Nieuwe technologie in de kunst, wat levert dat op? De wereld is zich in sneltreinvaart aan het digitaliseren en technologiseren. Deze wending brengt een paradox met zich mee: wereldwijde verbinding en eindeloze mogelijkheden versus meer zichtbare verdeeldheid en misverstanden. Kunstenaars zijn essentiële verkenners van het nieuwe, digitale terrein. Zij onderzoeken waar verbeelding en technologie op inspirerende wijze samen kunnen komen en tonen hiermee niet minder, maar meer creativiteit.
Een van de kunstenaars die zich hierin een weg baant is Bas Uterwijk (1968), werkend onder zijn alias Ganbrood. Uterwijk heeft kunst altijd als een uitlaatklep gebruikt: hij tekende als kind vol overgave en op school hield hij van de lessen kunstgeschiedenis. Naarmate hij ouder werd begon perfectionisme echter op te spelen, waardoor hij het plezier om vrijuit te creëren langzaam verloor. In plaats van zich te blijven richten op zijn eigen kunst, begon Uterwijk met het maken van advertenties voor verschillende bedrijven en modellen voor natuurhistorische musea. Door deze commerciële opdrachten ervoer hij minder druk om steeds iets nieuws en bijzonders te verzinnen, wat hem de ruimte gaf om op een andere manier met creatie om te gaan.
Met de opkomst van 3D tools, en inspirerende films zoals Toy Story en Jurassic Park als gevolg, werd Uterwijks nieuwsgierigheid gewekt om iets nieuws te proberen. Hij begon met het verkennen van 3D-graphics en werkte zeven jaar als animator voor een bedrijf en daarna als freelancer – toen er goede software beschikbaar kwam voor zijn eigen computer. Maar, een diepgeworteld verlangen naar een autonome vorm van kunst maken bleef opkomen. Dit bracht hem uiteindelijk naar de fotografie, waar hij verhalen begon te vertellen met één enkel beeld, in plaats van meerdere achter elkaar zoals in de animaties. Met de camera in zijn handen, en het gevoel dat het apparaat de last van perfectionisme enigszins van hem overnam, vond hij een zekere rust in het maken van foto’s.
Toch vond Uterwijk dat fotografie hem weinig ruimte bood voor nieuwe, verrassende ontdekkingen en het gaf voor hem daarom nooit 100% voldoening. Toeval – ofwel de pandemie – dwong hem een andere creatieve uitlaatklep te zoeken. Toen hij de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie (AI) – en specifiek Generative Adversarial Networks (GANs) – ontdekte, bleek dit de onvoorziene mogelijkheden in zich te hebben waar hij (onbewust) zijn hele creatieve leven naar gezocht had.
GANs bestaan uit twee neurale netwerken die samenwerken om beelden te genereren, waarbij de een kunstwerken creëert en de ander beoordeelt of ze voldoen aan de gestelde criteria. Dit samenspel tussen controle en willekeur bleek een ideale formule voor Uterwijk om het onverwachte te omarmen en te spelen met het spanningsveld tussen het herkenbare en het abstracte. Het werkproces is als volgt: hij voert zijn ideeën in een AI-systeem, dat nieuwe beelden genereert op basis van algoritmen en eerdere visuele inputs die Uterwijk gegeven heeft. Deze eerste resultaten vormen slechts het beginpunt; het is een voortdurende wisselwerking waarbij het algoritme nieuwe suggesties aandraagt en de kunstenaar deze filtert, naar eigen inzicht aanpast en opnieuw invoert. Deze hybride samenwerking geeft Ganbrood een gevoel van vrijheid dat hij in zijn eerdere werk nooit had ervaren. Waar hij vroeger gebonden was aan de technische beperkingen van het medium of zijn eigen (teken)vaardigheden, kan hij nu vrijer navigeren tussen controle en toeval.
Droomwereld
Ganbrood combineert invloeden uit verschillende kunsthistorische periodes en culturen: in zijn digitale werelden vloeien elementen uit Art Nouveau, Aziatische kunst en klassieke mythologie moeiteloos samen met futuristische elementen uit pop-cultuur, zoals films, comic books en video games. Deze stilistische diversiteit zorgt voor een rijke, visuele gelaagdheid in zijn werk en vormt surrealistische, droomachtige beelden. De kunstenaar speelt met de mogelijkheid van wat zou kunnen zijn en roept hiermee vragen op over hoe we naar de wereld om ons heen kijken.
Het werk van Ganbrood laat zien dat technologie niet het einde van creativiteit betekent, maar juist een nieuw begin. Het zijn poëtische verkenningen van een wereld zonder barrières, waarbij zijn beelden niet alleen een onderzoek naar esthetiek vormen, maar ook een reflectie op wat kunst kan zijn in een tijd waarin algoritmes ons dagelijks leven steeds meer beïnvloeden. Hierin is technologie niet de vijand, maar een bron van onuitputtelijke mogelijkheden. Uterwijks digitale universums tarten het onderscheid tussen feit en fictie en dagen ons daarmee uit om de schoonheid van het nieuwe, nog onbekende te omarmen. Juist in dat grijze gebied, tussen herkenbaarheid en vervreemding, ligt voor Ganbrood de kern van zijn artistieke exploraties.
Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.



