Yassine Ben Abdallah combineert politieke en sociale wetenschap met design. Zijn werk heeft zo altijd een historische achtergrond. Bijvoorbeeld de geschiedenis van het slavernijverleden op het eiland La Réunion, waar hij opgroeide. Tegelijk maakt hij in zijn ontwerpen een verbinding naar het heden.
In een metalen frame hangen bruine machetes die licht doorschijnend zijn. Het zijn identieke kopieën van de kapmessen die eeuwenlang op plantages werden gebruikt door tot slaaf gemaakten. Alleen zijn deze messen gemaakt van rietsuiker, waardoor ze langzaam smelten. Onder de messen ligt een gestold plasje rietsuiker, dat door de bruinrode kleur associaties oproept met bloed. De metalen klemmen waarin de messen hangen hebben de vormtaal van handboeien. Deze installatie The Bittersweet Memory of the Plantation is het afstudeerproject (cum laude) van Yassine Ben Abdallah (30 jaar) aan de Design Academy Eindhoven in 2022. Het is een ondubbelzinnige verwijzing naar het bloederige slavernijverleden in de voormalige Europese koloniën.
‘Ik heb The Bittersweet Memory of the Plantation gemaakt op het eiland La Réunion, een voormalige Franse kolonie in de Indische Oceaan. Daar ben ik opgegroeid. Zowel het landschap als de cultuur zijn gevormd door de uitgestrekte suikerplantages. Als kind was de zoete geur van karamel nog meer aanwezig dan de zeelucht. Suiker is de reden dat er eeuwenlang tot slaven gemaakten werden verscheept uit Afrika. Dat is ook waarom er na de afschaffing van de slavernij in de 19e- en 20e eeuw arme contractarbeiders en rijke handelaren uit het Westen, het Midden-Oosten, China en India zijn neergestreken. De cultuur van La Réunion is gebaseerd op suiker. Maar de enige fysieke overblijfselen van die eeuwenoude cultuur zijn de gebouwen en voorwerpen van de witte kolonisator. Van de slavernijtijd bestaat alleen oral history. Er zijn zelfs geen handboeien of zwepen meer. Alsof alle getuigen van deze geschiedenis zijn verdwenen. Behalve dan de machetes.’
Nationaal symbool
‘Hoe kan ik de onzichtbare geschiedenis verbeelden? Deze vraag werd het uitgangspunt van een onderzoek. Als snel ontstond het idee om daarvoor de machete te nemen. De tweeslachtigheid van dit gereedschap is fascinerend. Het symboliseert de gewelddadige geschiedenis van slavernij tot op de dag van vandaag – nog steeds wordt er elke maand wel iemand neergestoken met een machete op La Réunion. Tegelijkertijd gebruiken boeren nog steeds machetes om het land te bewerken. De machete is als het ware een nationaal symbool. Suiker heeft eenzelfde tweeslachtigheid. We vinden het heerlijk maar het is ook een gif. Het smaakt zelfs bitterzoet. Dus wilde ik de machetes van suiker maken. Maar dat bleef smelten, heel irritant. Totdat ik besefte dat het suiker daarmee nota bene mijn verhaal vertelde: over hoe de geschiedenis voortdurend opnieuw moet worden verteld, omdat we het anders vergeten. En dat de creoolse cultuur op La Réunion, maar ook in andere voormalige kolonies voortdurend verandert, nog steeds. Dat de suiker vervolgens echt drupte als bloed en ook een plasjes vormde, dat was een happy accident. Inmiddels heb ik het maakproces zo verfijnd dat ik het smeltproces kan verlengen. Voor de expositie Kolonialisme en Rotterdam in het Wereldmuseum (2023) behielden de machetes meerdere maanden hun vorm.’
‘Ik waak ervoor om mijn werk te activistisch te maken. De wereld is al zo gepolariseerd, ik wil graag ruimte laten. Ik verkijk mij soms op de impact die mijn werk heeft. Op de Design Academy is postkolonialisme en ook genderongelijkheid gemeengoed. Maar in gesprekken met bezoekers op bijvoorbeeld de Dutch Design Week merk ik dat er weinig bewustzijn is van hoe diep deze geschiedenis doorwerkt in het alledaagse heden. Tegelijkertijd neem ik persoonlijk wel een helder standpunt in door mijn werk niet via een galerie te verkopen. Het voelt het niet goed dat ik alleen profiteer van de beladen slavernijgeschiedenis. Daarbij, het idee dat iemand voor veel geld mijn werk kan kopen als antikoloniaal statement, staat me enorm tegen. Dus leef ik hoofdzakelijk van exposities, lesgeven op de Design Academy, artist-in-residency’s en onderzoeksgeld.’

Yassine Ben Abdallah, Ālamārī, 2024, tamarinde- hout, jute, mashru
Politiek design
Na zijn kindertijd op La Réunion verhuist Ben Abdallah naar Parijs voor een studie politieke en sociale wetenschap, gecombineerd met industrieel ontwerp. Aansluitend volgt hij de masteropleiding Geo Design aan de Design Academy Eindhoven, waarbij studenten zich buigen over de geopolitieke dimensies van design. ‘Ik ben net zozeer gevormd door mijn studie politieke en sociale wetenschap als door de Design Academy. Een nieuw project begint met het lezen van boeken over geschiedenis en politiek. Gebruiksvoorwerpen staan namelijk niet op zichzelf maar zijn ingebed in een historische en sociale context. Pas als ik daar grip op heb, begin ik met schrijven en interviewen van mensen. Dan vormen zich de eerste concrete ideeën over wat ik maken, hoe dat eruit moet zien en welke materiaal ik wil ik gebruiken. Waarom ik heb gekozen voor een onderzoek combineer met design is omdat objecten een veel opener verhaal vertellen dan wetenschappelijke teksten. Er is veel meer ruimte voor de ervaring en een eigen interpretatie.
‘Tijdens de Graduation Show op de Dutch Design Week vertelde een Koreaanse vrouw die was ingevlogen voor het afstuderen van haar dochter mij hoezeer The Bittersweet Memory of the Plantation haar deed denken haar eigen jeugd op het platteland toen machetes daar werden gebruikt. Zij zag dat als een ode aan een manier van landbouw die nog niet is geïndustrialiseerd in een Korea dat nog niet was opgedeeld in Noord en Zuid. Ondanks de beladen geschiedenis waarnaar ik refereer met dit werk, vind ik het fantastisch als mensen er een eigen interpretatie aan geven. Waarom zou mijn werk maar één betekenis kunnen hebben? Als ik heb iets gemaakt en het aan de wereld laat zien, is het niet meer alleen van mij.’
Nederlands-Indië
Dit voorjaar staat een nieuw werk van Ben Abdallah op de expositie Dutch, More or Less, een semipermanente tentoonstelling in het Nieuwe Instituut, de rijksinstelling voor design en architectuur in Rotterdam. Onderdeel van deze tentoonstelling, die een nieuw licht wil werpen op het Nederlandse ontwerp, is een wisselopstelling van jong talent. New Planter’s Chair van Ben Abdallah is de meest recente toevoeging en heeft daarmee de officieuze status van een iconisch design.
‘De klassieke plantagestoel vind je op alle kolonies over de hele wereld, ook in het voormalige Nederlands-Indië. Het is dus ook onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Het is een houten stoel met lage zitting en achterover hellende rugleuning. Aan de armleuning zit nog een leuning die je kunt uitklappen om je voeten op te leggen. Daarvoor moet je wel met je benen wijd zitten, wat de stoel ongeschikt maakt voor vrouwen. Dit moet wel de meest uitsluitende stoel zijn, uitsluitend voor witte mannen die in deze troon comfortabel achterover konden leunen, terwijl ze op hun wenken werd bediend. Het is een symbool van ongelijkheid in ras, gender en welvaart maar ook een van de eerste global designs die je op plantages over de hele wereld zag.’
‘Met de Franse meubelmaker Mileno Guillorel-Obregón heb ik een herinterpretatie gemaakt van deze traditionele planter’s chair met industriële aluminiumprofielen maar ook het handbewerkte tropische hout en geweven riet. Het aluminiumprofiel is de verbeelding van serieproductie die overal ter wereld hetzelfde is. Daarmee plaats ik deze koloniale stoel in de hedendaagse, modernistische designtraditie van loungestoelen van bijvoorbeeld Ray & Charles Eames. Deze stoelen worden gezien als het summum van goed design maar zijn voor de meeste mensen in de wereld onbereikbaar. Aluminium wordt bovendien grotendeels gewonnen in de voormalige koloniën als Suriname en Brazilië. Dit roept een kritische vraag op: waar bevindt zich de nieuwe plantage? En voor wie is de New Planter’s Chair?

Yassine Ben Abdallah, New Planter’s Chair, 2024, aluminium, hout
Roestig ijzer
De designobjecten van Ben Abdallah ogen zeer verzorgd met een delicate afwerking. De machetes van The Bittersweet Memory of the Plantation zijn geplaatst op ouderwetse houten scheepskratten; het suiker druipt in precies de juiste dikke druppels. Van antieke machetes maakte hij de collectie Tools for the Post-Plantation met sierlijke kandelaars, waaiers of bloemvaasjes; het roestige ijzer heeft een prachtige bruine gloed. De doeken waarmee de Ālamārī-kasten zijn bedekt zijn van het fijnste textiel.
‘Ik heb een diep respect voor historische voorwerpen en streef ernaar dat mijn eigen ontwerpen ook lange tijd meegaan. Een krachtig verhaal alleen is daarvoor niet genoeg. Een object moet van zichzelf bestaansrecht hebben. Daarvoor werk ik samen met ambachtelijke makers. Ik vind de zoektocht naar een nieuwe esthetiek die past bij de eigentijdse toepassingen van historische verhalen, rituelen en voorwerpen erg interessant. Schoonheid is bovendien een manier om mensen je verhaal in te lokken. De spanning tussen een prachtig object en een afschuwelijke of zelfs bloederige historische context vind ik interessant. De machetes van The Bittersweet Memory of the Plantation zijn in een mal gegoten. Dat is een heel zorgvuldig proces. Ook de constructie van de New Planter’s Chair is een zorgvuldige afweging van materiaal en draagkracht. De stoel moet lekker zitten. De aandacht die deze verhalen verdienen moet zichtbaar zijn in de esthetiek.’
‘De verhalen die ik met mijn werk vertel beginnen vaak heel lokaal, het zijn soms petites histoires. In de 19e eeuw streek een grote moslimgemeenschap uit India neer op La Réunion. In archieven en musea vind je bijna niets terug van deze bevolkingsgroep. Dat is het vertrekpunt van Ālamārī, een kast om familieobject van deze Indiase migranten te presenteren. De kast bestaat uit drie planken die religie, familie en handel weergeven, de fundamenten waarom het dagelijks leven van de moslimgemeenschap is gevormd. De kasten zelf zijn ook weer een archiefstuk. Ze refereren aan zowel de lokale context van La Réunion als het Indiase herkomstland en de islam. Tamarindehout is kenmerkend voor zowel La Réunion als India en maakt zo verbinding in tijd. Met kurkuma geverfde jute touwen waarmee de houten constructie is verbonden verwijzen naar bonenzakken, een belangrijkste handelswaar. De doeken zijn half-zijde, half-katoen. Deze stof heet mashru, wat Arabisch is voor ‘toegestaan’. De huid van moslimmannen mocht niet in contact komen met zijde. De kast verwijst weliswaar naar een specifieke historie van La Réunion maar vertelt een universeel verhaal over migratie, ontheemding, herdenken, erkenning van een culturele identiteit en familiebanden.’
Meer lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.



