Michelangelo Merisi da Caravaggio werd nog geen veertig jaar, maar wist een leven te vergaren vol toestanden en schandalen. Zo kwam hij in Rome veelvuldig in aanraking met justitie, met als hoogte- cq dieptepunt een zwaardgevecht waarbij hij zijn tegenstander doodde (ter verdediging van een vrouw, dat wel).
Via Napels kwam hij terecht in Malta, waar hij in de gevangenis belandde wegens het beledigen van een hospitaalridder. Eenmaal ontsnapt vluchtte hij naar Sicilië en vervolgens weer naar Rome, waar hij moederziel alleen overleed, waarschijnlijk aan malaria of een griepvirus.
Kijk naar zijn schilderijen, en je denkt – met die voorgeschiedenis in gedachte – al gauw twee dingen: hoe had hij er in vredesnaam tijd voor om zulke mooie, gedetailleerde werken te maken, én: zijn gekte en onvoorspelbaarheid piepen toch ook regelmatig tevoorschijn.
Neem het allerlaatste werk dat hij (zover bekend) ooit maakte, in mei 1610, te Napels: Het martelaarschap van de heilige Ursula. Een kleine, benauwd ogende ruimte, waar je ogen naar de verschillende figuren en hun handen worden getrokken. Het werk is gebaseerd op de legende van Ursula en de duizenden maagden die gevangen werden genomen door de Hunnen. De maagden werden vermoord, maar de koning van de Hunnen was onder de indruk van Ursula en smeekte haar om ondanks alles met hem te trouwen. Ursula wees hem af, waarop de koning haar doorboorde met een pijl. Het geschokte gezicht dat zichtbaar is achter Ursula schijnt Caravaggio zelf te zijn.
The Last Caravaggio
The National Gallery
t/m 21 juli 2024
Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.



