Categorieën
2021 Kunstlunch Stories

Kunstlunch met Ralph Keuning

Heilige huisjes kraken. Verder kijken dan de kunstzinnige neus lang is. Dat is de opdracht die kunst-omnivoor Floris Kappelle zichzelf stelt tijdens ontmoetingen met prominenten uit de wereld van kunst en cultuur. Liefst in een prettige omgeving waar gedachten vrij kunnen zweven. Want bij een goede lunch spreekt men vrijmoediger dan in het pluche van de directiekamer. Niet de audiotour die zegt wat we moeten zien is onze leidraad maar een frisse kijk op de kunstwereld. Deze keer: Ralph Keuning, directeur Museum de Fundatie in Zwolle en Heino/Wijhe.

Op een steenworp van Museum de Fundatie in Zwolle treffen we Ralph Keuning in het sfeervolle restaurant Poppe, gevestigd in een voormalige hoefsmederij. Keuning: ‘Op deze fijne plek ontvangen wij vaak onze bruikleengevers en kunstenaars. Altijd heel aangenaam toeven hier. Dat heb ik wel gemist tijdens de lockdown. Gelukkig wilden veel collega’s tijdens die periode in het museum werken. Anders zit je maar thuis terwijl wij zeeën van ruimte hebben. Zo konden we met ons compacte team corona-proof werken.’ Genoeg over corona. Er is nieuws te melden. Heet van de naald! Keuning: ‘Wij hebben zojuist een werk van de Duitse schilder Otto Dix verworven, bekend als schilder van de trauma’s van de Eerste Wereldoorlog en satirisch chroniqueur van het interbellum. In Duitsland wordt Dix gezien als een god. In 1990/91 werkte ik mee aan de overzichtstentoonstelling in de Neue Nationalgalerie in Berlijn ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag. Daar ging echt iedereen naartoe. We hebben nu een portret van Dix van zijn artillerie- instructeur, dat hij in 1915 schilderde. Een topwerk, waarin Dix’ talent voor psychologische observatie al op jonge leeftijd aan het licht komt. Erg blij met dit werk dat een belangrijke positie in onze collectie zal innemen.’

ACTIVISTISCHE KUNST

De lockdown heeft Museum de Fundatie goed overleefd. Ralph Keuning: ‘De steunmaatregelen hebben voor ons gewerkt. Niemand ontslagen, mede door bijdragen van onze subsidiegevers: de provincie Overijssel, de gemeente Zwolle en OCW. Onze programmering hebben we verschoven en we hebben niets hoeven cancelen. Online werd belangrijk, zeker met betrekking tot de expositie van honderd jaar activistische kunst met John Heartfield en Sticks & Typhoon en 29 alumni van de HKU. Dat is kunst die ingrijpt in de wereld en dingen wil veranderen. Dat zie je terug in onze online interviews met de deelnemende kunstenaars op YouTube. De noodzaak van verandering is overduidelijk en de rol van kunst is daarin vaak nog onderbelicht. Daarom is Heartfield zo’n mooi voorbeeld, de vasthoudendheid en inventiviteit waarmee hij met zijn montages de Nazi’s ontmaskerde. Engagement en schoonheid kunnen uitstekend samengaan. En ik ben ervan overtuigd dat we de kracht van kunst nodig hebben om een betere wereld te maken.’

John Heartfield, Ob Schwarz, ob Weiss – im Kampf vereint!, 1932, fotomontage
voor de AIZ, The Heartfield Community of Heirs / VG Bild-Kunst, Bonn 2020,
Akademie der Künste, Berlin

Tijd voor een paar mooie gerechten: een marshmallow van piccalilly, gekaramelliseerde eendenlever, filet americain van zalm, briochebrood met een kwarteleitje, zoetzure sjalotjes, tartaar van kreeft, bietjes gemarineerd met chimichurri en een mousse van geitenkaas. Keuning: ‘Dat ziet er goed uit. Het is duidelijk dat de soberheid van vorig jaar wegebt. Uiteraard hebben wij in Museum de Fundatie de tering naar de nering gezet. Als je veel geld verliest uit eigen inkomsten, dan moet je bezuinigen op zaken als marketing en dure bruiklenen. Dan moet je pas op de plaats maken. Onze radiospots sprak ik zelf al een tijdje in. Dan weet je zeker dat je exclusiviteit behoudt en herkenbaarheid versterkt. We trekken in normale tijden een internationaal publiek, waarbij opvalt dat de Nederlanders ook uit het hele land komen. We hebben een breed tentoonstellingsaanbod met een bijzondere aandacht voor Duitse kunst zoals Neo Rauch in 2017, toen bij het brede Nederlandse publiek nog relatief onbekend. En nu is er dan Heartfield – geboren als Herzfeld -, een tentoonstelling die eerst in Berlijn stond en hierna naar Londen gaat. De tentoonstelling loopt tot 22 augustus en daar komen vast ook veel Duitsers op af die dichter bij Zwolle dan Berlijn wonen. Nieuw is dat we tegenwoordig elke zaterdagavond gratis open zijn. Het lijkt een groot succes te worden.’

SANDWICHFORMULE

De nieuwe tijd vieren, dat staat Ralph Keuning voor ogen: ‘We willen iedereen weer bij elkaar brengen tijdens een finissage eind augustus. Met veel mensen hier op het plein en in het theater aan de overkant. Reuring, daar zijn we aan toe. Elkaar weer ontmoeten. Wij zijn ten slotte een ideeën-generator en een huis van discussie. Maatschappelijke context speelt permanent een rol in De Fundatie. Deelnemen aan het publieke debat kan trouwens prima samengaan met publieksvriendelijk programmeren. Sinds mijn komst hier veertien jaar geleden, heb ik de sandwichformule gehanteerd: je lokt je publiek met het ene programma, terwijl ze het andere ontdekken. Sommige kunstenaars rollen met hun verhalen rode lopers uit naar een breed publiek. Een mooi voorbeeld was de tentoonstelling van Marte Röling in 2010 met 55 meer dan levensgrote portretten van haar overleden man, een monument van liefde. Of in 2015 de William Turner tentoonstelling, die we combineerden met een project met Nick & Simon waar onder andere Ans Marcus, Danielle Kwaaitaal, David Bade en Joseph Klibansky aan meewerkten. Die laatste twee zijn nu vertegenwoordigd met werk op ArtZuid. Het gaat om het krijgen van nieuwe ervaringen.’

Neo Rauch, Gewitterfront, 2016, olieverf op doek, 150x100cm,
coll. Museum de Fundatie

De signatuur van De Fundatie, hoe ziet die eruit? Keuning: ‘We bereiken met onze tentoonstellingen een heel divers publiek. Wat belangrijk is in ons aanbod is de rol die de kunst in de wereld speelt. Kunst als wegbereider en communicator, middenin de wereld. Wat betreft de collectie en tentoonstellingen bouwen we stap voor stap verder. Alles heeft met elkaar te maken. Dat zie je met groepstentoonstellingen en grote solo’s zoals met Neo Rauch, die inmiddels fantastisch verankerd is in onze collectie. Zo is Rauch bij ons een zwaartepunt geworden, een centrale figuur, die zichzelf ziet als tijdreiziger door de kunstgeschiedenis. Wij laten hem nu zien samen met 17e- eeuwse schilderijen uit onze collectie. En we maken ruimte voor de sterren van de toekomst, zoals voor conceptueel en activistisch kunstenaar Joyce Overheul en de Zuid-Koreaanse schilder Chae Eun Rhee, van wie we twee solo’s presenteren in september. Hun werk zit ook al in onze collectie. Ondertussen is ons prangende probleem dat we te klein behuisd zijn. Hier in Zwolle hebben we 3000 m2 netto ruimte voor exposities en eigen collectie en we zouden gemakkelijk het dubbele kunnen vullen.’

Het hele artikel lezen? Bestel dan hier de losse editie! Wil je op de hoogte blijven van interessante artikelen en ontwikkelingen in de kunst, meld je dan aan voor onze nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine!

Meer weten over Ralph Keuning of interessante tentoonstellingen in Museum de Fundatie? Klik hier!

Categorieën
2021 Musea Stories Tentoonstellingen - Nationaal Uncategorized

John Heartfield

John Heartfield (1891-1968), de Duitser met de Engelse naam, maakte tijdens zijn leven honderden fotomontages. Heartfields combinatie van onverschrokkenheid, humor en slimme beeldvondsten maken zijn werk tot op de dag van vandaag een inspirerend voorbeeld van doeltreffend politiek activisme.

Das ist das Heil, das sie bringen! roept John Heartfields fotomontage uit 1938 ons vanaf de onderkant van de pagina toe. Hoog bovenin tekenen vijf bommenwerpers grillig een skelet van een opgestoken hand in de lucht. Daaronder de resten van een verwoeste stad. Slappe kinderlichamen liggen op de voorgrond. 
Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat het woord Heil en de opgestoken hand geen onmiddellijke associaties oproepen, is het overduidelijk. Hier worden de machthebbers die nietsontziend een onvoorstelbaar grote hoeveelheid dood en verderf zaaien, onomwonden bekritiseert.  Het meest schokkende aan dit werk? Het is van alle tijden. 

John Heartfield, Das ist das Heil, das sie bringen!, pagina in VolksIllustrierte, Nr. 26, 29.6.1938

Geld is macht 

Eerder maakt Heartfield voor de Arbeiter Illustrierte Zeitung, kortweg AIZ, een beeld waarop de man met de snor zelf staat afgebeeld Adolf, der Ubermensch. Schluckt Gold und redet Blech (1932). Hitlers mond staat open, zijn ogen iets omhoog en in de verte gericht. Heartfield biedt ons een blik op zijn holle binnenste waar de munten zich opstapelen. Daar waar het hart hoort te zitten, prijkt een helderwit hakenkruis. Heartfield monteert dit beeld vlak voordat Hitler de macht grijpt met alle desastreuze gevolgen van dien. De tijd van de Republiek van Weimar – de eerste, korte periode van democratie op Duitse bodem – is dan bijna ten einde. Een tijd die wel wordt omschreven als dynamisch en uitbundig. ‘Dromen van een nieuwe, moderne wereld werden met veel energie nagejaagd door wetenschappers, politici en kunstenaars’, aldus Ralph Keuning. De directeur van Museum de Fundatie noemt de positie van de kunstenaars zelfs jaloersmakend: ‘Midden op het maatschappelijk speelveld. Ingrijpend en partijdig. Kunstenaars manifesteerden zich als modernisten, revolutionairen, genadeloze waarheidszoekers, troosters en estheten.’ 

Maar voor de meeste Duitsers is het een uiterst sombere tijd, waarin de wonden van de gruwelijke oorlog nauwelijks kunnen worden gelikt. Extreme politieke meningen staan lijnrecht tegenover elkaar en arbeiders die in zware armoede leven zijn meer dan ooit afhankelijk van het opkomende kapitalisme en het grote geld dat zich elders opstapelt. John Heartfield levert kritiek. Niet op de vooruitgang, maar op de gevolgen van de toenemende efficiëntie en machinalisering voor de arbeider. Met een montage die hij in 1926 maakt – die later als boekomslag verschijnt – transformeert Heartfield een stapel metalen voorwerpen in een werknemer die in grote haast op ons af lijkt te rennen met zijn metalen benen en tikkende klokhoofd.   

John Heartfield, Krieg und Leichen, pagina in AIZ 18, 1932

Fotomonteur 

Niet alleen weet Heartfield door een geveinsde psychische stoornis militaire dienst te ontsnappen, kort daarop – als Duitse zeppelins bommen en angst zaaien boven Londen – protesteert hij door zijn geboortenaam Hellmuth Herzfeld voorgoed in te ruilen voor John Heartfield. In 1916 ontmoet hij de gelijkgestemde kunstenaar George Grosz. Op dat moment werkt Heartfield – opgeleid bij academies in München en Charlottenburg –  nog aan landschappen. Hij verbrandt ze. Zijn als eerste beschouwde fotomontage ontstaat een jaar later. Onderin het beeld ligt een verminkte soldaat, zijn geschonden lichaam nauwelijks te onderscheiden van de aarde van het slagveld. Daarboven een tapijt van dode lichamen tot aan de loodgrijze horizon. Op de smalle witte band in het midden staat in zijn eigen handschrift geschreven: So sieht der Heldentod aus.  

Samen met Grosz is Heartfield betrokken bij de oprichting van Berlin Club Dada, waarin kunstenaars zich verenigen als reactie op de verschrikkingen van de oorlog. Ze keren zich met hun absurdisme en nihilisme tegen de heersende waarden in de kunstwereld, maar ook tegen de maatschappij. Voor Grosz en Heartfield blijft het dan ook niet bij Dada. In 1918 sluiten ze zich aan bij de net opgerichte Kommunistische Partei Deutschlands, waarvoor Heartfield tien jaar later een legendarische verkiezingsposter maakt met een simpele, maar doeltreffende foto van de hand van een arbeider die de toeschouwer lijkt te willen grijpen. Zijn communistische opvattingen klinken eveneens door in de manier waarop hij werkt. Gebruikmakend van de massamedia, werkt hij graag als een arbeider in een overall. En noem hem geen kunstenaar, maar fotomonteur. 

Voor de massa 

Heartfield begint nog tijdens de oorlog met zijn broer Wieland anti-militaristische teksten te publiceren in Neue Jugend, een schoolblad dat zij inclusief publicatierechten overnamen om zo de censuurregels te omzeilen. Als in 1917 het tijdschrift alsnog verboden wordt, richtten de broers Malik-Verlag op, een linkse uitgeverij. Heartfield knipt en plakt boekcovers en collages voor de AIZ. Zijn beeldmateriaal komt uit tijdschriften, kranten en van zelfgemaakte foto’s en hij maakt ze onderdeel van een precies spel van realistische elementen, schaduwwerking, dynamiek van een compositie en ridiculisering van macht.  

Het is een tijd waarin geïllustreerde media steeds populairder worden en de nieuwe drukmogelijkheden maken het bereik steeds groter. De invloed van de beelden groeit mee. Voor Heartfield is niet alleen de oorlog een belangrijke voedingsbron voor zijn werk, maar ook de manier waarop de berichtgeving daarover verloopt. ‘Ik kwam erachter hoe je mensen voor de gek kan houden met foto’s, echt voor de gek kan houden. Je kan liegen en de waarheid vertellen door de verkeerde titel of het verkeerde bijschrift erbij te plaatsen.’ Tot nu toe werd fotografie gezien als middel om de realiteit te tonen, maar kunstenaars als Heartfield onthullen hoe je met fotografie de wereld geheel naar je hand kunt zetten.   

Humor en reclame  

Naast de schokkende oorlogsbeelden duiken ook geestige karikaturen op. ‘Slimme valstrikken’ noemt Vera Chiguet de grapjes en verwijzingen in de collages in de catalogus bij de tentoonstelling John Heartfield – photography plus dynamite. ‘Ze wilden het publiek niet onderrichten, maar stelden slimme valstrikken op om het op een vermakelijke manier, door middel van grappen of verbazing, aan het denken te zetten.’ Heartfields fotomontages zitten vol kleine en grote verwijzingen en grapjes, waarmee hij de kritische kijker beloont en aan zich bindt. Verwijzingen naar politieke figuren, maar ook rechtstreeks naar reclame-uitingen. Zoals een voorpagina van de AIZ uit 1933 waarin hij van Nazi-politicus Wilhelm Frick een bedluis maakt die op laarzen en met een gifspuit in de aanslag op zoek is naar ongedierte. 

De activistische houding en beeldtaal van Heartfield is te vergelijken met sommige geëngageerde kunstenaars van vandaag. Ook zij zetten humor en de beeldtaal van reclame in om – soms letterlijk – kritische vragen te stellen. Zoals de groep Guerilla Girls die zich sinds 1985, onder meer, actief richt op de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke kunstenaars in musea. ’Do women have to be naked to get into U.S. museums?’ vragen zij zich in 1989 in grote letters af. Tegen een gele achtergrond is Ingres’ bevallige La Grande Odalisque (1814) in het beeld gemonteerd, voorzien van de kenmerkende gorilla kop.  

Ook de Amerikaan Hank Willis Thomas (1976) ontleent zijn beeldtaal aan commercie.  Onderdeel van zijn gevarieerde, maar vrijwel altijd politiek geladen oeuvre zijn foto’s waarbij de gelikte uitstraling van het eindresultaat direct verwijst naar reclamefotografie. Niet als commentaar, maar wel als een statement tegen het allesoverheersende kapitalisme. In zijn serie Branded uit 2004 zien we onder meer een gebrand Nike-logo aan de zijkant van een kaalgeschoren hoofd en in een serie uit 2011 zien we basketballers die ballen door stroppen werpen en voetballers die geketend zijn aan de bal. Net als Heartfield ziet hij de, nog steeds, problematische positie van de (zwarte) arbeider. Niet op katoenvelden of in fabrieken, maar op het sportveld, waarbij sponsorcontracten alles bepalend zijn.  

John Heartfield, boekomslag voor Kurt Tucholsky, Deutschland Deutschland, 1929

Yes, its relevant 

Heartfield was een onverschrokken activist. Als in april 1933 de doodstraf komt te staan op anti-nazi kunst, ontsnapt hij ternauwernood aan de SS-ers die zijn atelier binnenvallen. Hij vlucht te voet naar Tjecho-Slowakije. Het is niet zijn eerste vlucht: als oudste zoon van Frans Herzfeld, een joods socialistisch schrijver die veroordeeld werd tot gevangenisstraf wegens godslastering, is hij als vierjarige al eens meegenomen op een vlucht naar Zwitserland en Oostenrijk.  

Maar ook in Praag – waar hij gestaag doorgaat met zijn montages voor de AIZ – is hij niet veilig. Als de Wehrmacht Praag, binnenvalt, weet Heartfield nogmaals te ontsnappen. Naar Londen dit keer, zijn onverschrokken strijdlust als belangrijkste bagage. Zijn eerste tentoonstelling in Londen in 1939 krijgt de titel : One Man’s War against Hitler.  

Ook nu kennen we kunstenaars die hun vrijheid en leven in de waagschaal leggen om hun politieke boodschap over te dragen. Afgelopen herfst nog zijn leden van de Russische punkrockband Pussy Riot, die in 2012 tot twee jaar strafkamp veroordeeld werden, opnieuw opgepakt, nadat ze overheidsgebouwen opsierden met regenboogvlaggen. En de  Cubaanse kunstenaar Tania Bruguera is vanwege haar politiek kritische performances diverse malen opgepakt en in december 2020 onder huisarrest geplaatst. Net als Ai Weiwei in 2010 vanwege zijn – nog immer voortdurende – kritische houding ten opzichte van de Chinese autoriteiten.  

Net als Heartfield beperkt Ai Weiwei zich niet tot problemen op zijn geboortegrond. ‘Yes, it’s relevant’, zegt hij in Re fuse (2017), een magazine gewijd aan de migratiecrisis, op de vraag of een andere benadering van de migratie- en vluchtelingenproblematiek relevant is. ‘Any kind of effort is relevant, but it still very much depends on how you can create a language and use that language, because language is, after all, for communication. It all depends on how skillful you are.’ Heartfield bezat deze begaafdheid. En hij had de moed en de lange adem om deze ook in te zetten. 

John Heartfield – fotografie plus dynamiet  
Museum de Fundatie, Zwolle, t/m 22 augustus (data onder voorbehoud)
www.museumdefundatie.nl 

Wil je meer interessante verhalen lezen? Abonneer je dan op Tableau Magazine of meld je aan voor onze nieuwsbrief!


Categorieën
2020 Stories

Museum online: Museum de Fundatie

In de periode 2007 – 2018 vertienvoudigde het aantal bezoekers van Museum de Fundatie van 30.000 naar 250.000 per jaar. De coronacrisis heeft deze toestroom op een halt gezet. Hoe gaat u met deze situatie om?   

“We werken keihard met het team aan een spoedige heropening in de anderhalf meter systematiek op een manier die veilig is en die zorgt voor een plezierig museumbezoek. Bezoekers kopen online hun tickets en komen op een afgesproken tijd. In het museum hebben we een strak vormgegeven belijning aangebracht, die bezoekers door het museum heen leidt. We zorgen ervoor dat een bezoek aan de Fundatie vanaf 1 juni veilig én prettig is.”  

 

Museum de Fundatie
Neo Rauch, Tal, 1999, olieverf op doek 200 x 250 cm,
collectie Museum de Fundatie, Zwolle en Heino/Wijhe.
© Neo Rauch c/o Pictoright Amsterdam 2020 

 

Museum online

Sinds de coronacrisis licht het museum op Instagram dagelijks een kunstwerk uit de collectie toe. Vanwaar deze aanpak? Zet u deze koers in het post-corona tijdperk voort?   

“Dit is het moment om dagelijks een werk uit de collectie te tonen omdat we geen aandacht meer vragen voor onze tentoonstellingen. Normaliter posten we op onze sociale media veel over lopende tentoonstellingen, maar nu richten we de ogen op onze eigen collectie. We zullen deze communicatielijn wat minder intensief voortzetten na heropening, omdat werk dan weer live te bewonderen is.” 

 

Museum de Fundatie
Neo Rauch, Gewitterfront, 2016, 150×100 cm,
Collectie Museum de Fundatie, Zwolle en Heino-Wijhe
© Neo Rauch c/o Pictoright Amsterdam 2020 

Directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam Rein Wolfs biedt sinds de uitbraak online rondleidingen aan. U past deze formule echter al jaren toe om nieuwe tentoonstellingen te lanceren; in feite bent u een voorloper. Waarom kiest u voor deze vorm? 

“Directeuren van kunstmusea die via de media rondleidingen verspreiden zijn al zo oud als de musea. Daarom voel ik mij geen voorloper. Ik vind het vooral leuk om bij het grote publiek onbekende kunstenaars uit onze collectie met een film te introduceren. Het is één van mijn grootste genoegens als er veel mensen komen kijken naar kunst die ze nog niet goed kennen. Zo ontdekken bezoekers nieuwe werelden.”  

 

Kunst en engagement

ralph keuning
Ralph Keuning
foto Annabel Oosteweeghel

Tijdens uw interview met BNR in 2018 deelt u de ambitie om kunst te tonen met een politiek-maatschappelijk standpunt. Welk online initiatief gerelateerd aan corona vindt u een goed voorbeeld van geëngageerd kunstenaarschap?    

“Daar blijf ik het antwoord schuldig. Wel vestig ik mijn hoop op geëngageerd kunstenaarschap in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen op 17 maart 2021. Geëngageerd opdrachtgeverschap hoort daar ook bij. Voor mij houdt dit in dat politieke partijen kunstenaars opdracht geven om hun ideologie te voorzien van daverend beeld en geluid, zodat wij als kiezers politieke toekomstbeelden aanraken en eventueel omhelzen. De kunstgeschiedenis staat bol van politiek geëngageerde schoonheid uit het verleden. Laat de kunsten juist nu er zoveel op het spel staat middenin het politiek discours bloeien.” 

 
Op welke manier stimuleert de coronacrisis u na te denken over de rol van musea anno 2020? 
Dat houdt mij voortdurend bezig, ook los van de coronacrisis. Nederlandse musea zitten goed in hun rol. Ik vind dat de sector voortdurend in beweging is en ga ervan uit dat dit zo blijft. De uitdagingen zijn groot met betrekking tot identiteit, diversiteit, klimaat en internationalisering en corona maakt het ver over de grenzen denken alleen nog maar urgenter.”  

 

Museum de Fundatie
Twee zaalfoto’s van de tentoonstelling ‘CRUX – Schilderijen van Martin Kobe,
Mirjam Völker, Robert Seidel en Titus Schade’.

 

Kijk voor meer informatie over het museum: https://www.museumdefundatie.nl/

Andere musea online artikelen lezen? Klik hier!  

 
Categorieën
2019 Nieuws

Museum de Fundatie koopt schilderij van Theo Wolvecamp

Het schilderij uit 1964 is een belangrijk werk in het oeuvre van Wolvecamp omdat het zijn definitieve afscheid van de figuratie markeert. Daarbij vormt het een verbinding tussen drie andere schilderijen van Wolvecamp uit de museumcollectie: Insect uit 1950 en Zonder Titel uit 1979 (beide collectie Provincie Overijssel) en Vogel en Prooi uit 1957 (langdurig bruikleen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
 

V.l.n.r.: Insect, 1950, Vogel en Prooi, 1957. Zonder Titel, 1979  

Theo Wolvecamp (1925-1992) is medeoprichter en lid van Cobra en keert na zijn verblijf in Parijs in 1954 terug naar zijn geboortestreek Twente. Hij voelde zich te zeer verbonden met de natuur om in grote steden te kunnen aarden. In afzondering en vanuit een sterke beleving van zijn omgeving ontwikkelt hij een heel eigen stijl van schilderen.Vanuit de improviserende kleurrijke werkwijze van Cobra in de jaren 50, met verwijzingen naar Miró en Kandinsky, ontwikkelt hij zich in Hengelo tot misschien wel Nederlands’ belangrijkste abstract expressionist. Hij ontdekte namelijk de nieuwe Amerikaanse kunst, die door het isolement van de oorlog niet eerder bekend was in Europa, en merkte dat de schilders daar eenzelfde soort ontwikkeling doormaakten als in Nederland.

In Abstracte Compositie uit 1964 heeft Wolvecamp tekens geschilderd, die doen denken aan de abstractie van Pierre Soulages en Franz Kline. Het werk is ruimtelijk, geschilderd met zwarte lak op een lichte ondergrond van gemengd wit, geel, blauw en rood. ‘Ik had behoefte aan het grote gebaar, omdat ik de grilligheid van de vorm niet meer in de hand had. Het schilderen was te gecompliceerd geworden ik kwam er niet meer uit. Daarom begon ik naar een landschappelijke ruimte te zoeken. Het was meer een experiment voor mezelf’, zegt de kunstenaar over deze periode. Wolvecamp is met de, vaak op de grond geschilderde, expressieve tekens nooit in de openbaarheid gekomen.
 

Abstracte Compositie, 1964

Museum de Fundatie 

Dr. Lennart Booij. Fine Art and Rare Items
 

Categorieën
2019 Tentoonstellingen - Nationaal

Congo Tales-Sprookjes uit de jungle

Lees meer in Tableau Magazine!

Pieter Henket (40) is een Nederlandse fotograaf in New York die in 2008 in een klap bekend werd met de portretfoto van Lady Gaga op haar debuut cd. Tales of Us kende de foto’s van Henket en wilde het weinig bekende Congobekken en de mensen die daar wonen dezelfde aandacht geven als de sterren die Henket portretteerde. Tableau sprak met de fotograaf over de totstandkoming van Congo Tales. 
 

‘Ik wilde een prentenboek maken en de mensen
hun sprookjes laten uitbeelden’ 

 

Bewaren en doorgeven orale tradities 

De kern van Congo Tales is het in kaart brengen van de lokale mythologie. In samenwerking met o.a. filosoof Kovo N’Sondé die gespecialiseerd is in de sprookjes en mythes van Congo, zijn afgelopen jaren de overleveringen van de lokale bewoners vastgelegd. Ze waren nooit eerder gedocumenteerd en door ebola zijn veel verhalen verloren gegaan. Hier geldt het gezegde: `When an old person dies it’s like a library of stories is burning down.` Soms kent de een het begin van een verhaal, een ander het midden en een derde het eind. De opgetekende verhalen vol universele wijsheden zijn uitgewerkt door Kovo en Wilfried N’Sondé. Het concept van Congo Tales is ontwikkeld door Eva Vonk, creatief directeur en uitvoerend producent van Tales of Us. Het kwam tot stand naar aanleiding van een gesprek met een ngo, die Vonk vroeg mee te denken over manieren om meer maatschappelijk bewustzijn te creëren rondom het Congobekken. Het gebied is kwetsbaar door ontbossing. Toen Vonk in 2015 contact legde met Henket, was het tijd om als een kers op de taart de opgetekende verhalen te gaan verbeelden.  

Henket: ‘Congo Tales deed me denken aan de grammofoonplaat en de prenten van de sprookjes die de gebroeders Grimm hadden verzameld, waar ik als kind eindeloos naar kon kijken en luisteren. Ik wilde een prentenboek maken en de mensen in Mbomo hun sprookjes laten uitbeelden. […] Ik woon al 21 jaar midden in Manhattan, maar ik blijf toch een Brabantse jongen die in het bos is opgegroeid met sprookjes, blaaspijpjes en besjes. Ik kon niet wachten om de fantasie van de kinderen daar mee te maken.’ 
 

Riverbed, uit de serie Congo Tales, 2017(©️ Pieter Henket,
courtesy Kahmann Gallery. Produced by Tales of Us)

Rembrandtesk licht 

In 2015 reisde Henket met Vonk voor het eerst naar het dorpje Mbomo in Congo om de inwoners te ontmoeten en te kijken hoe ze de fotoshoots zouden kunnen aanpakken. Het werk van Henket heeft een cinematografische karakter en hij vertelt zijn verhalen met licht. Hij bouwt zijn composities zorgvuldig op als een schilder of filmstylist. Normaliter fotografeert hij in studio’s in New York of Hollywood vanwege de ingewikkelde set ups met flitslichten.  

Uiteindelijk bouwde Henket in een overdekte betonnen ruimte in het dorp een studio waar hij de zwart-wit portretten maakte. Maar regelmatig stond hij ook in een regenponcho achter de camera met zijn voeten in de blubber. De kleurportretten zijn gemaakt op locatie, vaak bij dorpelingen thuis die hun bamboe huisjes openstelden. Ook de sprookjesfiguren en mythologische wezens werden vertolkt door kinderen en volwassen uit het dorp. Henket: ‘Het bijzondere is dat ik de verhalen samen met de lokale mensen heb vertaald in fotografie. Het zijn hún verhalen, ik heb die vastgelegd met mijn compositie en licht. Ik vroeg waar ze wilden staan en hoe het voor hun het beste voelde.’ De mensen daar zijn niet beïnvloed door instagram of social media waardoor ze helemaal open in het verhaal staan. ‘Door deze werkwijze creëer je natuurlijke momenten in volledig geënsceneerde scenes. Met het regenwoud als decor voelden de fotoshoots soms als een opera waarin mist en regen binnen enkele seconden plaatsmaken voor de zon.’ 

Bird, uit de serie Congo Tales, 2017(©️ Pieter Henket,
courtesy Kahmann Gallery. Produced by Tales of Us)

‘Ik vertel mijn verhalen met licht’ 

 

Henket werkte samen met art director Saïd Abitar, die o.a. decors bouwt voor de opera in Brussel. ‘Hij is een bron van eindeloos veel kunstgeschiedenis. Een bepaalde plek of scene deed hem bijvoorbeeld denken aan een prent van Gustave Doré en dan lieten we ons daardoor inspireren. Abitar had een goede connectie met de bewoners en kon samen met lokale kleermakers de mooiste dingen maken. Zo stuurde hij de kinderen het bos in om met bladeren hun totemdier uit te beelden, want iedere familie daar heeft zijn eigen dier. Daar kwamen de mooiste dingen uit, zoals de jongen die de olifant uitbeeldt.’ 

‘Ik wilde sprookjesachtige beelden maken die de verhalen van Congo vertellen en waarbij toeschouwers hun fantasie de vrije loop kunnen laten. Een beeld is voor mij geslaagd als ik er emotie bij voel en als mijn belichting als een puzzel in elkaar valt.’ Dat is bijvoorbeeld het geval bij The Plot waarin het verhaal wordt uitgebeeld van vijf mannen die het plan hebben opgevat om vlees te vergiftigen om het land te stelen van een boer. Een van de mannen heeft spijt en wil niet meedoen; hij kijkt weg. Henket vertelt dit verhaal met Caravaggio-achtige licht en met de blikken van de mensen. ‘In de sprookjes van Grimm zitten veel spannende en donkere momenten en dat geldt ook voor Congo Tales. Ik zoek ook altijd naar een bepaald mysterie, naar iets spannends in mijn foto’s.’  

 

The Plot, uit de serie Congo Tales, 2017 (©️ Pieter Henket,
courtesy Kahmann Gallery. Produced by Tales of Us)

 

‘Ik zoek altijd naar een bepaald mysterie, naar
iets spannends’ 

 

Terwijl Henket en zijn crew sjouwden met camera’s, lampen en flitsparaplu’s liep geluidskunstenaar David Kamp rond met grote stoffen bollen en plaatste hij overal microfoontjes. Ook buiten het kamp, waar de olifanten ‘s nachts met een enorm kabaal algen uit de blubber kwamen zuigen. Henket: ‘Toen David mij uiteindelijk de soundscape stuurde en ik thuis met mijn foto’s op mijn scherm het op mijn geluidssysteem afspeelde, moest ik huilen. Alles waar ik van droomde kwam opeens samen. Ik had nooit kunnen hopen dat wat hij maakte zo mooi kon worden en zo goed aansloot op mijn foto’s.’  

Van Brabant naar New York 

Henket groeide op in een creatief gezin-zijn vader is architect, zijn moeder modeontwerper-midden in de Brabantse bossen. ‘Ik had een tamme kraai en er was een grote beuk waar je onder kon spelen. Dat was mijn theater en mijn vriendjes waren de acteurs. Ik had een video 8 camera en daar maakte ik films mee.’  

Op zijn negentiende mocht hij van zijn ouders in de zomervakantie een filmcursus in New York doen. ‘Ik wilde altijd al cameraman worden. Dus dit was mijn droom.’ Na de zomer zou hij teruggaan om de havo af te maken. ‘Alles in New York was mooi. Iedereen was sexy. Ineens kon ik gay zijn. De hele wereld lag voor mij open.’ Nadat Henket een stage had weten te regelen op de set bij Flawless met Robert De Niro en Philip Seymour Hoffman besloot hij in New York te blijven. Hij verbleef in een jeugdherberg waar hij de kamers schoonmaakte en gratis mocht wonen. Een jaar later ontmoette hij zijn man Roger Inniss met wie hij inmiddels twintig jaar samen is en die als producent ook meewerkt aan Congo Tales. 

Behalve dat hij nog een documentaire cursus van drie maanden volgde, heeft Henket geen scholing gehad in de fotografie. In New York begon hij voor zichzelf te fotograferen. Hij kreeg de kans zich verder te ontwikkelen toen hij werkte als liftbediende in een grote meubel- en antiekwinkel en zich opwierp als fotograaf en filmer. Uiteindelijk schafte hij zelf flitslichten aan en is hij voor 50 dollar per shoot mensen gaan portretteren in zijn eigen appartement. ‘Iedere dag bedacht ik een nieuw concept en een nieuw decor waardoor ik mijn eigen handschrift heb kunnen ontwikkelen. Ik realiseerde me dat Hollanders van oudsher meesters van het licht zijn en dat ik me daarmee kon onderscheiden.’ Op een gegeven moment lukte het om via een contact sterren te gaan fotograferen en werd de foto van Lady Gaga tentoongesteld in het Metropolitan Museum. In 2013 kreeg hij zijn eerste solotentoonstelling in Museum de Fundatie. ‘Op dit moment vind ik het een grote uitdaging om een verhaal in één beeld vast te leggen en kies ik vooral voor fotografie. Ik hou van mensen. Ik kijk altijd of ik iemand een verhaal kan laten vertellen met zijn ogen.’ 

 

 The Birds and the Stone, uit de serie Congo Tales, 2017
( ©️ Pieter Henket,courtesy Kahmann Gallery. Produced by Tales of Us)

 

`De personages uit de verhalen werden vertolkt
door mensen uit het dorp`

 

Congo, Duitsland, Nederland 

Het team van Congo Tales vond het belangrijk om de foto’s eerst in Congo te laten zien. Kovo N’Sondé, de verhalenspecialist, stelde zijn vaders huis in Brazzaville open voor de openingstentoonstelling. Daarna zijn ze afgereisd naar Mbomo, waar het vroegere cultureel centrum werd heropenend voor Congo Tales. ‘Er hing een fantastische sfeer, omdat iedereen enthousiast was om te zien waar we met z’n allen zo hard aan hadden gewerkt. Tijdens de opening raakten de mensen steeds de foto’s aan. In het begin dacht ik, wacht dat moet niet. Maar, ik merkte dat er van de foto’s werd genoten en daar ging het om. Mensen hadden er een connectie mee. Ze lachten erom of waren verlegen. Sommige kinderen lieten trots hun foto’s zien aan vriendjes. Ik kon hier eindeloos naar kijken.’  

Daarna gingen de foto’s naar Potsdam in Duitsland waar de tentoonstelling groots werd vertoond in het Barbarini museum. Hier werden de foto’s met witte handschoentjes door mannetjes in witte jassen uit de vrachtwagen gehaald. Toen het eenmaal hing, was het mooier dan mooi moet ik zeggen. Toen ik naar een foto wees om iets te laten zien, vroeg de bewaker of ik bitte afstand wilde houden. Ik vond dat een mooi moment. We wilden deze mensen en hun verhalen op een voetstuk plaatsen en iedere cultuur doet dat anders. In onze wereld word je dan als een ster bewaakt. Net als lady Gaga met een bodyguard.’ 

My Love, uit de serie Congo Tales, 2017(©️ Pieter Henket,
courtesy Kahmann Gallery. Produced by Tales of Us)

De tentoonstelling in Museum de Fundatie is de grootse versie van Congo Tales tot nu toe: 43 manshoge portretten met soundscape en een korte film. ‘Geluid kan heel mooi helpen om een gevoel te creëren bij een foto, net als een soundtrack bij een film.’ Henket heeft een bijzondere band met De Fundatie, omdat hij er eerder tentoonstellingen had waaronder zijn eerste solo. Directeur Ralph Keuning: ‘De foto’s van Pieter Henket zijn schilderijen, grote figuurstukken, die midden in de wereld geplaatst toch onmiskenbaar staan op de schouders van de schilders van de Gouden Eeuw.’ 

Congo Tales vertoont overeenkomsten met multimediaprojecten als Love Radio met foto’s van Anoek Steketee in Rwanda en heeft raakvlakken met o.a. projecten van Renzo Martens in Congo.  

In de schijnwerpers 

De bedoeling van Congo Tales is dat het aandacht zou krijgen in de pers om het Congobekken en de mensen en hun verhalen in de spotlights te zetten. Dat is gelukt met het boek, tentoonstellingen en wereldwijd aandacht in de pers waaronder de voorpagina van de New York Times. En nu is er de tentoonstelling in Museum de Fundatie en zijn zes foto’s verworven door het Rijksmuseum, die  blijven voortbestaan in de collectie. Tales of Us is ondertussen in gesprek over expositiemogelijkheden in de VS.  

Henket memoreert de (inofficiële) burgemeester van Mbomo die hem vertelde dat hij fotografie tot dan toe alleen kende van het decor bij de lokale fotograaf. Die foto’s lieten dingen zien die ze níet hadden en graag zouden willen hebben, zoals een strand met palmbomen of kerstmis in de sneeuw. Op de Congo Tales fototentoonstelling in het dorp realiseerde hij zich dat deze foto’s hem en de lokale inwoners laten inzien wat ze wél hebben en hoe waardevol dat is.  

 

Congo Tales -Told by the People of Mbomo. Met fotografie van Pieter Henket voor Tales of Us in Museum de Fundatie, Zwolle – 14 september 2019 tot en met 5 januari 2020. www.museumdefundatie.nl