Categorieën
2024 Columns

Column Romantiek: ‘When you pay high for the priceless you’re getting it cheap.’

Het is altijd best moeilijk om aan een onderwerp voor een column te komen. Ik zou het kunnen hebben over het smetje van de verkeerde toeschrijving aan Jan Lievens op de laatste PAN (zie NRC, 2/3december jl.). Maar dat is te negatief en inmiddels uitgekauwd. Ik kan schrijven over de grote successen van de PAN, want die waren er wel zeker. Op het moment dat u dit leest zijn de BRAFA in Brussel en de TEFAF in Maastricht alweer voorbij en is een en ander ruimschoots achterhaald. De bizarre opbrengsten op de internationale veilingen dan? Oud nieuws. Het liefste vertel ik u iets positiefs, iets opwekkends.

Graag verhaal ik hier over mijn (of eigenlijk van mijn vriendin) spectaculaire vondst van een waanzinnig schilderij (foto) op een bovenkamer in de Jordaan. Een trouvaille waar ik in ieder geval extreem blij van werd. Uiteindelijk gaat het toch vooral om de zoektocht naar onbekende schatten? Het was geen nieuwe Rembrandt want die verkocht Sotheby’s in december al voor ruim 11 miljoen euro. Het was gewoon een werk van een petit maître. Een Belg, Charles van Havermaet (1870-na 1911) die goed kon schilderen en in 1900 een belangrijks stap in zijn carrière zette: hij vertrok naar Londen om nooit meer terug te komen. Ik durf te beweren dat hij anders nooit en te nimmer dit dromerige tafereel had kunnen maken. Alles aan het werk ademt Engeland; Eton, Oxbridge, dandyisme, rêverie, ennui, decadentie, spleen, verveling en het spel van te veel vrije tijd. Het wereldbeeld van Lord Byron, Jean des Eissentes en Oscar Wilde. In de PAN week was het een van de meest bekeken en besproken schilderijen. En ik wilde het helemaal niet verkopen. Het deed mij hevige pijn om het te zien gaan. Ik heb het te kort bij mij gehad. Te kort om er langer van te kunnen genieten. Ook om zelf eens het hedonistisch rendement te ervaren. Ouderwetse kalverliefde en hartzeer. Soms heb je dat als kunsthandelaar. Dan word je weer verzamelaar, liefhebber pur sang. Een gevoel, een vorm van een Stendhal syndroom, dat ik trouwens iedereen sterk kan aanraden. Het gaat wel gepaard met hebzucht, emotie (Gula) zoals trillende handen en een versneld hartritme en verslaving. En toch deed ik er afstand van. Gedane zaken! Panta rhei, ouden menei. De enige constante in een organisatie is verandering. Of zoals Gerard Reve het in 1998 ooit zei: ‘Moedig voorwaarts, maar waarheen?’

Hoe nu verder?

En dat is voor dit jaar de grote uitdaging. Hoe nu, hoe houdt de markt zich? Waar liggen de trends? Is er voldoende ruimte voor artistieke en commerciële spielerei? En waar in het bijzonder moet ik naar op zoek? Ik geloof in iets meer internationalisme op de kunstmarkt. Een bredere doelgroep met universele stijl en smaak van over de grenzen. Zeker waar het de 19e en begin 20e eeuw betreft.

Mijn voorkeur gaat dan hoofdzakelijk uit naar de periode van de Belle Epoque: 1870-1914. Parijs als cultureel kunstzinnig centrum liet toentertijd ongelofelijk veel moois, boeiends en spannends zien. En een van de beeldmotieven die daar vervaardigd werden is het afwijkende portret: vooral de kop alleen. Bij de internationale kunsthandel zie je ze al verschijnen. Schitterend uitgevoerde tronies van halfblinde Oriëntalistische bedelaars, gevaarlijke vrouwen met fatale oogopslag, en een konterfeitsel van een knipogende jongeman en profiel. Je treft ze aan bij bijvoorbeeld de jonge Londense kunsthandel van Will Elliott of bij de New Yorkse veteraan Jack Kilgore. Ook bij de Parijse marchands als Galerie Chaptal vind je de grappigste, meest idiosyncratische en gekste beeltenissen.
Vaak zijn ze inderdaad bedoeld als kwinkslag, oefening, schets of voorstudie. En om een bepaalde virtuositeit te tonen. Dichter bij een kunstenaar kom je niet! Eigenlijk ben ik al te laat met het constateren van deze tendens: eerder een early adopter om de late majority te bedienen.

Toch ga ik zo snel mogelijk merkwaardige portretten van mannen of vrouwen verzamelen. Portretten die iets disruptiefs hebben. Buitenbeentjes. Het is tenslotte een evident verzamelgebied geworden. En het schilderij van Charles van Havermaet past daar perfect in; ongewoon, excentriek, wonderlijk en gewoon heel sterk geschilderd. Dat wordt zoeken omdat ze ook nog eens zeldzaam zijn. Ik begin nu.

Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotische schilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen,sublimeren of afstoten van een collectie.

Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Columns

Column Romantiek: Musea als koper en speler op de markt

Aan een museum verkopen is altijd toch weer ‘kicken’. Het vergroot je ego, je kunt het gebruiken als referentie, het bevestigt je kunsthistorische en academische smaak en je komt er nog eens mee in de krant.

Op de meest recente TEFAF kocht de tempel voor 19e-eeuwse schilder en beeldhouwkunst – het Museum d’Orsay in Parijs – twee 19e-eeuwse Franse werken van grootmeesters en pompiers Jean-Leon Gerome en Fernand Pelez bij ‘ the spectacular 19th century’ Gallery 19C uit Texas, aangevoerd door veiling veteraan Polly Sartori. Ik weet uit de wandelgangen dat wanneer de conservatoren van de musea op beurzen rondlopen alle kunsthandelaren op scherp staan. Het is bijvoorbeeld bekend dat op de Salon du Dessin in Parijs de vertegenwoordigers van de grote internationale musea komen ‘shoppen’ en dat de rode loper voor ze wordt uitgerold. De helaas veel te vroeg overleden directeur van de Fondation Custodia/Collectie Frits Lugt, de sympathieke en kundige Ger Luijten, kocht het hele jaar door en schafte veel aan op beurzen en veilingen. Zijn afwezigheid wordt ook commercieel gevoeld.

Pluggen en pushen

Ik verkoop veel 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse, olieverfschetsen, tekeningen en schilderijen aan vooral particuliere verzamelaars die er soms thuis hun eigen museum op na houden. En zo af en toe weet een museum de weg naar mijn kunsthandel te vinden: een Verster voor Dordrecht, een schetsboek van Bramine Hubrecht voor het Rijksmuseum, zonnebloemen van Etha Fles aan het Centraal Museum Utrecht, een monumentale B.C. Koekkoek aan het museum in Luxemburg, een vroege Mondriaan aan Villa Mondriaan in Winterswijk en een tempelfeest van Adrien-Jean le Mayeur aan een nieuw museum op Bali.

Zoals gezegd. Dat is dus ‘kicken’. Wel is het in het algemeen zo dat zaken doen met een museum een lange adem en veel geduld vergt. Het gaat er veelal stroperig aan toe omdat de beslissing langs allerlei commissies moet gaan voordat de directie zijn fiat geeft. Daarna laat de betaling meestal ook nog eens tijden op zich wachten. Het komt regelmatig voor dat van het moment het museum een optie op een werk neemt tot en met het ogenblik dat de betaling plaatsvindt er een half jaar tot een jaar verstreken kan zijn. Dat is in onze wereld best lang. Maar ‘kicken’ is het wel! En dat maakt een hoop goed.

Musea als koper en speler op de markt zijn nauwelijks te onderschatten en hebben een bijna net zo een belangrijke rol als particuliere verzamelaars en (tussen) handel. Het zijn hoe dan ook sterkhouders in een markt die volgens ingewijden, maar vooral volgens napraters op zijn retour is. Het klopt dat de Romantische School in Nederland het zwaar heeft ofschoon het Venduehuis in Den Haag het nog gewoon nog aanbiedt en zelfs op solide wijze aan de man weet te brengen. Het is zonder meer waar dat de prijzen voor deze beweging onder druk staan. Een kleine kanttekening is dat de juiste kunstenaars met kwalitatief goede werken en onderscheidende onderwerpen eigenlijk nog steeds robuuste prijzen halen. En het is al helemaal geen optie om de markt voor 19e-eeuwse/vroeg 20e-eeuwse vaderlandse schilderijen te laten schieten, links te laten liggen of totaal te vergeten. De ervaring leert dat het dan verdampt. Ik zou zelf eerder voor de methode van het pluggen en pushen gaan. Toon de mooie en bijzondere werken uit de Romantiek, de Haagse School of de Tachtigers op de PAN, in de musea, op sociale media als bijvoorbeeld Instagram met selectieve regelmaat.

Die markt is er, hij bestaat, en moet slechts wat geforceerd worden. En als men zich er (weer) in verdiept zal blijken hoe knap, spannend en artistiek er ook in Nederland in die periode geschilderd is. Dan kijken we likkebaardend naar het Hollandse historiestuk van de hand van Scheffer of Pieneman, de koude winters met de zwierende schaatsers op de zogenaamde ‘ijsjes’ van Schelfhout en Koekkoek, of de schitterend en zorgvuldig uitgevoerde dierstukken van onder andere Verschuur en Ronner. De morgenrit van Mauve in het Rijks is al niet te versmaden. De Amsterdamse bouwputten en waspitten van Breitner, de modinettes van Israels en de mysterieuze en poëtische stadsgezichten van Willem Witsen moeten van onze retina naar de cortex bewegen.

Ik roep iedereen op om van de Hollandse 19e eeuw te gaan genieten. In musea als Teylers in Haarlem, Rijkmuseum in Amsterdam en het Dordrecht Museum kunt u op dit gebied al uw hart ophalen. Dit zijn de instituten die het nog steeds (mondjesmaat) aanschaffen en daarmee een voortrekkersrol hebben en houden. Daarnaast voorspel ik een kleine revival van de 19e-eeuwse schilderkunst in de vorm van meer aandacht voor deze categorie bij een aantal kunsthandelaren op de aanstaande PAN in november. Laat de conservatoren en verzamelaars maar komen! Naast het commerciële geweld van (ultra) contemporain heeft de Romantiek, en het Impressionisme sowieso bestaansrecht. Al was het maar dat er geen heden zonder verleden bestaat en vice versa.

Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotischeschilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen, sublimeren of afstoten van een collectie.

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2023 Columns

Column Romantiek: bloed, zweet en tranen

Vanaf de oudheid zijn kunstenaars al bezig geweest met het visualiseren op klei, hout, doek of papier van sporters of sport. Het meest gebezigd is wel de bokssport. Een dyna­misch soms bloederig vuistgevecht dat bij schrijvers (Bernard Shaw) en zeker ook schilders extreem tot de verbeelding sprak.

Ik heb mappen vol verzameld met plaatjes van be­roemde en minder bekende kunstenaars die het beeldmotief van de pugilist tot onderwerp namen. In Singer Laren hangt momenteel in de grote Kees van Dongen tentoonstelling een indrukwekkend schilderij van zijn hand, voorstellende Jack Johnson, de eerste zwarte (en meteen verguisde) wereldkampioen.

Onder andere de romanticus Gericault, de Amerikaan George Bellows, Picasso, Andy Warhol, Basquiat, Duane Hanson, Keith Haring, George Grosz en vele anderen tekenden of schilder­den boksers in actie. Wat dichter bij huis componeerde Isaac Israëls de Senegalese bokser Batting Sicky tenminste zeven keer (onder meer te zien in het Centraal Museum te Utrecht). Boksen geeft sensatie, bloed zweet en tranen en de kunste­ naar raakt geïnspireerd door de kracht en gedrevenheid die deze sport behelst. Ook de vaart waarin het menselijk lichaam in wedstrijdvorm tegen elkaar op beukt heeft de kunstenaar als boeiend beeldmotief door de eeuwen heen aangesproken.

Sport in het algemeen komt er echter bekaaid af in de schil­der-­ en beeldhouwkunst. Ruim 25 jaar geleden zag ik bij een particulier een magnifiek schilderij van cricketspelers rond 1900 op de gronden van HCC/HVV in Den Haag van Nicolaas van de Waay. Geen idee waar dat uitzonderlijke werk ge­ bleven is. Het zit nog steeds vast geklonken op mijn netvlies. En behalve op prenten zijn cricketers in de beeldende kun­sten zeldzaam, zelfs in Engeland.

De Franse Modernisten, Delaunay, Metzinger, Lhote, penseel­den soms atleten en wielrenners. Ik ben thans in het bezit van een artistieke ets l’Atleta uit 1909 van de latere Futurist Umberto Boccioni. Boccioni legde graag de bewegingen van het menselijk lichaam in felle kleuren en hoekige en elkaar overlappende, veelal kubistische vormen op zijn doeken vast. De spanning spat ervan af. En in dat kader gebruikte hij dyna­mische sporten als atletiek, voetbal of fietsen om de snelheid en elasticiteit van het spel in zijn composities te kunnen weergeven.

Vreemd genoeg zijn er, volgens mij, weinig afbeeldingen van voetballers of voetbalwedstrijden. Ik ken ze onder meer van magisch-­realist Pyke Koch die ook rugbyers afbeeldde. Ook voorstellingen van tennis zijn schaars. Al verkocht Christie’s Amsterdam een tijdje terug een fors doek van Reimond Kimpe met een tenniswedstrijd voor meer dan € 50.000. Daarom lijkt het mij meer dan aardig op zoek te gaan naar schilderijen en werken op papier in de periode 1800­-1970 waar sport of sporters op staan. Het zijn vaak bewegelijke, kleurrijke en herkenbare taferelen die tot conversatie oproe­pen en ook nog eens spannend en virtuoos geschilderd zijn.

Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotische schilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen, sublimeren of afstoten van een collectie.

Categorieën
2023 Columns

Column Romantiek: De cirkel van invloed

In augustus gebeurt er eigenlijk nooit wat op het gebied van (beeldende) kunsten. Er zijn geen beurzen, nauwelijks veilingen en de verzamelaars staan op vakantiemodus. Daarom was ik blij dat september aanbrak, die prachtige maand met dat lage, schelle en diffuse zonlicht. De maand dat de herfst zich langs de zomer probeert te worstelen; eikels en beukennootjes vallen van de bomen en zelfs paddenstoelen komen langzaam op alsof ze de laatste warme stralen van de zomer proberen weg te blazen. En inderdaad. September brak nog niet aan of de telefoon stond roodgloeiend. Blijkbaar hadden kopers en verkopers van kunst, familieleden met (on)verdeelde boedels en smaakveranderaars tijdens de vakantieweken gereflecteerd en waren tot de conclusie gekomen dat een en ander geregeld of veranderd moest worden. Hetzelfde vindt overigens plaats na een kerst- of paasvakantie. Daar kan je gif op in nemen.

Kortom. Tijd voor kunst. Het seizoen was aangebroken. De veilingen stonden in de startblokken, beurzen werden opgetuigd en verzamelaars en musea roeren zich geleidelijk. Mooi om te merken dat het feitelijk al decennia zo gaat. L’histoire se répète. Een van de leukere evenementen heet de PAN, die op zaterdag 19 november opende. De grote vraag was waarmee de dames en heren kunsthandelaren aan komen zetten? Verse waar? Nieuwe spraakmakende objecten en schilderijen? Museale trouvailles? Dat is allemaal van belang voor een avontuurlijk, spannend en geslaagd evenement.

SUCCES

Een andere, wellicht veel belangrijkere, vraag is hoe de markt zich houdt na de gigantische inflatie, de voortdurende oorlog in Oekraïne, de astronomische gas- en olieprijzen en de afnemende economische groei? En komt hiermee de prijskwaliteit verhouding van de kunst onder druk te staan?

Ik geloof zelf erg in het salesmodel van het oog van succes. Dat is een gelijkzijdige driehoek met op elke hoek een even belangrijk element als object, prijs en presentatie. Aan deze drie criteria moet tegelijkertijd voldaan zijn bij de verkoop: het kunstvoorwerp moet goed zijn, de prijs juist en de presentatie voorbeeldig. Er wordt een cirkel getrokken binnen de driehoek, de zogenaamde cirkel van invloed. Hierin staan de eigenschappen waar je zelf invloed op kunt uitoefenen zoals marketing, storytelling, staat van het object en het oproepen van sociale netwerken. Vervolgens wordt een cirkel rondom de driehoek aan de buitenkant getrokken. In dit buitenbaantje zitten de door jou niet beïnvloedbare graadmeters als bijvoorbeeld de economische situatie en de logistieke organisatie van de beurs. Je levert je over aan derden. In dit model gaat het dus om het brengen van de goede beeldmotieven die realistisch geprijsd zijn en verzorgd zijn getoond. En als je dan aan alle voorwaarden van de binnenste kring voldoet, en dat is hard werken, zou je zeggen dat het bijna niet mis kan gaan met het succes van de verkopen aan verzamelaars op de beurs.

Eigenlijk zeg ik hiermee dat je grotendeels zelf je welslagen bepaald. En in tijden van een wankelend sentiment over de maatschappij en economie – het woord crisis vermijd ik graag – is het verstandig om er een schepje bovenop te doen. Ik geloof dan dat zelfs bij toepassing van dit model de 19e- eeuwse schilderkunst, die zogenaamd gedecimeerd zou zijn, – ik spreek liever van gecorrigeerd – nog steeds goede resultaten kan halen. Ik ga deze stroming in ieder geval nooit uit de weg.

Naast werken van ‘waar kleine meesters groot in zijn‘, toonde ik onder meer Romantiek en Haagse School. Een van de leukste werken was, mijns inziens, een zeer fijn geschilderd schilderijtje van Schelfhout leerling J.G. Hans (1826-1891). Het beeldmotief van de eendenjacht is treffend, de staat is subliem, het schilderij is dertig jaar niet op de markt geweest en de vraagprijs was billijk. Uiteraard heb ik het mooi gepresenteerd. Ondanks de zwakke economische voortekenen geloofde ik dat de PAN in november wederom een succes kon worden. Dan moeten we er wel met zijn allen misschien iets harder aan trekken. Dat dan weer wel.

Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotische schilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen, sublimeren of afstoten van een collectie.

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Columns

Column Romantiek: De School van Posillipo en de Grand Tour

Voor het eerst van mijn leven voer ik mee op een semi zeilend cruiseschip. Als de zeilen werden gehesen galmde luid Chariots of Fire van Vangelis (1943-2022) over het honingkleurige water van de Middellandse Zee. Wij voeren langs het Pylos van Koning Nestor en het Ionische eiland Lefkas naar de kuststrook aan de Golf van Napels. Ik was aan boord als een van de sprekers. Hoe dan ook een aparte ervaring, vooral vanwege de groepsdynamiek tussen de ongeveer 65 gasten op het schip, maar zeker ook omdat de lezingen van de verschillende autoriteiten inspirerend en vermakelijk waren. Leerzaam ook. Smullen. De gloedvolle presentaties waren divers van inhoud en varieerden van onderwerpen als opgravingen in Griekenland, de geschiedenis van Sicilië (ook over de Maffia), 17e-eeuwse Italiaanse dichters of het aanwezige post-fascisme in Italië na Mussolini.

DE GRIEKSE ONAFHANKELIJKHEID EN BYRON

Toen het mijn beurt was toonde ik schilderijen van Duitse en Engelse kunstenaars die de Griekse Onafhankelijkheidsstrijd (1821-1834) tegen de Ottomaanse Turken visualiseerden. In 1824 penseelt de absolute superster van de Romantische beweging Eugene Delacroix zijn tweede ‘grand format’, Het bloedbad van Chios. Het schilderij is vier meter hoog en hangt momenteel in het Louvre. Het werk zou dienen als doorslaggevend argument voor Europese landen om de Griekse vrijheidsstrijd vol in te duiken en te gaan steunen.

Als hoogtepunt van de vrijheidsstrijd gold de meeslepende aanwezigheid van de wispelturige dichter Lord Byron in 1823 in Mesolonghi op de Peloponnesos. Na amper drie maanden overleed Byron aan de gevolgen van moeraskoorts. Ofschoon hij nauwelijks aan de strijd had kunnen deelnemen is hij symbool gebleven voor de held die de onderdrukten tegen het onrecht steunt. Zijn naam leeft in het huidige Griekenland voort (Vironi = Byron op zijn Grieks), want vele pleinen en straten zijn naar hem genoemd. Vervolgens liet ik illustraties zien van de aankomst van de Duitse koning van Griekenland, Koning Otto de Eerste en zijn gemalin Amalia von Oldenburg die regeerden van 1832-1862. Mijn presentatie eindigde met wat scènes van de droevige Keizerin Sissi bij het Achilleion, het door haar gebouwde neoclassicistische suikerpaleis op Corfu. Kortom het was een visualisering van de meeslepende geschiedenis van Griekenland in de 19e eeuw; een plaatje bij een praatje. En een andere vorm van het Oriëntalisme.

De volgende ochtend waren wij getuigen van een magisch moment: aan bakboord tuimelde een school speelse dolfijnen naast de scherpte van de boeg. Even later dobberden wij door de smalle Straat van Messina langs Calabrië in de richting van Napels. Een goede omgeving voor een verhaal over de School van Posillipo. Posillipo is een oude en inmiddels welvarende woonwijk in Napels. In 1830 stichtte de Nederlander Antonie Sminck Pitloo (1790-1837) er de schilderschool van Posillipo. Sminck Pitloo kwam uit Arnhem en ging op voorspraak van Koning Lodewijk Napoleon via Parijs naar Rome. De Russische diplomaat en kunstverzamelaar Grigory Vladimirr Orloff pikte hem op en verkaste hem naar Napels. In Posillipo verzamelt Sminck Pitloo een groot aantal (meestal Italiaanse) landschapsschilders om zich heen, waarvan Raffaele Carelli (1795-1864) en de enige Belg van het gezelschap Frans Vervloet (1795-1872) – die zelfs bij hem in huis woonde – de bekendste zijn. Zij waren een van de eersten die in de buitenlucht schilderden en veelal het landschap en de mensen in Napels en omgeving tot onderwerp kozen. Hun composities zijn vaak schetsmatig van opzet en ijl en losjes geschilderd. De sfeer is romantisch en ze maken gebruik van het typische en diffuse licht van zuidelijk Italië. Ook is hun werk direct verbonden aan de Grand Tour. Tijdens deze educatiereis, die al in de 18e eeuw door jonge Britse aristocraten werd ondernomen, trokken toeristen via Florence, Venetië en Rome naar Napels. Bij Napels was een bezoek aan Pompeï en Herculaneum verplicht. Vervloet speelde daar handig op in en vervaardigde vele ‘veduten’ van de excavaties van deze door de Vesuvius (79 AD) met lava bedekte stadjes. Zijn olieverfschetsen en schilderijen op klein formaat vonden gretig aftrek en werden door deftige Europese reizigers als souvenirs meegenomen naar huis. In de Fondation Custodia in Parijs (collectie Frits Lugt) hangt sinds een paar jaar een tableau van zes schilderijen in een lijst van verscheidene hoekjes van Pompeï van de hand van Vervloet. Dit beeldmotief is sowieso een verzamelgebied geworden van musea en kunstzinnige liefhebbers in de Verenigde Staten (National Gallery of Art, Washington), Engeland (Fitzwilliam museum, Cambridge), Frankrijk, Duitsland en soms zelfs Nederland. Sminck Pitloo sterft op 22 juni 1837 in Napels tijdens een cholera-epidemie. Hij laat zijn vrouw en zes kinderen berooid achter. Vriend en collega Vervloet organiseert een jaar later een verkoop van schetsen en schilderijen uit het atelier waarmee voldoende duiten werden opgehaald om de familie Sminck Pitloo voorlopig een zorgeloos bestaan te geven.

Het schip meerde aan bij Sorrento, een chique badplaats aan de Golf van Napels, vaak afgebeeld door de leden van de School van Posillipo. Helaas zat mijn reis er weer op. Zoals gezegd een nautisch en omarmend avontuur rijker.

Jop Ubbens Art Advisory adviseert particuliere verzamelaars, connaisseurs en culturele instellingen op het gebied van 19e- en 20e-eeuwse Europese en exotische schilder- en tekenkunst. Ook geeft hij raad bij het samenstellen, sublimeren of afstoten van een collectie.

Meer lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Categorieën
2022 Columns

Column Romantiek: onbekende meesters

Onlangs kwam ik terug van een weekje Zwitserland. Omdat ik niet (meer) ski en wel kan genieten van de besneeuwde toppen van de Alpen tegen een staalblauwe lucht en graag de gezonde berggeuren inadem, wandel ik tegenwoordig flinke afstanden. In die hoge sferen reflecteert en contempleert het wat gemakkelijker. Je bent alleen in die overweldigende natuur, en krijgt bijna automatisch oog voor de onpersoonlijke en onbarmhartige elementen om je heen. En Picasso zei het ooit al: ‘Alles wat je je kunt voorstellen is echt’.

Het adagium ‘kunst is de weergave van de verbeelding’ komt je in de Alpen, tenminste bij mij, flink tegemoet. Een van mijn gedachten ging tijdens mijn dagelijkse ‘reislust’ uit naar de schitterende tentoonstelling ‘Im Herzen wild’ in het Kunsthaus te Zürich van een paar jaar geleden (november 2020-februari 2021). De ondertitel luidde ‘Die Romantik in der Schweiz’. Er bestaat niet alleen een zeer verzorgde en kunsthistorisch verantwoorde hardcover catalogus van, maar de daarin afgebeelde schilderijen van veelal mij onbekende meesters uit het einde van de 18e eeuw en de eerste helft van die meeslepende 19e eeuw zijn een ware lust voor het oog. Nog nooit had ik gehoord van Samuel Birmann of Mathias Gabriel Lory, ook niet van Johann Heinrich Wuest. Het zal wel een omissie van mijn kant zijn.

ONBEKENDE MEESTERS

Nooit te oud om te leren. En in de periode 1770-1840 worden nog steeds gepenseelde pareltjes van relatief onbekende meesters ontdekt. Deze verrassingen zijn, helaas, vaak weggestopt in de depots en laden van museumkelders en worden sporadisch geëxposeerd. Af en toe bedenkt een verlichte geest dat er wat meer aandacht mag worden geschonken aan een bepaald beeldmotief in de kunstgeschiedenis. Daarom ben ik zo blij met dit soort tentoonstellingen en de lijvige boekwerken die erbij worden uitgebracht. Ik verheug mij ook enorm op de door Jenny Reynaerts, conservator 18e en 19e-eeuwse schilderkunst van het Rijksmuseum, samengestelde expositie ‘Wanderlust’ over vaderlandse reizende schilders die binnenkort in het Dordrechts Museum plaats zal vinden. Dit zijn allemaal museale, kunsthistorische tentoonstellingen met begeleidende wetenschappelijke essays over nieuwe onderwerpen, stromingen en petits maîtres. Waar kleine meesters groot in zijn. En, opmerkelijk, liefde voor de wat bijzondere en intiemere tentoonstellingen, die is natuurlijk welkom als reactie op de vaak veel te dure en te behaagzieke blockbusters waarmee grotere musea, vanwege de vereiste bezoekersaantallen denken te moeten scoren. Guess what? Vaak worden deze innige en tedere uitstallingen in juist de perifere musea niet alleen door kenners gewaardeerd maar ook het grote publiek komt er vaak massaal op af. Ik juich het toe. Het is de derde wet van Newton: actie is reactie. En ze moeten ook naast elkaar kunnen en blijven bestaan: de kolossale kaskraker naast het succes van een kleinschalige thematentoonstelling of een diepgevoelde solo van een vergeten kunstenaar. In alle gevallen is het de schoonheid die overheerst.

VERBLUFFEND

Over esthetiek gesproken. Tijdens mijn ommetjes op het sublieme Zwitserse hemeldak, langs beekjes, gletsjers, over besneeuwde bospaden en luisterrijke weiden kruisend, overviel mij voortdurend het besef dat de kunst de natuur imiteert. Eenmaal thuisgekomen blader ik nog eens door de vuistdikke catalogus van de Zwitserse Romantiek. Ik zie dat ook de beroemde schrijver-tekenaar Johann Wolfgang von Goethe, op weg naar Italië, een tekening van de Sint Gotthard heeft vervaardigd. Maar wie is de kunstenaar Aberli nou weer en wie is Jean-Antoine Linck? Nog nooit had ik gehoord van Maximilien de Meuron. Het zijn verbluffende en wonderschone werken van onbekende meesters met een wild hart. Ik geniet alweer.

Misschien is het wel de natuur die de kunst imiteert?

Meer columns lezen? Bestel hier de losse editie!