Kunstmarkt: gedeeld kunstbezit

Door

Jeannette ten Kate Rafael Roozendaal Tableau Magazine
Rafaël Rozendaal, ifnoyes.com, 2013, collectie Benjamin Palmer, courtesy Upstream Gallery

Kunst kopen kan op verschillende manieren. Naast het aanschaffen van een werk voor je eigen collectie is het tegenwoordig ook mogelijk een aandeel te kopen in een werk dat ver buiten je financiële bereik ligt. 

Veel mensen die over een kunstbeurs lopen of een bezoek brengen aan een expositie, meten hun interesse in een werk af aan de hand van de vraag of ze het in huis zouden willen hebben. Begrijpelijk: houvast is altijd handig. zeker in een branche waarbij het aanbod en de diversiteit enorm is en de transparantie gering. Al zou een dergelijke afweging ook moeten gaan over een aantal intrinsieke belevingsaspecten. Zoals: hoe verhoudt het werk zich tot de tijdsgeest waarin het gemaakt is? En is het verhaal dat de kunstenaar wil vertellen voldoende interessant en uitdagend?

Maar los daarvan, terugkomend op die eerste vraag: het is begrijpelijk dat een kunstwerk als eerste een emotie oproept, en daarmee wellicht het verlangen een werk te bezitten. Alleen: stel nou dat je heel graag een werk van bijvoorbeeld Mondriaan zou willen bezitten, of een Picasso, dan wordt het lastig. Althans, dat lijkt zo. Tegenwoordig zijn er diverse mogelijkheden om via gedeeld eigendom toch een werk te bezitten dat anders onbereikbaar zou zijn.

Kunst delen

De reden om mee te doen aan een model voor gedeeld eigenaarschap kan divers zijn. Zo geven particuliere kunstliefhebbers al van oudsher werken uit hun collectie in bruikleen aan musea. Meestal gaat het dan om kunst met een hoge historische waarde, om zo een breder publiek ervan te laten genieten. Eigenlijk wordt het eigendom dan – al dan niet voor langere tijd – gedeeld met het museum, en daarmee met het publiek. Financiële redenen kunnen ook een motief zijn: verzekeringen voor museale stukken kunnen hoog oplopen, en zoiets waardevols in je huis hebben hangen kan ook een last zijn.

Zoals internet- en cryptokunstenaar Rafaël Rozendaal (1980) het verwoordt: ‘Eigendom is een gevangenis vol verplichtingen.’ Rozendaal introduceerde een radicaal nieuwe methode om zijn kunst te kunnen delen. Om de verhoudingen tussen kunstenaars, instituten en liefhebbers transparanter en democratischer te maken, gebruikt Rozendaal vanaf begin 2000 websites als canvas voor zijn kunstwerken, zodat deze voor iedereen met toegang tot het internet te bekijken zijn. Rozendaal verkoopt de domeinnaam van de website waar het werk op staat, met als bijkomende voorwaarde dat het werk altijd openbaar toegankelijk moet blijven. De kunstenaar creëerde daarvoor het Art Website Sales Contract, dat eveneens openbaar is en door iedereen te gebruiken.

Na aankoop wordt de naam van de eigenaar in de broncode en in de titel van de pagina gezet. Maar de website blijft voor iedereen te zien. Een voorbeeld is ifnoyes.com, een werk uit 2013 en inmiddels van eigenaar gewisseld, maar nog immer voor alle internetgebruikers waar ook ter wereld te bezoeken. Zo heeft Rozendaal inmiddels meer dan 50 miljoen kijkers naar zijn werken getrokken – meer dan het totale aantal bezoekers dat het Stedelijk Museum in haar hele bestaan heeft binnengehaald.

Jeannette ten Kate Jan Robert Leegte Tableau Magazine
Jan Robert Leegte, Compressed Landscapes, 2021, still van website, collectie Cultural Heritage Agency of the Netherlands in langdurige bruikleen aan Centraal Museum Utrecht, courtesy Upstream Gallery

Toch is er telkens maar één eigenaar. De koper deelt dus het kijkplezier, maar omarmt ondertussen meer dan iemand anders het creatieve proces van de kunstenaar en het specifieke werk. Dat is een nieuwe manier om te kunnen genieten van kunst, en in feite een gemoderniseerde versie van het in bruikleen geven van een werk.

Inmiddels omarmen musea deze vorm van gedeeld eigenaarschap ook. Zo toonde het Van Gogh Museum in 2021 een tentoonstelling met werk van internetkunstenaar Jan Robert Leegte (1973), te zien op vijf schermen. Leegte verbindt al vanaf 1997 kunsthistorische stromingen met het internet. Voor deze expositie gebruikte de kunstenaar een algoritme en vijf zoektermen (zonsopgang, landschap, maan, bos en bergen) om een reeks van veranderende beelden te creëren, die altijd doorgaat. De serie, getiteld Compressed Landscapes refereert aan de onderwerpen die voor de impressionisten aan het eind van de 19e eeuw belangrijk waren. De creatie van het werk is een continu proces, dat zich constant vernieuwt en ook voor de kunstenaar onvoorspelbaar is. Het kunstwerk is nog steeds te vinden op het internet, op de website compressedlandscapes.com. Tevens zijn ook alle vijf onderdelen via de site van het van Gogh Museum te vinden. Dus wie is er dan de eigenaar van dit werk? De kunstenaar, het museum of de kijkers?

Het gedeelde eigenaarschap van een kunstwerk heeft zich in de afgelopen tien jaar snel ontwikkeld. Een van de voornaamste redenen is om er geld mee te verdienen. Om kunst als belegging te gebruiken is overigens niets nieuws – alles wat een waarde vertegenwoordigt is immers aantrekkelijk om te verhandelen of in te investeren. Het is echter de vraag of dat bij kunst loont.

Jeannette ten Kate Picasso Tableau Magazine
Pablo Picasso, Family of Saltimbanques, 1905 © 2012 Estate of Pablo Picasso / Artists Rights Society (ARS), New York. Chester Dale Collection

Kunst als belegging

Het eerste kunstbeleggingsfonds werd in 1904 opgericht in Parijs door kunstverzamelaar en zakenman André Level. Onder de naam La Peau de l’Ours (naar het spreekwoord: gij zult de huid niet verkopen voordat de beer is geschoten), kocht Level samen met elf andere investeerders van het fonds werk aan van jonge opkomende kunstenaars van toen, zoals Picasso, Matisse, Gauguin, Van Gogh, Derain en Dufy. De werken werden tien jaar lang bewaard en uiteindelijk in maart 1914 geveild, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Deze veiling was een groot succes. Opvallend was dat ook de kunstenaars deelden in de winst: bovenop de aankoopprijs kregen zij 20% van de winst. Zo bracht het inmiddels wereldwijd beroemde schilderij La Famille de Saltimbanques, uit de Blauwe Periode van Picasso, 11.500 francs op, terwijl het negen jaar daarvoor was aangekocht voor maar 1.000 francs. De destijds nog jonge kunstenaars kregen hierdoor niet alleen meer aandacht; ook werd het nut van het Franse systeem van het droit de suite (volgrecht) bewezen, dat nu als Europese regel geldt.

Vervolgens werden in de loop van de eeuw meerdere kunstfondsen opgericht, maar die waren echter zelden succesvol. Dit had uiteenlopende redenen: kunst is in tegenstelling tot liquide middelen niet snel verhandelbaar, de looptijd tussen aan- en verkoop was vaak te lang, waardoor inflatie en lopende kosten de resultaten ondermijnden; of er werden verkeerde werken aangekocht (bijvoorbeeld door gebruik te maken van adviseurs die verschillende belangen vertegen- woordigden) of er werd in enkele gevallen ronduit gefraudeerd door de managers.

De kunstmarkt was en is weinig transparant. Dat maakt het een risicovolle onderneming om in kunst te investeren puur en alleen vanwege financieel gewin, zonder rekening te houden met de wezenlijke, intrinsieke waarde ervan. Maar aan het begin van de 21e eeuw was er sprake van een opleving van alternatieve beleggingsfondsen (als alternatief voor de financiële markt). Zo ook voor kunst. Doordat websites als ArtPrice en Artnet voor meer transparantie zorgden, werd het veel makkelijker om prijzen en opbrengsten te achterhalen en te volgen. Daarbij werd de markt voor hedendaagse kunst inmiddels omarmd door liefhebbers vanuit de hele wereld.

Verder lezen? Neem een abonnement of koop een losse editie in de winkel.

Jeannette ten Kate is kunstadviseur op de mondiale kunstmarkt, oprichter van The Art Connector en directeur van The Arts Club en International Arts Club. Ze werkte bij veilinghuizen Sotheby’s en Glerum Auctioneers. Sinds twintig jaar heeft ze haar eigen bedrijf.

Lees meer ...