Categorieën
2024 Stories

Museum Dhondt-Dhaenens: ruimte veroveren

Tableau reist langs verborgen parels in binnen- en buitenland. Bijzondere villa’s, kastelen vol kunst of juist een rustig park. Deze keer Woning van Wassenhove en de Wunderkammer bij Museum Dhondt-Dhaenens. Tegelijk woning en kunstwerk.

Ergens net voorbij Gent ligt Sint-Martens-Latem, waar een klein particulier museum bijzondere dingen doet. Museum Dhondt-Dhaenens is opgericht in 1968 en een van de weinige musea in België die ook met die functie is gebouwd. Het is een strak, modern gebouw met een ruime hal. Aan de ene kant een grote zaal met een patio in het midden en aan de andere kant een kleinere zaal met minder ramen. Eromheen een groot grasveld met enkele sculpturen. Museum Dhondt-Dhaenens is een pareltje. Klein maar fijn. Inventief springen ze met de collectie om en zetten die in om verbinding te maken met hedendaagse kunst. Naast een biënnale met opkomende kunstenaars maken ze solo’s van kunstenaars die net toe zijn aan een volgende stap. Als ze al bekend zijn in de galeries, maken ze vaak hier hun eerste museale tentoonstelling. Daarbij krijgen ze de ruimte en maken daardoor vaak ook een nieuwe stap in hun ontwikkeling. De grote museumzaal wordt regelmatig intensief heringericht met nieuwe wanden, afgedekte ramen of anderszins rigoureus naar de hand van de kunstenaar gezet. Dat moet ook, want het is een mooie ruimte, maar lastig. Vanaf de ingang overzie je meteen alles en in die ruimtelijkheid kan een werk ook wat wegvallen.

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018. Foto: Marjolein Sponselee

Dat duet tussen de ruimte en de kunstenaar kan als een constante worden gezien in de activiteiten van het museum. Ook de tuin wordt benut voor evenementen en kunstenaarsinstallaties. Atelier Van Lieshout plaatste er een bar – die ook in gebruik werd genomen – en Rikrit Tiravanija bouwde er een theehuis midden in een labyrinth van stellingen, waar het museum vervolgens gratis theeceremonies organiseerde.

Wunderkammer

Naast de museumruimtes beschikt Museum Dhondt-Dhaenens over twee bijzondere villa’s. Die twee zijn totaal in contrast met elkaar. Naast het museum stond een villa die in gebruik was als opslag, een bouwval bijna, waarvan bij de renovatie alleen vier muren overgelaten werden. Kunstenaar Hans Op de Beeck ontwierp hier – in samenwerking met Studio MOTO – op uitnodiging van het museum een nieuwe residentie en permanente sculptuur. Zijn vertrekpunt was het idee van een privé- verzameling en hoe dat is ontstaan vanuit een klassieke ‘Wunderkammer’. De buitenkant van de villa omkleedde hij met zwarte EPDM dakbedekking om het vroegere gebouw als schaduwvorm van zichzelf te heropbouwen. Binnen is het alsof je een tekening van Op de Beeck binnenwandelt. Kleur ontbreekt in het interieur. Alles is zwart en grijs. Beneden vullen hoge boekenkasten de wanden. Daarin de silhouetten van boeken en sculpturen/scènes die je uit zijn oeuvre herkent: vanitas stillevens, een liggend naakt, een appartementencomplex van Le Corbusier, etcetera. En ook de trap naar de verdieping herken je uit meerdere tekeningen en werken. Boven biedt een groot raam uitzicht op de Leie.

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018 © Hans Op de Beeck, courtesy Museum Dhondt-Dhaenens. Foto: Tim Van de Velde

Het is een perfect decor. Maar waarvoor?

Als een kamerbreed schilderij vormt dit de enige kleur in de ruimte. Een zwarte tafel met zwarte stoelen staat ervoor. Aan weerszijden van de trap is een zuilvormige ruimte. De ene herbergt een keukentje, de andere een badkamer. Beide zijn wit, een verademing van licht in het verder grijze interieur. Op de Beecks dromerige ensceneringen in zachte grijstinten hebben een filmische sfeer. Zijn werk roept verhalen op, mijmeringen, als een geluidloze film. Zo ook hier. Maar het heeft ook iets unheimisch, die kleurloze wereld waarin alles precies geplaatst is. Een perfect decor. Maar waarvoor? Aanvankelijk was het idee van deze villa een residency te maken voor kunstenaars, maar het is zo totaal een werk van Op de Beeck dat er weinig beeldend kunstenaars zullen zijn die hier iets aan willen of kunnen toevoegen. Alleen voor een schrijver kan ik me wel voorstellen dat het verhalen oproept. Om hier te kunnen verblijven, moet een bijzondere ervaring zijn. Koffie te drinken en te werken in die bibliotheek, of juist boven met uitzicht op de Leie, het zou voelen alsof je in een film zit, waarin vanzelf verhalen opdoemen. Het alleen kunnen zijn in zo’n ruimte, het verblijven, is immers een totaal andere ervaring dan er doorheen lopen als bezoeker.

Maar het werk is kwetsbaar en het grijs op langere termijn wellicht wat beklemmend. Een echte residency kon deze Wunderkammer daardoor niet worden. Functies als verhuren als luxe bed and breakfast of kleinschalige horeca zijn om praktische reden niet mogelijk. Het blijft dus vooral een kunstwerk om kort te bezoeken, als een van de enige twee permanente werken van Op de Beeck in België (de andere is bij Abdij van Herkenrode in Hasselt).

Museum Dhondt-Dhaenens Tableau Magazine Marjolein Sponselee
Hans Op de Beeck i.s.m. Studio MOTO, Wunderkammer, 2018, exterieur © Hans Op de Beeck, courtesy Museum Dhondt-Dhaenens. Foto: Tim Van de Velde

Moderne leegte

Meer ruimte biedt de Woning Van Wassenhove, een tiental minuten rijden van het museum. Althans zo lijkt het. Het huis is ontworpen door Juliaan Lampens, een architect die bouwde alsof hij een sculptuur maakte; met beton en grote, rechtlijnige vormen. Woning Van Wassenhove is een particulier woonhuis, in 1974 gebouwd voor één persoon, Albert Van Wassenhove. Als je het pad naar de woning oploopt lijkt het een bunker in het bos. Eenmaal binnen blijkt de architectuur verrassend warm. Het gebouw omarmt je. En de eenvoud geeft rust. Na een kleine entree leiden enkele treden de ruimte in en sta je midden in de woning, tegenover een woningbrede glaswand die uitzicht geeft op bos. De villa heeft een open plattegrond, nergens reikt een muur tot het plafond. Het is heel ruimtelijk en er is geen ander materiaal dan beton, hout en glas. Het dak golft als een gevouwen papiertje naar beneden en overwelft buiten het terras. Een smalle strook beton valt daaruit naar beneden en voert het hemelwater af naar een rond bassin. Op de begane grond is de living met een grote betonnen tafel, houten krukjes eromheen en een keuken. Een verdieping hoger een slaapruimte, gevormd door een houten cilinder, die als een cocon om het bed staat. Op de verdieping verder een toilet, een smalle inloop badkamer, bergruimte en in een hoek boven de keuken een kantoortje. Dat wil zeggen: een open ruimte met driehoekig bureaublad en twee planken erboven, die schuin uitsteekt boven de keuken.

Verder: leegte. Maar je mist niks. ‘Eten in de koelkast en een luie stoel is eigenlijk het enige wat je nog nodig hebt hier’, zegt Mark Manders die er afgelopen herfst exposeerde met ‘The Absence of Mark Manders’.

Lampens signeerde zijn sculptuur in het nog natte beton van de trapleuning. Ook zijn andere ontwerpen blinken uit in grote eenvoudige gebaren die toch warmte en intimiteit hebben.

• Museum Dhondt-Dhaenens, Sint Martens-Latem – de villa’s zijn onregelmatig te bezoeken, meer informatie en interviews met de kunstenaars vind je op museumdd.be.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.