Categorieën
2024 Stories

Verborgen parels: het atelier

Kunststad Parijs kent fantastische musea, waar je eindeloos in rond kunt dwalen en waarvan de schaal alles in Nederland ruimschoots overtreft. Maar minstens zo leuk zijn de kleine parels, waaronder voormalige woonhuizen en ateliers van kunstenaars.

Drieëntwintig vierkante meter slechts is het atelier van Alberto Giacometti (1901-1966). En elke centimeter ademt kunst. Beelden in verschillende stadia van voltooiing staan in de ruimte. Een werktafel ligt vol materialen, studies, schetsen, tubes verf en kleine draadsculpturen. Midden in de ruimte staan een schildersezel en een beeldhouwersbok. Maar daar houdt het niet op, want ook de muren staan vol met tekeningen van verschillende figuren. De invloeden van het kubisme en Afrikaanse beelden zijn duidelijk zichtbaar in enkele werken en voor het overige: de langgerekte mensfiguren die zo typerend zijn voor zijn werk. En oh ja, er staan ook twee kasten en een bed, vrijwel terzijde in de hoek.

Atelier Giacometti

Giacometti werd geboren in Zwitserland als zoon van de schilder Giovanni Giacometti. Hij studeerde kort aan de kunstacademie in Genève en maakte enkele reizen door Italië. In 1922 vestigde hij zich in Parijs, het episch centrum van de kunstwereld op dat moment. Hij volgde les bij Antoine Bourdelle aan de Académie de la Grande-Chaumière en leerde na verloop van tijd veel andere kunstenaars kennen in het Parijs van de jaren 20. Aanvankelijk zijn onder andere Jacques Lipchitz en Ossip Zadkine voorbeelden en experi- menteert hij met het kubisme, daarna wordt de Afrikaanse kunst een bron van inspiratie. Tot halverwege de jaren 30 maakt Giacometti surrealistisch werk en is een van de belangrijke kunstenaars van deze stroming. Maar steeds meer richt hij zich op slechts een thema dat hij de rest van zijn leven zal uitwerken: het menselijk lichaam.

De situatie hierboven is een schets van zijn tweede atelier in Parijs. Vanaf 1926 werkte Giacometti aan de Rue Hippolyte-Maindron nr 46 in Montparnasse. In de kleine ruimte van 23 vierkante meter woonde en werkte hij tot zijn dood in 1968. Toen ze het pand in 1972 moest verlaten besloot zijn weduwe Annette het atelier te ontmantelen en alle meubels en gereedschappen te bewaren. Sinds 2018 is het hiermee gereconstrueerde atelier permanent te zien bij Institut Giacometti. Dit is gevestigd in een heel andere hoek van Parijs: Rue Victor-Schœchler. Het pand is het voormalige woonhuis van interieurontwerper Paul Follot (1877-1941) en balanceert op de grens tussen Art Nouveau en Art Deco met veel mooie details, een wonderlijke plek al op zichzelf. Behalve het atelier is een selectie van beeldhouwwerken en tekeningen te zien en zijn er tijdelijke tentoonstellingen van kunstenaars die verwant zijn aan Giacometti.

Alberto Giacometti Parijs Marjolein Sponselee Tableau Magazine
Zaaloverzicht Fondation Giacometti (foto Institut Giacometti)

Het hele huis is een bezoek waard, maar het atelier spreekt het meest tot de verbeelding. Deels door het idee dat in de kleine ruimte gewerkt en geleefd werd, maar meer nog hoe dat ging, hoe kunst en leven samenvielen. De hoeveelheid schetsen op de muren, de half voltooide beelden en alle materialen die in de ruimte aanwezig zijn geven een blik in het werkproces van de kunstenaar. Zoals elk atelier doet. Sommige kunstenaars werken in een geordende ruimte aan slechts een werk tegelijk. Anderen hebben in elke hoek een work-in-progress en wisselen verschillende projecten en ideeën af. Mooi zijn ook de inspiratiebronnen en materiaalstudies die je in een atelier tegenkomt. Testen van kleur, textuur en vorm, van verschillende materialen. Het geeft inzicht in het onderzoek dat de kunstenaar bezig houdt. Parijs kent veel woonhuizen en ateliers die je kunt bezoeken, maar weinig zijn nog zo compleet als dat van Giacommetti. Dat de momentopname zo bewaard is, inclusief de sfeer waarin hij werkte, is uniek. Dat werkt, zelfs al staat het geheel achter glas in een museum.

Een paar straten van Institut Giacometti vandaan ligt Musee Zadkine, met het voormalig huis en atelier van deze beeldhouwer. Een fijne plek, maar veel inzicht over zijn werkwijze geeft dit niet. Wel is het een mooie hoge en lichte ruimte, waar nog een kleine versie staat van de Verwoeste Stad, het beeld dat hij voor Rotterdam maakte. In de tuin zijn nog tien andere grote beelden van Zadkine te zien. De rest van het museum is in gebruik voor wisselende tentoonstellingen van verschillende kunstenaars, van het werkproces van Zadkine krijg je er weinig mee.

Musee Moreau

Informatiever is Musee Gustave Moreau in het voormalige woonhuis van de kunstenaar. Ook hier is het de sfeer die het doet: van vloer tot plafond zijn alle verdiepingen in het huis gevuld met kunst. Van Moreau zelf, maar ook van enkele anderen, inclusief bijvoorbeeld een prent van Rembrandt. Daarnaast zijn het kantoor, de salon, de slaapkamer en het boudoir van het huis nog volledig ingericht.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2024 Stories

Manifesta: meer dan kunst

Kunst kan een ander verhaal vertellen. Het kan verbinden. Dat is de vaste overtuiging van Hedwig Fijen, oprichter en directeur van Manifesta. Manifesta werd opgericht in de jaren 90, toen na de val van de muur bleek dat oost en west Europa vreemden waren voor elkaar. Met Manifesta probeerde Fijen een brug te slaan tussen beide en in samenwerking één Europees project neer te zetten. Die missie blijkt nog steeds relevant.

De eerste editie van Manifesta vond in 1996 plaats in Rotterdam. Vijf curatoren uit Rusland, Hongarije, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Spanje werkten met Fijen aan de manifestatie die op verschillende locaties plaatsvond en waar zeventig kunstenaars uit 25 landen aan deelnamen. Samenwerking met lokale instellingen en tussen kunstenaars en organisaties onderling was daarbij belangrijk. Bijna dertig jaar later is de opzet van Manifesta eigenlijk nog hetzelfde. Fijen heeft nog altijd de leiding, Europa is nog steeds de focus en het proces dat aan de biënnale vooraf gaat blijft van belang. Fijen: ‘Soms krijg ik wel de suggestie om mondiaal te gaan, maar Europa is nog lang niet klaar. […] Kunst kan echt een ander verhaal vertellen, het kan verbinden in plaats van polariseren.’ Met de problemen die in Europa spelen, oorlog, migratie, is duidelijk dat er nog steeds een taak ligt.

Manifesta 15 Tableau Magazine
Eva Fàbregas, Devouring Lovers, 2023 © Staatliche Museen zu Berlin, Hamburger Bahnhof – Nationalgalerie der Gegenwart. Foto: Jacopo La Forgia

Lokale research

Anders dan de meeste biënnales kiest Manifesta er niet voor om in een grote tentoonstelling op een vaste locatie de actuele ontwikkelingen in de beeldende kunst te tonen. Elke twee jaar vindt het ergens anders plaats, waar het aanhaakt op de omgeving en de thema’s die daar spelen. Meer dan om de kunst alleen gaat het om de verbinding tussen kunst en maatschappij. Manifesta is geleidelijk uitgegroeid tot een onderzoekende en activistische instelling die de kracht van kunst benut om veranderingen in gang te zetten. Voor elke editie melden zich drie à vier steden met een thema dat ze door Manifesta willen laten onderzoeken. Nadat Manifesta een locatie heeft gekozen is het opstellen van een urban vision het begin: een verkenning van de stad en de onderwerpen die er spelen.

Sinds editie 12 ligt de aandacht vooral bij stad en architectuur. Daarbij worden zowel mondiale thema’s als migratie en klimaat als lokale problematiek onder de loep genomen. De locaties zijn heel divers, van Sint-Petersburg tot Zürich en Palermo, waarbij duidelijk wordt dat er nog altijd grote verschillen zijn in Europa.

De vorige editie vond plaats in Pristina, Kosovo. Het onderwerp daar was de transformatie van de openbare ruimte na veertig jaar communisme, en de oprichting van een instituut voor traumaverwerking na een geschiedenis van conflicten. Bovendien is Kosovo nog niet door alle landen erkend en er was nog een visumplicht. Pas sinds januari 2024 kunnen Kosovaren vrij reizen. Een heel andere achtergrond dus dan de meeste landen in Europa. Dit jaar is Barcelona aan de beurt, waar onder andere het toerisme voor problemen zorgt. Daarna volgt het Ruhrgebied en in 2028 zou Fijen graag een locatie in Oekraïne kiezen. De stad Narwa op de grens tussen Estland en Rusland is eveneens een locatie die ze graag een keer onder de loep wil nemen met Manifesta, maar dat ligt voorlopig lastig.

Kunst kan echt een ander verhaal vertellen, het kan verbinden in plaats van polariseren

Manifesta 15 Tableau Magazine
Lara Schnitger, House of Heroines, 2020 © NGV Triennial 2020. Foto: Tom Ross

Kunst als katalysator

Manifesta kiest niet de meest voor de hand liggende culturele hotspots maar de periferie van de kunstwereld. Waarom? Omdat het kunst en cultuur in wil zetten als katalysator voor positieve sociale en maatschappelijke verandering. Daar waar het nodig is. Door dat steeds op een andere locatie te doen is er steeds een frisse blik op wat die rol kan zijn en heeft het op meerdere locaties effect. Want dat heeft het, ook als Manifesta weer vertrokken is. Nieuwe sociale en culturele constructies blijven bestaan, contacten zijn gelegd, netwerken opgebouwd, problemen zijn op de agenda gezet, iets is veranderd. Mede door de persaandacht die een stad door de aanwezigheid van Manifesta krijgt. En omdat Manifesta altijd samenwerkt met locale partners, blijft iets van de expertise in de stad achter als de biënnale weer vertrokken is.

Barcelona

Intussen is Manifesta toe aan de 15e editie, van 8 september tot 24 november in Barcelona en omgeving. In Barcelona benoemde de stad als probleem dat alle culturele voorzien­ingen in het centrum van de stad zitten, waar vooral toeristen komen. De Catalanen zelf, die meer in in de buitenwijken wonen, hebben in hun directe omgeving nauwelijks culturele instellingen. De vraag van de stad was iets te doen aan decen­tralisatie van cultuur en het meer bereikbaar te maken.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Manifesta 15 – Barcelona en omgeving, 8 september tot 24 november 2024
• met o.a. Institute for Postnatural Studies, Lara Schnitger, Diana Scherer, Eva Fàbregas, Tanja Smeets, Fanja Bouts, Félix Blume, Elmo Vermijs, Embassy of the North Sea

Categorieën
2024 Stories

Museum Dhondt-Dhaenens: ruimte veroveren

Tableau reist langs verborgen parels in binnen- en buitenland. Bijzondere villa’s, kastelen vol kunst of juist een rustig park. Deze keer Woning van Wassenhove en de Wunderkammer bij Museum Dhondt-Dhaenens. Tegelijk woning en kunstwerk.

Ergens net voorbij Gent ligt Sint-Martens-Latem, waar een klein particulier museum bijzondere dingen doet. Museum Dhondt-Dhaenens is opgericht in 1968 en een van de weinige musea in België die ook met die functie is gebouwd. Het is een strak, modern gebouw met een ruime hal. Aan de ene kant een grote zaal met een patio in het midden en aan de andere kant een kleinere zaal met minder ramen. Eromheen een groot grasveld met enkele sculpturen. Museum Dhondt-Dhaenens is een pareltje. Klein maar fijn. Inventief springen ze met de collectie om en zetten die in om verbinding te maken met hedendaagse kunst. Naast een biënnale met opkomende kunstenaars maken ze solo’s van kunstenaars die net toe zijn aan een volgende stap. Als ze al bekend zijn in de galeries, maken ze vaak hier hun eerste museale tentoonstelling. Daarbij krijgen ze de ruimte en maken daardoor vaak ook een nieuwe stap in hun ontwikkeling. De grote museumzaal wordt regelmatig intensief heringericht met nieuwe wanden, afgedekte ramen of anderszins rigoureus naar de hand van de kunstenaar gezet. Dat moet ook, want het is een mooie ruimte, maar lastig. Vanaf de ingang overzie je meteen alles en in die ruimtelijkheid kan een werk ook wat wegvallen.

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018. Foto: Marjolein Sponselee

Dat duet tussen de ruimte en de kunstenaar kan als een constante worden gezien in de activiteiten van het museum. Ook de tuin wordt benut voor evenementen en kunstenaarsinstallaties. Atelier Van Lieshout plaatste er een bar – die ook in gebruik werd genomen – en Rikrit Tiravanija bouwde er een theehuis midden in een labyrinth van stellingen, waar het museum vervolgens gratis theeceremonies organiseerde.

Wunderkammer

Naast de museumruimtes beschikt Museum Dhondt-Dhaenens over twee bijzondere villa’s. Die twee zijn totaal in contrast met elkaar. Naast het museum stond een villa die in gebruik was als opslag, een bouwval bijna, waarvan bij de renovatie alleen vier muren overgelaten werden. Kunstenaar Hans Op de Beeck ontwierp hier – in samenwerking met Studio MOTO – op uitnodiging van het museum een nieuwe residentie en permanente sculptuur. Zijn vertrekpunt was het idee van een privé- verzameling en hoe dat is ontstaan vanuit een klassieke ‘Wunderkammer’. De buitenkant van de villa omkleedde hij met zwarte EPDM dakbedekking om het vroegere gebouw als schaduwvorm van zichzelf te heropbouwen. Binnen is het alsof je een tekening van Op de Beeck binnenwandelt. Kleur ontbreekt in het interieur. Alles is zwart en grijs. Beneden vullen hoge boekenkasten de wanden. Daarin de silhouetten van boeken en sculpturen/scènes die je uit zijn oeuvre herkent: vanitas stillevens, een liggend naakt, een appartementencomplex van Le Corbusier, etcetera. En ook de trap naar de verdieping herken je uit meerdere tekeningen en werken. Boven biedt een groot raam uitzicht op de Leie.

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018 © Hans Op de Beeck, courtesy Museum Dhondt-Dhaenens. Foto: Tim Van de Velde

Het is een perfect decor. Maar waarvoor?

Als een kamerbreed schilderij vormt dit de enige kleur in de ruimte. Een zwarte tafel met zwarte stoelen staat ervoor. Aan weerszijden van de trap is een zuilvormige ruimte. De ene herbergt een keukentje, de andere een badkamer. Beide zijn wit, een verademing van licht in het verder grijze interieur. Op de Beecks dromerige ensceneringen in zachte grijstinten hebben een filmische sfeer. Zijn werk roept verhalen op, mijmeringen, als een geluidloze film. Zo ook hier. Maar het heeft ook iets unheimisch, die kleurloze wereld waarin alles precies geplaatst is. Een perfect decor. Maar waarvoor? Aanvankelijk was het idee van deze villa een residency te maken voor kunstenaars, maar het is zo totaal een werk van Op de Beeck dat er weinig beeldend kunstenaars zullen zijn die hier iets aan willen of kunnen toevoegen. Alleen voor een schrijver kan ik me wel voorstellen dat het verhalen oproept. Om hier te kunnen verblijven, moet een bijzondere ervaring zijn. Koffie te drinken en te werken in die bibliotheek, of juist boven met uitzicht op de Leie, het zou voelen alsof je in een film zit, waarin vanzelf verhalen opdoemen. Het alleen kunnen zijn in zo’n ruimte, het verblijven, is immers een totaal andere ervaring dan er doorheen lopen als bezoeker.

Maar het werk is kwetsbaar en het grijs op langere termijn wellicht wat beklemmend. Een echte residency kon deze Wunderkammer daardoor niet worden. Functies als verhuren als luxe bed and breakfast of kleinschalige horeca zijn om praktische reden niet mogelijk. Het blijft dus vooral een kunstwerk om kort te bezoeken, als een van de enige twee permanente werken van Op de Beeck in België (de andere is bij Abdij van Herkenrode in Hasselt).

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018, exterieur © Hans Op de Beeck, courtesy Museum Dhondt-Dhaenens. Foto: Tim Van de Velde

Moderne leegte

Meer ruimte biedt de Woning Van Wassenhove, een tiental minuten rijden van het museum. Althans zo lijkt het. Het huis is ontworpen door Juliaan Lampens, een architect die bouwde alsof hij een sculptuur maakte; met beton en grote, rechtlijnige vormen. Woning Van Wassenhove is een particulier woonhuis, in 1974 gebouwd voor één persoon, Albert Van Wassenhove. Als je het pad naar de woning oploopt lijkt het een bunker in het bos. Eenmaal binnen blijkt de architectuur verrassend warm. Het gebouw omarmt je. En de eenvoud geeft rust. Na een kleine entree leiden enkele treden de ruimte in en sta je midden in de woning, tegenover een woningbrede glaswand die uitzicht geeft op bos. De villa heeft een open plattegrond, nergens reikt een muur tot het plafond. Het is heel ruimtelijk en er is geen ander materiaal dan beton, hout en glas. Het dak golft als een gevouwen papiertje naar beneden en overwelft buiten het terras. Een smalle strook beton valt daaruit naar beneden en voert het hemelwater af naar een rond bassin. Op de begane grond is de living met een grote betonnen tafel, houten krukjes eromheen en een keuken. Een verdieping hoger een slaapruimte, gevormd door een houten cilinder, die als een cocon om het bed staat. Op de verdieping verder een toilet, een smalle inloop badkamer, bergruimte en in een hoek boven de keuken een kantoortje. Dat wil zeggen: een open ruimte met driehoekig bureaublad en twee planken erboven, die schuin uitsteekt boven de keuken.

Verder: leegte. Maar je mist niks. ‘Eten in de koelkast en een luie stoel is eigenlijk het enige wat je nog nodig hebt hier’, zegt Mark Manders die er afgelopen herfst exposeerde met ‘The Absence of Mark Manders’.

Lampens signeerde zijn sculptuur in het nog natte beton van de trapleuning. Ook zijn andere ontwerpen blinken uit in grote eenvoudige gebaren die toch warmte en intimiteit hebben.

• Museum Dhondt-Dhaenens, Sint Martens-Latem – de villa’s zijn onregelmatig te bezoeken, meer informatie en interviews met de kunstenaars vind je op museumdd.be.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Categorieën
2023 Stories

Anselm Kiefer als optimist

Grote zwaarmoedige doeken. Verval en vergankelijkheid. Zware thema’s uit de geschiedenis. Het werk van Anselm Kiefer heeft op het eerste gezicht geen vrolijke uitstraling. Toch is dat een misvatting. Hij ziet het zelf veel optimistischer. Zonder verval is er immers geen nieuw begin.

Zwaar en melancholisch is de algemene indruk van Kiefers werk. En ook ik dacht: Anselm Kiefer, leuk om in zijn oeuvre te duiken, maar het is niet echt een vrolijke missie. Als snel kon ik deze mening bijstellen. Wie een interview met Kiefer ziet (online voldoende te vinden) ziet een ener­gieke man die boeiend vertelt over zijn werk en wat hem inspireert. In een gesprek bij de expositie in White Cube Gallery deze zomer – die hij ombouwde tot een totaalinstallatie met het boek Finnegans Wake van James Joyce als leidraad – zet hij de vooroordelen recht: ’Kunstcritici beschrijven het werk vaak als verval, maar zo zie ik het niet. Ik zie het als hoop. Het gaat vaak over ruïnes, dat klopt, maar ruïnes zijn hoop. Iets is voorbij en er kan iets nieuws komen op die puinhopen. Alle mogelijk­ heden zijn weer open. […] Niets mooier dan de ruïnes van het oude Duitsland, want het geeft hoop op een nieuw begin. Geen schone lei, want alles wat er was blijft ergens aanwezig, maar er komt weer ruimte.’

Zo groeit de wereld immer door, oude dingen verterend en meenemend in een nieuwe toekomst. Een voortdurende cyclus van vernieuwing. Dat proces is de kern van zijn werk. En je ziet het letterlijk gebeuren in het beeld.

Anselm Kiefer Museum Voorlinden Tableau Magazine
Anselm Kiefer, Winterreisse, 2015-2020 (Foto: Georges Poncet)

De schilderijen van Kiefer hebben een pasteuze verflaag waarin andere materialen opduiken en verdwijnen. Soms herneemt hij werken. Inhoudelijk door een onderwerp opnieuw op te pakken. Of letterlijk door oudere werken te bewerken, bijvoorbeeld door ze te overgieten met vloeibaar lood, en dat deels weer om te vouwen, zodat het werk letterlijk een nieuwe laag krijgt en meer diepte.

Moeilijke onderwerpen
‘Complex’ is een ander vooroordeel dat aan zijn werk hangt. Om alle verwijzingen te kunnen lezen en doorgronden moet je veel kennis hebben. Maar een kunstwerk is geen raadsel dat je moet oplossen, het is een ervaring. Het is de geur van verf en andere materialen. De fysieke aanwezigheid van het werk. Bij Kiefer gaat het vaak om monumentale werken waar je langs moet lopen om het helemaal te kunnen zien, waar je even afstand van moet nemen, of juist dichterbij moet komen om de details van het materiaal te zien. Dezelfde bewegingen zal de kunstenaar gemaakt hebben bij het creëren van een werk. Een doek van acht meter schilderen is ook een fysieke inspanning. Maar hij kan het ook subtieler, daarvan getuigen de aquarellen en kunstenaarsboeken die hij maakt.

Kiefer begint elke dag in het atelier met lezen. Gedichten, verhalen, wetenschappelijke artikelen, het nieuws, hij voedt zijn geest met informatie. Het wordt deel van wie hij is. De zinnen en woorden die opduiken in zijn werk zijn zinnen die zich in hem genesteld hebben. Hij gebruikt ze als materiaal, op dezelfde manier als alle andere materialen en als vorm en kleur. Hij zegt zelf: ‘Ik maak geen politieke kunst, maar ik lees kranten, ik kijk tv, ik neem informatie op en dat komt er weer uit in het werk. Het is geen politiek werk, het is werk van een politiek geïnteresseerd kunstenaar.’ En hij bekent dat hij houdt van moeilijke onderwerpen. Van wetenschappelijke stukken die hij niet helemaal snapt, van het doorgronden van de wereld, de holocaust. Van schrijvers als James Joyce en Paul Celan. Alles wat hij leest, ziet en denkt komt terug in het werk. Een eindeloos proces dat maar doorgaat.

Anselm Kiefer Museum Voorlinden Tableau Magazine
Anselm Kiefer, Im Herbst dreht sich die Erde etwas schneller (0,06 sec), 2018⁠, Collectie Museum Voorlinden⁠

Het totaal roept gedachten, emoties of associaties op, de details soms ook, maar op een intuïtief niveau, het is niet iets dat zich rationeel laat ontleden als een wiskundige vergelijking. Vaak is het niet eens te herleiden zegt hij zelf in een interview. Woorden en beelden hebben zich ergens in zijn geheugen vastgezet en komen vanzelf weer boven. De oorspronkelijke bron doet in het beeld niet ter zake. Maar als je het werk ziet, voel je wel dat er veel lagen aan informatie in zitten. Dat draagt bij aan de intensiteit van het werk.

Overzicht in Museum Voorlinden
Kiefer is inmiddels 78 jaar oud en werkt nog elke dag. En hij maakt alles zelf. Met zijn oeuvre van ruim vijftig jaar kun je waarschijnlijk tien musea vullen, en het is nog niet voltooid. Van een retrospectief is dan ook geen sprake in Museum Voorlinden, dat dit najaar een grote tentoonstelling van hem inricht. Er komt immers nog steeds werk bij.

Hoe te kiezen uit dat enorme oeuvre? De nadruk ligt op werk uit de afgelopen tien tot vijftien jaar, vertelt curator Barbara Bos. In overleg met de kunstenaar zijn de werken geselecteerd en er worden zelfs nog nieuwe gemaakt. Een ‘boekenkast’ bijvoorbeeld, die aan het begin van de tentoonstelling komt en waar hij tot in september nog aan werkt. ‘Met dat werk kan hij nog verschillende kanten op, dus zelfs voor ons wordt het verrassing’, zegt Bos. Enkele jaren geleden bezocht zij samen met museumdirecteur Suzanne Swarts de kunstenaar in zijn atelier in Barjac. Een moment waarop ook zij hun mening over zijn werk moesten herzien, ze zagen een hele andere kant van Kiefer: de veelzijdigheid van zijn werk. In Barjac heeft Kiefer een groot terrein helemaal ingericht, met paviljoens waarin soms maar één werk te zien is en met tunnels en torens. Dit hele landschap heeft hij naar zijn hand gezet. Bos: ‘Het is zo omvangrijk. Wat hij doet gaat eigenlijk voorbij het voorstelbare.’

Verder lezen? Bestel een losse editie of haal hem in de winkel.

Anselm Kiefer
Museum Voorlinden
t/m 25 februari 2024

Categorieën
2020 Tableau

Drie vragen aan…

1. Wat is jouw rol bij Tableau Magazine?
Als eindredacteur lees ik alle teksten en pas die indien nodig aan. In de opmaakfase van het magazine vul ik de teksten aan met tussenkopjes, intro`s, bijschriften en verwijzingen. Daarnaast schrijf ik zelf een aantal bijdragen, zowel voor de print als online en denk mee over onderwerpen die in Tableau aan bod moeten komen.
 
2. Wie of wat inspireert je op het gebied van kunst?
De kunst zelf inspireert me, in alle media en disciplines. Juist door de veelheid en verscheidenheid van dingen, en de parallellen daartussen. Het zet gedachten in beweging, ontroert, verrast, opent nieuwe perspectieven. 
 
3. Waar werk je op dit moment aan?

Het is ongelooflijk jammer dat we heel veel mooie tentoonstellingen nu niet live kunnen zien. Ook voor de instellingen en kunstenaars is dit een moeilijke tijd. Velen zetten online alternatieven op, en nu de musea tot 1 juni dicht blijven zal dat alleen maar toenemen. Bij Tableau zetten we ons in om op de website aandacht te besteden aan die initiatieven en daarnaast speuren we op internet naar mooi materiaal van tentoonstellingen en kunstenaars die nu niet live te zien zijn. 
Zelf kijk ik graag online interviews met kunstenaars over hun werk. Ook videokunst en registraties van performances zijn fijn om online te kijken.