Categorieën
2024 Highlights

Nu te zien: Impressionisme van het noorden in Singer Laren

Als een frisse wind arriveert het impressionisme rond 1860 in Frankrijk. Dit leidt tot een stijlverandering in Noord-Europa en daarbuiten. In de bijzondere reizende tentoonstelling Frisse Wind toont Singer Laren i.s.m. het Museum Kunst der Westküste (Alkersum/Föhr) en het Niedersächsisches Landesmuseum Hannover een topselectie van het Duitse, Deense en Nederlandse impressionisme. Geniet van het frisse groen, het zilveren licht en de steeds wisselende wolkenluchten.

Nooit eerder werd het impressionisme uit deze drie buurlanden op deze manier naast elkaar gepresenteerd. De tentoonstelling in Singer Laren is thematisch opgebouwd en belicht onderwerpen die een belangrijke rol spelen binnen het impressionisme: Licht, Op het land, In de stad, In de tuin, Op reis en Winter. Met werk van onder meer Max Liebermann, Lovis Corinth en Max Slevogt uit Duitsland, Anna en Michael Ancher, Peder Severin Krøyer en Viggo Johansen uit Denemarken en de Nederlanders Johan Barthold Jongkind, Jo Koster, George Hendrik Breitner, Isaac Israëls en Jan Toorop.

Frisse Wind. Impressionisme van het noorden
Singer Laren
t/m 5 mei 2024

Singer Laren Impressionisme Tableau Magazine
Hans Peter Feddersen, Waddenzee, 1905, Olieverf op doek, 37 x 52 cm, Museum Kunst der Westküste
Categorieën
2023 Highlights

Kees van Dongen: Gewaagde kleuren in Singer Laren

Tip: Lezers van Tableau genieten op donderdag 30 maart van een Franse avond in Singer Laren en bekijken Kees van Dongen met andere ogen na een rondleiding door de tentoonstelling, voorafgegaan door een heerlijke kaasfondue. Klik [hier] voor meer informatie.

De weg naar succes van de ambitieuze Kees van Dongen (1877-1968) was er een die zich in een razendsnel tempo afspeelde. Geboren in Delfshaven, Rotterdam, verkondigde hij al vroeg dat hij beroemd zou worden, tegen iedereen die maar wilde luisteren. En hij kreeg nog gelijk ook. Dit terwijl er geen geld was in het gezin om hem te laten studeren, waardoor hij vanaf zijn veertiende aan het werk moest om bij te dragen aan het gezinsinkomen. Maar hij was volhardend. Begonnen als anarchistisch tekenaar en debuterend bij Galerie Vollard, kan hij zich uiteindelijk meer dan goed meten met grootheden als Matisse, Picasso en Braque.

Verhuisd naar Parijs behoort hij al snel tot de voorhoede van de Nederlandse kunstenaars, die zich rond 1900 naar die stad verplaatsen op zoek naar artistieke vernieuwing. Op uitnodiging van Picasso komt Van Dongen terecht in een atelier in het Bateau-Lavoir: een kunstenaarscomplex in het vrije Montmartre, dat uitgroeide tot dé plek voor avantgardistische kunstenaars. Daar ontwikkelt hij zich tot een schilder die met name vernieuwend is op het gebied van kleurgebruik. Als een van de eersten maakt hij daarbij gebruik van elektrisch licht en hij wordt gezien als deel van de kortdurende stroming fauvisme, die werkten met felle, amper gemengde kleuren. Van Dongen zelf gebruikte deze vaak in primitief ogende vormen en staat, met name later in zijn loopbaan, ook bekend om de vele schilderijen die hij maakte van vrouwelijk naakt. Een van zijn bekendste modellen was de toen piepjonge Brigitte Bardot. Oude kunstenaarsvrienden en recensenten hadden minder waardering voor dit werk: zij vonden het afbreuk doen aan het artistieke gehalte van zijn beginperiode.

Kees van Dongen Singer Laren Tableau Magazine
Kees van Dongen, Deux yeux, 1911, J.K. Art Foundation, c/o Pictoright Amsterdam 2022

Anita Hopmans, senior conservator van het RKD (Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis) en specialist op het gebied van Van Dongen, stelde de tentoonstelling samen en maakte de catalogus: ‘Van Dongen was een kunstenaar op wie werd gelet en met wie rekening werd gehouden. Een hoogtepunt in zijn oeuvre vormt het gebruik van onnatuurlijke en vervreemdende kleuren.’ Door het onderzoek van Hopmans zijn tot voor kort onbekende schilderijen van Van Dongen bij elkaar gebracht, waardoor er een compleet beeld van zijn ontwikkeling ontstaat.

Singer Laren is overigens de ideale setting om deze in totaal meer dan honderd werken tentoon te stellen. Een van de publiekslievelingen in dit museum is Het blauwe hoedje, gemaakt door Van Dongen. Oprichter Anna Singer kreeg dit cadeau van kunsthandelaar Hein Siedenburg, als dank voor haar ondersteuning bij de tentoonstelling van zijn werk in 1937. 85 jaar later was dit de inspiratiebron om deze expositie op poten te zetten, ter ere van een van de grootste modernisten die Nederland heeft gekend. Leuk is ook het randprogramma, met onder andere een atelier waar schilders (in spe) zich kunnen laten inspireren door Van Dongen, en ‘Pak een stoeltje’; waar conservatoren en andere experts de verhalen achter een werk delen met bezoekers.

Kees van Dongen 
Singer Laren
t/m 7 mei 2023

Categorieën
2022 Stories

Tableau Portret: Jan Rudolph de Lorm

Singer Laren opent het nieuwe jaar met een flinke uitbreiding van de museumzalen én de collectie. Het museum ontving een omvangrijke particuliere schenking van het echtpaar Blokker-Verwer en brengt deze onder in een nieuwe museumvleugel. Al vanaf de oprichting is particuliere steun belangrijk voor het museum. Floris Kappelle sprak met Jan Rudolph de Lorm, directeur van Singer, over dit Amerikaanse model en de toekomst van zijn museum.

Met de opening van de nieuwe Nardinc-zalen gaat Singer Laren een bloeiperiode tegemoet. De geheel in stijl aangebouwde uitbreiding van het museum is de vaste plek voor een grote collectie topwerken uit het modernisme, geschonken door Els Blokker-Verwer. Schenkingen zijn bij Singer sowieso in goede handen. Dat bleek al bij de schenking van de Collectie Smithuis met tachtig werken uit het Hollands expressionisme. Met nieuw elan wordt het imago eens duchtig afgestoft en een nieuwe koers ingezet. Zo beweegt het merk Singer mee met de tijd. In de morning room van de villa waar de Singers ooit hun thee dronken valt directeur Jan Rudolph de Lorm met de deur in huis.

AMERIKAANS MODEL

De Lorm: ‘Met al die schenkingen onderscheidt Singer zich als een nogal apart instituut. Na achttien jaar Rijksmuseum kwam ik hier dertien jaar geleden om in alle vrijheid op kleinere schaal iets moois te gaan maken. Singer was altijd al een kunst-habitat met veel belofte in een omgeving met veel geld. In 1956 opende Anna Singer het museum als een particulier initiatief op de Amerikaanse manier. Dat bestond vooral op basis van giften van vrienden, destijds een geheel nieuw bedrijfsmodel. En die sponsors, die bestaan nog steeds. Door toename van de welvaart zitten wij nog steeds op rozen. En op een heel goede plek, met een voorsprong van decennia Amerikaans opereren.’
De taak die De Lorm zichzelf stelde was het inhoudelijk scherp krijgen van het profiel. Uiteraard met de hulp van bijdragen en schenkingen. ‘Wat er in mijn periode veranderd is? We zijn nog meer cultureel ondernemer geworden dan we al waren. Met een compleet nieuw gebouw, met een uitgebreide verzameling, een geprofessionaliseerde staf en een aangescherpte inhoudelijke koers. We zijn een museum, een theater, een beeldentuin en evenementenlocatie die grotendeels zichzelf bedruipt; nagenoeg zonder subsidie. Een succesvolle combinatie, mede dankzij onze winkel die bekend staat als dé cadeaushop van het Gooi. Wat ik inhoudelijk spannend vind is dat we vanaf maart permanent laten zien wat hier in Laren op artistiek gebied gebeurd is. Wij zijn ontstaan vanuit de kunstenaarskolonie en daar gaan wij nu de vruchten van plukken. Dan bedoel ik natuurlijk de beeldende kunst van de Larense impressionisten en modernisten, en zeker ook De Stijl die hier is ontstaan. Daarnaast grote buitenlandse meesters die hier gewerkt hebben zoals Max Beckmann en Max Liebermann. En vanuit die blik uitzoomen naar vergelijkbare ontwikkelingen elders in het land.’

Jacob Maris, Trekweg bij Den Haag, 1881-1899, olieverf op doek, 40x78cm, schenking Stichting Edwin Bouw Fonds

EUROPEES IMPRESSIONISME

Singer Laren gaat dus permanent het Nederlands impressionisme en modernisme tonen op de plek waar het zich afspeelde. De Lorm: ‘Hier hangen schilderijen die je buiten kunt zien. Vanuit de habitat van Laren en Blaricum zijn we door gaan verzamelen. De Singers zelf begonnen met Rodin, Barbizon, Le Sidaner, Amerikaans en Nederlands impressionisme. Want wie heeft hier niet gewerkt? Sluijters, Mondriaan, Kruyder, Van der Leck, Gestel, noem maar op. Ze waren allemaal hier. En nu bouwen we hierop verder, bijvoorbeeld met de Bergense School en De Ploeg. Ons imago? Ooit stond Singer bekend als het clubhuis van de rijken, niet vanwege de bezoekers maar vanwege de sponsors. Dankzij die gulle gevers kunnen wij bestaan. Het verhaal over de Europese modernisten gaan we ook over de grenzen uitdragen. Onlangs hebben we ons in Parijs gepresenteerd en nu kunnen we uitkijken naar een grote Van Dongen-tentoonstelling in 2023.Verder maken we uitstapjes naar het heden, met exposities als ‘Out of Office’ (een tentoonstelling in 2019 met hedendaagse kunst uit bedrijfscollecties, red). Zo rekenen we af met het oude imago en ontwikkelen we ons verder.’

KRATERS INGEVULD

De nieuwe koers van Singer Laren is grotendeels te danken aan de schenking van Els Blokker. De Lorm: ‘Zo’n grote schenking in combinatie met andere recente schenkingen van topwerk be- tekent voor ons dat de in de collectie ontbrekende top van het modernisme nu is ingevuld. Dat ging niet om hiaten maar om kraters. Dat betekent geen overvloed aan bruiklenen meer aan de wand – die je weer gaat kwijtraken – maar topwerk uit eigen collectie. En dat is geweldig. Net als de welvaart in dit land. Er is nog nooit zoveel geld verdiend en Nederlanders hebben verzamelen in het bloed. Veel mensen zijn kunst gaan verzamelen en hebben nu een leeftijd bereikt dat men denkt: verkopen of schenken? We zien dat zowel complete collecties als losse werken naar ons toe komen. Zoals recente aanwinsten van Jacob Maris, Leo Gestel, Max Beckmann en George Breitner. Dat werk tonen wij in de tentoonstelling ‘Het gevoel van Singer’. Onze collectie is nu zo compleet dat we in principe geen bruiklenen meer aannemen. Behalve dan een Van Gogh of abstract werk van Mondriaan. Die zouden we heel graag nog willen. Ja, een schenking, dat is voor elk museum toch wel de droom die uitkomt.’

Jan Rudolph de Lorm (foto Suzanne Ophof)

NIEUWE VLEUGEL

Zorgvuldig kiezen geldt dus nu als het adagium. Jan Rudolph de Lorm: ‘De meerwaarde van het verhaal, daar gaat het om, dat hebben we vastgelegd in onze strategie voor de komende vijf jaar. Onze collectie behelst ongeveer 4.000 werken waarvan zo’n 1.000 schilderijen. Naast dat modernisme hebben we beelden van Rodin en schilderijen van bijvoorbeeld Barbizon en Henri Le Sidaner: stuk voor stuk belangrijke onderdelen van onze collectie. De focus blijft het Nederlands impressionisme. We moeten nog verder met Willink en het magisch realisme, en denk ook aan een vroeg Cobra-werk. Daar gaan we nu de blik op richten. Mijn opvolger moet dan maar beslissen of ook NUL – de na-oorlogse Nederlandse abstracten – erbij hoort. Ik zie deze stromingen in het verlengde van het modernisme, dus die ho- ren ook thuis in Singer. Het zijn allemaal lijnen die doorlopen, constructen met invloed op onze visie die door de jaren heen is geëvolueerd. Daarbij biedt de nieuwe vleugel de gelegenheid om ook hedendaagse schilderkunst te exposeren.’

Verder Lezen? Bestel dan hier de losse editie! Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het gebied van kunst? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine.