Universiteit Leiden: schatkamer van de fotografie

Door

George H. Breitner, Naakt met zwarte kousen, circa 1895, ontwikkel-gelatinezilverdruk, 31,5x39,5cm, aangekocht met steun van Vereniging Rembrandt, Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds, het Leidse Universiteitsfonds en de Vrienden van het Prentenkabinet

Universiteit Leiden: schatkamer en kenniscentrum voor fotografie. Fotografie is geaccepteerd als serieus kunstmedium, dat ook als erfgoed wordt verzameld. In Leiden bevindt zich de beroemde Prentenkabinet-fotocollectie: de oudste fotohistorische schatkamer van Nederland, waarin alle belangrijke wendingen van de geschiedenis van de fotografie te vinden zijn.

Niet iedereen weet dat de misschien wel grootste schat op het gebied van de geschiedenis van de Nederlandse fotografie zich in een universiteit bevindt: Universiteit Leiden. Om precies te zijn in de afdeling Bijzondere Collecties van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Dat heeft alles te maken met de relatief late erkenning in Nederland van fotografie als kunstvorm. Toen in 1953 de eerste grote privécollectie fotografie op de markt kwam, die van de Haagse verzamelaar Auguste Grégoire, was geen enkel museum geïnteresseerd en werd deze collectie door Universiteit Leiden opgekocht. Ze kwam in de Prentenkabinet-collectie naast de kunsthistorische collecties tekeningen en prenten. Een halve eeuw hield de universiteit die unieke positie als fotografie verzamelend instituut en daarmee een aanzuigende werking voor vele andere foto’s en fotocollecties. Een actief beleid van aankopen maakte de collectie tot de huidige schatkamer van fotografie. Het gaat in de collectie niet zozeer om negatieven maar om vintage prints: afdrukken die in de tijd van de opname van de foto zijn gemaakt door of onder toeziend oog van de kunstenaar-fotograaf zelf. Rondom de rijke collectie ontwikkelde de universiteit een kenniscentrum voor fotografie, waar niet alleen studenten, onderzoekers en conservatoren maar ook liefhebbers leren over fotografie.

DAGUERROTYPIE OF ZOUTDRUK

De hele geschiedenis van de Nederlandse fotografie ligt in de collectie besloten in topstukken die soms internationaal vermaard zijn. Wat dacht u van heuse experimenten in de zoutdruktechniek door de Britse uitvinder van de fotografie, William Henry Fox Talbot? De Franse variant van de uitvinding, zoals pionier Jacques Louis Mandé Daguerre die in 1839 aan de wereld presenteerde, is ook rijk vertegenwoordigd. Van de naar hem vernoemde daguerreotypie-techniek, waarbij foto’s op een verzilverd koperplaatje werden aangebracht, heeft Universiteit Leiden de grootste collectie van Nederland. In deze groep van ruim 450 stukken bevindt zich ook de grootste bij elkaar horende serie daguerreotypieën: 126 daguerreo-typieën die fotograaf Adolf Schaefer in voormalige Nederlands-Indië maakte van antieke kunst, zoals de reliëfs op de stoepatempel de Borobudur op Java.

links: William Henry Fox Talbot De schaakspelers, 1843/47, zoutdruk, 21,8×16,3cm,
rechts: Julia Margaret Cameron, Julia Jackson, nicht en petekind van Julia Margaret Cameron, moeder van Virginia Woolf, na 1867, albuminedruk, 2,5×24,7cm

De fotograaf die wereldwijd als de eerste kunstfotograaf wordt beschouwd is Julia Margaret Cameron. Van haar hand zijn drie originele afdrukken aanwezig: een portret dat zij maakte van collega-fotopionier Sir John Herschel en poëtisch ogende foto’s van haar nicht. Cameron wordt als kunstenaar beschouwd omdat zij mensen niet om hun identiteit portretteerde, maar in literaire of mythische context en sfeer. Ook in Nederland was een vrouw een belangrijke fotopionier: Alexandrine of, zoals ze zichzelf noemde: Alexine Tinne. Universiteit Leiden werkt met het Haags Historisch Museum en met hedendaage fotograaf Dagmar van Weeghel aan een overzichtstentoonstelling over deze Haagse eigenzinnige dame. Deze tentoonstelling zal behalve over haar faam als onverschrokken ontdekkingsreizigster, voor het eerst een overzicht van al haar fotografie geven en in internationaal perspectief zetten.

Kim Boske, Mapping 5, uit de serie Mapping, 2008-2009, kleurendruk, 50x75cm

De Amsterdamse impressionist George H. Breitner ontdekte en exploreerde als geen ander de kunstzinnige mogelijkheden van de fotografie. Effecten als bewegingsonscherpte, snapshot-achtige uitsnedes en lichtschitteringen, pasten wonderwel bij de vluchtige indrukken die de impressionisten in hun schilderijen nastreefden. In de Leidse fotocollectie zijn vele foto’s en albums met dit soort studies van Breitner te vinden. Breitner zelf zag fotografie nog altijd als voorstadium voor de schilderkunst. Wie fotografie echt als kunst gingen zien, zijn de picturalisten. Zij wilden met motieven en composities uit de schilder-, teken- en prentkunst en bijzondere afdruktechnieken laten zien dat ook fotografie een kunstzinnig medium was. In verrassend energieke en internationale netwerken wisselden zij kennis uit en zorgden zij dat fotografie her en der tentoonstellingen kreeg in kunstmusea. Aan hen is ook te danken dat foto’s vanaf 1910 voor het eerst als kunst werden verzameld. De picturalistische fotoverzamelingen zijn uiteindelijk allemaal in de fotocollectie van Universiteit Leiden ondergebracht.

Het hele artikel lezen? Bestel dan hier de losse editie! Wil je op de hoogte blijven van interessante artikelen en ontwikkelingen in de kunst, meld je dan aan voor onze nieuwsbrief of abonneer je op Tableau Magazine!

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Lees meer ...

Op zee met Willem van de Velde & zoon

Het voormalige ‘s Lands Zeemagazijn ligt te stralen in de ochtendzon.Het indrukwekkende witgepleisterde gebouw dat in 1656 werd ontworpen door Daniel Stalpaert en dienstdeed als opslagplaats van de Admiraliteit van Amsterdam, biedt nu onderdak aan

Lees verder »
BRAFA (foto Fabrice Debatty)

BRAFA 2022 uitgesteld

Brussel, 29 november 2021 – Gezien de verslechterende gezondheidssituatie in Europa en ook in België heeft de Raad van Bestuur van de Brussels Art Fair (BRAFA) de moeilijke beslissing genomen om BRAFA 2022 uit te

Lees verder »