Museum Beelden aan Zee in Den Haag viert dit jaar haar dertigjarig bestaan met de tentoonstelling Joan Miró – Sculptures. Het is voor het eerst dat een Nederlands museum een overzichtstentoonstelling van deze omvang aan het driedimensionale werk van Joan Miró wijdt.
‘I am an established painter but a young sculptor’ zei Joan Miró (1893-1983) ooit als 81-jarige tegen collega-kunstenaar Alexander Calder. Miró had naam gemaakt als schilder met kleurrijke, surrealistische schilderijen, tekeningen en collages, maar voor zijn sculpturen kreeg hij pas veel later erkenning. Critici beschouwden ze als verlengstukken van zijn schilderijen, in plaats van als ‘echte’, autonome sculpturen. Desondanks bleef de kunstenaar trouw aan zijn bijzonder originele werkwijze.
Dankzij een nauwe samenwerking met gerenommeerde musea en particuliere collecties, waaronder de Fundació Joan Miró in Barcelona en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence, toont het museum 55 sculpturen van de Catalaanse grootmeester van het surrealisme.
Fantasie
Miró, zoon van een goudsmid, werd geboren in Barcelona waar hij ook als kunstenaar zijn scholing kreeg. Hij woonde en werkte vanaf 1920 afwisselend in Parijs, epicentrum van de modernistische avant-garde, en in Spanje, waar hij zich later definitief zou vestigen. Onder invloed van dadaïsten en schrijvers zoals André Breton bevrijdde Miró zijn werk van de ‘beperkingen van realistische representatie’. Voor zijn zeer originele schilderijen, collages en tekeningen putte Miró uit zijn geheugen, fantasie en het irrationele. Zijn droomachtige visioenen gaf hij weer met gebaren, abstracte tekens, symbolen en poëtische elementen.
De tentoonstelling in museum Beelden aan Zee komt tot stand in samenwerking met de Fundació Joan Miró in Barcelona en past in een reeks van monografische tentoonstellingen – Henry Moore (2023), Niki de Saint-Phalle (2019), Zadkine (2018) en Picasso (2016) – die Beelden aan Zee sinds de oprichting in 1994 door verzamelaarsechtpaar Theo Scholten en Lida Scholten-Miltenburg heeft kunnen realiseren.
Miró begon vanaf 1928 alledaagse voorwerpen
te combineren in ironische assemblages
Maar liefst 55 sculpturen worden getoond, variërend van figuren die de vormentaal uit zijn schilderijen weerspiegelen tot geabstraheerde vogels en metaforische portretten van vrouwen, vormgegeven in assemblages met alledaagse voorwerpen. Bezoekers maken zo kennis met een sterk sculpturaal oeuvre, van het eerste keramische werk tot aan Miró’s laatste beelden, waarbij het creatieve proces aan de hand van verschillende materialen inzichtelijk wordt gemaakt.
Nieuwe ideeën en materialen
Gevoed door zijn experimentele aard, gecombineerd met zijn voorliefde voor primitieve vormen en ambachtelijkheid, verbeelden de tentoongestelde sculpturen Miró’s voortdurende zoektocht naar nieuwe ideeën, materialen en technieken. Zijn eerste stappen op het gebied van de beeldhouwkunst vonden eind jaren twintig en begin jaren dertig plaats. Hij begon met klei te experimenteren en maakte tijdens zijn carrière honderden keramische kunstwerken, waaronder borden en vazen die hij beschilderde in zijn eigen unieke beeldtaal. Hoewel Miró de technische productie soms aan anderen overliet, bleef hij betrokken bij het creatieve proces. De kunstenaar beschouwde dit als een vorm van artistieke magie, waarbij de synergie van klei, vlam, as en rook resulteerde in buitengewone objecten.

Zaaloverzicht ‘Joan Miró – Sculptures’, museum Beelden aan Zee, 2024 met op de voorgrond een sculptuur uit 1947-48 (foto Studio Gerrit Schreurs)
Miró begon vanaf 1928 alledaagse voorwerpen te combineren in ironische assemblages. Lepels, stenen, spijkers, speelgoed, stoelen, verftubes en boomwortels kregen een symbolische betekenis in zijn surrealistische voorstellingen. Soms kleurrijk beschilderd, zoals het aandoenlijke Femme et oiseau uit 1967. Voor Miró was de natuur en in het bijzonder de zee een belangrijke inspiratiebron. Het was op het strand nabij zijn atelier op Mallorca dat zijn liefde voor beeldhouwen een grote impuls kreeg. De (natuurlijke) objecten die hij daar vond, vormden een belangrijke aanleiding voor zijn sculpturen en assemblages. Het is daarom bijzonder toepasselijk dat dit werk nu in museum Beelden aan Zee, in de directe nabijheid van de zee, getoond wordt. [Einde van tekstterugloop]Door objecten op de grond van zijn atelier te leggen creëerde de kunstenaar verrassende composities, die hij vaak Personnage noemde en in brons liet afgieten. Ze ogen spontaan en intuïtief, maar zijn tevens het resultaat van een weloverwogen proces. Zo maakte Miró als opmaat voor sommige bronzen beelden maquettes in gips, waaraan hij kon blijven modelleren tot hij ze goed genoeg vond om af te laten gieten. Enkele van deze gipsen uit het depot van de Fundació Joan Miró, zoals het grote Model for Torso uit 1969, illustreren dit aspect van zijn werkwijze en zijn nu voor het eerst in een museum te zien.
Monumentale sculpturen
Diverse toonaangevende collecties lenen werken uit, waaronder de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence. Brigitte Bloksma, directeur van Beelden aan Zee, kijkt uit naar het moment waarop alle sculpturen bijeenkomen: ‘Het is een groot voorrecht om in samenwerking met alle partners dit overzicht van Miró’s sculpturen in ons museum te tonen. Met zijn rijke fantasie en vernieuwende kijk op kunst beïnvloedde hij niet alleen een groot aantal kunstenaars, maar ook de wijze waarop talloze liefhebbers van zijn werk de wereld aanschouwen.’ Directeur Marko Daniel van de Fundació Joan Miró, met 38 sculpturen de grootste bruikleengever, zegt: ‘In zijn beeldhouwwerken komt Miró’s belangstelling voor materialen en de manier waarop ze zijn werk vormgeven het duidelijkst naar voren. Zijn nieuwsgierigheid en creativiteit blijven …
Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.
Joan Miró – Sculptures is te zien t/m 2 maart 2025
Museum Beelden aan Zee, Den Haag
Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus



