo. Zo was Museum Boijmans Van Beuningen al meer dan vijftig jaar op zoek naar een vroeg werk van Joan Miró.

ABSTRACT SURREALISME

De collectie surrealisme in Museum Boijmans Van Beuningen kan zich meten met de beste van Europa. Het museum richtte zich onder hoofdconservator moderne kunst Renilde Hammacher vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw actief op deze stroming. In 1979 wist Hammacher met steun van de Vereniging Rembrandt een aantal topstukken van Salvador Dalí en René Magritte uit de verzameling van de Britse Edward James voor het museum te verwerven. Deze kerncollectie werd in de decennia daarop stukje bij beetje uitgebreid.

Met kunstenaars als Dalí, Magritte en Paul Delvaux was vooral het figuratieve surrealisme goed vertegenwoordigd in Rotterdam. Sterke, vroege voorbeelden van het abstract surrealisme konden daarentegen niet of nauwelijks worden getoond, en dat was jammer, want daar begon het allemaal mee. Het museum heeft in de laatste vijftien jaar een inhaalslag gemaakt met onder andere de aankoop van een werk van Yves Tanguy en een zogeheten woordschilderij van Magritte, opnieuw met hulp van de Vereniging Rembrandt. Maar – als we een late sculptuur uit 1969 buiten beschouwing laten – de belangrijkste vertegenwoordiger van dat abstracte surrealisme schitterde nog altijd door afwezigheid: Joan Miró (1893-1983).

JOAN MIRÓ

In de revolutionaire beginperiode van het surrealisme was Miró een van de meest toonaangevende kunstenaars. Vanaf 1924, het jaar waarin André Breton zijn eerste Surrealistisch Manifest publiceerde, maakte Miró zijn zogenaamde droomschilderijen. Om deze te maken probeerde hij het rationele denken uit te schakelen en in contact te komen met het onderbewuste. Zo zouden beelden, associaties en spontane impulsen de vrije loop krijgen. Andere surrealisten probeerden deze staat te bereiken met hulp van alcohol, drugs of hypnose, Miró hallucineerde naar eigen zeggen doordat hij niet altijd in de gelegenheid was goed te eten.

Meer dan vijftig jaar stond een vroeg werk van Miró hoog op het verlanglijstje van het museum. Gezien de torenhoge veilingprijzen was het zeer de vraag of deze wens ooit in vervulling zou gaan. De verrassing was daarom groot toen het Boijmans er afgelopen najaar in slaagde Miró’s Peinture poème (Musique, Seine, Michel, Bataille et moi) aan te kopen. Alles klopt aan dit schilderij. Het is bekend, vaak geëxposeerd, heeft een voortreffelijke herkomst en is een goed voorbeeld van de droomschilderijen waarmee Miró beroemd is geworden. Tegen een achtergrond in verschillende tinten bruin zweven een oranje bolvorm en kleurige gestippelde spiralen met daaronder dunne verticale lijnen. Ook heeft de kunstenaar enkele woorden toegevoegd. Hoewel de gekleurde vormen twee-dimensionaal ogen, word je als beschouwer de diepte ingezogen. Dat effect bereikte Miró door het verschil in intensiteit van de vormen, de grootte van de opschriften en vooral door de achtergrond, waarin vaag omlijnde vormen associaties oproepen met huizen in een landschap.

Joan Miró, Peinture poème (Musique, Seine, Michel, Bataille et moi), 1927. Foto: Museum Boijmans Van Beuningen

Peinture poème is een werk dat zich niet eenvoudig laat duiden, en de schijnbaar willekeurig gekozen woorden Musique, Seine, Michel, Bataille et moi maken het schilderij nog raadselachtiger. Door een uitspraak van Miró weten we dat hij zich voor dit werk baseerde op wandelingen met vrienden langs de rivier:

‘Ik hield ervan om kringen in het water te maken. Ik hield van de weerspiegelingen en de veranderende kleuren in veranderend licht. Korte tijd later maakte ik een schilderij dat deze wandelingen langs de rivier opriep. Tussen de gestippelde cirkels schreef ik “Muziek, Michel, Bataille en ik”.’

Miró verwees hiermee naar de Franse schrijver en dichter Michel Leiris (1901-1990) en de filosoof George Bataille (1897-1962). Peinture poème krijgt een plek in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Een sailllant detail is dat dit niet voor het eerst is. In 2018 leende het museum de collectie surrealisme uit voor een tentoonstelling in het Italiaanse Alba. De Italiaanse conservator meende dat een vroege Miró niet mocht ontbreken en leende een schilderij dat als bruikleen in Kunstmuseum Winterthur in Zwitserland hing. Niemand kon toen vermoeden dat dit werk, Peinture poème (Musique, Seine, Michel, Bataille et moi), later zijn definitieve bestemming in Rotterdam zou vinden.

Hoe Boijmans deze spectaculaire aankoop voor elkaar kreeg? Aanwinsten van dit kaliber zijn zelden of nooit te realiseren vanuit het reguliere budget van het museum. Gelukkig zijn er vaak andere partijen bereid bij te dragen als een bijzondere kans zich voordoet. Dankzij de generositeit van private en publieke fondsen en de inmiddels 17.000 leden van de Vereniging Rembrandt ging de langgekoesterde wens in vervulling. Het museum kan nu een sterker en completer verhaal over het surrealisme vertellen. Of de collectie met deze aankoop nu ook ‘af’ is? Iedereen met een beetje verzamelaarsbloed kent het antwoord op die vraag.

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.